globetrotter [ 2 ]

gisteren gezien op Een: Tijdgenoten (herhaling van 14 november 2010)
Piet Piryns in gesprek met Cees Nooteboom

Piet PirynsDe Vlaamse journalist Piet Piryns sprak vorig jaar met schrijver, reiziger en dichter Cees Nooteboom bij zijn huis in Menorca en probeerde bij de wereldwijze schrijver tevergeefs uitspraken over ‘de toestand in de wereld’ te ontlokken. Nooteboom liet zich niet in de hoek van het cultuurpessimisme drijven, terwijl zijn ezeltje, huh-huh-huh, een klagelijk gebalk liet horen. In 1983 had Piryns al een gesprek met de toen vijftigjarige Nooteboom dat gepubliceerd is in de bundel Er is nog zoveel ongezegd. Vraaggesprekken met schrijvers. Ook in dit interview vertelt Nooteboom hoe hij in 1975 in de heilige stad Qom (spreek uit als ‘Chom’) door een mullah werd bespuugd en de islamitische theocratie in Iran aan de horizon zag gloren. En in 1983 wijst Nooteboom op de kloof tussen het salonsocialisme van de linkse elite en het materialisme van de arbeidersklasse, die in 2011 maximaal geworden is: de arbeidersklasse is nu voor het grootste deel verrechtst.

Wat is er nog over van het visioen van Herman Gorter: “De arbeidersklasse danst een grote reidans aan de oceaan der wereld“ Zijn gelijk kun je nu zién, maar dan letterlijk, in Torremolinos, in de discotheek.

Cees Nooteboom (1983)

( … ) wie nu nog met een brok in de keel over mei ’68 praat is een sentimentele oude tante.
„O ja. Er zal altijd gelachen worden om hoop en verlangen. Maar er was niets in de beweging van mei ’68 wat je vandaag niet zou kunnen onderschrijven. Alle ideeën van mei ’68 waren goed. De oude droom van arbeiders en intellectuelen…„
… heeft tot niets geleid.
„Nu is het omgeslagen. Nu voelen de intellectuelen zich door de arbeiders in de steek gelaten, want die kijken naar de Tros en lezen De Telegraaf. Ja, vind je ‘t gek als je zelf niets beters te bieden hebt. Zie het spektakel van de Vara aan! Dan kijk je toch in een diepe put. Ik las bij jullie in de krant ooit eens een interview met een hoogleraar, die zei dat bij hem thuis nog twee keer per week arbeiderseten op tafel komt. Dat is het precies. De hele houding van linkse intellectuelen tegenover arbeiders is er een van gêne. Ze hanteren het woord als abstractie en schrikken zich dood als ze een keer een echte ontmoeten – die er dan ook nog een rechtse smaak op nahoudt. Maar die gêne komt voort uit schuldbewustzijn. De socialisten zijn er, zeker sinds de oorlog, de schuld van dat de oriëntatie de materialistische kant is opgegaan. De arbeider als minikapitalist, dat was pas wat. Want van wie is nu eigenlijk die tegelijk Victoriaanse en puur op geld gebaseerde terminologie van de zwaksten en de minima afkomstig? Alsof een minimum binnen zijn eigen muren geen maximum zou kunnen zijn – maar dat vinden ze een heiligschennende gedachte. De oude socialistische idealen – Henriëtte Roland Holst, de verheffing des volks, de dans op de Paasheuvel – daar wordt hartelijk om gelachen. En de afdeling-Schiedam van de PvdA stelt vast dat kunst een zaak van de elite is en daarom niet meer gesubsidieerd hoeft te worden. Het gaat alleen nog om de knikkers – een half procent meer of minder. Wat is er nog over van het visioen van Herman Gorter: “De arbeidersklasse danst een grote reidans aan de oceaan der wereld…“ Zijn gelijk kun je nu zién, maar dan letterlijk, in Torremolinos, in de discotheek. Maar dat is altijd nog musischer dan een stel kiftende dorpsidioten bij de Vara.„
 
Bron: dbnl.org

ceesnooteboom.com

globetrotter [ 1 ]

Ida Laura Birch-Pfeiffer (1797-1858)

