Maandelijks archief: oktober 2014

filmmuziek zonder film [ 1 ]

geluisterd naar schilderijen van een tentoonstelling (1874)
van Modest Moessorgski in de orchestratie (1922) van Maurice Ravel

Bij een historische spektakelfilms uit de jaren vijftig hoort natuurlijk kamerbrede muziek. De van origine Russische componist Dmitri Tiomkin (1894-1979) en de van origine Hongaarse componist Miklós Rózsa (1907-1995) componeerden in opdracht van grote filmmaatschappijen in Hollywood scores voor epic films. Beide componisten wonnen oscars.

Tiomkin
Dmitri Tiomkin op een Amerikaanse postzegel

Dmitri Tiomkin componeerde de score voor o.a. Land of the Pharaohs (1955), Rio Bravo (1959), The Alamo (1960), The Guns of Navarone (1961) en The Fall of the Roman Empire (1964). Rózsa schreef filmmuziek voor o.a. Quo Vadis (1951), Julius Caesar (1954), Ben-Hur (1959), King of Kings (1959), El Cid (1962) en Sodom and Gomorrha (1962).

Hollywood composers
In de serie legendarische componisten uit Hollywood mis ik Miklós Rózsa. Tot de selectie behoren: Erich Wolfgang Korngold, Max Steiner, Dmitri Tiomkin, Franz Waxman, Bernard Herrmann en Alfred Newman.

Tegenwoordig klinken de rijke orchestraties van Tiomkin en Rósza ouderwets. Dat komt omdat de epische filmmuziek halverwege de twintigste eeuw schatplichtig is aan de programmamuziek en symfonische gedichten uit de negentiende eeuw. Als je naar Tiomkin en Rózsa luistert, hoor je de invloed van Russische componisten als Rimsky-Korsakov, Alexander Borodin en Modest Moessorgski. Ze wisten de klankkleur van de instrumenten in te zetten voor een ongekende expressie en zeggingskracht. Hun composities zijn steeds doorspekt met thema’s uit de volksmuziek, die een scala aan gevoelens uitdrukken. De Russische programmamuziek is daarom erg geschikt als filmmuziek.

De afgelopen dagen luister ik naar schilderijen van een tentoonstelling (Картинки с выставки). Samen met een Nacht op de Kale Berg is dit het bekendste stuk van de Russische componist Modest Moessorgski. Het is ook het meest bewerkte pianostuk ter wereld. De orkestratie die Maurice Ravel in 1922 maakte, is de meest uitgevoerde bewerking van deze pianocyclus in 16 delen.

De orkestratie van de ‘Schilderijententoonstelling’ van Maurice Ravel is verreweg de bekendste. Het is enigszins vreemd dat Ravel aan deze opdracht begon want hij had een hartgrondige hekel aan het feit dat anderen aan zijn werken knutselden. Zo weigerde hij te luisteren naar een transcriptie van Ravels werk Tzigane door de violist Jacques Thibaud. Ravels orkestratie is uitermate Frans van klankkleur, bijvoorbeeld door het veelvuldig gebruik van de saxofoons, de soms dunne strijkersklank en de lichtheid van de orkestratie van het komische deeltje ballet van de kuikentjes in hun eierdopjes.
 
Ravels orkestratie is als volgt: 3 fluiten (waarvan 2 ook de piccolo spelen); 3 hobo’s (waarvan één ook Engelse hoorn speelt); 2 klarinetten; 1 basklarinet; 2 fagotten; 1 contrafagot; 1 altsaxofoon; 4 hoorns; 3 trompetten; 3 trombones; 1 tuba, 1 paar pauken, slagwerk (triangel, kleine trommel, zweep, bekkens, grote trom, klokkenspel, grote staafklokken); een xylofoon, een celesta, 2 harpen en strijkers.
 
Bron: nl.wikipedia.org

Het zevende deel heet Bydło. Dat is de naam van een Poolse ossenwagen. Het beeld dat de componist hier voor ogen heeft, zijn de draaiende zware wielen. In het thema is een sterk geaccentueerde puls hoorbaar. Je hoort de wagen nabijkomen en tenslotte weer verdwijnen in de verte. In de orkestversie van Ravel wordt het thema door een tuba vertolkt.

“Pictures at an Exibition” (Moessorgsky-Ravel)
deel 7: Bydło – uitvoering door Filarmonica della Scala o.l.v. V.Gergiev. Tuba solo: Alessandro Fossi. Patrick Bouchard maakte in 2012 een animatiefilm bij Bydło.

