Categorie archief: architectuur

Romaans in Bourgondië [ 2 ]

Romaanse abdijen en kerken in Bourgondië (1000-1200)
aflevering 2: timpanen (Autun, Charlieu, St.Julien-de-Jonzy, Anzy-le-Duc)

RomaansBij Bourgondië denken we in de eerste plaats meestal aan het goede leven. Of aan de 15e eeuw toen een groot deel van de Lage Landen onderdeel waren van het Rijk van Philips de Goede (1396-1467). Bart de Loo heeft hier onlangs een boek over geschreven. Het Hertogdom Bourgondië gaat echter veel verder terug dan de vijftiende eeuw. Het ontstond in de vroege tiende eeuw en was de geboortegrond van de twee belangrijkste kloosterorden in de Middeleeuwen: de Benedictijnse Orde van Cluny (sinds 910) en de Orde van de Cisterciënzers (sinds 1098). In juni en juli bezochten we in Bourgondië 5 abdijen en 20 kerken die allemaal gebouwd zijn tijdens de bloeitijd van het Romaans (1000-1200).

Routekaartje Romaans Bourgondië
Onze route door Romaans Bourgondië
[klik op afbeelding voor vergroting]

Het timpaan verwelkomt de gelovigen die de kerk binnentreden met een afbeelding van Christus als Majestas Domini. In de christelijke iconografie gaat dit type terug tot in de vierde eeuw. Christus bevindt zich op Zijn Rechterstoel tijdens de Jongste Dag om alle mensen te oordelen. Hij wordt omgeven door de mandorla, een amandelvormige figuur (mandorla betekent ‘amandel’ in het Italiaans) die de verbinding tussen hemel en aarde symboliseert. In de middeleeuwse bouwkunst (ook in de gotiek) bevindt het timpaan zich in het portaal waar we de kerk kunnen binnentreden. Meestal is dit het portaal in de Westelijke facade, maar vaak vinden we ook timpanen in het Noord- of Zuidportaal. Het timpaan wordt boven begrensd door een of meerdere archivolten (geprofileerde versiering rond een arcadeboog) en onder door een architraaf die meestal sculpturen bevat.

Romaans portaal
Het Romaanse portaal A. Timpaan B. Archivolt(en) c. Architraaf D. Trumeau (of verdeelpijler) E. Pilaargroepen

Ik fotografeerde de timpanen van de Saint Lazare in Autun, de Saint Fortunat in Charlieu, de Saint Julien de Jonzy en tenslotte van de priorijkerk in Anzy-le-Duc. Het beroemdste Romaanse timpaan van Bourgondië, dat van de Saint Madeleine in Vezelay, zat vanwege een restauratie achter de steigers. Ook voor het het timpaan van de Saint Hilaire in Semur-en-Brionnais stonden steigers. Jammer natuurlijk, maar tegelijkertijd weet je dan ook dat het Romaanse erfgoed in Bourgondië gekoesterd wordt.

Saint Lazare in Autun [bourgogneromane.com]
Op maandag 1 juli stonden we op een snikhete dag voor het iconische timpaan van de Saint Lazare in Autun. Het is een indrukwekkende binnenkomer. De pelgrims die in de Middeleeuwen van heinde en verre hier binnentraden om de relieken van de heilige Lazarus te vereren, moeten enorm ontzag gevoeld hebben.

Autun
Het Westportaal van de Saint Lazare in Autun

Niet alles aan het machtige Westportaal van de Saint Lazare dateert overigens uit 1120-1146, de periode waarin deze kerk gebouwd werd. De trumeau die de deuren van de hoofdingang van elkaar scheidt, is 19e eeuws. Zoals gebruikelijk staat op de verdeelpijlers in de portaal een beeld van de patroonheilige. De heilige Lazarus wordt geflankeerd door twee vrouwen, zijn zusters.

Autun
Trumeau uit de 19e eeuw met de heilige Lazarus in een wit gewaad, opgestaan uit de dood en geflankeerd door zijn zusters

Het is moeilijk voor te stellen dat de originele Romaanse timpaan in 1766 werd dicht gepleisterd. Toen men vanaf 1820 de Middeleeuwen eindelijk begon te waarderen werd het weer zichtbaar gemaakt.

Autun
Timpaan uit de periode 1120-1146 met een voorstelling van het Laatste Oordeel rond Christus als Majestas Domini
Autun
Details (rechts) van het timpaan (links)

Saint Fortunat in Charlieu [bourgogneromane.com]
In 1094 werd een begin gemaakt aan de abdijkerk van Saint Fortunat in Charlieu. Tegenwoordig staat alleen de narthex nog overeind. Deze werd gebouwd in het tweede kwart van de twaalfde eeuw. De ingang bevindt zich niet aan de West- maar aan de Noordzijde en bestaat uit een groot en klein portaal.

