Hemelbestormers in het CBK Arnhem en Sonsbeek 10 in het Park
Begin juli schreef ik hier een korte voorbeschouwing bij de tentoonstelling Hemelbestormers en merkte daarbij op dat we in onze postmoderne tijd de utopie hooguit nog met ironie kunnen verdragen. Gisteren, vlak voor de afsluiting van Hemelbestormers kon ik nog gaan zien of mijn veronderstelling klopte. Het merendeel van de 64 deelnemende kunstenaars benadert het thema inderdaad met een vette knipoog en dat is aangenaam bevrijdend. De wereldverbeteraars van 1968 zijn niet alleen van een andere generatie maar lijken naast de hemelbestormers uit 2008 wel Oudtestamentische profeten. Een idealistisch project als Nieuw Babylon van Constant Nieuwenhuijs vertegenwoordigt nu geen toekomstvisioen meer, maar is een tijdsdocument geworden. Gelukkig is het idealisme anno 2008 niet helemaal verdwenen, maar de presentatie gaat uiteraard wel met een knipoog.
Zo plaatste Harro de Jong onder zijn stolp een hemelbestormer met onderscheiding. Tegelijkertijd heeft hij een missie:
“Niet alleen bloemen houden van mensen, dieren ook. We lijken er echter niet mee te willen leven; zodra een beest verstedelijkt heet ‘ie geen ‘natuur’ meer. Natuurbeheer wordt hier door velen terecht omschreven als ‘tuinieren’. Lacherig, en dat is dom: in het tuinieren liggen de kansen. De tuin is altijd een geïdealiseerde versie van de natuur geweest; door te knutselen aan het landschap komt de natuur naar ons idee optimaal tot haar recht. Als natuurbeheer nu tuinieren is, dan is tuinieren natuurbeheer. Dat betekent voor Nederland, met 4,5 miljoen tuinen, 4,5 miljoen natuurbeheerders! Laat het idee varen dat door ruim te bouwen de natuur kapot gaat. De meeste woonwijken zijn compacte tuinsteden; te krap om een boom in te planten zonder de hele dag in de schaduw te zitten. Resultaat: een kleinschalig hekkenlandschap, betegeld en omzoomd door schuttingen. Geef ons de ruimte en kleinschalige heggenlandschappen ontstaan; de droom van natuurbeheerders.”
Tot en met 21 september was in het CBKArnhem de tentoonstelling Hemelbestormers te zien. Vierenzestig kunstenaars, vormgevers en architecten geven hier hun visie op utopie en geloof in een nieuwe wereld of een betere samenleving. Daarmee sluit de expositie aan bij het thema van de beeldententoonstelling Sonsbeek 2008: ‘Grandeur‘. De kunstenaars moesten wel rekening houden met een beperking. Hun bijdrage moest kunnen worden geplaatst in een glazen stolp of doorzichtige bol. Hemelbestromers is op deze manier een zeer gevarieerde expositie geworden met vele gezichtpunten en met veel interpretaties van het begrip utopie.


Verwacht in een verfilming van of over een underground comic geen heroes, winners of happy end. Want de Amerikaanse underground comic is de volmaakte tegenhanger van de American Dream met zijn superhelden. Als je Ghost World gezien hebt, ken je de toonzetting: schlemielige figuren die gewapend met gitzwarte zelfspot door het leven sukkelen. Voordat 
Toen de collectie Duitse schilderijen uit de 18de en 19de eeuw in de Hermitage voor deze tentoonstelling nader werd bekeken door gastconservator (en voormalig directeur van het Rijksmuseum) Henk van Os werd duidelijk dat de prominente positie van kunstenaars uit de Duitse landen in St.-Petersburg rond 1800 ertoe heeft geleid, dat er zich in de depots een verrassend rijke collectie van Duitse schilderkunst uit die tijd bevindt. Met onder andere belangrijke schilderijen en tekeningen van landschapsschilders die in Nederland niet of nauwelijks bekend zijn. Met deze ontdekking ontstond het idee om in een tentoonstelling in de Hermitage Amsterdam te laten zien welke ingrijpende revolutie Friedrich teweeg had gebracht in de Duitse landschapsschilderkunst. Meer traditionele schilders als Hackert, Reinhart en Mechau, tijdgenoten als de onbekende jonge kunstenaar Carl Fohr (1795-1818) en Carl von Kügelgen (1772-1832) en navolgers als Hagens, Carus en Von Klenze zetten Friedrich in een kunsthistorische context. Door de confrontatie van Friedrichs werken met traditionele landschappen kan er pas begrepen worden waarom zoveel critici in zijn tijd Friedrichs werk niet konden of wilden begrijpen. Friedrichs werk is uniek en dat wordt temeer duidelijk wanneer zijn schilderijen in de context met andere schilders worden getoond.












