Maandelijks archief: mei 2008

surrealist

25 jaar geleden overleed de Spaanse cineast Luis Buñuel (1900-1983)
Het filmmuseum in Amsterdam eert hem met een retrospectief
De vroege faam van Luis Buñuel berust op twee films die wereldwijd de aandacht trekken: Un chien andalou (1929) en L’ âge d ‘or (1930). In deze surrealistische klassiekers schuwt de regisseur het shockeffect niet – een scheermes snijdt door een (koeien)oog, een vrouw raakt opgewonden van de teen van een standbeeld – en stelt hij de hypocriete seksuele moraal van de katholieke kerk aan de kaak. Na uitbreng van L’ âge d ‘or – waarin een orgie plaatsvindt – breken rellen uit en de film wordt door de Franse overheid vijftig jaar lang in de ban gedaan.
 
Bron: filmmuseum.nl
Un Chien Andalou
stills uit Un Chien Andalou, 1929

Luis BuñuelNa omzwervingen in Hollywood vindt Luis Buñuel, net als veel Spaanse intellectuelen, in de jaren veertig een nieuw thuis in Mexico, waar hij ruim twintig films regisseert. In 1951 ontvangt hij voor Los olvidados in Cannes een Gouden Palm (beste regisseur). In daaropvolgende producties als Él (1952) en El ángel exterminador (1962) vindt Buñuel zijn unieke stijl: realiteit, droom en verbeelding zijn aan elkaar gewaagd, de scenario’s doorspekt met surreële, zwarte humor en antiburgerlijke sentimenten. Ondanks alle ophef is de betekenis van Buñuel als cineast nooit onderschat. Zijn oeuvre is meermalen onderscheiden met belangrijke prijzen en Europese filmsterren, onder wie Catherine Deneuve, Jeanne Moreau en Michel Piccoli, traden graag op in zijn films. Behalve de Gouden Palm voor Los olvidados won Buñuel onder meer de Gouden Leeuw van het filmfestival van Venetiëvoor Belle de jour, nog een Gouden Palm in 1961 voor Viridiana en de Oscar voor de beste buitenlandse film in 1973 voor Le charme discret de la bourgeoisie.

Buñuel over Buñuel [ mkw-uitgevers.nl ]

constructivist

tentoonstelling Gustavs Klucis
Haags Gemeentemuseum, 12 april t/m 13 juli 2008

Gustav KlucisWe kunnen alweer negentig jaar terugkijken op de geboorte van het modernisme. Stijlen die in het tweede decennium van de vorige eeuw ontstonden, zijn inmiddels historische stijlen geworden en opgenomen in de canon van de westerse kunstgeschiedenis als moderne klassiekers. Maar in wezen verzetten deze stijlen zich juist tegen historisering. Zoals voor het historisch materialisme de socialistische heilstaat het einde van de geschiedenis zou moeten zijn, zo waren voor Malevich en Mondriaan het suprematisme en het het neoplasticisme een eindpunt dat verdere kunsthistorische ontwikkeling overbodig maakte. Hun kunst pretendeerde objectief te zijn en was in wezen dus totalitair: De Stijl zou samen met het verwante Bauhaus het streng zakelijke gezicht van de twintigste eeuw gaan bepalen. En het suprematisme zou aanvankelijk door de sovjets geadopteerd worden om de revolutie te verbeelden. De visuele grammatica van het suprematisme is even krachtig als eenvoudig, maar geeft mij tegelijkertijd, net als de kunst van De Stijl , de nare bijsmaak van een objectivistische en absolutistische visie.

In het prentenkabinet van het Gemeentemuseum is de eerste overzichts -tentoonstelling van Gustavs Klucis (1895 – 1938) in Nederland te zien. Klucis was een leerling van Kazimir Malevich en is te beschouwen als de pionier van de constructivistische fotomontage in Rusland. De presentatie omvat tekeningen, affiches, briefkaarten, boekomslagen en tentoonstellingsontwerpen, waarin de fotomontage -techniek als krachtige nieuwe kunstvorm en politiek propagandamiddel naar voren komt. De tentoonstelling, die in het Gemeentemuseum goed op zijn plaats is door de aanwezigheid in de collectie van de Nederlandse „fotomonteurs„ Piet Zwart en Paul Schuitema, is tot stand gekomen in samenwerking met het Nationaal Kunstmuseum van Letland in Riga.
 
Bron: gemeentemuseum.nl

Gustav KlucisGustavs Klucis studeert vanaf 1913 aan de Hogeschool voor de Kunsten in Riga. Omdat de Duitse troepen deze stad in 1915 aanvielen, wordt Klucis ingelijfd in het keizerlijke leger, dat wordt verplaatst naar Ochsta bij Sint-Petersburg, waar hij ook gaat studeren aan de Kunstacademie. In de dagen na de Oktoberrevolutie van 1917 meldt Klucis zich als vrijwilliger aan bij Negende Regiment van Letse Rode Infanteristen om Lenin te verdedigen. Geïnspireerd door Malevich en het constructivisme begint hij in diezelfde tijd ook kunst te maken, die moet bijdragen aan de opbouw van de communistische maatschappij.

Bron: gemeentemuseum.nl