
als basis voor een olieverfportret

daarna een glacis van rauwe siena en zinkwit

volg de meester [ 1-63 ] | van oude meesters en dingen die niet voorbijgaan



volg de meester [ 1-63 ] | van oude meesters en dingen die niet voorbijgaan
In de Napoleontijd (Empire bij de Fransen en Russen en Regency bij de Engelsen) was een portret per definitie geflatteerd, mooier gemaakt. Het klassieke schoonheidsideaal was in deze stijlperiode belangrijker dan de gelijkenis. Portretschilders kenden vele trucjes om hun model op het canvas stevig op te waarderen. Een roomblanke huid, zinnelijke lippen, een bevallig krulletje langs de hals, een smachtende blik, het hoofd een beetje scheef. Photoshoppen avant-la-lettre. Maar sommige schilders deden hier niet aan en schilderden gewoon wat ze zagen. Dat waren niet altijd schoonheden.



De Russische componist Nikolaj Rimski-Korsakov (1844-1908) overleefde de componisten Modest Moessorgsky (1839-1881) en Alexander Borodin (1833-1887) die samen met hem (en Mili Balakirev en César Cui) tot het Machtige Hoopje behoorden. Hij voltooide verschillende composities die ze zelf niet meer hadden kunnen afmaken. Van Moessorgsky orkestreerde hij de Nacht op de Kale Berg (1886) en van Borodin voltooide hij de opera Prins Igor (1890).
In de voetsporen van Heidegger
Voetnoten bij de 19e eeuw
Amerikaanse Burgeroorlog
Napoleon en zijn schilders
Landschapsschilders uit de Goethezeit
Schilders in Italië
De schilder en zijn broodheer
De waakzaamheid van het hart
Ovidius’ Metamorphosen
Dantes Divina Commedia
Wolkenkrabbers
Op zoek naar de atoomstijl
Een avontuur van luitenant Blueberry
My favourite things