nieuwe Nederlandse vertaling van Piet Schrijvers bij Historische Uitgeverij
Morgen wordt uitgebreid stilgestaan bij de 200e geboortedag van Charles Darwin. Zijn evolutieleer volgens het principe van natuurlijk selectie die hij 150 jaar geleden voor het eerst beschreef in On the Origin of Species is nog steeds hét algemene aanvaarde wetenschappelijke verhaal over het ontstaan van het leven op aarde. Alle religieuze scheppingsverhalen worden sindsdien door de wetenschap als mythologie ontmaskerd.
Bron: De Rerum Natura, boek V – 1183 [ koxkollum.nl ]
Ruim 2000 jaar geleden was het Lucretius die met zijn leerdicht De Rerum Natura een einde wilde maken aan het bijgeloof van zijn tijd en aan de macht van de goden.
In het vijfde boek van De Rerum Natura behandelt Lucretius het ontstaan van aarde, zon, maan en sterren, van planten en dieren. Ook komt hij met een uitvoerige beschouwing over de evolutie van de mens en zijn cultuur. Onlangs is een nieuwe Nederlandse vertaling van Piet Schrijvers verschenen.
Over Lucretius‘ leven is heel weinig bekend. Zijn kennis van de Griekse en Romeinse letterkunde en filosofie getuigt van een degelijke opvoeding. Uit zijn werk blijkt dat hij goed op de hoogte was van het leven in Rome, maar zijn vertrouwdheid met het platteland wijst erop dat hij niet steeds in Rome woonde. Lucretius’ cognomen Carus verwijst mogelijk naar een Keltische afkomst (uit Noord-Italië?). Hij was waarschijnlijk bevriend met enkele vooraanstaande aristocraten. Aan één van hen, een zekere Memmius (praetor in 58 v.Chr., wellicht dezelfde die ook door Catullus wordt genoemd), heeft hij zijn bewaard gebleven werk opgedragen. ( … ) Zijn werk De Rerum Natura is, behalve om de inhoud, ook om zijn literaire kwaliteiten van grote betekenis, en werd door toedoen van Cicero, die zelf allerminst een aanhanger van Lucretius‘ leer was, postuum uitgegeven.
( Bron: nl.wikipedia.org )
In de eerste twee boeken toont hij met de atoomtheorie aan dat de traditionele opvattingen dat de natuur door een scheppende godheid zou zijn ontstaan, totaal onwetenschappelijk zijn.
In het derde boek zet hij uiteen dat de atoomtheorie ook van toepassing is op de mens, op zijn ziel zowel als op zijn lichaam. Van onsterfelijkheid is helemaal geen sprake.
In het vierde boek heeft hij het over de betrouwbaarheid van onze waarnemingen. Wanneer er fouten optreden, komt dat doordat onze geest deze waarnemingen onjuist interpreteert. De waarnemingen vormen ook de grond van onze indrukken van smart en genot, en van de dromen, instincten en driften, inclusief de seksuele. Dit boek eindigt met een satirische schildering van de liefde in al haar verschijningsvormen.
Het vijfde boek behandelt het ontstaan van aarde, zon, maan en sterren, van planten en dieren, en eindigt met een uitvoerige beschouwing over de evolutie van de mens en zijn cultuur.
In het zesde boek worden bijzondere meteorologische verschijnselen besproken en vanuit de atoomtheorie verklaard. Extreme weersomstandigheden en natuurrampen ontstaan via natuurlijke weg, en hebben niets met goddelijke ingrepen te maken. Het boek eindigt abrupt met de evocatie van de pest te Athene: het is duidelijk dat de dood Lucretius heeft verhinderd de laatste hand aan zijn werk te leggen.
recensie in Trouw | recensie in NRC | Lucretius [ koxkollum.nl ] | Lucretius Links
Over Lucretius‘ leven is heel weinig bekend. Zijn kennis van de Griekse en Romeinse letterkunde en filosofie getuigt van een degelijke opvoeding. Uit zijn werk blijkt dat hij goed op de hoogte was van het leven in Rome, maar zijn vertrouwdheid met het platteland wijst erop dat hij niet steeds in Rome woonde. Lucretius’ cognomen Carus verwijst mogelijk naar een Keltische afkomst (uit Noord-Italië?). Hij was waarschijnlijk bevriend met enkele vooraanstaande aristocraten. Aan één van hen, een zekere Memmius (praetor in 58 v.Chr., wellicht dezelfde die ook door Catullus wordt genoemd), heeft hij zijn bewaard gebleven werk opgedragen. ( … ) Zijn werk De Rerum Natura is, behalve om de inhoud, ook om zijn literaire kwaliteiten van grote betekenis, en werd door toedoen van Cicero, die zelf allerminst een aanhanger van Lucretius‘ leer was, postuum uitgegeven.
De gebroeders Meester zijn twee mediagenieke filosofen. Als een Maarten van Rossum of een Midas Dekkers maken ze hun vakgebied toegankelijk voor een breed publiek en dat doen ze dus meestal met flink wat ironie. Dat ze een duo vormen, is ideaal want daardoor is er een voortdurende dialoog en dat is dé klassieke manier om te filosoferen. Natuurlijk verschillen de twee broers voortdurend van mening. Maarten is de rationalist, Frank de mysticus-romanticus. Dat botst. De plagerige toon is soms wat geforceerd, maar het levert in ieder geval wel grappige gesprekjes op en dat is natuurlijk uitstekend voor een breed publiek. Voor vakfilosofen zullen de gesprekken in meesters in de filosofie meestal de diepgang van een pannenkoek hebben, maar voor de lezers voor wie dit een eerste kennismaking met de filosofie is, kan het een uitnodiging zijn om meer te gaan lezen. De kadertjes tussendoor met wat achtergrondinformatie over de betreffende filosoof kunnen hiertoe ook een aanzet geven. Het boekje is verre van volledig en de geschiedenis van de filosofie wordt met zevenmijlslaarzen genomen. Maar het werkje is dan ook tamelijk pretentieloos. De Meesters hebben er vooral plezier in om met filosofie bezig te zijn en hun gesprekken werken erg aanstekelijk.
Vorige week schreef ik
De depressie-epidemie












