vanmiddag een kopie geschilderd naar Cornelis Kruseman
De Nederlandse 19e eeuwse Italianisant Cornelis Kruseman (1797-1857) was opgeleid en gevormd in de traditie van het classicisme. Het ideaal van het classicisme is: edele eenvoud en stille grootsheid. Daar past geen picturaal vuurwerk bij. De penseelstreek wordt met een brede en zachte kwast glad gedast zodat de sporen van menselijke activiteit zijn uitgewist. Op deze manier schilder je gepolijste portretten waarbij de huid soms meer aan porselein dan aan vlees doet denken. Het is niet bepaald mijn stijl, maar door een glad geschilderd portret te kopiëren, leer ik wel nauwkeuriger te kijken naar plasticiteit. Olieverf is een fantastisch materiaal om subtiele overgangen in vloeiende partijen van koele en warme tonen te imiteren.
kopie naar Cornelis Kruseman ca. 1829
portret van Johannes van den Bosch
Cornelis Kruseman werd in 1797 in Amsterdam geboren. Hij bleef in die stad wonen tot hij in 1821 op reis ging naar Zwitserland en Italië, om tenslotte in Parijs terecht te komen. In 1825, na zijn terugkeer in Nederland, vestigde hij zich in ‘s Gravenhage. In 1841 vertrok hij opnieuw naar Italië, waar hij 6 jaar zou blijven. Hij wordt daarom ook wel de “Italiaanse Kruseman” genoemd. Van 1847 tot 1854 woonde hij in ‘s Gravenhage, en daarna tot zijn dood in Lisse.
Arte is samen met Canvas en de BBC een van de weinige zenders die nog klassieke films van vóór 1970 uitzendt. Op zondagmiddag zendt Canvas vaak een klassieker in zwart-wit uit en Arte laat af en toe op een dinsdagnacht een stummfilm zien. Afgelopen dinsdagnacht nam ik The Silent Enemy op. Deze film is veel minder bekend dan de vergelijkbare film Nanook of the North uit 1922. The Silent Enemy verscheen in 1930, een ongelukkig moment want het grote publiek keerde de stille film massaal de rug toe. De geluidsfilm was inmiddels doorgebroken en films zonder geluidsspoor waren stomme films geworden. De Talkie bleek in 1930 de grote vijand van The Silent Enemy.
Net als Tabu: a story from the South seas (1931) van F. Murnau is The Silent Enemy een kruising tussen een speelfilm en een etnografische film. Het is een echte indianenfilm waar niet één blanke acteur in meespeelt. Het verhaal speelt zich namelijk af in het pre-Columbiaanse Canada. We hebben nog wel eens de neiging om de Noord-Amerikaanse indianen en hun cultuur te idealiseren. Met de komst van de Europeanen zouden ze uit het aardse paradijs gejaagd zijn. Maar deze film laat zien dat het pre-Columbiaanse Amerika alles behalve een paradijs was. De strijd om het bestaan was bikkelhard. De nomadische volkeren die leefden van de jacht hadden één gemeenschappelijke vijand. Honger.
The Silent Enemy laat zien dat het pre-Columbiaanse Amerika alles behalve een paradijs was. De strijd om het bestaan was bikkelhard.
Verdeeldheid binnen de stam moest door het opperhoofd worden bezworen. De medicijnman (of sjamaan) had veel macht binnen de stam omdat de jachtgronden, die de koers van de stam bepaalden, meestal in een visioen aan hem werden geopenbaard. In het verhaal van The Silent Enemy gaat het over een machtsstrijd tussen de medicijnman Dagwan en het opperhoofd Baluk. Je kunt hier het westerse conflict tussen Kerk en Staat in zien. Als één verliest, moet hij geofferd worden. Er wordt een brandstapel opgericht voor de zondebok. The Silent Enemy geeft een indrukwekkend inkijkje in het rauwe leven van de Ojibways, een natuurvolk dat beslist niet uit nobele wilden bestond. Met hun brandstapels kenden ze dezelfde wreedheid als de Jezuïeten die als etnografen avant la lettre hun leven optekenden.
“Dieser Film hier ist die Geschichte meiner Leute. Ich spreche für sie, weil ich eure Sprache spreche. Im Anfang gab uns der Große Geist dieses Land. Unser war das Jagdwild. Wir waren glücklich, wenn es reichlich Wild gab. In Jahren der Hungersnot litten wir. Bald werden wir verschwunden sein. Eure Zivilisation wird uns vernichtet haben. Aber durch euren Zauber werden wir ewig leben. Dank diesen weißen Männern! Sie haben uns geholfen, den Film zu machen. Sie sind in unseren Wald gekommen. Sie haben unsere Not mit uns geteilt. Sie haben unseren Alten an den Lagerfeuern zugehört. Wir haben ihnen die Geschichten erzählt wie unsere Großväter sie uns überliefert haben. Deswegen ist dieser Film Wirklichkeit.” (proloog van Chief Yellow Robe)
The Silent Enemy
The Silent Enemy opens with the only spoken word dialogue in the picture, an introduction by Souix Chief Yellow Robe, who plays the part of Chetoga, the tribe leader. Here, he asks the audience not to look on them as actors, but instead as a people revisiting their heritage and lifestyle. We meet his tribe of Ojibways, camped on the banks of a river where they have spent the last six years. From the stories of their ancestors, the seventh year has been one of famine, and the lack of game in the area has their best hunter Baluk (Chief Buffalo Child Long Lance) advising that they should move north, to where the caribou run, if they want to survive the winter. Their medicine man, Dagwan (Chief Akawanush), has other ideas, most of them self-serving, as he tries to berate Baluk in the eyes of his people, in the hopes of gaining the chief’s daughter Neewa (Spotted Elk) as his bride. Despite his luck at hunting a deer, Dagwan’s bid for the tribe to remain where they are is overturned by the tribal council, and they pack up and head to the north, though it will not be an easy journey. Food is scarce, and the pervading hunger continues to plague the tribe. As we move deeper into winter, the starvation and effects of travel begin to take their toll, and casualties begin to mount. The deception of Dagwan continues to keep things tense among the tribe, and the chief offers himself as a sacrifice to the Great Spirit by fasting alone in the forest until his people are once again fortuitous in their hunting. Along the way we witness many tribal customs which enrich the piece, and when one takes into account the efforts involved to capture these images, the results are truly amazing.
