De knuffeljunk & de knuffelmajoor

Herman Brood en Majoor Boshardt in Villa Felderhof (1996)

Herman BroodHerman Brood was onze nationale knuffeljunk. Om deze status te verdienen, had Brood in de jaren een imago opgebouwd waarbij de kwajongen en de lieve zorgzame man elkaar zorgvuldig in evenwicht hielden. Dat werkte het beste tegen de achtergrond van een moederfiguur. Door in een familieshow met zijn bloedeigen moeder op te treden, had Herman Brood een dijk van een PR-stunt neergezet. De junk die schor als een kraai op prime time voor zijn moeder een ondeugende tekst over moederliefde zong, bleek een tweesnijdend zwaard in handen te hebben. Zijn gevestigde publiek vond de combinatie van de junk en het burgerlijke vrouwtje grappig en ontroerend, terwijl in honderdduizenden burgerlijke huiskamers en verzorgingstehuizen de harten van de omaatjes smolten. De smerige heroïnejunk bleek de kwaadste niet. Door met zijn moeder op de vaderlandse buis te verschijnen, had hij er bovendien nog een imago bij gekregen. Herman Brood was nu ook ons nationale Grote Kind geworden. Je schrijft het inderdaad met hoofdletters omdat het Grote Kind een religieuze dimensie heeft: het is namelijk altijd en overal Zichzelf en lijkt Augustinus‘ woord te belichamen: “Ama et fac quod vis.” Heb lief en doe wat je wilt.

Door in een familieshow met zijn bloedeigen moeder op te treden had Herman Brood een dijk van een PR-stunt neergezet.

Wanneer Henk Binnendijk in 1994 voor het EO-programma fifty-fifty Herman Brood in zijn atelier opzoekt en hem langs de religieuze meetlat legt, dan weet Brood precies hoe hij het publiek voor zich kan winnen. “Henk deugt. Maar ik deug meer.” Het Grote Kind heeft gesproken. Wie gevoelig is voor de tijdgeest weet dat het geloof in God versmald (of verbreed) is tot het geloof in jeZelf. In de post- christelijke tijd heeft degene die niet in ‘de oude man met de grijze baard’ maar in zichZelf gelooft de sterkste papieren in handen gekregen.

Bosshardt en Brood in 1996
Majoor Bosshardt en Herman Brood
in Villa Felderhof (1996)
Ama et fac quod vis.
Heb lief en doe wat je wilt.

Aurelius Augustinus

Ook in Villa Felderhof gaat het Grote Kind in 1996 de confrontatie met een vertegenwoordiger van het oude geloof aan. De moederfiguur, die eerder al zo doeltreffend door zijn eigen moeder in het spel was gebracht, wordt ditmaal vertegenwoordigd door de tweede gast in Villa Felderhof: majoor Bosshardt. De moeder- zoon-act wordt verder geperfectioneerd. De Majoor zeept het Grote Kind in, terwijl het naakt in bad zit en er wordt een geweldige tv-hit gescoord. Natuurlijk was het een gouden greep geweest om Herman Brood en Majoor Bosshardt samen in de villa te zetten. Majoor Bosshardt had door haar vele mediaoptredens de harten van het grote publiek al veroverd. Ze was een nationale moederfiguur geworden. En Herman Brood had door het tv-optreden met zijn eigen moeder al een beetje de aura van het Grote Kind om zich hangen. Het moet voor de programmamanagers op voorhand al een succesnummer zijn geweest: De knuffeljunk en de knuffelmajoor in dezelfde show.

Long Tall ErnieIn 1974 had Long Tall Ernie samen met de Zangeres Zonder Naam bij Mies Bouwman een optreden. In de Nederlandse televisiegeschiedenis zou je dit als een soort voorafbeelding kunnen zien van het optreden van Herman Brood en Majoor Bosshardt in Villa Felderhof. Bij de NCRV vlogen de kijkcijfers omhoog, de manager van Herman Brood kon de oplagen van zijn zeefdrukken weer verhogen, majoor Bosshardt had weer goede PR gemaakt voor het Leger des Heils en Rik Felderhof had tenslotte een legendarische televisie uitzending op zijn naam staan. Een echte win-win-win-win situatie dus, iedereen blij.

Zoutelande Revisited

na veertig jaar weer van Zoutelande en het zoute water geproefd
Zoutelande
Zoutelande – ansichtkaart uit 1971

Net als in de zomer van 1969 hadden onze ouders in 1971 weer een huisje gehuurd bij Adriaanse. ‘Het ordinaire huisje’ noemde ik het, want de muren liepen er scheef en voor mijn achtjarige gevoel zaten we in een achterbuurt bij ‘de ordinaire mensen’. Maar dat bleek erg mee te vallen. Zoutelande was in de zomer volgestroomd met nette gezinnetjes als het onze. Aan het strand zaten we allemaal keurig op een rij, ieder bij zijn eigen strandhuisje. Mijn broer en ik vermaakten ons prima met krabben vangen. Tussen de kribben peuterden we mosselen los die we naakt aan een draadje bonden. Vader maakte een zorgvuldig geënsceneerde actiefoto.

