Na het zien van Noi Credevamo wilde ik die andere, beroemde film over de Risorgimento ook wel eens zien. Il Gattopardo verscheen in mijn geboortejaar en geldt als een van de meesterwerken van Visconti. Het is gebaseerd op het gelijknamige boek van Giuseppe Tomasi di Lampedusa. Ik verwachtte een Italiaanse versie van Gone with the wind want alles speelt zich in dezelfde tijd af en het gaat net als de klassieker uit 1939 over de ondergang van de oude, feodale wereld.
Het verhaal begint in 1860. In het Koninkrijk van de beide Siciliën regeert vanaf 1859 Frans II, de opvolger van Ferdinand II. De Siciliaanse bevolking wil van de Bourbons af en in Palermo is een opstand tegen de koning van Napels. Vittorio Emanuel II, de koning van het Koninkrijk Sardinië wil deze opstand steunen en laat vanuit Genua de vrijheidsstrijder Giuseppe Garibaldi met honderden roodhemden in Marsala op Siciliëlanden. In korte tijd worden de Bourbons van het eiland verdreven. In de zomer van 1860 trekt Garibaldi met zijn verzetslegertje door Calabriënaar Napels in de Tocht der Duizend.

Il Gattopardo begint op het moment dat de roodhemden Palermo veroveren. Op het landgoed van prins Don Fabrizio Salina horen de aristocraten het nieuws en vrezen voor hun leven. Op het landgoed is een dode soldaat van de koning gevonden. Spoedig zal het volk onder de roodhemden van Garibaldi hen overspoelen. Terwijl zijn vrouw jammert over wat hen boven het hoofd hangt, probeert de prins zijn hoofd koel te houden. Als oude aristocraat mag hij zich dan wel graag teruggetrokken hebben in een lui romantisch leven, er huist ook een nuchtere realist in hem. Wanneer hij en zijn familie willen overleven, zal hij zich in de nieuwe situatie moeten schikken. “Als we willen dat dingen blijven zoals het is, moet alles veranderen.”
Prins Don Fabrizio Salina
Een compromis met de liberalen uit het noorden is noodzakelijk voor het voortbestaan van de aristocratie in het zuiden. In oktober 1860 wordt er een plesbiciet (referendum) uitgeschreven, een gruwel voor de adellijke grootgrondbezitters. Maar een alternatief hebben ze niet. Iedereen op Siciliëstemt voor de aansluiting bij het Koninkrijk Sardinië, ook prins Don Fabrizio Salina. Anders dan in Gone with the wind gaat de feodale maatschappij op Siciliëniet in een verwoestende burgeroorlog ten onder, maar vindt er een transformatie plaats van een feodale naar een burgerlijke samenleving. De tijgerkatten (grootgrondbezitters) moeten voortaan hun macht delen met de jakhalzen (liberalen).

De aristocraten worden gepersonifieerd door prins Don Fabrizio Salina, briljant gespeeld door Burt Lancaster. Hij speelt met veel schwung de man van middelbare leeftijd die weet dat zijn tijd voorbij is en met weemoed terugkijkt. Dertien jaar later zou Lancaster terugkeren in een soortgelijke rol in Novecento. Hoogtepunt van Il Gattopardo is de balscene aan het einde waarin Don Fabrizio Salina danst met de mooie Angelica Sedara (Claudia Cardinale). Hier wordt niet alleen de zwanenzang van de Siciliaanse aristocratie verbeeldt, maar ook de zwanenzang van de man die de onomkeerbaarheid van het leven heeft leren kennen. Terwijl de grootgrondbezitter Alfredo Berlinghieri in Novecento zichzelf verhangt om zijn einde als oude man niet mee te hoeven maken, verdwijnt prins Don Fabrizio Salina in Il Gattopardo langzaam uit beeld. Hij lost op als een schim uit het verleden. Na hem komen de jakhalzen.
