Maandelijks archief: oktober 2006

Twee landschapsschilders

de schilders Willem Roelofs (1822-1897) en Paul Gabriël (1828-1903)

Ik heb ze altijd met elkaar verward. Want allebei in Amsterdam geboren, in Brussel gewoond, geschilderd in o.a. Veenendaal en als enige coloristen van de Haagse School, haal je ze gemakkelijk door elkaar. Daar komt nog bij dat Paul Gabriël, toen het met schilderen maar niet wilde vlotten (De Prins der Landschapsschilders B.C.Koekoek bij wie hij in Kleve schilderlessen volgde, zei dat er geen schilder in hem school), in Brussel bij de zes jaar oudere Willem Roelofs in de leer ging. Hier kreeg hij het schilderen echt in zijn vingers. Paul Gabriël was net als Willem Roelofs een echte colorist en in tegenstelling tot andere schilders van de Haagse School zag hij in het Nederlandse landschap meer dan alleen maar gekleurde grijzen.

Paul Gabriel
Paul Gabriël, Het Drielse veer
“ons land is gekleurd sappig vet, vandaar onze schoone gekleurde en gebouwde runderen, hun vleesch melk en boter, nergens vind men dat zoo”
Alhoewel ik er zelf wat knorrig uit kan zien houd ik er veel van dat het zonnetje in het water schijnt, maar buiten dat, ik vind mijn land gekleurd en wat mij bijzonder opviel wanneer ik uit den vreemden kwam: ons land is gekleurd sappig vet, vandaar onze schoone gekleurde en gebouwde runderen, hun vleesch melk en boter, nergens vind men dat zoo maar ze worden ook door dat sappige vette land gevoed-ik heb vreemdelingen dikwijls horen zeggen, die Hollandsche schilders, schilderen allemaal grijs en hun land is groen- wanneer men jong is word men naar buiten gezonden om te studeren in een gekleurde natuur en later moet men den grijze Schilderijen schilderen, een ensemble bordpapier met hier en daar een kleurtje en dat heet poëzie; dat heeft bij mij veel weg van meubelmakerij op de atelier bedacht en het wordt dikwijls een opgaaf als of het niet anders kan…
Paul Gabriël in een brief aan A.C. Loffelt, 29 mei 1901
Bron: schilderijen1850-1950.com

Roelofs en Gabriël hebben allebei in Veenendaal geschilderd. Ze werkten in de jaren vijftig van de 19e eeuw in Oosterbeek, waar rond die tijd veel schilders verbleven. Vanuit Oosterbeek werden vaak uitstapjes ondernomen en zo ontdekte Roelofs en Gabriël het turfdorp aan de Grift. Ze schilderden o.a. aan het Benedeneind dat sterk aan Giethoorn doet denken. Ik stel me voor dat mijn betovergrootvader, die toen aan het Benedeneind gewoond moet hebben, de schilders wel eens in zijn boerderijtje heeft uitgenodigd en een kom room (glas melk) voor ze heeft ingeschonken. Maar waarschijnlijk was daar geen sprake van. De schilders waren stadse jongens en leefden in een wereld die voor de vrome boeren goddeloos en bedreigend moet zijn geweest.

Roelofs
Rivierlandschap, een vroeg schilderij (1842) van Willem Roelofs toen hij nog sterk onder invloed stond van de romantische school
Wij scheiden kleur en tekening af, omdat wij dat wel moeten. Maar de natuur doet dat niet. Zij geeft niet iets een vorm om het daarna te kleuren. Vorm en kleur zijn inherente eigenschappen van het voorwerp, dat ons te schilderen is gegeven. Verwaarlozen wij een van beiden, dan geven wij slechts de helft.
Willem Roelofs over zijn schilderijen

Philokalia [4]

Evagrios van Pontus over het gebed

EvagriosEvagrios heeft veel geschreven. We kunnen zijn geschriften grofweg in twee categorieën verdelen: de Praktikos en de speculatieve geschriften. De vaders die de Philokalia hebben samengesteld, hebben van Evagrios drie werken uit de eerste categorie geselecteerd.

