Categorie archief: taal en poëzie

visionair [ 1 ]

vandaag 150 jaar geleden geboren:
Jean Nicolas Arthur Rimbaud (20 oktober 1854)
Mystique
Op de glooiing van de helling draaien de engelen hun wollen gewaden rond in de grasvelden van staal en smaragd.
Vlammenweiden springen tot op de heuveltop.
Links wordt de teelaarde van de bergrug vertrappeld door allerlei moordpartijen en veldslagen, en allerlei rampspoedige geruchten rekken hun ronde. Achter de bergrug rechts de lijn van het oosten, van iedere vooruitgang.
En terwijl de bovenste strook van het schilderij wordt gevormd door het ronddraaiend en opspringend geruis van zeehorens en mensennachten,
Daalt de bloeiende mildheid van de sterren en van de hemel en van de rest neer voor de helling, als een korf, tot tegen ons gezicht, en maakt de afgrond bloesemgeurig en blauw daaronder.
Arthur Rimbaud
Rimbaud beschrijft hier een landschap met toeschouwers en taferelen als in een visioen. Hij schetst het geheel systematisch als een schilderij. Centraal in het middenpaneel knielt de kring van witgeklede engelen, die in het gras op de helling het Lam Gods vereren. Op een linkerpaneel staan de ruiters op de rotsen. Op een rechterpaneel bevinden zich voorttrekkende kluizenaars en pelgrims. Op de bovenpanelen bevinden zich de ronde nissen en de musicerende engelen, onderaan staan bloemen in het gras.
Het ontregelen van de zintuigen begint met grasvelden van staal en smaragd, weiden vol vlammen en bloeiende sterren. Hoewel dit een religieus tafereel is, is dat in eerste oogopslag niet duidelijk te merken. Maar begeeft men zich in de diepere lagen van het gedicht, dan doemen de mystieke elementen langzaam op. Rimbaud beschrijft engelen die ronddraaien in wollen gewaden: wol verwijst indirect naar het Lam Gods, dat door middel van ronddraaien centraal gesteld wordt. De pelgrims komen vanuit het oosten: zij volgen de weg van vooruitgang. De hemel wordt herleid tot gerucht van zeeschelpen en menselijke (lees: aardse) nachten. Terwijl het wereldse gerucht stijgt, daalt het hemelse neer: de sterren worden bloemen, de hemel wordt een afgrond.
Bron

Leonardo di Caprio als Arthur Rimbaud in Total Eclipse
20/10 toen | heiligen van de dag

Tong & Taal

Een halfjaar geleden ben ik begonnen met Russisch. Door een wonderlijk toeval ontmoette ik eind april in Boekarest in de ‘Academia Romania’ pal tegenover het bombastische paleis van de voormalige dictator Ceacsescu een Besarabische docente Russische linguïstiek en fonologie. Ze wees mij op een aantal harde feiten wat betreft de verschillen tussen de Nederlandse en Slavische klanken.

Nederlands is een echte keelklankentaal, een Rus gaat rochelen en hoesten, als hij het woord “kachel” moet uitspreken en de “ui” en de “h” zijn, zoals voor de meeste buitenlanders, ook voor de Rus onmogelijke klanken, zodat ieder “huis” een “gaus” wordt. Omgekeerd heeft het Russisch voor een Nederlander een aantal specifieke klanken in huis waar onze stembanden, spieren en strottehoofd niet op getraind zijn.

logopediste

Weinig dingen lijken zo prozaisch maar blijken tenslotte zo erotisch te zijn als spraaklessen van een gediplomeerd logopediste. Vertrouwd als ze is met de subtiele bewegingen van de tong, komt ze als het ware tijdelijk onder je verhemelte wonen en leert ze je de fijne kneepjes van de juiste uitspraak en het ontdekken van de “melodie” van een vreemde taal.

Jammer dat de betekenis van het woord “tong” in het Nederlands zo vervlakt is; in veel talen heeft het ook de betekenis van ‘taal’. Het Russische woordje ‘jezik’ betekent zowel ‘tong’ als ‘taal’. Maar het warme lapje vlees waarmee we proeven, voelen, tasten&beminnen blijkt nog meer kwaliteiten te hebben. We ‘proeven’ een klank niet alleen met onze oren, maar ook met onze tong. Mmmm, lekker woordje…

tongval; hoe klinken Nederlanders | 30/9 toen

De subtielste manier van jezelf aanraken

Enkele maanden geleden deden de redacties van Onze Taal en Taalpost een oproep om het mooiste woord in te zenden. Inmiddels is er een woordenlijst met ongeveer 1500 ingangen die, om welke reden dan ook, het lievelingswoord van iemand waren.

De lijst is heel divers, maar er is een duidelijke winnaar: het woord desalniettemin werd in totaal 16 keer genoemd, voorzover viel na te gaan door mensen die daarover geen onderling contact hadden gehad. Andere woorden die vaak voorkwamen, waren fluweel (11 keer), ooievaar, vlinder (10 keer), bollebozen, dommelen, melancholie (9 keer), konijn, kabbelen, lanterfanten, slampamper en wielewaal (8 keer).

Ritme en bewegingen in de mond
Waarom uitgerekend desalniettemin? Aan de betekenis kan het niet liggen. Volgens de grote Van Dale is evenwel een synoniem van desalniettemin, maar niemand noemde dit woord als zijn of haar favoriet. Desalniettemin is bovendien een nogal ouderwets kantoortaalwoord, en dat soort woorden wordt meestal eerder lelijk gevonden. Het moet dus bijna wel iets met de vorm van het woord te maken hebben: misschien zit het in het ritme, ‘tam-te-tam-te-tam’, of in de klinkers en de medeklinkers, in de prettige bewegingen in je mond bij het uitspreken van zo’n woord.
 
Tand- en lipklanken
De medeklinkers l en t maak je door met het puntje van je tong het harde gehemelte en de tanden even aan te tikken: de subtielste manier van jezelf aanraken. Datzelfde geldt voor de d, de n en de s. Daarmee hebben we dan bijna alle medeklinkers van desalniettemin gehad. Als we daar nog bij optellen dat de klinkers ie en i óók worden gemaakt door het puntje van de tong iets omhoog te tillen, wordt het uitspreken van het favoriete woord bijna een heimelijk genoegen.
 
Alleen de m-klank in de laatste lettergreep maak je anders, namelijk door je lippen even tegen elkaar aan te leggen en de lucht door je neus te laten stromen. De tand- en lipklanken samen maken bijna de hele mooiewoordenschat uit. In de top-twaalf komen slechts twee medeklinkers voor die meer achter in de mond gemaakt worden (met de rug van de tong omhoog in de buurt van het zachte verhemelte): de ch in melancholie en de k in konijn.
 
Onze vroege jeugd
Het verschil in waardering tussen die klanken voor en achter in de mond is misschien ook terug te voeren op onze vroege jeugd. De taalkundige Roman Jakobson toonde in 1941 aan dat kinderen, onafhankelijk van hun moedertaal, eerst de t-klank (voor in de mond) en de p-klank (bij de lippen) leren maken voordat ze aan een k-klank (achter in de mond) toekomen, terwijl mensen die door een hersenbloeding getroffen worden, omgekeerd de k als eerste verliezen.
 
Misschien blijven mensen verknocht aan de klanken die ze als kind leerden, en misschien zitten de p’s en t’s wel dieper in onze hersenen ingebakken dan de k’s.
 
Bron: Onze Taal

fonologie | 29/9 toen | heiligen van de dag