HanfstaenglFranz Haenfstaengl fotografeerde tussen 1853 en 1863 tal van beroemdheden in zijn studio in München. Tweeënveertig van deze portretten zijn opgenomen in het Album der Zeitgenossen. Wanneer je het boek openslaat, wordt je door een kier in de tijd aangekeken door strenge blikken. Een enkeling heeft ironie om de lippen maar bij de meesten hangen de mondhoeken omlaag. Op de achtergrond hangt vaak een gedrapeerd gordijn, een erfenis uit de portretschilderkunst. De geportretteerde heeft zichzelf in zijn houding bevroren, meestal vergezeld door een attribuut dat verwijst naar zijn identiteit. Hanfstaengl heeft geen geschilderde decors gebruikt, maar de wand van zijn studio kaal gelaten zodat het licht zich mooi verspreiden kan. Meestal fotografeerde hij vooraanstaande mannen, maar een enkele keer maakte hij ook een portretfoto van een vrouw. De piepjonge Beierse prinses Elisabeth (Sissi) bijvoorbeeld. Of Clara Schumann.

Ida Laura Birch-Pfeiffer
portret van Ida Laura Birch-Pfeiffer
De stijve Victoriaanse outfit camoufleert een vrije geest die haar eigen tijd ver vooruit is.

Maar mijn blik wordt het meest aangetrokken door een foto van Ida Laura Birch-Pfeiffer. Ze was de Oostenrijkse Alexandrine Tinne, een globetrotter uit Wenen, die tussen 1842 en 1858 verschillende wereldreizen ondernam. In 1850 schreef ze de bestseller Eine Frau fährt um die Welt. Hierin beschrijft ze haar reis uit 1846 naar Zuid-Amerika, China, Oost-indië, Perzië en Klein-Azië.

Die hier in einer überarbeiteten Fassung vorliegenden Tagebücher der großen Weltreise Ida Pfeiffers erschienen 1850 unter dem Titel Eine Frauenfahrt um die Welt und wurden ein Besteller. Die Reise führt die 44-jährige Österreicherin nach Brasilien, wo sie nur knapp einem Mordanschlag entkam, über China, wo der Anblick einer weißen Frau derart ungewöhnlich war, daß sie ständig in Bedrängnis geriet, nach Ceylon. In Madras betrat sie indisches Festland, erhielt Zutritt zu Häusern reicher, vornehmer Inder, erlebte Tigerjagden und war bei einer Witwenverbrennung anwesend. Persien und Mesopotamien zählten zu den gefährlichsten Routen ihrer Unternehmungen. Nach zweieinhalb Jahren kehrte Ida Pfeiffer über Armenien, Griechenland und Triest nach Wien zurück. Ihre Reisetagebücher begeistern durch Einfachheit der Erzählweise und Wahrheitstreue und stellen darüber hinaus ein besonderes Zeitdokument dar.
 
Bron: weltbild.de

Ida Laura Pfeiffer [ de.wikipedia.org ]

Heidegger’s Heimat [ 12 ]

Heidegger als dichter: Abendgang auf der Reichenau 1916

Niet alleen de brieven die Martin Heidegger aan zijn geliefde Hannah Arendt schreef, zijn gebundeld. Ook de brieven aan zijn vrouw Elfride zijn in boekvorm verschenen en zelfs in het Nederlands vertaald onder de titel Mijn lieve zieltje (2007). Omdat ik in juni met ‘mijn lieve zieltje’ nog een avondwandeling op Reichenau heb gemaakt, las ik het gedicht Abendgang auf der Reichenau dat Heidegger op 12 augustus 1916 schreef toen hij zich met Elfride op het kloostereiland in de Bodensee had verloofd.

HeideggerAbendgang auf der Reichenau
 
Seewärts fließt ein silbern Leuchten
zu fernen dunklen Ufern fort,
und in die sommermüden, abendfeuchten
Gärten sinkt wie ein verhalten Liebeswort
die Nacht.
Und zwischen mondweißen Giebeln
verfängt sich noch ein letzter Vogelruf
vom alten Turmdach her –
und was der lichte Sommertag mir schuf
ruht früchteschwer –
aus Ewigkeiten
eine sinnentrückte Fracht –
mir in der grauen Wüste
einer großen Einfalt.
 
12. August 1916
Heidegger
het originele handschrift
Sant Georg
Michaela maakte tijdens onze avondwandeling op Reichenau deze foto van het 1100 jaar oude Sankt Georg kerkje

Mijn lieve zieltje [ Brieven aan zijn vrouw Elfride 1915 - 1970 ]