Maandelijks archief: september 2008

twee afsluitingen

gisteren bezocht ik met Michaela de afsluiting van twee tentoonstellingen:
Hemelbestormers in het CBK Arnhem en Sonsbeek 10 in het Park

Begin juli schreef ik hier een korte voorbeschouwing bij de tentoonstelling Hemelbestormers en merkte daarbij op dat we in onze postmoderne tijd de utopie hooguit nog met ironie kunnen verdragen. Gisteren, vlak voor de afsluiting van Hemelbestormers kon ik nog gaan zien of mijn veronderstelling klopte. Het merendeel van de 64 deelnemende kunstenaars benadert het thema inderdaad met een vette knipoog en dat is aangenaam bevrijdend. De wereldverbeteraars van 1968 zijn niet alleen van een andere generatie maar lijken naast de hemelbestormers uit 2008 wel Oudtestamentische profeten. Een idealistisch project als Nieuw Babylon van Constant Nieuwenhuijs vertegenwoordigt nu geen toekomstvisioen meer, maar is een tijdsdocument geworden. Gelukkig is het idealisme anno 2008 niet helemaal verdwenen, maar de presentatie gaat uiteraard wel met een knipoog.

Zo plaatste Harro de Jong onder zijn stolp een hemelbestormer met onderscheiding. Tegelijkertijd heeft hij een missie:

Harro de Jong“Niet alleen bloemen houden van mensen, dieren ook. We lijken er echter niet mee te willen leven; zodra een beest verstedelijkt heet ‘ie geen ‘natuur’ meer. Natuurbeheer wordt hier door velen terecht omschreven als ‘tuinieren’. Lacherig, en dat is dom: in het tuinieren liggen de kansen. De tuin is altijd een geïdealiseerde versie van de natuur geweest; door te knutselen aan het landschap komt de natuur naar ons idee optimaal tot haar recht. Als natuurbeheer nu tuinieren is, dan is tuinieren natuurbeheer. Dat betekent voor Nederland, met 4,5 miljoen tuinen, 4,5 miljoen natuurbeheerders! Laat het idee varen dat door ruim te bouwen de natuur kapot gaat. De meeste woonwijken zijn compacte tuinsteden; te krap om een boom in te planten zonder de hele dag in de schaduw te zitten. Resultaat: een kleinschalig hekkenlandschap, betegeld en omzoomd door schuttingen. Geef ons de ruimte en kleinschalige heggenlandschappen ontstaan; de droom van natuurbeheerders.”
hemelbestormers
drie andere hemelbestormers: Nick Hullegie, vGtO en Arjan Moscoviter. De 64 beelden worden op internet geveild

Tot en met 21 september was in het CBKArnhem de tentoonstelling Hemelbestormers te zien. Vierenzestig kunstenaars, vormgevers en architecten geven hier hun visie op utopie en geloof in een nieuwe wereld of een betere samenleving. Daarmee sluit de expositie aan bij het thema van de beeldententoonstelling Sonsbeek 2008: ‘Grandeur‘. De kunstenaars moesten wel rekening houden met een beperking. Hun bijdrage moest kunnen worden geplaatst in een glazen stolp of doorzichtige bol. Hemelbestromers is op deze manier een zeer gevarieerde expositie geworden met vele gezichtpunten en met veel interpretaties van het begrip utopie.

afsluiting sonsbeek 2008
afsluiting van de internationale beeldententoonstelling Sonsbeek 10 met lasershow in Park Sonsbeek Arnhem
afsluiting sonsbeek 2008
fakkeloptocht van de 24 gilden en officiële afsluiting met lampions

sonsbeek2008.nl

wat een nul ben ik …

vannacht gezien op Canvas: American Splendor (2003)

