weg …

gezien op Net 5: Big Fish (2003) van Tim Burton

“Halverwege onze levensreis vond ik mezelf terug in een donker woud, afgedwaald van het rechte pad.” Zo luidt de eerste canto uit Inferno, het eerste deel van La Divina Comedia van Dante. In de negentiende eeuw heeft Gustav Doré het werk geïllustreerd. Op de eerste plaat zien we Dante in een donker woud vertwijfelend achterom kijkend, tot aan zijn knieën in de brandnetels.

pelgrim
illustraties uit La Divina Comedia van Dante
en The Pilgrim’s Progress van John Bunyan
Halverwege onze levensreis
vond ik mezelf terug
in een donker woud
afgedwaald van het rechte pad

eerste canto uit La Divina Comedia

Ik moest aan deze afbeelding denken toen ik gisteren naar Big Fish keek van Tim Burton. Net als Gustav Doré is Burton visueel hoogbegaafd en kun je je vingers aflikken bij het oogsnoep dat hij ons voorschotelt. In Big Fish volgen we de levensweg van Ed Bloom in een raamvertelling. Op zijn sterfbed vertelt hij zijn schoondochter zijn levensverhaal dat even fantasierijk als ongeloofwaardig is. Big Fish is een komedie en allegorie ineen. Als het gaat om een allegorie van de levensweg kom je niet om de christelijke symboliek van de brede en de smalle weg heen. En zijn er ineens donkere wouden, ravijnen, maar ook grazige weiden. Ook in Big Fish wordt deze symbolische ruimte betreden en wordt er met de allegorie gespeeld. Toen ik de hoofdpersoon met een rugzakje op samen met zijn reuzenvriend Carl op weg zag gaan, moest ik direct aan The Pilgrim’s Progress (1678) van John Bunyan denken.

pelgrim
The Pilgrim’s Progress
There comes a point when any reasonable man will swallow his pride and admit he made a mistake. The truth is…
I was never a reasonable man.

Ed Bloom in Big Fish

Na een besloten en intense reünie afgelopen woensdag, kwam deze film bij mij op een goed moment. Tijdens een reünie ga je terug in de tijd, dertig jaar in ons geval, en dan word je je toch bewust dat je al een hele reis achter de rug hebt. En dat je bepaalde ‘dingen’ die je belangrijk vindt nog steeds in je rugzak meedraagt. De allegorie van de levensweg kun je afwijzen als schimmige metafysica, maar je kunt er ook mee spelen zoals in Big Fish. Wanneer de humor en de ernst elkaar dan vinden, heb je een vermakelijk verhaal dat je ook aan het denken zet over je eigen levensweg. Waar liggen de targets en de deadlines? Minder zakelijk: wat (of wie) is mijn doel en wat is mij dat waard?

Big Fish [ official website ]

het jongetje en de ballon

maandag gezien op televisie: le ballon rouge (1956)

le ballon rougele ballon rouge is een sprookjesachtige film over de vriendschap tussen een jongetje en een rode ballon. Dit simpele gegeven heeft Albert Lamorisse uitgewerkt tot een boeiende film met schitterende fotografie. Je ziet nog de zwaar aangezette licht-donkercontrasten uit de zwart-wit fotografie, maar juist het contrast tussen het grauwe stadsbeeld en de rode ballon is het meest opvallende in deze film die dus absoluut in kleur gezien moet worden.

Le ballon rouge is opgenomen in de Parijse voorstad Belleville die zich in 1956 in een verpauperde staat bevond. In de jaren zestig werd bijna de hele wijk afgebroken en opnieuw opgebouwd. Meer dan negentig procent van wat je in de film ziet, bestaat niet meer. Voor mij is er een duidelijke overeenkomst met Mon Oncle (1958) van Jacques Tati. Deze film speelt zich af tegen het decor van het verdwijnende oude stadbeeld in de jaren vijftig en zestig. Vorig jaar liet Maarten ‘t Hart in Zomergasten een fragment zien uit le ballon rouge die hij in 1956 met zijn vader in de bioscoop zag. Het was de eerste film die hij in zijn leven zag en het was gelijk een openbaring.

le ballon rouge
stills uit le ballon rouge 1956
In een buitenwijk van Parijs komt een jongetje op een nevelige ochtend in aanraking met een grote felrode ballon, die sterk afsteekt tegen de grauwe straten en woonhuizen. Hij weet het touwtje van de ballon te pakken en neemt hem mee op weg naar school. Maar overal waar hij komt wordt er met onbegrip gereageerd op de ballon. Hij mag er niet mee in de tram, eenmaal op school moet de ballon buiten blijven en als hij ’s middags thuiskomt duwt zijn oma de ballon uit het raam. Wonderwel blijft de ballon hangen en wacht op het jongetje. Vanaf dat moment zijn de ballon en het knaapje onafscheidelijk. De vriendschap tussen de jongen en de ballon wordt danig op de proef gesteld wanneer jaloerse knapen proberen de ballon te stelen. Wanneer ze daarin slagen heeft dat een bijzonder wonderlijk schouwspel tot gevolg.
 
