Categorie archief: Italië

klassieker over de twaalfde eeuw

gelezen: Duecento van Hélène Nolthenius

duecentoVeel minder bekend dan Huizinga’s Herfsttij der Middeleeuwen, maar wat mij betreft ook een klassieker is Duecento van Hélène Nolthenius. Het is een gepopulariseerde versie van het onderzoek waar ze in 1948 op promoveerde en het werd Nolthenius’ eerste grote publiekssucces. Duecento. Zwerftocht door Italië’s late middeleeuwen verscheen in 1951 als pocket bij Het Spectrum en ik heb daarvan een derde druk (zie afbeelding rechts) in mijn bezit. Wat mij zowel bij Huizinga als bij Nolthenius onmiddellijk opvalt, is het rijke beeldende taalgebruik.

Herfsttij der Middeleeuwen leest als een gedetaileerd schilderij en Duecento lijkt vaak wel op de zang van een troubadour. Het schrijftalent wordt bij Huizinga ondersteund door zijn tekentalent en bij Nolthenius treedt haar muziektalent duidelijk naar voren. Duecento is dan ook een muzikaal boek. Later distantieerde zij zich van het boek, omdat ze het te ‘romantisch’ en ‘onwetenschappelijk’ vond. In 1995 verscheen een nieuwe uitgave bij Querido (zie afbeelding links). De taal in de derde druk is ouderwets, maar dat stoort mij niet. Integendeel, net als bij de lyrische beschrijvingen van bijvoorbeeld Jac.P.Thijssen heeft het charme. Een citaat uit het eerste hoofdstuk:

En omdat we terug zijn getreden naar de tijd waarin niemand lezen kon, is iedere naam geduldig en aanschouwelijk uitgepenseeld. De citroenboom klimt op uit de deur en hangt zijn helgele vruchten op ieder blauw stukje muur. En op de gevel ‘Zum Ueberfluss’ torsen twee Mosesverspieders samen de wijntros; een venstertje kijkt maar juist tussen de druiven door. Ge zijt de enige die er op let. In uw oren versmelt zich het rustig gescandeerd dialect der werkzame burgers met de tastende volkstaal van Notker Labeo uit Sankt Gallen, gelijkelijk primitief en aandoenlijk, maar negen eeuwen ouder.
Een massieve rode baksteen-toren bonkt omhoog uit het groen naast het dak van een romaanse abdij

Of als ge de geest der transalpine middeleeuwers nog zuiverder in wil ademen, loop de plompe poort dan uit en volg het pad langs de Rijn. Daar ligt verweg een eiland in de zonnige golven. Een massieve rode baksteen-toren bonkt omhoog uit het groen naast het dak van een romaanse abdij. Als ge het nog niet geraden hebt, zal ik het u zeggen: dat is Reichenau.

NoltheniusHélène Nolthenius werd grootgebracht met muziek – piano en zang – en met verhalen uit de Griekse mythologie. Haar vader was cellist in het Concertgebouworkest. Religie speelde thuis geen rol, al las de moeder haar enige kind wel eens voor uit de kinderbijbel. Hélènes ontvankelijkheid voor religiositeit werd gevoed door onder meer de lezing, op dertienjarige leeftijd, van De Heilige Franciscus van Assisi, een vertaling van de romantische biografie van de katholiek geworden Deen Johannes Jørgensen uit 1907. [ Bron: inghist.nl]

virtuele reis door de hel [10]

deze maand daal ik met Dante en Vergilius af in de hel [slot]
de negende kring: de verraders

Helemaal beneden aangekomen, ontmoeten Dante en Vergilius de duivel in eigen persoon. Hij heeft drie muilen waarmee hij drie verraders simultaan ende eeuwig verslindt: Brutus, Judas en Cassius. Omdat voor Dante het verraad van Julius Ceasar door Brutus en Cassius minder ernstig was dan het verraad van Jezus Christus door Judas, plaatste hij de laatste met zijn hoofd in de middelste bek van het monster. Dat gaf nog net iets meer helse pijnen. De Florentijnse schilder Sandro Botticelli maakte in de quattrocento de vijftiende eeuw, 150 jaar na Dante, onderstaande tekening van deze gruwelijke fantasie.

