twee concerten

geluisterd naar : Keith Jarrett – The Köln Concert (1975)
en Terry Riley – live at Cafe Einstein Berlin (1984)

Precies 35 jaar geleden gaf Keith Jarrett zijn legendarische concert in Keulen op 24 januari 1975. Gisteren luisterde ik weer…

The Köln ConcertThe Köln Concert
The recording is in three parts, lasting 26 minutes, 34 minutes and 7 minutes, respectively. As the concert was originally programmed on LP, the second part was split into parts labeled “IIa” and “IIb”. Part IIc actually is a 3rd part, the encore. A notable aspect of this concert is Jarrett’s ability to produce very extensive improvised material over a vamp of one or two chords for prolonged periods of time. For instance, in Part I, he spends almost 12 minutes vamping over the chords Am7 (A minor 7) to G major, sometimes in a slow, rubato feel, and other times in a bluesy, gospel rock feel. And for about the last 6 minutes of Part I, he vamps over an A major theme. Roughly the first 8 minutes of Part II A is a vamp over a D major groove with a repeated bass vamp in the left hand, and in Part II B, Jarrett improvises over an F# minor vamp for approximately the first 6 minutes.
 
Bron: en.wikipedia.org

Na een onderdompeling in het meditatieve Part II B draaide ik een opname van een concert van de Amerikaanse componist Terry Riley in Café Einstein in Berlijn op 13 januari 1984. Deze pionier op het gebied van minimal music en een van de wegbereiders van new age- en ambient music hoopt in juni zijn 75e verjaardag te vieren. Tijdens het concert in Berlijn liet Riley samen met Krishna Bhatt (sitar) een aantal ragacomposities horen. Het meeste indruk maakt op mij Song from the old country met Terry Riley achter de piano.

Terry Riley Repetitive Music Godfather,
Franse documentaire
Terry Riley‘s music is usually based on improvising through a series of modal figures of different lengths, such as in In C and the Keyboard Studies. In C (1964) is probably Riley’s best-known work and one that brought the minimalist music movement to prominence. Its first performance was given by Steve Reich, Jon Gibson, Pauline Oliveros and Morton Subotnick, among others, and it has influenced their work and that of many others, including John Adams, Roberto Carnevale, and Philip Glass. Its form was an innovation: the piece consists of 53 separate modules of roughly one measure apiece, each containing a different musical pattern but each, as the title implies, in C. One performer beats a steady pulse of Cs on the piano to keep tempo. The others, in any number and on any instrument, perform these musical modules following a few loose guidelines, with the different musical modules interlocking in various ways as time goes on. The Keyboard Studies are similarly structured – a single-performer version of the same concept.
 
Bron: en.wikipedia.org
Terry Riley
Terry Riley in 2005
Ter gelegenheid van zijn 70e verjaardag in 2005 werd in Berkeley een concert gegeven.

Keith Jarrett – The Köln Concert [ musicmeter.nl ]

pruikentijd [ 2 ]

gezien met Michaela: Orlando (1992)

Tilda Swinton als OrlandoBen van Os en Jan Roelfs die verantwoordelijk zijn voor de art direction in de film Orlando, werden in 1993 beiden terecht genomineerd voor een oscar. Maar deze werd gewonnen door de art directors van Schlindler’s List. Orlando werd ook voor een oscar genomineerd in de categorie kostuumontwerp. Maar ook deze oscar werd niet verzilverd en de prijs ging tenslotte naar Gabriella Pescucci die de kostuums verzorgde in The Age of Innocence van Martin Scorcese.

Orlando
stills uit Orlando 1992

Orlando is een magnifieke film, vooral wat de kostuums en fotografie betreft. Het verhaal spreidt zich uit over vier eeuwen en dat moet een enorme uitdaging zijn geweest voor de afdeling kostuums en art direction.

Orlando
Qua fotografie vind ik dit een van de mooiste scenes uit Orlando (de art direction is van Ben van Os en Jan Roelfs)

Ik ben geen historicus en zeker geen modehistoricus en kan dus niet oordelen of de voorstellingen die in kostuumfilms gegeven worden historisch verantwoord zijn. Wanneer er oscarnominaties zijn voor de kostuums en de art direction zal het we goed zitten, is mijn simpele redenering. En toch hoeft dat niet per se zo te zijn, tenminste als ik A. Bender mag geloven van marquise.de De film Amadeus die in 1984 een aantal oscars won, waaronder die voor het beste kostuumontwerp ( van Theodor Pistek ) en art direction, is als het om kleding gaat, historisch niet altijd juist. Maar het zou mij niets verbazen als Pistek deze ‘verkeerde’ keuzes bewust heeft gemaakt. In de film Marie Antoinette horen we toch ook Siouxsie and the Banshees ?

Het verleden is dood, leve de interpretatie!

Ironischerweise bekam Amadeus einen Oscar für die Kostüme, obwohl der Kostümbildner wie auch bei “Valmont” übelst gestümpert hat. Dabei sind zwischen vielen besch…eidenen Kostümen nur einige wenige, die halbwegs in Ordnung sind.
 
