Maandelijks archief: mei 2008

realist

vrijdag gekregen: Adolph von Menzel door Wolfgang Hütt
Ausstellung Adolph von Menzel, Radically Real
Kunsthalle der Hypo-Kulturstiftung München 16 mei – 31 augustus 2008

Gisteren besteedde ik hier aandacht aan het boek van Adam Zamoyski over het Congres van Wenen. Nadat de grote mogendheden de kaart van Europa opnieuw hadden ingevuld, bleef een grote oorlog op Europees grondgebied honderd jaar lang uit. Tegenwoordig zijn veel historici het erover eens geworden dat we de negentiende eeuw niet tussen 1800 en 1900 maar tussen 1815 en 1914 moeten bepalen. Dat is het tijdperk van vooruitgangsoptimisme, industrialisering, nationalisme en imperialisme. Elke negentiende eeuwer kon daarvan getuigen.

Adolph Menzel Een daarvan is de Berlijnse schilder Adolph von Menzel die geboren werd in 1815 en stierf in 1905. Hij heeft het allemaal meegemaakt en tijdens zijn lange leven zijn stad en zijn wereld ingrijpend zien veranderen. Berlijn, de stad waar hij vanaf zijn vijftiende bleef wonen, telde rond 1800 nog 170.000 inwoners. Aan het eind van zijn leven waren dat er met twee miljoen ruim tien keer zoveel geworden. In de eerste helft van zijn leven zag hij de eerste fabrieken en spoorwegen, de eerste foto’s en telegraafverbindingen. Toen hij een oude man was, waren er telefonische verbindingen en elektrisch licht gekomen en verschenen in Berlijn de eerste auto’s op straat. Menzel was bijzonder klein van stuk; hij kwam niet boven de 1.40m uit. Maar ook van binnen bleef hij klein, iedere vorm van grootdoenerij was hem vreemd. De voorstellingen die hij bijvoorbeeld maakte van Frederik de Grote zijn vaak huiselijk en alledaags en missen de grandeur die je bij een staatsschilder zou verwachten.

Anton von Werner
Adolph von Menzel op een schilderij van Anton von Werner uit 1895 tijdens een hofbal in 1878 met keizer Friedrich I als kroonprins. De dwergachtige Menzel verkeerde toen al in de allerhoogste kringen.

Zijn tijdgenoot Anton von Werner met wie Menzel goed bevriend was, maakte wéll de schilderijen die het trotse Pruisische zelfbewustzijn propageerden, zoals het beroemde schilderij van de proclamatie van het Duitse Keizerrijk. Toch werd Adolph von Menzel met zijn alledaagse voorstellingen over het leven van Frederik de Grote in het Duitse Keizerrijk mateloos populair. Toen hij in 1905 overleed, kreeg hij in Berlijn een staatsbegrafenis en liep keizer Wilhelm II met zijn familie achter de kist aan.

MenzelAls echte Pruis werkte hij met grote zelfdiscipline en bleef hij trouw aan de directe waarneming. In de Nationalgalerie in Berlijn hangt een prachtig schilderijtje uit 1876 van nog geen 40 bij 35 centimeter met daarop zijn eigen voet op ware grootte afgebeeld. In de Europese kunstgeschiedenis wordt meestal Gustave Courbet als de vader van het realisme naar voren geschoven. Maar Adolph Menzel was hem waarschijnlijk voor. En niet alleen Courbet of Manet, maar ook de impressionisten. In de jaren veertig van de negentiende eeuw, schilderde de autodidactische Menzel als zelfstudie kleine schilderijen, vaak van interieurs op directe wijze met zoveel gevoel voor licht en sfeer dat ze in de twintigste eeuw in de categorie ‘pre-impressionistisch’ zijn geplaatst. Tegenwoordig wordt aan dit vroege werk (Menzel schilderde het voor zijn 35e) de meeste aandacht gegeven. Vooral der Balkonzimmer uit 1845 (Nationalgalerie Berlin) en die Schwester des Künstlers uit 1847 (Neue Pinakothek, München) zijn eindeloos gereproduceerd.