Het is geweldig om te zien hoe Albert Lamorisse met zo weinig middelen en een eenvoudige opzet zoveel diepgang kan bewerkstelligen en van de ballon een werkelijk karakter kan maken. Waar Tom Hanks in Cast away de volleyball nog een naam moest geven, heeft het zoontje van Lamorisse, dat de rol van het jonge ventje speelt, vrijwel geen woorden nodig om de hele film door te komen. De genegenheid tussen de jongen en zijn ballon is gevoelig, warm, oprecht en nergens absurd.
 
Bron: mikrogids.nl

The Red Balloon [ en.wikipedia.org ]

keizerlijke fotoalbums

veertig fotoalbums van Wilhelm II op fotocollectie.huisdoorn.nl

Op 4 juni was het precies 70 jaar geleden dat Wilhelm II overleed. De laatste Duitse keizer was in november 1918 naar Nederland gevlucht en leefde ruim twintig jaar in ballingschap in Doorn. Toen Duitsland in 1940 Nederland was binnengevallen, hoopte de tachtigjarige keizer op een rehabilitatie. Een jaar voor zijn dood was hij nog naar de Grebbeberg gegaan om de gevallen Duitse soldaten te herdenken. Wilhelm II was nu misschien Heim ins Reich, maar de nationaal-socialisten lieten de afgedankte oude man liever in Doorn en nodigden hem niet uit om naar Berlijn te komen.

Wilhelm II
Wilhelm II bij een kranslegging op de Grebbeberg op 17 juni 1940

Op youtube vond ik unieke beelden van de begrafenis van keizer Wilhelm II in Doorn op 9 juni 1941. Even lijkt het Tweede Keizerrijk te herleven door de vele ijzeren kruisen en Pickelhauben. Maar de Stahlhelme van het Derde Rijk tonen een nieuwe orde, die afstand heeft gedaan van het keizerrijk. De laatste keizer wordt bijgezet in het mausoleum in Doorn en daar rust zijn gebalsemde lichaam nog steeds.

Als op 4 juni 1941 Wilhelm II komt te overlijden zal hij, in tegenstelling tot veel van zijn voorouders, niet worden bijgezet in de statige Berliner Dom. Al in 1933 had hij bij testament bepaald in Doorn begraven te willen worden. Teminste als ten tijde van zijn overlijden de monarchie in Duitsland niet zou zijn hersteld. De zoon van Wilhelm II, kroonprins Wilhelm, verzoekt architect Martin KieBling om een ontwerp te maken voor een mausoleum te midden van de door Wilhelm II zo geliefde rododendrons in het park. Hier vindt Wilhelm II zijn laatste rustplaats. Op het dak staat een koperen bol met kruis, deze is clandestien door de Doornse smid vervaardigd met behulp van oude koperen pannen uit de keuken van het huis. Men moest in de loop van de Tweede Wereldoorlog alle koper bij de Duitse bezetter inleveren, die er wapentuig mee fabriceerde.
 
Bron: huisdoorn.nl
Wilhelm II
enkele stills uit onderstaande film van de begrafenis op 9 juni 1941 in aanwezigheid van o.a. Seyss-Inquart
historische opnamen 9 juni 1941
… even lijkt het Tweede Keizerrijk te herleven door de vele ijzeren kruisen en Pickelhauben …

De mooiste ontdekking deed ik op een subdomein van de website huisdoorn.nl Toen Wilhelm II in november 1918 hals over kop naar Nederland gevlucht was, had hij nauwelijks spullen bij zich. Eenmaal geïnstalleerd in Huis Doorn mocht hij een deel van de keizerlijke inboedel uit Berlijnse en andere paleizen naar Doorn laten komen. Wagonladingen vol Wilhelmische meubels, schilderijen, serviesgoed, en snuisterijen werden naar Huis Doorn gebracht. Daaronder bevonden zich ook de keizerlijke fotoalbums. Deze zijn nu gedigitaliseerd en staan integraal online. Fantastisch! Veertig keizerlijke fotoalbums van 1888 tot 1912 zijn nu voor iedereen toegankelijk gemaakt.

fotocollectie.huisdoorn.nl