Hubert Robert (1733-1808) en de antieke erfenis
Door de opgravingen van Herculaneum en Pompeï in de eerste helft van de achttiende eeuw waren ruïnes een modeverschijnsel geworden. Niet alleen archeologen en wetenschappers doken er bovenop, maar ook tekenaars, schilders en grafici. De Italiaanse schilder Giovanni Paolo Panini (1691-1765) droeg zijn liefde voor antieke Romeinse oudheden over op zijn leerlingen Giovanni Battista Piranesi (1720-1778) en Hubert Robert (1733-1808). Toen Robert na een verblijf van tien jaar in Italiëin 1764 naar zijn vaderland terugkeerde, kreeg hij in Frankrijk de bijnaam Robert des Ruines.

Hubert Robert studeerde eerst aan het
Collège de Navarre en was daarna leerling van de beeldhouwer
Michel-Ange Slodtz. In 1754 ging hij naar
Rome waar hij tien jaar verbleef. Hij werkte ook in
Napels. In
Rome onderging hij de invloed van
Giovanni Battista Piranesi en
Giovanni Paolo Pannini. Na terugkomst in Parijs werd hij lid van de
Académie française. Hij was vanaf 1779 conservator van de koninklijke schilderijenverzameling, die toen al gehuisvest was in die delen van het paleis die later de bestemming van museum zouden krijgen. In 1794 werd
Robert betrokken bij plannen tot de oprichting van een museum. Als hoffunctionaris werd hij tijdens de Franse Revolutie gevangengenomen, maar hij overleefde de terreur van
Robespierre en kreeg in 1799 een leidende rol bij de inrichting van het
Louvre tot museum. Eén van zijn belangrijkste ideeën was de belichting van de zalen van bovenaf om de juiste condities te scheppen voor schilders; het
Louvre was aanvankelijk vooral gedacht als atelier.
Bron:
nl.wikipedia.org
456 werken van Hubert Robert op Joconde [ culture.gouv.fr ]