Categorie archief: Italië

Grieks-Italiaans drama

gezien: Captain Corelli’s Mandolin (2001) van John Madden
zaterdagavond, Net 5

Afgelopen zaterdag zag ik deze film voor het eerst. Het melodramatische wekte al snel irritatie op, maar geboeid door het historische en geografische decor, bleef ik de film tot het einde uitzien. Vandaag friste ik mijn historische kennis weer even op met een duik in Geert Mak’s In Europa. Op pagina 671-676 verhaalt hij over het drama van Cephallonia, het bombardement van de hoofdstad Argostoli en de minstens zo vernietigende aardbeving van 1953. Over de Italiaanse bezetting die uitliep in een drama, noteert hij het volgende ooggetuigeverslag uit de mond van de toen (in 1999) 89-arige Helena Cosmetatos:

“We hadden goede jaren met de Italianen. Toen ik hier in 1941 met het schip aankwam -je moest toen nog met een klein bootje nar het strand- verloor mijn zoontje bij het overstappen een sandaaltje in zee. Onmiddellijk renden twee Italiaanse soldaten het water in om het op te duiken. Dat was mijn eerste kennismaaking met de bezetters.”
 
Ze wijst de weg naaar het musem, ik moet zelf maar eens gaan kijken. In de middaghitte blader ik door de archiefmappen met brieven en instructies van de Italiaanse bezetter uit 1942, foto’s van vrolijk marcherende soldaten, lachende mannen met een meisje op de motorfiets, en dan een stel clandestiene opnamen van diezelfde jongens, scheef liggend, kapotgeschoten tegen een muur.
 
Bron: geertmak.nl
Cephallonia Cephallonia
De idyllische schoonheid van het Griekse Cephallonia wordt ruw verstoord door de invasie van Italiaanse soldaten op het eens zo rustige eiland. Kapitein Antonio Corelli is een onverwoestbaar joviaal type met een passie voor de mandoline. In eerste instantie vervreemdt hij zich van de dorpelingen, waaronder Pelagia, de dochter van de dorpsdokter. Pelagia, een vrouw met een sterke wil en een goede opleiding, is aanvankelijk voor het hoofd gestoten door het gedrag van de Italiaanse officier, maar geleidelijk aan wordt ze toch gevoelig voor zijn charmes wanneer ze gedwongen worden de woning van haar vader te delen. Als de verloofde van Pelagia, een lokale visser, het leger is ingegaan, worden de gevoelens tussen Antonio en Pelagia steeds sterker.
 
Bron: moviemeter.nl
Cephallonia Cephallonia
From 1940 to 1943 Kefalonia was dominated by the Italians. In September 1943, during the Italian- German conflict, thousands of Italian soldiers from the Acqui division were slaughtered by the Germans. During the same period Argostoli and the settlements around were bombed by the German bombers resulting in many deaths and property destruction.
The short German domination was very trying for the population, as many resistance fighters were executed by the German occupation army only to be followed by the fierce civil war.
The earthquake of 1953 changed the island thoroughly and altered its course in history. Argostoli and most of the villages were totally ruined with a great number of injured and dead. In the years following the earthquake, migration and maritime employment emerged as the solution to unemployment. This resulted in a sharp decline in population and cultural, economic and social inertia.
 
Bron: argostoli.gr

www.captain-corellis-mandolin

la bella Italia (e Claudia)

Retrospectief met films van de Italiaanse regisseur Valerio Zurlini,
Filmhuis Den Haag, Filmmuseum Amsterdam, ‘t Hoogt Utrecht, Lantaren/Venster Rotterdam en Plaza Futura Eindhoven

Deze maand draait op vijf plaatsen in Nederland een retrospectief gewijd aan Valerio Zurlini. Terwijl Visconti, Felini, Bertolucci, Pasolini en Antonioni nu de grote meesters zijn van de Italiaanse film, is Zurlini in de vergetelheid geraakt. Ten onrechte. Tussen 1954 en 1976 maakte hij acht films, waaronder enkele klassiekers. Zijn films geven tegelijkertijd een mooi tijdsbeeld geven van Italiëin diezelfde periode. Dus veel mooie zwart-wit beelden van jongens een meisjes op scooters. En natuurlijk ontbreken de jonge goden en godinnen op de voorgrond niet, waaronder Marcello Mastroianni en Claudia Cardinale. Deze laatste maakte haar doorbraak in Zurlini’s la ragazza con la valigia uit 1960. Het motief van deze film is gebruikt voor de aankondiging van het retrospectief.

Alhoewel de films van Zurlini indertijd vol lof ontvangen werden, is deze geprezen en bewonderde cineast bijna vergeten. Een éénduidige reden hiervoor is niet te noemen, maar het zal niet geholpen hebben dat Zurlini relatief snel na zijn internationale doorbraak met de film Il deserto dei Tartari kwam te overlijden, terwijl tijdgenoten collega’s uit de Romeinse studio’s zoals Luigi Comencini, Mario Monicelli en Dino Risi nog decennia de tijd hadden om zich te bewijzen met hun inmiddels klassieke films.
Claudia Cardinale Zurlini Retrospectief 2006
la ragazza con la valigia (1960)
Het meisje met de koffer, met La Cardinale
Claudia Cardinale speelt hier haar eerste hoofdrol na haar doorbraak in Rocco e i suoi fratelli van Luchino Visconti. Aida is een danseresje in smoezelige cabarets. Na een korte affaire wordt zij gedumpt door haar minnaar Marcello. Zijn zestienjarige broertje Lorenzo wordt vervolgens hopeloos verliefd op haar. Er ontstaat een gespannen sfeer, waarin niemand ongedeerd blijft.

