land van de vallende meren

gezien op WDR: Abenteuer Erde – Lander der fallender Seen
documentaire over Nationaalpark Plitvice in Kroatië
Sechzehn kristallklare Seen, in spektakulären Terrassen angeordnet, durch unzählige Wasserfälle und Stromschnellen verbunden, das sind die fallenden Seen von Plitvice in Kroatiens gleichnamigen Nationalpark. Dieses einzigartige Naturjuwel erinnert an ein Märchenland: Dichter Buchenwald umschließt die Wasserflächen, Bäume wachsen auf schmalen Überhängen, thronen über Wasserfällen, strecken ihre Äste in den Sprühnebel der Katarakte. Hier scheinen die Grenzen zwischen den Elementen aufgehoben. Denn die fallenden Seen verdanken ihre Existenz einem faszinierenden biologischen Phänomen: Das stark mit Kalk angereicherte Karstwasser aus dem Dinarischen Gebirge lagert sich an Moosen an, Pflanzen und Kalk bilden gemeinsam ein spezielles Gestein, das Travertin. In Plitvice verwandelt sich Wasser zu Stein, man nennt es nicht umsonst das „Land, wo die Steine wachsen“.
 
Bron: wdr.de/tv/abenteuererde
deel 1 uit Abenteuer Erde
Lander der fallender Seen
deel 2 | deel 3 | deel 4 | deel 5

Abenteuer Erde bietet Einblicke, veranschaulicht Zusammenhänge, macht Lust auf Expeditionen. In weite Fernen. Und vor die eigene Haustür. Jeden Dienstag, von 20:15 – 21:00 Uhr, Wiederholung jeweils am Donnerstag, 14:15 – 15:00 Uhr. Von den jährlich etwa 52 Sendungen werden rund 26 neu produziert, zum Teil in nationaler oder internationaler Kooperation bzw. auf dem internationalen Markt angekauft. Die andere Hälfte besteht aus Übernahmen aus den anderen Dritten Programmen der ARD und aus Wiederholungen.

Abentuer Erde Archief

100 jaar geleden [ 5 ]

deze maand is het 100 jaar geleden dat de eerste T-Ford op de markt kwam
vanavond in andere tijden op Nederland 2 om 21.25: een auto voor iedereen
Henry Ford met T FordOmstreeks 1908 brak er een nieuw tijdperk aan. Tot dat moment was een auto alleen iets voor de rijkelui. Auto’s werden luxer en de fabrikanten van toen waren er al achter gekomen dat ze meer winst konden maken op duurdere auto’s dan op goedkopere. Daarom eisten de aandeelhouders van Ford dat Henry ook een zescilinder zou bieden. Maar Henry had een beter plan: In 1908 kwam de T-Ford op de markt, een praktisch ingesteld vervoermiddel met ruimte achterin zodanig “dat men er een paar melkbussen kan neerzetten”, zo zei Ford.
 
Technisch was het model goed bij de tijd met een 2.9 liter viercilindermotor waarvan de cilinderkop uit één geheel bestond, met één centraal oliecarter voor de smering en met een dynamo. Een startmotor had de wagen nog niet, daarvoor zat een slinger. De eerste modellen hadden zelfs geen voorruiten. Pas later kwamen er auto’s met voorruiten maar zonder ruitenwissers. Pas tegen het einde van de productietijd (rond 1923) kwam er een T-Ford met een gesloten carrosserie. In het begin (1908) kostte de T-Ford $ 850,-, maar die prijs ging naar $ 950,- in 1910. Maar eind 1910 kwam een geweldige prijsverlaging. De T-Ford werd leverbaar vanaf $ 680,-. Dit kwam doordat Ford de fabriek verhuisde naar een nieuw terrein op Highland Park. Hier introduceerde Ford ‘De lopende band’. In plaats van dat 1 werknemer een motor in elkaar zette, werd dit werk nu verdeeld. In zijn boek “Mijn leven en werk” legde Henry Ford uit: Het in elkaar zetten van de motor, vroeger door 1 man gedaan, is nu verdeeld in 84 afzonderlijke bewerkingen. Deze 84 man doen het werk dat vroeger 250 mannen deden.”
 