Volgens Hannah Arendt trok er door het denken van haar leermeester Martin Heidegger een storm. “Hij komt uit het oeroude en wat hij achterlaat, is iets volmaakts, dat zoals al het volmaakte terugvalt aan het oeroude.” Wij gingen bij de beroemde blokhut in Todtnauberg kijken of Arendt gelijk had.
In het Rijk van de Geest is alles tegenwoordige tijd en daar alleen ben je onsterfelijk. Zolang je maar niet vergeten wordt, leef je voort. Maar als je bent weggezonken in het collectieve geheugen, kun je met een lemma op wikipedia.org weer boven water komen.
Deze serie begon op 9 april 2010, precies 145 jaar na het einde van de Civil War, misschien wel het grootste trauma uit de Amerikaanse geschiedenis. Het laatste artikel verscheen op 3 juli 2013. Dat was precies 150 jaar na de Slag bij Gettysburg, het keerpunt in de oorlog.
Weinig historische figuren zijn zo vaak geschilderd als Napoleon Bonaparte. Niet alleen tijdens zijn bewind maar ook daarna bleven schilders historische gebeurtenissen vastleggen met Napoleon in het centrum van de aandacht. Geschiedvervalsing. Omdat het moest.
Met de Goethezeit wordt in Duitsland de periode 1770-1830 aangeduid. Niet alleen de filosofie, literatuur, beeldhouwkunst, architectuur en muziek kwamen in het Duitse taalgebied tot bloei maar ook de romantische landschapsschilderkunst.
Tot in de 19e eeuw was de reis naar Italië voor veel kunstenaars een verplicht nummer. Tijdens de Grand Tour werden Venetië, Florence en Rome bezocht waar de meesters bestudeerd werden. Maar het Italiaanse landschap bleek voor veel kunstenaars aantrekkelijker.
Nu de overheid zich als mecenas heeft teruggetrokken worden veel kunstenaars weer afhankelijk van rijke opdrachtgevers en verzamelaars. Net als vroeger dus, toen veel kunstenaars vaak tegen wil en dank de lakeien van de heersende klasse waren.
De Philokalia is een verzameling geestelijke geschriften die tussen de vierde en veertiende eeuw (in het Grieks) geschreven zijn en in de achttiende eeuw door de heilige Nikodimos van de berg Athos gebundeld zijn. Zijn tijdgenoot Paisius Velichkovsky maakte een vertaling in het Kerkslavisch.
In de Middeleeuwen was er eigenlijk maar één boek. Na de revolutie van de boekdrukkunst kreeg de Bijbel concurrentie van eigentijdse maar vooral ook van klassieke geschriften. De compilatie van mythen die Ovidius aan het begin van onze jaartelling in klassiek Latijn had samengesteld, werd een inspiratiebron voor ontelbare schilders.
Dante stelt zich het Inferno voor als een trechter die breed begint onder het aardoppervlak en dan toeloopt naar het ijskoude middelpunt van de aarde. Daar zetelt Lucifer. Er zijn negen kringen. Dante en Vergilius ontmoetten er steeds grotere zonden en grotere zondaars.
Chicago en New York werden eind 19e eeuw proeftuinen waar de skyscraper dankzij een stalen constructie steeds hoger kon worden. Er lagen ook twee Amerikaanse gedachten aan ten grondslag:
"Form follows function" en "The sky is the limit."
In de zomer van 2009 was in het Atomium in Brussel de tentoonstelling A la recherche du “Style Atome” te zien. Het is een swingende stijl uit de jaren vijftig die nog steeds beoefend wordt. Noem het geen retro. De atoomstijl is iets speciaals.
In 1963 begon de Franse striptekenaar Jean Giraud (1938-2012) samen met scenarist Jean-Michel Charlier (1924-1989) aan zijn levenswerk: Blueberry. Ze lieten zich daarbij inspireren door de spaghettiwestern. Het 50-jarige jubileum van zijn antiheld maakte Giraud net niet meer mee. Hij overleed in 2012.
Belgian woodcuts & Russian Luboks. Underground comics & Midcentury Modern. Genesis, Pink Floyd & Film Noir ...
These are a few of my favorite things ...