Maandelijks archief: november 2014

bij de aankoop van een boek

gekocht: Amerika (1965) door J.W. Schulte Nordholt

AmerikaOnlangs kocht ik op een boekenmarkt een boek van een halve eeuw oud. Thuisgekomen analyseerde ik nog eens wat mij precies had besloten dit boek te kopen. Dat de menselijke motieven zelden enkelvoudig zijn, weet ik al het langste deel van mijn leven, dus zocht ik naar verschillende motieven. Ik kwam tot drie: 1. het boek als fetisj uit 1965 2. het onderwerp: Amerika 3. de schrijver: Jan Willem Schulte Nordholt. In deze volgorde ook.

Dat een boek als tastbaar object meer tot aankoop motiveert als het onderwerp of de auteur, lijkt dom. Het komt in de buurt van oordelen op grond van uiterlijk. Ook al gaat het verder dan de omslag. Ook de band, het binnenwerk en zelfs de geur van het papier blijven tenslotte een uiterlijk aspect van een boek en staan los van de inhoud waar het natuurlijk om moet gaan, juist bij een boek. Ik ben iemand die van ook boeken als voorwerp houdt. In sommige gevallen zijn boeken zelfs een fetisj voor mij. Al ben ik geen verzamelaar van eerste drukken of gesigneerde exemplaren. Maar ik hou van boeken met een verhaal dat niet in het boek zelf staat. Het verhaal van dit boek, nog voordat ik het gelezen heb, is het verhaal van mid-century modern, van zwart-wit fotografie en van typografie.

Ik hou van boeken met een verhaal dat niet in het boek zelf staat.

In combinatie met het onderwerp, de Verenigde Staten, én uiteraard de prijs, besloot ik het te kopen. De schrijver, J.W. Schulte Nordholt, had nauwelijks nog invloed bij mijn aankoop. Ik kende hem vaag als dichter van Denkend over God en mij en als vertaler van À toi la gloire. Een dichter die kiest voor een kolossaal onderwerp als de Verenigde Staten, moet haast wel een persoonlijk boek schrijven, is mijn redenering.

In Amerika wisselt de schrijver beschouwingen over de Amerikaanse cultuur af met dagboekaantekeningen die hij maakte tijdens een reis in de zomer van 1963. Dat was in een totaal ander Amerika dan vijftig jaar later. De Verenigde Staten stonden in 1963, na de Cubacrisis en enkele maanden vóór de moord op Kennedy, misschien op hun hoogste punt. Daarna kreeg het Amerikaanse zelfvertrouwen de ene na de andere deuk te verwerken.

Jan Willem (Wim) Schulte Nordholt (Zwolle, 12 september 1920 – Wassenaar, 16 augustus 1995) was een Nederlandse dichter en hoogleraar in de geschiedenis en cultuur van Noord-Amerika. Hij is vooral bekend om zijn publicaties over de Verenigde Staten.

Jan Willem Schulte Nordholt [ biografie ]

muiterij

gisteren gezien op Een: The Caine Mutiny (1954)

In 1954 verfilmde Edward Dmytryk de roman The Caine Mutiny van Herman Wouk die in 1951 de Pulitzer Prize won. Het verhaal gaat over loyaliteit en lafheid. Ik keek de film tegen de achtergrond van de communistenjacht in de VS, die in 1954 op zijn hoogtepunt was. Met een beetje fantasie kun je in het karakter van de paranoïde kapitein Queeg (gespeeld door Humphrey Bogart) de Amerikaanse senator Joseph McCarthy herkennen. Overigens was regisseur Edward Dmytryk in de late jaren veertig lid van de Amerikaanse communistische partij, stond hij op de Hollywood Blacklist en zat hij zelfs even gevangen. Maar in 1954 had hij zijn blazoen weer gezuiverd en mocht hij voor Columbia Pictures de bestseller The Caine Mutiny verfilmen.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog, op volle zee, vertoont Queeg, de nieuwe bevelvoerder van de mijnenjager de Caine verontrustend gedrag. De radio-officier Keefer, een gemobiliseerd schrijver, vestigt discreet de aandacht van de andere officieren op het gevaar. Tijdens een orkaan verliest Queeg volledig het hoofd en brengt hij het schip en de bemanning ernstig in gevaar. Luitenant Maryk zet Queeg af, na lang aarzelen en overleg met Keefer. Hij moet nadien voor de krijgsraad verschijnen, alhoewel hij de bemanning gered heeft. De vraag die wordt gesteld is of Maryk een held is of zich heeft laten manipuleren door Keefer.
 
Bron: nl.wikipedia.org

The Caine Mutiny [ imdb.com ]