De speculatieve geschriften van Evagrios staan sterk onder invloed van Origenes (c. 185- c.254) en worden binnen de Orthodoxe Kerk niet gelezen. Over het Gebed, de vierde tekst van Evagrios die in de Philokalia is opgenomen, werd door de samenstellers toegeschreven aan de hl. Nilos de asceet, een tijdgenoot van Evagrios die hem ongeveer 30 jaar overleefd heeft. Waarschijnlijk is deze tekst na het Tweede Concilie van Constantinopel (553) opzettelijk onder een andere naam verspreid omdat alle geschriften van Evagrios verbrand moesten worden. Wij zijn geneigd om dit bevel als uiterst negatief te zien, maar dat komt misschien ook omdat we vaak nauwelijks nog beseffen hoe schadelijk bepaalde gedachten voor het geestelijk leven kunnen zijn. De speculatieve geschriften van Evagrios leunen op de leer van Origenes en kunnen beter ongelezen blijven. In 553 werd het anathema uitgesproken over de geschriften van Origenes en indirect op de geschriften van zijn volgelingen (waaronder ook Evagrios werd gerekend):

Anathema
“If anyone does not anathematize Arius, Eunomius, Macedonius, Apollinaris, Nestorius, Eutyches and Origen, as well as their impious writings, as also all other heretics already condemned and anathematized by the Holy Catholic and Apostolic Church, and by the aforesaid four Holy Synods and [if anyone does not equally anathematize] all those who have held and hold or who in their impiety persist in holding to the end the same opinion as those heretics just mentioned: let him be anathema.”
Bron: Fifth Ecumenical Council: Constantinople II, 553

Gelukkig onderscheidde men de praktische van de theoretische, speculatieve geschriften van Evagrios en werden vertalingen van zijn Praktikos onder een andere naam verspreid. Evagrios werd uiteindelijk (gedeeltelijk) gerehabiliteerd, zij het wat laat. Want pas aan het einde van de negentiende eeuw werd hij weer uit de vergetelheid gehaald. Het werk Over het Gebed is een compositie van 153 teksten. Deze is weer verdeeld in vijf reeksen.

De eerste reeks gaat over de voorbereidingen voor het gebed:

Iconenhoek1. Wanneer je het welriekende reukwerk wilt bereiden, bestaande uit doorzichtige wierook, kaneel, kruidnagel en hars, meng ze dan naar gelijk gewicht volgens de wet (Exodus 30: 34). Zij zijn de vier deugden. Want als zij volledig zijn en onderling gelijk, zal het verstand niet verraden worden.
 
2. Een ziel die zich gereinigd heeft door de volheid van de geboden, geeft zo een hechte ordening aan het verstand, dat dit geschikt wordt om de begeerde staat te verwerven.
 
3. Het gebed is de omgang van het verstand met God. Welke staat behoort het verstand bereikt te hebben om zich onverstoorbaar te kunnen richten op zijn eigen Heer, en zonder bemiddeling met Hem om te gaan!
 
4. Als Mozes, toen hij het aardse brandende braambos tachtte te naderen, weerhouden werd totdat hij zijn sandalen had uitgetrokken (Exodus 3:5), zou dan jij, die de boven alle waarneming en begrip Verhevene wil zien en met Hem spreken, je niet eerst van elke hartstochtelijke gedachte moeten ontdoen?
 