Menzel 1845-47
der Balkonzimmer uit 1845 (Nationalgalerie Berlin) en die Schwester des Künstlers uit 1847 (Neue Pinakothek, München)

Die Schwester des Künstlers hangt deze zomer ook op de tentoonstelling in München. In plaats van de gedetaileerde en fijne penseelstreek die men in de Biedermeierzeit in Duitsland gewend was, zien we hier een enorme vrije beweging die aan de late Rembrandt of impressionisten doet denken. De kleine kunstenaar schilderde met bijzondere bravoure, een Biedermeier-bravoure die altijd ingetogen bleef.

Eisenwalzwerk 1871-75
Eisenwalzwerk, 1871-75

Doordat hij zijn leven lang trouw bleef aan de waarneming, werd hij een chroniqueur van de negentiende eeuw. Hij schilderde bijvoorbeeld het eerste schilderij van een trein in Duitsland, Der Berlin-Potsdamer Eisenbahn in 1847, al is het niet meer dan een ruige olieverfschets a la Constable. Een schilderij dat een icoon geworden is van de industriële revolutie in Duitsland, is het grote atelierstuk Eisenwalzwerk uit 1871-1872. In de jaren kort na de proclamatie van het Duitse Keizerrijk trok Menzel zich terug in de krochten van de zware staalindustrie in Sileziëom daar ‘naar de natuur’ studies te maken van de staalarbeiders. Het schilderij kreeg al gauw de bijnaam Moderne Zyklopen, naar de mythologische dwangarbeiders in de onderaardse smidse van Vulcanus. Voor Menzel was het doek geen politieke aanklacht of socialistisch pamflet; zijn oog had in de hoogovens als een camera geregistreerd, zoals hij een paar jaar later zijn eigen voet zou registreren.

Adolph MenzelAdolph von Menzel wird 1815 als Sohn eines Schulvorstehers in Breslau geboren. Sein Vater gründet eine Steindruckerei, in der er schon mit 14 Jahren tätig ist. Die Familie zieht 1830 nach Berlin um, und der junge Menzel muss nach dem frühen Tod des Vaters für den Lebensunterhalt der Familie sorgen. In den Jahren 1833 bis 1834 besucht Adolph von Menzel die Königliche Akademie der Künste und lernt dort seinen späteren Freund und Förderer, den Tapetenfabrikanten Carl Heinrich Arnold, kennen.
 
Den ersten künstlerischen Erfolg bringt Menzel ein Auftrag des Kunsthändlers und Verlegers Louis Sachse, er schafft eine lithografische Folge zu Goethes “Künstlers Erdenwallen”. Im Jahr 1834 wird er in den “Verein der Jüngeren Künstler” aufgenommen. Zu diesem Zeitpunkt widmet sich Adolf von Menzel zunehmend der Ölmalerei und wird 1838 schließlich Mitglied im “Verein der Älteren Künstler”. Im folgenden Jahr erhält Menzel den Auftrag für die Illustrationen zu Franz Kuglers “Geschichte Friedrich des Großen”. Noch im selben Jahr sieht Adolf von Menzel erstmals Gemälde des englischen Malers John Constable. Unter den Empfindungen und Eindrücken der Revolution entsteht im Jahr 1848 die unvollendet gebliebene “Aufbahrung der Märzgefallenen” (Kunsthalle Hamburg). Im Jahr 1849 beginnt Menzel mit der Gemäldefolge zu Leben und Wirken Friedrichs des Großen und vollendet 1850 mit der “Tafelrunde Friedrich des Großen in Sanssouci” eine seiner bekanntesten Darstellungen aus dem Leben des Herrschers.
 