Ook introduceerde Henry de 5 dollar dag. Deze verving de werkdag van 9 uur (met een dagloon van $ 2,34, dat algemeen was) door een acht-urige werkdag met een loon van vijf dollar. Hierdoor liep het storm van sollicitanten op Highland Park, maar ouderen zagen het niet zo zitten omdat jongeren nu evenveel verdienden als ouderen. Ford gaf hierop heel simpel antwoord door te zeggen dat goede betaling goede werknemers oplevert en dat goed betaalde werknemers kunnen kopen wat zij willen, uiteindelijk ook een eigen Ford. En die Ford werd steeds goedkoper. Tegen het einde van zijn productie (1924) kon je al een T-Ford kopen voor $ 290,-. Toen de T-Ford in juni 1927 uit productie ging, waren er in totaal 15.458.781 stuks gebouwd. Een record dat tot 1972 zou blijven staan, tot het gebroken werd door de Volkswagen Kever. De T-Ford was 19 jaar in productie geweest.
 
Bron: nl.wikipedia.org

geschiedenis.vpro.nl

Cover artist

gekocht tentoonstellingscatalogus: The Paperback Art of James Avati
door Piet Schreuders en Kenneth Fulton

James AvatiHet is niet zo moeilijk neerbuigend te doen over de ‘romannetjes’ die bij de kassa liggen. Ook het ‘plaatje’ op de omslag die de pulp tussen de kaften aantrekkelijker moet maken, beschouwen we a priori als kitsch en zeker niet als kunst. Maar er zijn uitzonderingen. Piet Schreuders maakte ons in 2000 al attent op het uitzonderlijke talent van de Amerikaanse ‘paperback artist’ James Avati in een documentaire voor de VPRO. James Avati overleed in 2005, overigens in hetzelfde jaar als zijn collega Robert A. Maguire. Ter nagedachtenis aan de ‘king of the paperback’ was er in het najaar van 2005 een expositie in het Gemeentemusum van Helmond. De derde afgeprijsde tentoonstellingscatalogus die ik vorige week kocht, is een monografie van James Avati die in 2005 naar aanleiding van deze tentoonstelling is verschenen. In de ramsjkrant staat deze nu afgeprijsd van € 29,50 voor € 7,90

Zowel het boek als de documentaire laten de werkwijze van James Avati goed zien. Eerst las hij, vaak met tegenzin, het verhaal en visualiseerde dan de hoofdpersonen in een situatie met een ‘emotional center‘. Aan de hand van schetsen, ensceneerde hij dan deze situaties met modellen en maakte daar een fotosessie van. Zowel zijn vader als grootvader hadden in Italiëal naam gemaakt als fotograaf, dus als kind was Avati al zeer vertrouwd met de camera. Net als een ‘historieschilder’ uit de 16e en 17e eeuw moet een paberback painter niet alleen kunnen schilderen, maar moet hij ook als een regisseur met veel mensenkennis de juiste situatie weten te treffen.

James Avati
stills uit James Avati – A Life in Paperbacks door Koert Davidse en Piet Schreuders voor de VPRO

Paperbacks
Gedurende de zogeheten paperbackrevolutie van de jaren 50 van de vorige eeuw werden in Amerika literaire boeken verkocht in „softcover„-edities met een miljoenenoplage. Zo bereikte de echte literatuur een nieuw publiek, dat niet gewend was een roman te lezen. Realistische illustraties op de covers werden gebruikt om de aandacht van het publiek te trekken. James Avati was de eerste en de beste van deze paperback-illustratoren. Zijn collega’s noemen hem dan ook de “King of the Paperbacks“. De afgelopen 25 jaar zijn Avati’s originele schilderijen voor een belangrijk deel gered uit de opslagruimten van de Amerikaanse uitgevers, zoals Signet, Avon, Dell en Bantam. Tegenwoordig mogen we deze schilderijen als echte kunstwerken beschouwen.

cubra.nl | illustration-magazine.com