Valerio ZurliniValerio Zurlini (Bologna, 1926) groeide op in een welgestelde, artistieke omgeving. Voordat hij zich met film ging bezighouden, studeerde hij rechten en kunstgeschiedenis. Hij liet inspireren door de schilderkunst en bewerkte graag bestaande romans tot scenario’s. Zo verfilmde hij twee romans van schrijver Vasco Pratolini en liet hij zich in zijn beeldtaal inspireren door de verstilde, bijna schrale stillevens van Giorgio Morandi. De uiteindelijke focus van zijn films ligt op het psychologische vlak: voor Zurlini was de wereld die door film zicht- en hoorbaar werd gemaakt altijd een zielenlandschap en zo nu en dan een blauwdruk van zijn eigen herinneringen.

Claudia Cardinale
La bella Claudia
Kenmerkend voor de films van Zurlini is de buitengewone schoonheid van het beeld. Hij heeft een uniek en elegant gevoel voor compositie: het plaatsen van acteurs en objecten in het kader, zijn voorkeur voor spaarzaam ingerichte sets met een minimum aan afleiding op de achtergrond, zijn toepassing van een subtiel licht-donker belichting en koele, gedempte schaduwen. Hierbij werd hij bijgestaan door bekende Italiaanse cameramannen zoals Giuseppe Rottuno, Luciano Tovoli, Gianni Di Venanzo en Tonino Delli Colli. Het resulteerde in scènes van onvergetelijke schoonheid die zich laten meten met het werk van Michelangelo Antonioni, Pier Paolo Pasolini of Federico Fellini.
 
Bron: dolcevia.com/

Claudia Cardinale [Johannes in Retroland]

ossenkop

Cimabue (1240 – 1302)
Cimabue is de bijnaam voor een zekere Giovanni. Giorgio Vasari (1511-1574), biograaf van alle Noord-Italiaanse (vooral Toscaanse) schilders vanaf Cimabue tot aan zijn tijd beweert dat Cimabue daadwerkelijk de familienaam van zijn geslacht is, maar aangezien Cimabue ‘ossenkop’ betekent, is het waarschijnlijker dat dit een bijnaam is voor deze Giovanni, die bekend stond als zeer lelijk, zoals andere bronnen suggereren.

Hij was een tijdgenoot van Dante, die aan hem refereert in zijn Divina Comedia als de artiest die op het gebied van schilderkunst alleen werd overtroffen door de grote Giotto. Mede door deze referentie wordt Cimabue gezien als de ontdekker van Giotto di Bondone. Via Dante weten we ook dat Cimabue een erg luxe en weelderig leven leidde. Hij plaatst hem in zijn Divina Comedia namelijk daarvoor op de louteringsberg.

De werken van Cimabue zijn, op een na, allemaal toegeschreven aan de hand van stijlonderzoek. Het enige werk waarvan zeker is dat Cimabue zelf het heeft gemaakt is een mozaïek van Johannes in de kathedraal van Pisa (1302). De andere werken die aan hem worden toegeschreven doen allemaal wel recht aan zijn vermeende grootsheid in de schilderkunst van de late Middeleeuwen. Wel weten we via een lijst van Vasari welke thema’s hij heeft geschilderd en waar deze te vinden zijn.
Cimabue Cimabue
Het Vaticaan gaf in 2002 een serie postzegels uit ter herdenking van de 700ste sterfdag van Cimabue
De jonge Cimabue werd door zijn vader naar het klooster bij de Santa Maria Novella gestuurd, waar een familielid hem onderwees. Binnen de kortste tijd had hij al het papier in zijn boeken volgetekend met alles wat hij kon bedenken, zodat men hem maar bij Griekse icoonschilders in de leer deed, aangezien deze toentertijd in Florence de enige kunstenaars waren.
 
Zijn meest prestigieuze opdracht, zij het weer in samenwerking met Griekse icoonschilders, is de beschildering van het gewelf en de muren van delen van de grafkerk van Franciscus van Assisi. In stijl is goed zichtbaar wat Cimabue gemaakt heeft, daar hij de icoonschilders ver achter zich liet. De kerk is versierd met op de muren afbeeldingen van het leven van de heilige, en met taferelen uit het leven van Jezus Christus. Op het plafond staan afbeeldingen van de vier evangelisten met hun attributen. Deze heeft de schilder vermoedelijk alleen gemaakt, omdat toen zijn vernuft boven de anderen duidelijk was.
 
Een ander project van Cimabue was een tijdelijk bouwmeesterschap bij de bouw van de Santa Maria del Fiore, wat hij samen met Arnolfo di Lapo deed. Cimabue ligt zelf ook in de Santa Maria del Fiore begraven, waar zijn grafschrift als volgt luidt: “Zoals Cimabue geloofde het veld van de schilderkunst aan te voeren bij zijn leven, zo voerde hij dit aan, nu voert hij de sterren aan.”
 
Bron: nl.wikipedia.org

centenario van Cimabue in 2002