American SplendorVerwacht in een verfilming van of over een underground comic geen heroes, winners of happy end. Want de Amerikaanse underground comic is de volmaakte tegenhanger van de American Dream met zijn superhelden. Als je Ghost World gezien hebt, ken je de toonzetting: schlemielige figuren die gewapend met gitzwarte zelfspot door het leven sukkelen. Voordat Ghost World verfilmd werd, maakte regisseur Terry Zwigoff een documentaire over Robert Crumb, het boegbeeld van de Amerikaanse underground comic. Crumb speelde in Ghost World (2001) en in American Splendor ook weer een rol. Hij is het prototype van de loser: een schutterige neuroot die zijn foute uiterlijk heeft gecultiveerd en er eigenaardige hobbies op nahoudt, zoals het verzamelen van 78-toeren platen. In Harvey Pekar, die de hoofdrol speelt in American Splendor, ontmoeten we zijn evenknie. Pekar is een gloomy guy die zich in het deprimerende Cleveland ook al niet thuis voelt.

American Splendor is een mix van documentaire, zwarte komedie en graphic novel. We zien interviews met Harvey Pekar en volgen ondertussen zijn leven terwijl hij gespeeld wordt door Paul Giamatti. Net als Steve Buscemi (die de rol van Seymour vertolkt in Ghostworld ) speelt Giamatti meestal een sukkelige man. Hij zet Pekar overtuigend neer, met een permanente frons van kwelling en verongelijktheid op zijn gezicht. Wanneer hij in de spiegel kijkt, lezen we in zijn gedachtenwolkje “There’s another reliable disappointment.”

Harvey Pekar
Harvey Pekar is een archiefbediende in een ziekenhuis in Cleveland, die niet bepaald gelukkig is met zichzelf of z„n leven: hij is geen adonis, zijn vrouw heeft hem net in de steek gelaten, zijn job gaat helemaal nergens naartoe en dan raakt hij nog z„n stem kwijt ook. Geïnspireerd door een ontmoeting met Robert Crumb, begint hij in de jaren zeventig stripverhalen te schrijven over zijn eigen leven – alle banale, kleingeestige, futiele details van z„n deprimerende bestaan kotst hij in één gulp uit in zijn comic-scenario’s. De tekeningen zijn niet meer dan rudimentaire figuren, streepjes en bolletjes, maar Crumb ziet er voldoende brood in om zichzelf aan te bieden als illustrator. De underground stripreeks American Splendor is geboren.
 
Tijdens de jaren tachtig wordt Pekar een soortement symbool voor de loser die er ongegeneerd een statement van maakt een loser te zijn. Zijn strips worden razend populair in het circuit, hij wordt een vaste gast op de David Letterman-show en hij vindt onder zijn fans zelfs een nieuwe echtgenote: Joyce Brabner (Hope Davis), een hypochondrische vrouw die zelf ook niet gespeend is van persoonlijkheidsproblemen.
 
Bron: digg.be

americansplendormovie.com | american splendor [wikipedia] | underground movies

pantheïsme aan de Amstel

Caspar David Friedrich en het romantische landschap
Hermitage Amsterdam, Nieuwe Herengracht 14, tot 19 januari 2009

In 1984 kon ik als kunststudent zonder veel bezwaren een werkstuk schrijven over Caspar David Friedrich (1774-1824). Het icoon van de Duitse romantische landschapsschilderkunst, doordrenkt met romantisch Blut en geworteld in Teutoonse Boden was toen al lang niet fout meer. Door de eerste milieugolf begin jaar zeventig was niet alleen het pantheïsme van de romantici weer helemaal terug, ook het Duits historisch bewustzijn stond weer op de agenda. Een schilder als Anselm ‘en overal zanikt bagger’ Kiefer kon halverwege de tachtiger jaren als geen ander surfen op de Neue Deutsche Welle die in de schilderkunst vertegenwoordigd werd door het neo-expressionisme. Uiteraard deed hij dat wel met loodzware doeken vol loodzwaar historisch bewustzijn. Het schilderij Icarus – Märkisches Sand uit 1981 is zo’n donker monumentaal schilderij met verwijzingen naar zwarte bladzijden uit de Duitse geschiedenis van de twintigste eeuw. Een van onze docenten, zelf van Duitse afkomst, schreef daar vervolgens weer zulke solide, diepgewortelde commentaren bij, dat ik vanuit een reflex naar de lichtheid van de Jonge Italianen snakte. Maar toch hebben die mij nooit zo aangesproken als de Duitse schilders. Italiaanse Spielerei is luchtig en aangenaam voor het moment, maar gaat mij op den duur toch vervelen. Dus toch maar de Duitse diepten in, eeuwig gaat voor het ogenblik.