Charlieu
De noordzijde van de narthex van de abdijkerk Saint Fortunat in Charlieu

In het grote portaal bevindt zich traditioneel een timpaan met centrale Christusfiguur in een mandorla. Hij wordt omgeven door de vier Evangelisten, gerepresenteerd als een mens (Mattheus), leeuw (Marcus), rund (Lucas) en adelaar (Johannes). Deze iconografie is gebaseerd op het visioen van Ezechiël. In de architraaf staan op een rij de twaalf apostelen afgebeeld. De ornamenten in de archivolten boven het timpaan zijn gedetailleerd. De menselijke figuren zijn helaas zwaar beschadigd geraakt in de achttiende eeuw als gevolg van de Franse Revolutie.

Charlieu
Timpaan op het grote portaal van de narthex van de Saint Fortunat in Charlieu met de Majestas Dominus

Naast het grote portaal bevindt zich rechts een kleiner portaal. Ook hier zien we een origineel Romaanse timpaan uit de eerste helft van de twaalfde eeuw. Hierin wordt de Bruiloft te Kana afgebeeld waar Jezus zijn eerste wonder verricht. Ook hier heeft de Franse Revolutie helaas zijn gewelddadige sporen achtergelaten. In de archivolt boven het timpaan staan figuren afgebeeld uit het verhaal van de Verheerlijking op de Berg Tabor. We zien hier Petrus, Elia, Mozes en Jakobus.

Charlieu
Timpaan op het kleine portaal van de narthex van de Saint Fortunat in Charlieu met de Bruiloft van Kana.
Charlieu
Detail van de Bruiloft van Kana. Helaas zijn de beelden tijdens de Franse Revolutie vernield.

Notre-Dame-de-l’Assomption in Anzy-le-Duc [bourgogneromane.com]
Iets ten Noorden van Charlieu ligt de priorijkerk Notre-Dame-de-l’Assomption uit de twaalfde eeuw. Het Westportaal heeft een timpaan uit de twaalfde eeuw met een voorstelling van Christus als Majestas Domini gezeten in een mandorla en geflankeerd door twee engelen. In de achttiende eeuw werd het timpaan verwijderd (wellicht om het in veiligheid te brengen voor de revolutionairen?) en werd later vervangen door een kopie. Het origineel is tegenwoordig te zien in het Musee Hieron in Paray-le-Monial.

Saint Trinite
Het originele timpaan op de westgevel van de Notre-Dame-de-l’Assomption in Anzy-le-Duc bevindt zich in het Musee Hieron in Paray-le-Monial. Duidelijk is te zien dat Romaanse beeldhouwrken oorspronkelijk beschilderd (polychroom) waren.

Saint Julien de Jonzy [bourgogneromane.com]
Tenslotte vonden we in de Brionnais (het uiterste Zuid-Westen van Bourgondië) nog een klein kerkje uit de twaalfde eeuw met een fraai timpaan. Het vertoont wat de voorstelling betreft een duidelijke overeenkomst met het timpaan in Anzy-le-Duc. Maar de stijl is beweeglijker en Christus zit hier behalve in een mandorla ook op Zijn Rechterstoel. Het voetenbankje komt uit de Byzantijnse iconografie.

Saint Julien de Jonzy
Timpaan op de westgevel van de Saint Julien de Jonzy

[alle foto's, behalve de voorlaatste met het timpaan in het Musee Hieron, werden eind juni/begin juli genomen.]

Volgende aflevering: Romaanse crypten

Romaanse kunst in Bourgondië op internet
Pierres Romanes biedt een schat aan beeldmateriaal. Maar inhoudelijk en wat aantal locaties betreft is deze site veel beperkter dan L’art roman en Bourgogne. Deze website bestaat al 16 jaar en wordt nog altijd goed bijgehouden. Maar helaas zijn de vormgeving en functionaliteit sinds 2003 niet meer veranderd.

Autun [bourgogneromane.com]
Charlieu [bourgogneromane.com]
Anzy-le-Duc [bourgogneromane.com]
Saint-Julien-de-Jonzy [bourgogneromane.com]

Romaans in Bourgondië [ 1 ]

Romaanse abdijen en kerken in Bourgondië (1000-1200)
aflevering 1: kapitelen (Vezelay, Saulieu, Semur-en-Brionnais, Anzy-le-Duc)

RomaansBij Bourgondië denken we in de eerste plaats meestal aan het goede leven. Of aan de 15e eeuw toen een groot deel van de Lage Landen onderdeel waren van het Rijk van Philips de Goede (1396-1467). Bart de Loo heeft hier onlangs een boek over geschreven. Het Hertogdom Bourgondië gaat echter veel verder terug dan de vijftiende eeuw. Het ontstond in de vroege tiende eeuw en was de geboortegrond van de twee belangrijkste kloosterorden in de Middeleeuwen: de Benedictijnse Orde van Cluny (sinds 910) en de Orde van de Cisterciënzers (sinds 1098). In juni en juli bezochten we in Bourgondië 5 abdijen en 20 kerken die allemaal gebouwd zijn tijdens de bloeitijd van het Romaans (1000-1200).

