film noirs op YouTube [ 1 ]

gezien op Cult Cinema Classics: The Stranger (1946)

Eigenlijk hou ik helemaal niet van misdaadfilms maar voor film noir heb ik een groot zwak. De zwartwit-cinematografie, belichting en het tijdsbeeld zuigen me altijd weer een nieuwe noir binnen. In het public domain staan honderden films waarvan het copyright om verschillende redenen niet verlengd is en die dus legaal via het internet getoond mogen worden, zoals op het YouTube-kanaal Cult Cinema Classics. In maart keek ik naar twaalf film noirs uit de periode 1945-1955. Het zwaartepunt valt in de tweede helft van de jaren veertig omdat het genre toen op zijn hoogtepunt was en de meeste verschenen. In de komende reeks bespreek ik deze twaalf films: 1 uit 1945, 4 uit 1946, 2 uit 1949, 2 uit 1950 en 1 uit 1955. Deze keer: The Stranger van Orson Welles. Cinematografie van Russell Metty.

the strangerIn 1946 was Orson Welles pas 31 maar had in de filmwereld al een heel leven achter de rug, met twee meesterwerken (Citizen Kane in 1941 en The Magnificent Ambersons in 1942) maar met ook een verschrikkelijke strijd met William Randoph Hearst en de productiemaatschappij RKO. Voordat hij zelf weer zou schitteren in The Lady of Shanghai in 1947 met zijn toenmalige vrouw Rita Hayworth en in 1949 als Harry Lime in The Third Man, maakte hij in 1946 de wat minder bekende film noir The Stranger. In de hoofdrollen Edward G.Robinson, Loretta Young en Welles himself.

De artistieke vrijheid die Orson Welles met Citizen Kane gekregen had, was definitief voorbij. Hij vreesde dat er anders meedogenloos geknipt zou worden door de producent zoals met The Magnificent Ambersons was gebeurd. The Stranger is een conventionele Hollywoodfilm geworden. Welles had zich laten temmen, maar toch is deze film zeker niet tam geworden. Het is de eerste speelfilm waarin filmbeelden van concentratiekampen en massagraven worden getoond. De nazi was in 1946 het nieuwe archetype van het kwaad geworden. Het Proces van Neurenberg werd pas in 1947 afgerond en toen deze film gemaakt werd, was de jacht op nazi’s in volle gang.

Eward G. Robinson speelt inspecteur Wilson die jaagt op de voortvluchtige oorlogsmisdadiger Franz Kindler, gespeeld door Orson Welles. Hij heeft een vermoeden dat deze in een stadje in Connecticut onder een valse identiteit zit ondergedoken. Als lokaas gebruikt hij een andere nazi en laat deze schaduwen. Deze Meineke vindt zijn vroegere nazivriend, maar omdat Kindler het niet vertrouwt, vermoordt hij zijn oude vriend, zonder dat iemand het ziet. Nu Meineke plotseling verdwenen is en het spoor is doodgelopen, besluit inspecteur Wilson zelf eens in het stadje te gaan kijken.

the stranger
De apotheose van The Stranger speelt zich af in een klokkentoren. Cinematograaf Russell Metty bedacht dit ingenieuze beeld: Franz Kindler is bovenin de klokkentoren in het nauw gedreven, trekt zijn pistool dat geëchood wordt door zijn doodvonnis.
the stranger
Het groteske einde van The Stranger. Franz Kindler heeft geen rechter in Neurenberg nodig om gestraft te worden. Zijn noodlot regelt het.
le criminelScenarioschrijver Victor Trivas ontving in 1947 een oscarnominatie voor het beste scenario. Hij liet daarin Franz Kindler een hard vonnis vellen over de Duitser: “The German sees himself as the innocent victim of world envy and hatred, conspired against, set upon by inferior peoples, inferior nations. He cannot admit to error, much less to wrongdoing, not the German. We chose to ignore Ethiopia and Spain, but we learned from our own casualty list the price of looking the other way. Men of truth everywhere have come to know for whom the bell tolled, but not the German. No! He still follows his warrior gods marching to Wagnerian strains, his eyes still fixed upon the fiery sword of Siegfried, and he knows subterranean meeting places that you don’t believe in. The German’s dream world comes alive when he takes his place in shining armor beneath the banners of the Teutonic knights. Mankind is waiting for the Messiah, but for the German, the Messiah is not the Prince of Peace. No, he’s… another Barbarossa… another Hitler.”
 
Bron: villains.fandom.com

Bekijk deze film op YouTube

denk aan mij … in 2023

welke personen komen in 2023 in aanmerking voor (nog) een postzegel?

