In de jaren zeventig deed mijn vader zaken met Italiaanse bedrijven en zo werd ik voorzien van Italiaanse postzegels. De motieven op de Italiaanse postzegels hadden mij meestal weinig te zeggen. Het viel mij wel op dat er vaak “oude schilderijen” op stonden, maar behalve Michelangelo en Leonardo da Vinci zeiden de namen mij niets. Later toen ik de de kunst van de Renaissance leerde kennen, gingen de postzegels “spreken” voor mij.
Een selectie herdenkingspostzegels uit mijn verzameling (1965-1978) met Dante, Giotto, Donatello, Rafael, Petrarca, Thomas van Aquino, Michelangelo, Boccaccio, Carpaccio en Masaccio.


van Dante Alighieri (1265-1321) in 1965
inferno, purgatorio, paradiso

Na ons bezoek aan Venetië bladerde ik nog eens in het boek De eeuw van Titiaan van Gert Jan van der Sman over Venetiaanse prenten in de Renaissance. Venetië was in de zestiende eeuw niet alleen de plaats waar de schilderkunstige vernieuwingen plaatsvonden. De stad genoot ook een reputatie op het gebied van de prentkunst. Naast honderden kleine drukkerijen als Venezia Stampa waren in Venetiëook de beste grafici te vinden. Aan de hand van tekeningen en kopieën die door kunstenaars uit de belangrijke kunstcentra als Rome en Florence werden aangeleverd, maakten zij hout- en kopergravures waarvan de afdrukken in grote oplagen over heel Europa verspreid werden. Voor veel kunstenaars boven de Alpen was een reis naar Italiëniet alleen een dure maar ook een riskante onderneming. De prenten boden een alternatief voor de Grand Tour. Zo leerde Rembrandt bijvoorbeeld langs deze weg het werk van Caravaggio en andere Italiaanse meesters kennen.
De tortuur is de trouwe dienares van de Italiaanse rechtspleging en men staat ontzet over de variaties in martelingen en martelwerktuigen, die de mensen hebben uitgedacht. Ze worden enkel geëvenaard door de variaties die men kende bij de terechtstellingen zelf. Wat voor breinen zijn dat geweest, die zó toegaven aan sadisme, wat voor ogen hebben de doodstrijd van medemensen zo gretig aangezien?