(Nederlandse vertaling door Christofoor Wagenaar, ocso)
[ Engelse vertaling naast Griekse grondtekst ]

Teksten van Evagrios in de Philokalia (Deel I)
Outline Teaching on Asceticism and Stillness in the Solitary Life
Texts on Discrimination in respect of Passions and Thoughts
Extracts from the Texts on Watchfulness
On Prayer: 153 Texts

A Corpus of Evagrios’ Writings | Evagrius Ponticus by Luke Dysinger

Luchtvaartpionier

Clément van Maasdijk (1885-1910)

Clement van MaasdijkGisterenmiddag was ik met Mojo aan het wandelen in het bos en passeerde het monument van Clément van Maasdijk op de Warnsbornse hei. Het markeert de plek waar 96 jaar geleden op 27 augustus het eerste Nederlandse slachtoffer in de luchtvaart viel.
 
 
 
Clement van MaasdijkEen bronzen borstbeeld van Clément van Maasdijk van de beeldhouwer August Falise, stond jarenlang naast het oude schoolgebouw bij het station van Arnhem (Sonsbeekzijde) waar ik van 1996 tot 1999 mijn atelier had. Zijn naam was mij dus welbekend. Na de sloop van het gebouw in 2001 en herinrichting van de publieke ruimte, is het borstbeeld verplaatst naar Schaarsbergen.
 
 
 

Op 30 juli 1910 vloog de eerste Nederlander, Clement van Maasdijk, een volwaardige vlucht boven Nederland! Na dit enorme succes werd hij voor meer demonstraties gevraagd: Den Haag, Arnhem en Leeuwarden. De vliegweek in Arnhem (zijn verloofde Jeanne Ladenius was Arnhemse) stond gepland van 28 tot en met 31 augustus 1910. De avond daarvoor, op de 27e, besloot hij een korte demonstratie te geven in aanwezigheid van zijn verloofde en het vliegcomité. De machine werd gestart en na 70 meter verhief de Sommer zich. Van Maasdijk cirkelde drie keer boven het vliegveld, maar bij de vierde rondgang ging het mis. In een scherpe bocht over links dook het uit buizen en doek bestaande vliegtuig vanaf een hoogte van 50 meter plotseling steil naar beneden. Van Maasdijk probeerde wanhopig het toestel op te trekken, echter zonder succes. Achter de provisorisch ingerichte hangar op de Warnsbornse heide (heitje van Maasdijk) stortte de Sommer neer. De aviateur werd verpletterd onder de 50 pk Gnôme-motor die achter de vlieger geplaatst was.
 
Bron: dorpsraadschaarsbergen.nl
Van Maasdijk
Van Maasdijk in zijn Sommer

Clément Guillaume Jean van Maasdijk
Clement van Maasdijk is op 9 augustus 1885 te ‘s-Gravenhage geboren. Hij volgt een studie aan de machinistenschool in Amsterdam, waarna hij praktijk opdoet in machinefabrieken in Duitsland. Tijdens een korte periode in de automobielbranche ziet hij in Den Haag Lefèbvre vliegen, en hij krijgt de vliegkoorts. Na een bezoek aan de internationale luchtvaarttentoonstelling in Frankfurt gaat hij naar Pau, waar hij eerst lest op Wright, maar al spoedig overstapt op Blériot. In augustus 1909 koopt hij een Blériot-XI met Anzani-motor, die hij kort daarna voorziet van een zwaardere motor. Op 21 april 1910, krijgt hij een ongeluk, waarna zijn Blériot „total loss„ wordt verklaard. Hijzelf mankeert niets. Voor 15.000 gulden koopt hij vervolgens een Sommer-tweedekker (biplan), waarmee hij enige vluchten maakt te Mourmelon. Op 22 juni 1910 wordt zijn brevet, nr. 130 van de Aero Club de France, uitgeschreven en hij biedt zich aan voor het geven van vliegdemonstraties. Na demonstraties in Heerenveen en Den Haag vindt Van Maasdijk, tijdens een proefvlucht bij Arnhem, op 27 augustus 1910 de dood. Op 30 augustus 1910 wordt de vliegenier op de begraafplaats Moscowa te Arnhem ter aarde besteld.
Bron: arneym.nl

Aviateur Clément van Maasdijk verongelukt [arneym.nl]