Maandelijks archief: september 2014

de verontwaardigde Volkskrant

De Volkskrant besteedt op haar manier aandacht aan het feit
dat Jozef van den Berg 25 jaar geleden stopte met theater maken
De Volkskrant
journalist Rob Gollin schreef op zich wel een respectvol artikel, maar het venijn kwam van de koppenmaker op de redactie. De kop “God betere het” moet de toon zetten.
God betere het
een vloek, die oorspronkelijk als vrome wens gebruikt is bij de vermelding van een ramp of een tegenspoed in de zin van God betere het, God herstelle, vergoede het; later als uitroep van verontwaardiging en eindelijk als een soort vloek, soms zonder enige betekenis, gebezigd, evenals God helpe me, Godhelp, God beware me.
 
Bron: etymologiebank.nl

Jozef van den Berg – van poppenspeler tot acteur van Christus [ lannoo.be ]

hopeloos achterhaald

gelezen in Letter & Geest: Het magische drieletterwoord
door de Vlaamse filosoof Maarten Boudry

In 1996 haalde een hoogleraar natuurkunde aan de universiteit van New York een grap uit die bekend geworden is als de Sokal affaire. Hij wist een onzinartikel geplaatst te krijgen in het postmoderne tijdschrift Social Text. Sokal bracht het academische postmodernisme in verlegenheid. Twee jaar geleden zette de Vlaamse filosoof Maarten Boudry met een soortgelijke hoax de Vrij Universiteit voor schut. Hij schreef een zogenaamd theologisch artikel in grammaticaal correcte onzin, doorspekt met holle frasen en theologisch jargon en bood dat aan bij de redactie van een programmaboek van een wetenschappelijk congres over de scheppingsorde. Het stuk werd geplaatst. Met deze satirische schelmenstreek bewees hij dat doelbewuste onzin moeilijk van postmoderne theologie valt te onderscheiden.

Postmoderne theologie is net als de hedendaagse kunst bijzonder vatbaar voor “gebakken lucht”. Dat komt waarschijnlijk omdat de sleutelwoorden uit de theologie (theos=God) en de hedendaagse kunst (kunst) alles en niets kunnen betekenen. Het zijn a.h.w. fantomen geworden die door onze taal en ons denken spoken. In navolging van Wittgenstein zet Boudry de filosofie in om de beheksing van het denken door de taal te bestrijden.

God
God buiten de Bijbel, in het woordenboek

Boudry schrijft in een superieure stijl en kiest zijn voorbeelden goed. Toch weet zijn artikel mij niet te overtuigen. Een van de boeken waarnaar hij verwijst is The Experience of God van de oosters-orthodoxe theoloog David Bentley Hart. Deze noemt God “de Grond van alle Zijn” en “de Fontein van het Actuele”. Alle beelden die we van God kunnen maken, lijken hiermee overstegen. Toch, constateert Boudry dat de auteur van The Experience of God niet helemaal losgeweekt is van oude godsbeelden. Want hij blijft de Grond van alle Zijn aanspreken als “een Hij”. Zou Bentley Hart, zo vraagt Boudry zich af, in de opstanding van Christus geloven? En in de menswording van de Grond van alle Zijn? Vreemd dat Boudry naar de bekende weg vraagt. Natuurlijk gelooft een oosters-orthodox theoloog dat.

Zijn ene gelaat is intellectueel en verfijnd maar weinig aanlokkelijk: dat zijn de ijle abstracties waarmee theologen zich vermeien.

Maarten Boudry

Iets verderop schrijft hij: “De theïstische God lijkt soms op de Romeinse godheid Janus. Zijn ene gelaat is intellectueel en verfijnd maar weinig aanlokkelijk: dat zijn de ijle abstracties waarmee theologen zich vermeien. Zijn andere gezicht is vertrouwd en menselijk, maar hopeloos achterhaald.” Boudry spreekt hier over Christus, want binnen de twee andere monotheïstische religies, jodendom en islam, is God volledig transcendent. Alleen in het christendom is God mens geworden in Christus en heeft Hij een menselijk gezicht gekregen dat ons naderbij komt in de icoon. Maar dat is volgens de filosoof achterhaald. Hopeloos achterhaald. Punt. Er komt geen onderbouwing. Blijkbaar verwacht Boudry hier de onmiddellijke bijval van zijn lezer en draagt hij daarom geen enkel argument aan.

Hoe zou zijn constatering overkomen op de oosters-orthodoxe theoloog David Bentley Hart? Als je de christelijke God hopeloos achterhaald noemt, noem je impliciet degenen die in Hem geloven ook hopeloos achterhaald. Is dat niet hopeloos arrogant?

VU voor schut met namaakartikel [ filosofie.nl ]

lachen om Snuf en Snuitje

gezien op Canvas: Fargo (1996)

fargo DVDEindelijk zag ik Fargo (1996). Veel over gehoord. Het was een film die ik moest gaan zien, dus was het wachten welke zender deze film zou gaan uitzenden. Gisterenavond was Fargo op Canvas te zien, gelukkig zonder reclameblokken. De kritieken die ik gelezen had, waren net zo lovend als de reacties op Pulp Fiction. Fargo zou een film zijn die je knock out zou slaan. “Het is een vlijmscherp verhaal dat de kijker naar lucht doet happen van bewondering en shock en hem daverend laat lachen.” (Angelica Errico in 1001 movies you must see before you die). De VPRO gids noemt het een meesterwerk en deelt vijf sterren uit. Ik kon eigenlijk niet om Fargo heen.

Het is een vlijmscherp verhaal dat de kijker naar lucht doet happen van bewondering en shock en hem daverend laat lachen.

Angelica Errico

fargo DVDNu ik Fargo eindelijk gezien heb, weet ik wat voor vlees ik hier in de kuip heb. Het is een sarcastische film die ondanks het lege witte landschap van Minnesota en North-Dakota waar het verhaal zich afspeelt, gitzwart blijft. Wat de film blijkbaar zo succesvol maakt, is de humor. Maar over wat voor humor gaat het? De bewoners van de midwest lijken zonder uitzondering sukkels. De twee criminelen spelen een Snuf en Snuitje voor volwassenen. Dus daarom gaan ze vreselijk tekeer: Ze vloeken en schelden. Ze moorden. En ze zijn net zo zielig als de rest. Maar wat hebben we om al die zielige mensen moeten lachen!

Toen ik in 1990 Wild at heart van David Lynch zag, keerde ik mij af van een nieuwe en harde “humor” die in de jaren negentig met films als Pulp Fiction (1993) en Natural Born Killers (1994) ingeburgerd raakte. “Humor” die combineert en contrasteert met overdreven en overdadig geweld. Fargo (1996) is er een van. Het is zieke soldatenhumor, waarbij geweld en wreedheid een onmisbaar ingrediënt van het vermaak zijn geworden.

Overigens zijn de gebroeders Coen met Fargo veel verschuldigd aan Twin Peaks (1990/91) van David Lynch. Ook deze film (en tv-serie) speelt zich af in het andere Amerika, een kleine gemeenschap in een van de noordelijkste staten, en zit vol lugubere details.

True/False
The “this is a true story” opening is not true, but was included by Joel and Ethan Coen to set a tone for the story. After all, at the end of the credits, one can see the standard “This movie is fictional…” legal clause.

Fargo [ imdb.com ]