Adolf von Menzel wird 1853 in die Königliche Akademie der Künste aufgenommen, seine Ernennung zum Professor und die Zugehörigkeit zum Senat seit dem Jahr 1875 dokumentieren den Erfolg des Künstlers. Anlässlich der Weltausstellung reist er 1855 erstmals nach Paris und besucht dort den “Pavillon du Réalisme” von Courbet. Es folgen weitere Besuche in der französischen Hauptstadt. 1867 wird Adolph von Menzel dort mit dem Kreuz der Ehrenlegion ausgezeichnet und erhält für sein Gemälde “Friedrich und die Seinen in der Schlacht bei Hochkirch” eine Medaille. Im Jahr 1875 vollendet er das “Eisenwalzwerk” (Nationalgalerie Berlin) und im Jahr 1884 wird dort die erste große Ausstellung Menzels präsentiert, darüber hinaus folgen zahlreiche Werkschauen im In- und Ausland. Zu seinem 70. Geburtstag verleiht ihm die Berliner Universität die Ehrendoktorwürde, er wird zum Ehrenbürger der Stadt Breslau und zum Ehrenmitglied der St. Petersburger Akademie ernannt, es folgen die Ernennung zum Ehrenbürger der Stadt Berlin, die Verleihung des Titels eines Geheimen Rats mit dem Prädikat “Exzellenz” und die Aufnahme in die Akademien in Paris und London. Die Krönung seiner künstlerischen Laufbahn erfährt Adolf von Menzel schließlich mit der Ernennung zum Ritter des Schwarzen Ordens und der Erhebung in den Adelsstand. Adolph von Menzel verstirbt 1905 in Berlin.
 
Bron: adolph-von-menzel.de

hypo-kunsthalle.de | Adolph von Menzel [ de.wikipedia.org ]

Restauratie

De ondergang van Napoleon en het Congres van Wenen
door Adam Zamoyski is in het Nederlands vertaald

Adam Zamoyski boekOp 18 september 1814 ging het Congres van Wenen van start. Net zoals tijdens de Conferentie van Jalta in 1945 werd de kaart van Europa door de overwinnaars opnieuw getekend. In 1814 was Frankrijk de grote verliezer en waren de Grote Vier: Engeland, Rusland, Oostenrijk en Pruisen. Henry Kissinger schreef in 1957 een dissertatie waarin hij beweerde dat het Weense Congres de vrede in Europa honderd jaar lang had veiliggesteld. Adam Zamoyski bestrijdt dit omdat hij vindt dat men toen te weinig oog had voor de gevaren van het opkomende nationalisme dat Europa honderd jaar later opnieuw in brand zou steken.

Een staatkundige herordening van Europa was nodig, want de Franse Revolutie en vooral de daaropvolgende Napoleontische oorlogen hadden die kaart grondig hertekend. Zo was het eeuwenoude Heilige Roomse Rijk verdwenen, en had Frankrijk de confederale gebieden van de Oostenrijkse Nederlanden en de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden geannexeerd, net als de Franstalige delen van Zwitserland en het gebied van Duitsland ten westen van de Rijn. Hoewel sommige oerconservatieve aristocraten de ‘vooroorlogse’ situatie inclusief grenzen weer wilden herstellen zag de meerderheid der verzamelde staatslieden de noodzaak in van een staatkundige vereenvoudiging van de kaart van Europa en een grondige sanering van de wirwar van heerlijke rechten. Napoleon had veel staatjes en staten al samengevoegd en het veelal plaatselijke recht vereenvoudigd en nationaal gelijkgeschakeld. En ook zijn invoering van een betere administratie van bijvoorbeeld de burgerlijke stand wilde men handhaven. Dit waren allemaal ‘praktische’ verbeteringen waar iedereen de waarde van kon inzien maar de oorspronkelijke idealen van de Franse Revolutie, Liberté, Egalité et Fraternité (vrijheid, gelijkheid en broederschap) overigens door de autoritaire Napoleon later in zijn loopbaan ook met voeten getreden, wilden de verzamelde aristocraten natuurlijk niet overnemen want dat hield een aantasting van hun aloude rechten en privileges in.
 
