Meesterwerken uit het Koninklijk Museum terug in de Kathedraal.
En daar stonden we dan voor een gesloten Koninklijk Museum voor Schone Kunsten (KMSKA) in Antwerpen. Het museum blijft nog tot 2017 gesloten. Wat Amsterdam kan, kan Antwerpen dus ook. Wij daarop naar het spiksplinternieuwe Museum aan de Stroom (MAS) om daar een deel van de collectie van het KMSKA te bekijken. Maar op Hemelvaartsdag bleek ook dat museum gesloten. Gelukkig hadden we nog een derde mogelijkheid. In de Onze Lieve Vrouwekathedraal is tot eind 2017 de tentoonstelling Reünie.Van Quinten Metsijs tot Peter Paul Rubens te zien.

Bewening van Christus, 1508
(“Christus op het stro”)
Quinten Metsijs (1466-1530), de vader van de Antwerpse school, schilderde de Bewening van Christus ruim honderd jaar voor de Kruisoprichting en Kruisafname van Pieter Paul Rubens (1577-1640). De altaarstukken laten mooi het grote verschil zien tussen de late Middeleeuwen (Vlaamse primitieven) en de Nieuwe Tijd (contrareformatie en barok).
In de olieverfschilderkunst is er tussen 1500 en 1600 veel veranderd. Titiaan en de Venetiaanse School hebben daar het meest toe bijgedragen. Door meerdere glacislagen te gebruiken, werden tertiaire kleuren verkregen, die een voorstelling realistischer maken. Maar dat ging ook ten koste van de helderheid in de Renaissanceschilderkunst. Je ziet dat onmiddellijk wanneer je de Vlaamse Primitieven en schilderijen van Titiaan of Rubens naast elkaar houdt.
De altaarstukken van Metsijs en Rubens komen in een kerk uiteraard het best tot hun recht. Toch heeft een opstelling in de kerk ook een nadeel, want meestal is de belichting ondermaats. Juist schilderijen waarin veel met glacislagen gewerkt is, komen niet goed uit de verf in een ruimte die matig belicht is. Door de glacislagen vindt de breking van het licht namelijk niet aan de oppervlakte maar in de verflaag plaats. Glacis vreet dus licht en heeft dus altijd een goede belichting nodig. Het verschil werd mij duidelijk toen ik een reproductie van de Kruisafname van Rubens die onder optimale belichting gefotografeerd is, bij het origineel in de kathedraal hield. Reunie is nog vijf jaar te zien in de Onze Lieve Vrouwekathedraal in Antwerpen.
Gisteren had de
Ik dacht dat ik mijn stromingen kende, maar van het vorticisme had ik nog nooit gehoord. Je kunt het ergens plaatsen tussen kubisme, expressionisme en futurisme, in de jaren vlak voor en tijdens de Eerste Wereldoorlog. Om te kunnen oordelen of een kunstwerk nu kubistisch, expressionistisch, futuristisch of vortistisch is, daarvoor heb je fingerspitzengefühl nodig. De stroming dankt haar naam aan de dichter Ezra Pound die de term in 1913 voor het eerst gebruikte.
Percy Wyndham Lewis werd geboren aan boord van het jacht van zijn ouders, voor de kust van Nova Scotia. Zijn vader was Amerikaans, zijn moeder Britse. Hij bezocht de Rugby School en later de Slade School of Fine Art in London, maar werd van beide opleidingen verwijderd. In 1912 reisde hij naar Europa en studeerde een tijdlang kunst te Parijs, waar hij vriendschap sloot met Ezra Pound. Uit deze vriendschap kwam in 1914 Blast voort, het tijdschrift voor Vorticisme. Vorticisme werd geïnspireerd door het kubisme, het futurisme (…) en kenmerkte zich met name in de schilderkunst door scherpe contouren en contrasterende kleuren. In de schrijfkunst verdedigde Lewis de „externe stijl„, een heldere, objectieve en vooral visuele verteltechniek, met vaak mechanische personages. Lewis zette zich fel af tegen het subjectieve van bijvoorbeeld D.H. Lawrence en tegen modernistische schrijvers als James Joyce en Gertrude Stein, mede vanuit een negativistische houding ten opzichte van seks en wantrouwen tegen het onderbewuste. Hij was een bewonderaar van Friedrich Nietzsche en Henri Bergson (die hij later overigens ook weer bekritiseerde).