Constanze trägt beim ersten Auftritt etwas, das wohl eine Française sein soll. Der Kostümbildner hat den gleichen Fehler gemacht wie Sabine Normalverbraucherin und an ein Kleid hinten ein paar “Watteaufalten” geklebt. Das wäre wahrscheinlich nicht weiter aufgefallen, hätte er die Falten nicht ausgerechnet aus einem anderen Stoff als das restliche Kleid gemacht. Beim Bild links allerdings fällt schon anhand der Form auf, daß die Falten nicht, wie es sein sollte, Teil des Kleidrückens sind.
 
ConstanzeDie Perücken sind ein weiterer Schwachpunkt, besonders bei den Statistinnen. Sie sehen aus, als wäre ein toter Pudel aus 2000 Metern Höhe auf ihren Kopf gefallen und dort klebengeblieben. Die Haare sind ganz offensichtlich von Natur aus (oder besser gesagt, von Chemie aus) weiß, anstatt weiß gepudert zu sein, und der Haaransatz ist allzu offensichtlich mit Absicht verdeckt.Dabei waren solche Türme (typisch für die 1770er), wie sie links zu sehen sind, schon aus der Mode, bevor Mozart erwachsen war. Schaflockig-wuschelig waren die Türme nie, sondern im Gegenteil sehr ordentlich gelegt. Wuschelige Frisuren gab es Ende der 80er noch, aber sie waren nicht hochgetürmt.
 
Bron: marquise.de

Orlando [ imdb.com ]

pruikentijd [ 1 ]

Nicolas de Largillière (1656-1746) en de pruikentijd

Tijdens de regeerperiode van Lodewijk XIV (1640-1715) werd de Europese cultuur ondergedompeld in de Franse stijl. In ons land werd de Hollandse eenvoud en soberheid nog wel even vastgehouden (met Vermeer als laat hoogtepunt) maar na 1672 rukten het geparfumeerde coloriet, het fluweel en de pruiken ook in de Hollandse schilderkunst steeds verder op. Rond 1700 was de Europese hofcultuur volledig Frans geworden. De schilders maakten hun penseelstreek onzichtbaar door eindeloos glad te ‘dassen’ zodat hun schilderij een glossy uitstraling kreeg. Wanneer je de portretten uit het galante tijdperk bekijkt dan vraag je je af wat ons toen heeft bezield. Zeker als je deze portretten vergelijkt met de Hollandse portretschilderkunst van nog geen halve eeuw eerder, dan is het duidelijk dat de welgestelden hun nuchterheid hadden verloren. Natuurlijk behoorden de geportretteerden in hun extravagante kleding allemaal tot de happy few. Het gepeupel was armoedig gekleed. Gewone meisjes werden bijvoorbeeld grisettes (‘grijsjes’) genoemd, omdat hun kleding altijd grijs was.

portretten van de Largillière
portretten van Nicolas de Largillière

Het meest verbaast mij toch altijd weer die pruiken. Hoe kwamen kerels zo ver om zich zo verwijfd te kleden? Als iets gangbare mode wordt, gaat iedereen die mee wil tellen daarin mee. Dus werd in navolging van de zonnekoning een pruik gedragen… en gebruikten mannen parfum. Er werd gezegd dat de zonnekoning meer parfum gebruikte dan al zijn hofdames bij elkaar. Alles moest elegant zijn en zelfs kousen werd van achteren opgevuld voor een paar ideale kuiten. De Europese hofcultuur was veranderd in een lachwekkende balts. Dit was de pronktijd van het absolutisme en als het aan de rijken had gelegen, had het feestje eeuwig mogen duren. Maar aan het einde van de eeuw rolden de koppen van het Ancien Régime. De pruiken waren al eerder afgezet.

De Largillière,  familieportret
Nicolas de Largillière
familieportret, ca. 1730

Nicolas de Largillière 1707De Franse barokschilder Nicolas de Largillière was samen met Hyacinthe Rigaud en Charles LeBrun een van de grote Franse schilders van zijn tijd. Een van zijn bekendste werken is een familieportret uit 1730 dat in het Louvre hangt. Hij had alles waar het galante tijdperk om vroeg: een ‘geparfumeerd’ palet, zwier en gevoel voor stofuitdrukking. Hij zat beslist niet om opdrachten verlegen. Het aardige is dat hij ook zichzelf schilderde. Het mooist vind ik zijn zelfportret uit 1707. Hier zien we de schilder zonder pruik, met kaalgeschoren hoofd en eenvoudige muts. Doe maar gewoon…

One of the most sought-after portraitists of the late 17th and early 18th centuries, Nicolas de Largillierre was as much at home with easel painting as with the monumental group portraits prized by the aldermen of the City of Paris. His marked taste for rich fabrics and elaborate tailoring gives his portraits a theatricality that is a close reflection of an elegant, sophisticated society. Lively brushwork and extensive use of impasto gleamingly highlight the details while giving his figures depth and solidity. He also painted a number of religious works in the same stylistic vein. Coming in the wake of François de Troy, he developed an approach to the portrait that earned him the substantial clientele he shared with Hyacinthe Rigaud.
 
Bron: louvre.fr

Nicolas de Largillière [ nl.wikipedia.org ]