‘Die in de voorste muil stak, had van het bijten geen pijnen door de wreder pijn van het klauwen dat keer op keer de ruggegraat ontblootte’

Inferno, canto 34: 58-60

lucifer
Lucifer verslindt vlnr. Brutus, Judas en Cassius
Eternally eaten by Lucifer’s three mouths are–from left to right– Brutus, Judas, and Cassius (Inf. 34.61-7). Brutus and Cassius, stuffed feet first in the jaws of Lucifer’s black and whitish-yellow faces respectively, are punished in this lowest region for their assassination of Julius Caesar (44 B.C.E.), the founder of the Roman Empire that Dante viewed as an essential part of God’s plan for human happiness. Both Brutus and Cassius fought on the side of Pompey in the civil war. However, following Pompey’s defeat at Pharsalia in 48 B.C.E., Caesar pardoned them and invested them with high civic offices. Still, Cassius continued to harbor resentment against Caesar’s dictatorship and enlisted the aid of Brutus in a conspiracy to kill Caesar and re-establish the republic. They succeeded in assassinating Caesar but their political-military ambitions were soon thwarted by Octavian (later Augustus) and Antony at Philippi (42 B.C.E.): Cassius, defeated by Antony and thinking (wrongly) that Brutus had been defeated by Octavian, had himself killed by a servant; Brutus indeed lost a subsequent battle and took his life as well.
 
For Dante, Brutus and Cassius’ betrayal of Julius Caesar, their benefactor and the world’s supreme secular ruler, complements Judas Iscariot’s betrayal of Jesus, the Christian man-god, in the Bible. Judas, one of the twelve apostles, strikes a deal to betray Jesus for thirty pieces of silver; he fulfills his treacherous role–foreseen by Jesus at the Last Supper–when he later identifies Jesus to the authorities with a kiss; regretting this betrayal that will lead to Jesus’ death, Judas returns the silver and hangs himself (Matthew 26:14-16; 26:21-5; 26:47-9; 27:3-5).
 
Suffering even more than Brutus and Cassius, Dante’s Judas is placed head-first inside Lucifer’s central mouth, with his back skinned by the devil’s claws (Inf. 34.58-63).

Dante Online | illustraties Doré | Dante Inferno

virtuele reis door de hel [9]

deze maand daal ik met Dante en Vergilius af in de hel
de achtste kring: de bedriegers
De achtste kring van de hel heet de malebolge, Italiaans voor “buidels van het kwaad.” De dichters bereiken deze kring, die een diepe en steile afgrond vormt, vliegend op de rug van de draak Geryones. Er zijn tien “buidels,” kloven, voor tien soorten bedriegers:
 
1.Verleiders en koppelaars lopen in tegengestelde richting door de eerste malebolgia, letterlijk opgezweept door duivels (canto 18).
2.De vlijers baden in drek in de tweede kloof.
3. De derde kloof is gevuld met simonisten, waaronder paus Nicolaas III (canto 19). Deze paus, die op zijn kop in een gat in de grond zit waar alleen zijn brandende voeten uitsteken, herkent Dante niet en vraagt of zijn opvolger misschien is gearriveerd. Bedoeld wordt Dantes vijand paus Bonifatius VIII, die in 1300 nog in leven was. Nicolaas voorspelt ook de latere komst van paus Clemens V naar deze regionen. Beide zullen bovenop Nicolaas gestapeld worden, net als onder hem een hele stapel zondige pausen begraven is.
4. In de vierde kloof lopen magiërs, heksen en zieners rond, waaronder Teiresias (canto 20). Hun hoofd is achterstevoren op hun nek gezet.
5. De vijfde kloof bevat een bad van kokende pek, gevuld met corrupte politici en ambtenaren (canto 21-22). Ook worden zij belaagd door duivels met hooivorken.
6. In de zesde kloof lopen de huichelaars rond in loden pijen, die aan de buitenkant een gouden glans vertonen (canto 23). Kajafas en andere leden van het Sanhedrin die Christus naar Pontius Pilatus zonden zijn aan de grond genageld in een kruishouding.
7. De dieven lijden in de zevende kloof (canto 24-25). Zij ontbranden spontaan, waarna ze weer uit hun as herrijzen, en ze worden belaagd door slangen. Eén dief versmelt met een vuurspuwende slang tot een draakachtig wezen.
slechte raadgevers
kwade raadgevers
In die vuren moeten geesten huizen, elk omhuld met wat hen doet verteren
8. De kwade raadgevers branden in de achtste kloof (canto 26-27). Onder hen is Odysseus, die de Trojanen bedroog met het Paard van Troje (de Trojanen zijn volgens de Aeneis de stamvaders van de Romeinen).
9. In de negende kloof lijden de schismatici onder wie Mohammed en Ali (canto 28-29). De stichting van de islam werd beschouwd als een splitsing in het christendom, omdat Mohammed volgens de middeleeuwers eerst een christelijke priester zou zijn geweest. De splitsers worden verminkt (Mohammeds romp wordt opengereten, net als Ali’s hoofd) door een duivel met een zwaard. Vervolgens maken ze een rondgang door de hele kloof, waarbij hun wonden helen, tot ze weer bij de duivel uitkomen.
10. De tiende en laatste kloof is de verblijfplaats van alchemisten en vervalsers (canto 29-30). Zij lijden aan gruwelijke kwalen.

Dante Online | illustraties Doré | Dante Inferno