Bron: nl.wikipedia.org
Congres van Wenen 1814-15
het Congres van Wenen, 1814-15

Enkele resultaten van het Congres van Wenen
 
Verenigd Koninkrijk der Nederlanden 1815-1830» Oprichting van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden met de Oranjes als vorstenhuis. Het Prinsbisdom Luik, het Prinsdom Stavelot-Malmedy, het Hertogdom Bouillon, en nog wat kleine zelfstandige gebieden, die nooit tot de Oostenrijkse Nederlanden behoorden, werden samen met de Oostenrijkse Nederlanden verenigd met de Bataafse Republiek. Samen gingen deze gebieden het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden vormen.

» Pruisen kreeg bijna de gehele linker Rijnoever, om als een bolwerk te dienen tegen zowel Frankrijk als (heimelijk) tegen Rusland.

» De Oostenrijkers kregen niet alleen Milaan terug, maar kregen ook Venetiëen Lombardije.

» In Italië(voor zover niet aan de Oostenrijkers gegeven) werd de vooroorlogse situatie weer hersteld: de Pauselijke staten, en de kleine rijkjes. De zwager van Napoleon, Joachim Murat, bleef dankzij de steun van Metternich echter wel aan de macht in Napels.

» In Spanje en Portugal werden de huizen Bourbon resp. Bragança hersteld.

» De Engelse koning George III werd wederom erkend als koning van Hannover.

» Het Heilige Roomse Rijk werd niet hersteld.

» De resterende Duitse staten werden verenigd in de Duitse Bond, waarin ze vrijwel autonoom bleven. Hervormingen van Napoleon werden hier dus bevestigd.

» Alexander I van Rusland kreeg slechts een deel van Polen, vergelijkbaar met het Groothertogdom Warschau dat bestaan had onder Napoleon.

» Charles-Maurice de Talleyrand (Frankrijk) maakte handig gebruik van het wantrouwen van Oostenrijk en Engeland tegenover Pruisen en Rusland en tekende samen met Castlereagh (Engeland), en Metternich (Oostenrijk) een geheim verdrag waarin Frankrijk, Engeland en Oostenrijk besloten tegen Rusland en Pruisen ten strijde te trekken, wanneer nodig.

meer over de Restauratie (1815-1848) [ wpunj.edu ]

Europa na 1815
Europa na 1815

Adam ZamoyskiAdam Zamoyski was born in New York in 1949 and brought up in England, with long spells in various European countries. He was educated at Downside School and The Queen’s College, Oxford. He speaks Polish, French, English, Russian and Italian. He lives in London, where he works as a freelance historian, but spends much time in Poland.

His first book, published in 1979, was Chopin. A Biography, which was translated into French and Polish, and has been recognized as the standard work on the life of the composer. He followed this up with a biography of the pianist and statesman Ignacy Jan Paderewski, an account of the Polish-Bolshevik war of 1920, and then The Polish Way: A Thousand-year History of the Poles and Their Culture, which featured in the British best-seller lists for several weeks and has never been out of print. Subsequent works include The Last King of Poland, a life of king StanisÅ‚aw Augustus, and The Forgotten Few, a history of the Polish Air Force in World War II. His latest books are Holy Madness. Romantics, Patriots and Revolutionaries 1776-1871, a study of Romantic nationalism, and 1812. Napoleon’s Fatal March on Moscow.

Bron: adamzamoyski.com

adamzamoyski.com

Dylan’s MPD

met Michaela gezien: I’m not there (2007) van Todd Haynes

Caleidoscopische en postmoderne film. De zesmaal gespleten ‘Dylan’ is erg vervelend met zijn quasi-diepzinnige uitspraken en ongrijpbare gedrag. Maar de beelden en de muziek zijn ok en Cate Blanchett speelt een prachtige rol als een van de persoonlijkheden van Bob Dylan. Het hoogtepunt van de film vind ik het negerjongetje ‘Woodie Guthrie’ (Dylan’s zwarte ziel) dat samen met o.a. Richie Havens op de veranda de Tombstone Blues speelt.

I'm not there
Multiple Personality Disorder
bij Bob Dylan

imnotthere-movie.com | myspace.com/imnottheresoundtrack