Het meest hou van de vergezichten van Caspar David Friedrich. Al eerder schreef ik iets over zijn schilderijen in relatie tot zijn jongere tijdgenoot Carl Blechen. Die vind ik in technisch opzicht zeker niet minder dan Friedrich. Maar Blechen mist uiteindelijk het numineuze dat bij Friedrich zo sterk aanwezig is. De natuurkracht wordt in zijn schilderijen zo voelbaar, juist omdat hij de figuurtjes zo klein afbeeldt en dan bijna altijd van achteren gezien. Zo worden we als beschouwer van het schilderij naast de figuur in het landschap geplaatst, een ijzersterk concept. Maar Friedrich schilderde ook landschappen waarin de mens ontbreekt. In Amsterdam is nu de volledige collectie uit het Hermitage, Sint-Petersburg te zien, negen schilderijen en zes tekeningen. Zo’n kans krijg je niet meer. Tot 19 januari.

Henk van OsToen de collectie Duitse schilderijen uit de 18de en 19de eeuw in de Hermitage voor deze tentoonstelling nader werd bekeken door gastconservator (en voormalig directeur van het Rijksmuseum) Henk van Os werd duidelijk dat de prominente positie van kunstenaars uit de Duitse landen in St.-Petersburg rond 1800 ertoe heeft geleid, dat er zich in de depots een verrassend rijke collectie van Duitse schilderkunst uit die tijd bevindt. Met onder andere belangrijke schilderijen en tekeningen van landschapsschilders die in Nederland niet of nauwelijks bekend zijn. Met deze ontdekking ontstond het idee om in een tentoonstelling in de Hermitage Amsterdam te laten zien welke ingrijpende revolutie Friedrich teweeg had gebracht in de Duitse landschapsschilderkunst. Meer traditionele schilders als Hackert, Reinhart en Mechau, tijdgenoten als de onbekende jonge kunstenaar Carl Fohr (1795-1818) en Carl von Kügelgen (1772-1832) en navolgers als Hagens, Carus en Von Klenze zetten Friedrich in een kunsthistorische context. Door de confrontatie van Friedrichs werken met traditionele landschappen kan er pas begrepen worden waarom zoveel critici in zijn tijd Friedrichs werk niet konden of wilden begrijpen. Friedrichs werk is uniek en dat wordt temeer duidelijk wanneer zijn schilderijen in de context met andere schilders worden getoond.
 
Bron: museum.nl

Tot circa 1960 vertegenwoordigden de schilderijen van Caspar David Friedrich voor de meeste kunstkenners in Nederland een foute wereld die te maken had met een fataal nationalisme, gevoed door gedachten over Blut und Boden. Sindsdien is er veel veranderd. Al jaren is Friedrich „in„ en voor velen een cultfiguur geworden. Dat heeft onder meer te maken met het feit, dat de natuurbeleving die spreekt uit zijn schilderijen, de laatste decennia door velen wordt gedeeld. Zijn recente overzichtstentoonstelling in Duitsland was een eclatant succes. Caspar David Friedrich en zijn vriend Philipp Otto Runge hebben onbewust voor een vernieuwing in de beeldende kunst gezorgd. De landschappen van de diepgelovige protestant Friedrich zitten vol religieuze symboliek die verwijst naar een goddelijke aanwezigheid in het landschap.

hermitage.nl | meer Caspar David Friedrich op W&V