Maandelijks archief: september 2008

zelfhulp voor narcisten

deze maand verschijnt een nieuwe essaybundel van Coen Simon
Waarom we onszelf zoeken maar niet vinden
Coen Simon - Waarom we onszelf zoeken maar niet vindenWie ben ik? Wat kan ik? Wat voel ik? De tijdschriften- en boekenindustrie tiert welig op deze vragen. Maar het samenstellen van lijstjes over jezelf kan in het oneindige doorgaan, want jezelf zul je niet vinden.
 
In zeven persoonlijke essays maakt Coen Simon korte metten met de heersende zelfhulpcultuur, die zich inmiddels tot in alle uithoeken van onze samenleving heeft genesteld. Iedereen zijn eigen feestje, zijn eigen mening, zijn eigen lichaam, zijn eigen leven en zelfs zijn eigen dood. Simon analyseert niet alleen scherp hoe ego-cultuur leidt tot massacultuur en levenskunst tot schaamteloosheid, hij biedt ook een uitweg: geef je over aan het ritme van de wereld en word wie je bent! Waarom we onszelf zoeken maar niet vinden is de beste zelfhulp voor narcisten.
 
Bron: coensimon.nl

Je moet je schaamte niet willen verliezen

Het pijnlijke schaamrood op de kaken van de tiener. Of de schaamte over de opmerking die je gisteren hebt gemaakt in een overmoedige of erg kritische bui. Beschouw die gêne niet als een vervelend gevoel, betoogt Coen Simon, maar als een voorwaarde om met anderen om te gaan.

(essay van Coen Simon in het septembernummer van Filosofie Magazine)

Theirs is the Glory

gisterenavond in Andere Tijden : Theirs is the Glory
reconstructie van de Slag om Arnhem uit 1946

Het is 31 jaar geleden dat a bridge too far (1977) in de bioscopen draaide. Weer 31 jaar daarvoor verscheen een minder bekende maar zeker zo interessante film over de Slag om Arnhem in de Engelse bioscopen. Theirs is the Glory (1946) werd nauwelijks een jaar na de mislukte Operation Market Garden gefilmd in de puinhopen van Arnhem en Oosterbeek. Het bijzondere is dat alle militairen die in deze film te zien zijn, een jaar eerder daadwerkelijk hadden meegevochten. De documentaire in Andere Tijden vond ik wel een beetje tegenvallen omdat er maar een paar korte fragmenten uit de film getoond werden. Gelukkig kun je op youtube veel meer zien uit deze en andere films over de Slag om Arnhem.

Theirs is the Glory
opnamen uit de zomer van 1945
in Arnhem en Oosterbeek
Theirs is the Glory is opgenomen in de zomer van 1945, in de puinhopen van Oosterbeek en Arnhem. Drie maanden na de bevrijding lagen de sporen van de oorlog daar nog letterlijk op elke straathoek. Kogelgaten, ingestorte muren en daken, schuttersputjes, sporen van granaatinslagen. Er waren straten waar geen huis meer overeind stond. De verwoesting was totaal, kortom: een prachtig decor voor een oorlogsfilm. Zeker als de acteurs ook nog eens zichzelf spelen.
 
Wie kijkt naar Theirs is the Glory ziet geen acteurs die soldaatje spelen, maar échte militairen die naspelen hoe ze nog geen jaar eerder vochten op leven en dood. Er komt geen professionele acteur in de film voor. Elke militair die je ziet heeft daadwerkelijk meegevochten in de Slag om Arnhem. Hetzelfde geldt voor alle artsen, verplegers en verpleegsters in de film. Allemaal hebben ze in september 1944 middenin het oorlogsgeweld gezeten, en nog geen jaar later speelden ze hun eigen belevenissen na onder leiding van de Britse filmmakers.
 
Bron: anderetijden.nl
Hotel Hartenstein
Hotel Hartenstein in Oosterbeek waarin nu het Airborne Museum gevestigd is

Andere Tijden zendt regelmatig uniek filmmateriaal uit. Op 26 april 2005 werd bijvoorbeeld de Duitse propagandafilm Sprung in den Feind getoond met daarin geënsceneerde beelden over de Duitse inval in Nederland, mei 1940.