De Italiaanse kroniek Noi credevamo staat in de beproefde traditie van Novecento (1976) en La Meglio Gioventú (2003). Toch zal deze film buiten Italië waarschijnlijk minder losmaken dan de laatstgenoemde films omdat het een episode uit de Italiaanse geschiedenis belicht die niet-Italianen nauwelijks iets zegt. Bovendien speelt het verhaal zich af in het midden van de negentiende eeuw en dat is een tijd die veel verder van ons af staat dan de tijd waarin
Nadat Napoleon verslagen was, werd in heel Europa dus ook in Italië de achttiende eeuwse orde hersteld. Overal in Europa kwamen de monarchen weer stevig in het zadel te zitten en de klok werd teruggedraaid. Alsof er niets gebeurd was. Maar door de Franse Revolutie en door Napoleon die idealen van de revolutie naar bijna alle delen van Europa geëxporteerd had, was de geest definitief uit de fles. In Europa had men aan de vrijheid, de gelijkheid en de broederschap geroken. Broederschap bleek een geweldige kracht om het volk te verenigen. Tijdens de Napoleontische overheersing waren er overal nationalistische bewegingen ontstaan, ook in Italië. De oudste beweging was een geheim genootschap waarvan de leden zich
We moeten ons voorstellen dat het Europa van de Restauratie een onvrij Europa was. Napoleon mocht dan wel verslagen zijn, maar er was geen vrijheid voor in de plaats gekomen. Het Systeem Metternich dat sinds het Congres van Wenen het continent beheerste, was bijzonder repressief. Onder leiding van het keizerrijk Oostenrijk waren de oude monarchieën hersteld en waren nieuwe monarchieën ontstaan. Het Koninkrijk der Verenigde Nederlanden (1815-1830) was niet het enige nieuwe koninkrijk dat op het Congres van Wenen “geboren” werd. In Italië ontstonden ook twee nieuwe koninkrijken: het Koninkrijk Sardinië-Piemonte en het Koninkrijk van de beide Siciliën. Dit waren politiestaten zonder constitutie waar de koning de absolute macht had. Van onderaf was er vaak heftig verzet dat met een schrikbewind de kop werd in gedrukt. Ondergrondse verzetsbewegingen als de carbonari en La Giovine Italia werden vreselijk vervolgd.
Noi Credevamo reflecteert op z’n Italiaans over politiek activisme. Kan het geloof in vrijheid, gelijkheid en broederschap de rust schenken die het traditionele christelijk geloof kan geven? Loopt de weg van de revolutie uit op de gewenste utopie of politieke teleurstelling? Het is een typisch Italiaanse mix van atheïstisch politiek bewustzijn en rooms-katholicisme. De hoofdpersonen worstelen allemaal met de vraag of hun politieke ideaal, die moordenaars van hen gemaakt heeft, het wel waard is. Deze innerlijke strijd komt het duidelijkst naar voren bij de historische figuur
Een andere scene, waarin de diepere laag in het verhaal naar voren wordt, is het gesprek tussen Felice Orsini en Angelo. Orsini is een volgeling van Mazzini die in Londen voor zichzelf begonnen is. Hij heeft zich gematigd en is als republikein bereid in Piemonte een compromis te sluiten met de monarchisten. Angelo volgt compromisloos het republikeinse ideaal en houdt Orsini zijn waarheid voor ogen: het volk moet zich verheffen.
Wij zijn zo vertrouwd geraakt met fotografie en film dat we ons moeilijk kunnen voorstellen hoe overrompelend de schilderijen van Caravaggio destijds waren. Zoiets had de wereld nog nooit gezien. Zijn werk sloeg in als een bom. Net als in het museum van Madame Tussaud bracht hij je oog in oog met de heiligen, de apostelen en met Jezus Zelf. Deze overrompelende directheid kwam door twee noviteiten in de schilderkunst. Ten eerste plaatste Caravaggio de figuren midden in de ruimte. Hij brak met een verbluffende ruimtelijke illusie door het platte vlak heen en laat ons kijken in een donkere ondiepe ruimte, waarin de personages als wassen beelden tevoorschijn komen. Ten tweede koos hij zijn modellen uit het volk. Zijn heiligen en apostelen waren niet de geïdealiseerde personages uit de Renaissance, maar gewone boeren en arbeiders. Jezus‘ discipelen waren tenslotte vissers, volkse types. Caravaggio was een vechtersbaas. Regelmatig kwam hij in aanvaring met het gezag en belandde daardoor meerder malen in het gevang. Toen hij iemand van het leven had beroofd, moest hij vluchten en leidde hij een zwervend bestaan. Hij werd maar 38 jaar oud en stierf in 1610. 