200e sterfdag
16 februari Pierre Paul Prud’hon 1758-1823
14 maart Charles François Dumouriez 1739-1823
Ludwig Tieck19 maart Adam Kazimierz Czartoryski 1734-1823
8 juli Henry Raeburn 1750-1823

250e geboortedag
14 april Jean-Baptiste Villèle 1773-1854
31 mei Ludwig Tieck 1773-1853 »
28 juli Frédéric Cuvier 1773-1838
22 augustus Aimé Bonpland 1773-1858
6 oktober Louis Philippe I 1773-1850
9 december Armand Augustin de Caulaincourt 1773-1827

150e sterfdag
John Stuart Mill9 januari Napoleon III 1808-1873
18 april Justus von Liebig 1803-1873
1 mei David Livingstone 1803-1873
8 mei John Stuart Mill 1806-1873 »
8 juli Franz Xaver Winterhalter 1805-1873

150e geboortedag
25 februari Enrico Caruso 1873-1921
2 april Sergej Rachmaninov 1873-1943

een misselijke vent

Gelezen: a soul not dead but dying (2011) van Kelly Hamren
In The superfluous man in 19th century Russian literature

Grigori Alexandrvitsj Petsjorin, de hoofdpersoon in De held van onze tijd is een misselijke vent. Hij is weliswaar bijzonder intelligent, ziet er goed uit en kan heel innemend zijn maar bezit desalniettemin een aantal bijzonder nare karaktereigenschappen: hij is egoïstisch, trots, minacht anderen, is niet in staat tot vriendschap, wil altijd bovenop liggen, is jaloers en wraakzuchtig en geniet ervan als hij anderen kan laten lijden.

In het voorwoord bij Petsjorins dagboekaantekeningen richt de fictieve schrijver zich tot de lezer. “Wat een boze ironie zult u zeggen,” schrijft hij over zijn keuze om Petsjorin de held van onze tijd te noemen. Hij antwoordt daarop “ik weet het niet”. De schrijver heeft namelijk ook bewondering voor Petsjorin: “lezing van deze aantekeningen overtuigde me van de oprechtheid van de auteur, doordat hij zijn eigen zwakheden en gebreken zo meedogenloos uit de doeken doet”, schrijft hij in hetzelfde voorwoord.

Lermontov 1964De tegenstrijdigheid in het karakter van Petsjorin, zijn genadeloze zelfreflectie aan de ene kant en aan de andere kant zijn gemene streken, maken van hem een anti-held. In de literatuur rond 1840, toen De held van onze tijd verscheen, was dit een betrekkelijk nieuw fenomeen. Lord Byron had tussen 1812 en 1818 met Childe Harold’s Pilgrimage de aanzet gegeven. Na zijn dood in 1823 werd Byron eindeloos nagevolgd. In de Russische literatuur zou Jenevgin Onegin de eerste Byroniaanse held worden. Petsjorin werd de tweede en Lermontov noemde hem expliciet de held van onze tijd.

Lermontov koppelde zijn hoofdpersoon overigens bewust aan Jevgeni Onegin. Poesjkin leidde de naam Onegin af van de Onega, een rivier in het Noorden van Rusland en Lermontov deed hetzelfde: Petsjorin is afgeleid van de Petsjora, eveneens een rivier in het Noorden van Rusland. Onegin en Petsjorin waren beiden gemodelleerd naar de byroniaanse held, maar zouden zelf ook weer een bepaald type gaan vertegenwoordigen in de Russische literatuur van de negentiende eeuw. Dit type zou bekend worden onder de naam лишний человек (superfluous man) en tot een hele reeks romanpersonages leiden: Oblomov bij Gontsjarov, Bazarov in vaders en zonen van Toergenjev en Stavrogin in Boze geesten van Dostojevski zijn het meest bekend geworden.

lermontov 1939
Russische postzegels uit 1939
t.g.v. de 125e geboortedag van Lermontov

The superfluous man is een veel gekozen onderwerp bij doctoraalscripties van studenten Russische literatuur en slavistiek. Een psychoanalyse van Petsjorin blijft meestal niet achterwege. Na De held van onze tijd las ik het hoofdstuk A Soul not Dead but Dying over Petsjorin in The etrenal stranger – In The superfluous man in 19th century Russian literature (2011) van Kelly Hamren.

Hoe komt het dat Petsjorin ons 180 jaar later nog zo weet aan te spreken? Lermontov heeft blijkbaar een aantal eigenschappen waargenomen in de mensen die hij in zijn eigen tijd om zich heen zag, die hij in Petsjorin geconcentreerd heeft. In het voorwoord schrijft Lermontov: “Hij (de fictieve schrijver) heeft gewoon voor zijn plezier geprobeerd de huidige mens te tekenen zoals hij hem keer op keer heeft leren kennen – tot zijn en u verdriet.” Peter Zeeman besluit zijn bespreking in De Groene Amsterdammer in 1994 met de constatering dat velen in de twintigste eeuw aan het signalement van Petsjorin beantwoorden en dat ook hij er zelf een paar kent. De anti-held Petsjorin maakt zijn titel held van onze tijd na 180 jaar nog steeds waar. Wat mij betreft, is dat wél boze ironie.

lermontov 1941
Russische postzegels uit 1941
t.g.v. de 100e sterfdag van Lermontov

Zegt het karakter van Petsjorin nu iets over de mens in het algemeen of specifiek over het karakter van de moderne mens, die zich in de eerste helft van de negentiende eeuw begon uit te tekenen? Lermontov presenteert Petsjorin als een figuur die gekweld wordt door een bewustzijn waarmee hij genadeloos over zichzelf en anderen oordeelt. Bovendien lijdt hij onder de ambiguïteit van het menselijke bestaan, een typische aandoening van de moderne mens, die in de Romantiek pijnlijk zichtbaar begin te worden.