(…) Sprung in den Feind vrij vertaald De vijand besprongen, is (…) helemaal nagespeeld. Er is geen enkel echt oorlogstafereel te zien – en dat maakt het natuurlijk tot zo„n keurige film. Een film over een gerechtvaardigde, eerlijke, succesvolle oorlog, gevoerd door correcte, dappere, goed uitziende soldaten. En de vijand die zich overgeeft, dat is het Nederlandse leger. Kortom, Sprung in den Feind gaat over de Duitse inval in Nederland, mei 1940 – Maar dan in Duitse ogen, bedoeld voor het Duitse volk.
Bron: geschiedenis.vpro.nl

Andere Tijden | Theirs is the Glory

onheilspellende betovering

geluisterd naar Forever Changes (1967) van Love

Regelmatig luister ik naar een van mijn favouriete psychedelische albums. Gelukkig heb ik geen grote keuze dus mag het blijven bij de volgende vier albums:
Revolver (1966) en Sgt.Peppers Lonely Hearts Club Band (1967) van The Beatles
The Piper at the Gates of Dawn (1967) van Pink Floyd
en Electric Music for the Body and Soul (1967) van Country Joe and the Fish
De laatste drie albums zijn trouwens terug te vinden in Mojos 40 greatest psychedelics of all time en de eerste drie in Rolling Stone Magazine 500 Greatest Albums of All Times.

Forever Changes
de legendarische hoes met
het ontwerp van Bob Pepper

Vorige maand ontdekte ik bijna 41 jaar na dato een album dat in beide charts een hoge positie inneemt (resp. op nummer 2 en 40) en terecht als een meesterwerk beschouwd wordt. Daarom luister ik de laatste weken bijna uitsluitend nog naar Forever Changes (1967) van Love. Misschien ook omdat ik iets goed te maken heb. Want hoe heb ik die plaat vier decennia aan mij voorbij kunnen laten gaan? Forever Changes is een betoverende plaat met barokke arrangementen en pathetische zang van frontman Arthur Lee, die mij in vlagen doet denken aan Richard Harris (Mac Arthur Park). Baroque Pop is een van de namen van het nieuwe geluid dat door Love geïntroduceerd werd en waaruit eind jaren zestig, begin jaren zeventig de symphonische rock tevoorschijn kwam. Zo hoor ik nu pas in de bijna oriëntaalse verfijning in melodielijnen op de vroege Genesisalbums als Selling England by the Pound, Tresspass, Foxtrot en Nursery Crime de invloed van Love. Wanneer ik naar de teksten luister op Forever Changes dan word ik in een stream of conciousness meegetrokken in een unheimische stemming die je eerder verwacht bij punk dan bij flower power .

“Alla God’s chilluns gotta
have dere freedom”

uit: the red telephone

The Red Telephone

Verse 1:
Sitting on a hillside
Watching all the people die
I’ll feel much better on the other side
I’ll thumb a ride
Verse 2/3:
I believe in magic
Why, because it is so quick
I don’t need power when I’m hypnotized
Look in my eyes
What are you seeing (I see…)
How do you feel?
(…you)
I feel real phony when my name is Phil
Or was that Bill?
Bridge:
Life goes on here
Day after day
I don’t know if I am living or if I’m
Supposed to be
Sometimes my life is so eerie
And if you think I’m happy
Paint me (white)(yellow)
I’ve been here once
I’ve been here twice
I don’t know if the third’s the fourth or if the -
The fifth’s to fix
Sometimes I deal with numbers
And if you wanna count me
Count me out
Verse 4:
I don’t need the time of day
Anytime with me’s OK
I just don’t want you using up my time
‘Cause that’s not right
Coda:
[repeat 3X:]
ahh….
[repeat 3X:]
They’re locking them up today
They’re throwing away the key
I wonder who it’ll be tomorrow, you or me?
We’re all normal and we want our freedom
Freedom… freedom… freedom… freedom
Freedom… freedom… freedom… freedom
[continue with Am - A progression as above, to fade]
(spoken:) Alla God’s chilluns gotta have dere freedom

The sessions began in June 1967, with the group (except for Lee and Maclean) replaced by well-known Los Angeles session musicians Billy Strange (guitar), Don Randi (piano), Hal Blaine (drums) and, in most likelihood, Carol Kaye (bass). This studio line-up was put in place due to the regular line-up’s alleged inability to function. The two tracks laid down, “Andmoreagain” and “The Daily Planet“, were later given sparing overdubs by the actual members of Love, who felt the tracks otherwise sufficed.
 
Bron: wikipedia

The 500 Greatest Albums of All Times