De heuvels van Montefeltro waarin Urbino ligt, vormden in de Renaissance een scharnier tussen Toscane, Umbrië, Marche en Romagna. Urbino is het geboortestadje van Raffaelo en Bramante. In de tentoonstelling La Città Ideale die tot vorige week in het Palazzo Ducale te zien was, stond het beroemde schilderij La Città Ideale centraal. Het wordt gedateerd ergens tussen 1480 en 1490 en de schilder is tot op de dag van vandaag anoniem gebleven. Omdat het permanent in de Galleria Nazionale delle Marche in Urbino hangt, is het een van de iconen van het stadje dat zichzelf graag ziet als het centrum van de “Rinascimento Matematico”. Deze term werd door de Franse kunsthistoricus André Chastel geïntroduceerd.

Naast het schilderij waren er op deze tentoonstelling ongeveer 80 schilderijen, beelden, tekeningen, medailles, manuscripten, en houten modellen te zien. Architecten die we nu als de uitvinders beschouwen van de “architectonische taal” van de Renaissance kwamen ook aan bod: Leon Battista Alberti, Luciano Laurana en Francesco di Giorgio Martini. Ook het beroemde schilderijtje De geseling van Christus van Piero della Francesca dat ook permanent in Urbino te zien is, ontbrak niet. Daarnaast hing er werk van Domenico Veneziano, Sassetta, Francesco di Giorgio, Luca Signorelli, Jacopo de Barbari, Mantegna, Perugino en natuurlijk ook van Rafaël en Bramante.

Patriottischer had de titel niet gekund. Flags of our Fathers gaat ook over patriottisme. Maar er zit een wereld van verschil tussen de visie op patriottisme uit deze film uit 2006 en 


Tot 1994, het jaar waarin hij zijn camera’s demonstratief aan de wilgen hing, was Hans Aarsman een gevierd fotograaf. Tegenwoordig kijkt hij liever naar foto’s van anderen. Net als zijn grote voorbeeld Sherlock Holmes doet hij dat met een scherpe en speurende blik, onder meer in zijn wekelijkse rubriek „De Aarsman Collectie„ in de Volkskrant en in zijn maandelijkse optreden in De Wereld Draait Door. In De fotodetective onderzoekt Hans Aarsman aan de hand van foto’s het verschil tussen kijken en zien, met als leidraad zijn eigen ontwikkeling van fotograaf tot beschouwer. Hij werpt prikkelende vragen op: waarom fotograferen we de onderwerpen die we fotograferen? Kunnen foto’s op Flickr.com concurreren met die van beroepsfotografen? Welke foto’s krijgen we niet te zien in de krant? Is de digitale revolutie een zegen of een vloek? Zijn foto’s kunst? Wat zijn de drijfveren van fotografen?