Zoutelande
krabben vangen, juli 1971
Et in Arcadia ego

Op weg naar Zoutelande kregen we de schrik van ons leven. Ter hoogte van het plaatsje Krabbendijke schalde plotseling het plaatje Marijke uit Krabbendijke van Ronnie Tober uit de autoradio. Een liedje uit 1965 op de juiste plaats. En dus het juiste moment. Hoe kán het! Van synchroniciteit hadden we nooit gehoord, dus vonden we het maar ‘heel toevallig hoor’!

Die Marijke uit Krabbendijke
Is een kind van melk en bloed
En Marijke uit Krabbendijke
Doet het hart van een echte zeeman goed

Ronnie Tober

Zoutelande
Kees en Jim in Zoutelande gisteren

In de zomer van 1971 was de provincie Zeeland nog niet door de deltawerken van de zee afgesloten. Vijf van de veertien deltawerken waren inmiddels gereed: de Stormvloedkering Hollandse IJssel (1958), de Zandkreekdam (1960), de Veerse Gatdam (1961), de Grevelingendam (1965) en de Volkerakdam (1969).

delta postzegel 1972
postzegel uit 1972 met een schematische weergave van het deltaplan

In 1971 zouden de Haringvlietdam en de Brouwersdam resp. het Haringvliet en het Grevelingenmeer van de zee afsluiten. Op de bovenstaande postzegel uit 1972 zijn deze twee afsluitingen rood gemarkeerd. De overige zeven deltawerken zijn tussen 1983 en 1997 voltooid, waaronder de Oosterscheldekering (1986).

delta postzegel 1986
postzegel uit 1986 ter gelegenheid van de voltooiing van de Oosterscheldekering

zoutelande.info

albezieling

de psychofysica van Gustav Theodor Fechner (1801-1887)

Gustav Theodor FechnerGustav Theodor Fechner was een Duits natuurkundige uit de negentiende eeuw en samen met Wilhelm Wundt was hij een van de grondleggers van de experimentele psychologie. Aanvankelijk hield Fechner zich bezig met natuurkunde en fysiologie en publiceerde in de jaren dertig van de negentiende eeuw een paar omvangrijke werken, waaronder Repertorium der Experimentalphysik (1832) in drie delen en Das Hauslexicon (1834-1838) in acht delen.

Door zijn titanenarbeid kreeg hij tegen zijn veertigste een zenuwinzinking en kort daarop volgde een geestelijke crisis, waaruit hij tenslotte als filosoof tevoorschijn kwam. Zijn filosofie kenmerkt zich door het zogenaamde psychologisme, een filosofische grondhouding die de verschijnselen vanuit de ziel verklaren wil. Voor Fechner is niet alleen de mens een bezield wezen, maar ook planten hebben volgens hem een ziel zoals hij in Nanna oder über das Seelenleben der Pflanzen (1848) beschrijft. En in Zendavesta (1851) gaat hij zelfs zover om aan de minerale wereld (wat Carl Gustav Carus in 1841 het Erdleben genoemd had) een ziel toe te kennen. Je kunt Fechner‘s psychologisme de tegenhanger noemen van het Vulgärmaterialismus dat rond 1850 de positivistische natuurwetenschap was gaan beheersen. In plaats van materialistisch monisme dat alles herleidt tot deeltjes, gaat Fechner uit van spiritualistisch monisme dat de wereld wil verklaren vanuit de wereldziel.

Der physische Zusammenhang
des Weltalls ist nur möglich, weil er zugleich ein psychischer ist,
ein göttliches Allbewußtsein.

Die Tagesansicht gegenüber
der Nachtansicht, 1879

Die abschließende und eindrucksvollste Zusammenfassung seiner Gedanken hat Fechner endlich in seinem persönlichsten Buche gegeben: Die Tagesansicht gegenüber der Nachtansicht (1879). Der naturwissenschaftlichen Theorie, für die nach der „Subjectivität der Sinnesqualitäten“ die Welt nur ein dunkles, stummes und innenloses System von Atomschwingungen ist, hält er das Bild des universellen Lebens, die Forderung der Realität des Seelischen mit all seinem Inhalt und all seiner Bewegtheit entgegen. Der physische Zusammenhang des Weltalls ist nur möglich, weil er zugleich ein psychischer ist, ein göttliches Allbewußtsein.
 
Bron: de.wikisource.org


biografie van Fechner (1892) door Kuntze