Dit nieuwe maar pijnlijke zelfbewustzijn was het gevolg van een verschuiving van het christelijke naar het natuurwetenschappelijke mens- en wereldbeeld. Deze paradigma shift was weer een gevolg van het humanisme en de Verlichting. Lermontov laat Petsjorin in zijn dagboek verwijzen naar een versregel uit Evgeni Onegin: “het kille vorsen van de rede en het droeve weten van het hart”.

lermontov 1957
Russische postzegel uit 1957
Portret van Lermontov met rechts de Darjalkloof

De (fictieve?) schrijver noemt Petsjorin niet zonder bewondering De held van onze tijd. Ook al is Petsjorin in het dagelijkse leven een misselijke vent (en op het metafysische vlak zelfs een “rottende ziel”) blijkbaar is hij wel in staat bewondering op te roepen. Bewondering voor wat precies? Wat zouden we in Petsjorin kunnen bewonderen? De fictieve schrijver prijst zijn genadeloze zelfkritiek en lijkt dat gelijk te stellen aan eerlijkheid.

Petsjorin zou dan een zeer tegenstrijdige figuur worden. Enerzijds bezit hij in extreme mate een hele reeks negatieve eigenschappen zoals zelfzucht, wraakzucht, machtswellust en sadisme. Anderzijds is hij in staat tot genadeloze zelfkritiek en is hij de laatste om te ontkennen dat hij al die nare karaktereigenschappen in huis heeft. Dat geeft hem een schijn van eerlijkheid. En is dat laatste niet het heldhaftige van Petsjorin? Het feit dat hij niet wegloopt voor de waarheid over zichzelf?

Hoe rusteloos zijn ziel ook is, in de Kaukasus lijkt Petsjorin zich thuis te voelen, niet als mens maar eerder als een roofdier in zijn territorium. In een van zijn dagboekaantekeningen schrijft hij: “Ik doe niets liever dan mijn macht opleggen aan mijn omgeving. Machtsdrift wordt nooit dieper, grootser bevredigd dan wanneer je gevoelens van liefde, toewijding en angst inboezemt. Trots wordt niet zoeter gestreeld dan wanneer andermans vreugde en pijn afhankelijk zijn van jouw willekeur.”

lermontov 1964
Russische postzegels uit 1964
t.g.v. de 150e geboortedag van Lermontov

Petsjorin zit graag op de stoel van de dictator, van de romeinse keizer die met zijn duim macht heeft over leven en dood van anderen. Een dergelijke schaamteloze bekentenis van machtswellust is in de Russisch-orthodoxe traditie het signatuur van de duivel. In het christelijke mens- en wereldbeeld heeft Lucifer in zijn hoogmoed zich boven God willen verheffen en daardoor was hij ten val gekomen. Door de zondeval had hij ook de mens in zijn val meegesleurd. De mens is tot vallen gedoemd maar kan toch gered worden. Het is een redding die hij zelf niet in de hand heeft en die alleen mogelijk is door oprecht berouw.

Wanneer de mens tot ware kennis over zichzelf komt, ontmoet hij ook Zijn Schepper. Dat is de geestelijke logica van het christelijke geloof en de Russisch-orthodoxe Traditie. In oprecht berouw over zijn zonde tegenover God, heeft het kwaad geen vat op de mens. Maar door hoogmoedige gedachten trekt hij het kwaad juist aan. Om zo te spreken “nodigt de trots het kwaad in het hart uit”. Daarom is de nederigheid de enige juiste houding die redding mogelijk maakt.

lermontov 2014
Russische postzegel uit 2014
t.g.v. de 200e geboortedag van Lermontov met rechts zijn schilderij van de kruisberg (Kazbek)

Als Rus was Lermontov absoluut bekend met de christelijke visie op het kwaad. Maar in zijn voorwoord laat hij daar toch niets van merken. Hij schrijft: “Laat het genoeg zijn dat de ziekte is geconstateerd, Joost mag weten wat er tegen kan worden gedaan.” De diepgelovige Dostojewski zou dit nooit geschreven kunnen hebben, ook al was hij in de diagnose over de geestelijke ziekte van zijn tijd, niet minder duidelijk dan Lermontov.