Dit deel uit schilderijen van een tentoonstelling is bijzonder geschikt voor massascènes in epische films. In veel Bijbelse en historische spektakelfilms zitten scenes waar massa’s in beweging komen, bijvoorbeeld legers die ten strijde trekken. De klankkleuren die je hierbij hoort, doen vaak denken aan die uit Bydło van Modest Moessorgsky.

The Fall of the Roman Empire)
still uit The Fall of the Roman Empire (1964) Bij dergelijke massascenes past het thema uit Bydło erg goed. Dmitri Tiomkin componeerde de score voor deze film.

Modest Moessorgski [ nl.wikipedia.org ] | Remembering Dimitri Tiomkin [ in70mm.com ]

grof geschut [ 2 ]

6 oktober 1914: het beleg van Antwerpen gaat door…
tweet 1914
tweet van @Wereldoorlog1
Op 6 oktober hadden de Duitsers artilleriestukken opgesteld in het bruggenhoofd op schootsafstand van de stadskern. Op woensdag 7 oktober eisten ze de overgave van de stad, zoniet zou overgegaan worden tot bombarderen. De militaire autoriteit en de burgerautoriteit van de stad en vesting weigerden en om 11 uur ‘s avonds begon de beschieting van de stad. Meer dan 4000 obussen en 140 zeppelinbommen vielen op de stad.
 
Bron: nl.wikipedia.org
Antwerpen 1914
uit De Legerbode 670/671, 5 & 12 oktober 1919, Bron: ablhistoryforum.be

twitter.com/Wereldoorlog1

virgin queen

vrijdagavond gezien op Canvas: Elisabeth (1998)

Elisabeth IEngelse koningsdrama’s worden er genoeg gemaakt en zijn meestal van hoge kwaliteit. The Queen (2006) en The King’s Speech (2010) wonnen allebei oscars. Helen Mirren voor haar rol als Elisabeth II en Colin Firth voor zijn rol als George VI. Bovendien won The King’s Speech in 2011 de oscar voor de beste film. Maar ook Engelse historische drama’s die zich verder terug in de tijd afspelen, doen het goed. Verschillende periodes zijn daarbij favoriet: Victorian Era (1837-1901),
de Regency Era (1811-1820) en de Elizabethan Era (1858-1603). Je kunt gerust zeggen dat de koningin (Elisabeth I, Victoria, Elisabeth II) niet alleen de Engelse geschiedenis domineert, maar ook een bijzonder groot uithoudingsvermogen heeft.

Bekende historische drama’s van de laatste jaren zijn Shakespeare in love (1998), de The Young Victoria (2009) met Emily Blunt en natuurlijk ook de twee films over Elisabeth I met Cate Blanchett in de hoofdrol: Elisabeth (1998) en Elisabeth: The Golden Age (2007). Gisteren keek ik naar het eerste deel (1998) dat beter ontvangen is dan het vervolg (2007).

Elisabeth I
aan het einde van Elisabeth verschijnt de Engelse koningin zoals we haar kennen van de portretten die er van haar zijn overgeleverd: eerder een pop dan een vrouw van vlees en bloed. Dit maniëristische schilderij uit de tweede helft van de zestiende eeuw, lijkt wel geborduurd of een mozaïek van schelpjes.

Elisabeth is indrukwekkend kostuumdrama maar het is wel jammer dat scenarist Michael Hirst een loopje met de geschiedenis heeft genomen:

historische onjuistheden
De hofdame van Elizabeth, Kat Ashley, is in de film iemand van ongeveer dezelfde leeftijd als de koningin zelf. In werkelijkheid was zij veel ouder.
Bij Lord Burghley is het omgekeerde het geval, hij lijkt zeker een generatie ouder te zijn, maar was juist van ongeveer dezelfde leeftijd als Elizabeth.
Lord Sussex is in de film een van de verraders die daarvoor onthoofd wordt. In werkelijkheid was hij zijn hele leven een trouwe dienaar van de koningin.
Robert Dudley heeft ook geen verraad gepleegd, en bekeerde zich ook niet tot het katholicisme, hij werd juist steeds strikter in zijn protestantisme en kon later zelfs een puritein genoemd worden.
Bij het verhoor van Elizabeth wordt haar toegeworpen dat het geschil tussen het katholicisme en het protestantisme de oorzaak was van de dood van haar moeder, Anna Boleyn, dit is geenszins het geval, Anna werd ter dood veroordeeld wegens beschuldigingen van overspel, incest en hekserij.
Bisschop Gardiner leefde niet meer toen Elizabeth op de troon kwam, maar doet in deze film toch nog even mee.

Elisabeth [ imdb.com ]