Routekaartje Romaans Bourgondië
Onze route door Romaans Bourgondië
[klik op afbeelding voor vergroting]

Bourgondië is een schatkamer van Romaanse bouwkunst. Al in 910 werd de Orde van Cluny gesticht die aan de wieg stond van het hoog-romaans. Na het legendarische jaar 1000 brak er een periode aan met grote bouwactiviteit. Overal in Europa verrezen Romaanse kerken en abdijen. Het meeste is verloren gegaan of verdwenen onder bouwstijlen uit latere tijd, maar in Bourgondië zijn nog tientallen, zo niet honderden Romaanse bouwwerken te vinden, voornamelijk kerken en abdijen.

De Romaanse bouwkunst bood alle ruimte voor wat de Biblia pauporum wordt genoemd. Aangezien de meeste mensen tussen 1000 en 1200 arm waren en niet konden lezen, was deze “armenbijbel” de Bijbel waaruit de mensen ‘lazen’. In Bourgondië ontwikkelde zich in de elfde eeuw een expressieve beeldhouwkunst die op verschillende wijzen in de architectuur geïntegreerd werden. Een heel belangrijke toepassing van beeldhouwkunst zien we in het kapiteel. Dat is het kopstuk van een zuil. in de klassieke Griekse bouwkunst zijn kapitelen abstract (Ionisch) of bevatten deze bladmotieven (Korinthisch). Maar in het Romaans vormen kapitelen een ‘Bijbel in steen’.

Sainte Madeleine in Vezelay [bourgogneromane.com]
In deze pelgrimskerk vinden we maar liefst 118 kapitelen met Bijbelse voorstellingen, mythologische thema’s en fabeldieren : 24 in de narthex en 94 in het schip. Ze dateren allen uit de periode 1125-1140. Samen met de kapitelen in de Saint Lazare in Autun vormen ze het hoogtepunt van de Romaanse beeldhouwkunst in Bourgondië.

Vezelay
kapitelen in de Sainte Madeleine in Vezelay. De kapitelen in lichtere steen dateren uit de negentiende eeuw en vervangen de oude.

Saint Andoche in Saulieu [bourgogneromane.com]
In Saulieu, ten Zuid-Oosten van Vezelay, ligt aan de rand van de Morvan een andere pelgrimskerk die gewijd is aan Saint Andoche. Het schip van deze kerk telt 50 kapitelen.

Saulieu
kapitelen in de Saint Andoche in Saulieu

Sainte Hilaire in Semur-en-Brionnais [bourgogneromane.com]
Zuidelijker, in de Brionnais, staat de kapittelkerk van Sainte Hilaire in Semur-en-Brionnais. Hier kwam ik onderstaande duivels tegen als atlanten. Ze dragen hier een pilaster, een in de muur verzonken pijler.

Semur
duiveltjes, gebruikt als atlanten, in de Saint Hilaire in Semur-en-Brionnais

Notre Dame de l’Assomption in Anzy-le-Duc [bourgogneromane.com]
Iets ten Noorden van Semur-en-Brionnais ligt Anzy-le-Duc waar in de twaalfde eeuw een priorijkerk werd gebouwd.

Anzy-le-Duc
kapitelen in de Notre Dame de l’Assomption in Anzy-le-Duc

[Alle foto's werden eind juni/begin juli genomen]

Volgende aflevering: Romaanse timpanen

Romaanse kunst in Bourgondië op internet
Pierres Romanes biedt een schat aan beeldmateriaal. Maar inhoudelijk en wat aantal locaties betreft is deze site veel beperkter dan L’art roman en Bourgogne. Deze website bestaat al 16 jaar en wordt nog altijd goed bijgehouden. Maar helaas zijn de vormgeving en functionaliteit sinds 2003 niet meer veranderd.

Vezelay [bourgogneromane.com]
Saulieu [bourgogneromane.com]
Semur-en-Brionnais [bourgogneromane.com]
Anzy-le-Duc [bourgogneromane.com]

Marco Ricci

De Venetiaanse schilder Marco Ricci (1676-1730)

De Italiaanse schilder Marco Ricci wordt meestal samen genoemd met zijn oom, de schilder Sebastiano Ricci (1659-1734). Beiden kwamen uit Venetië en stonden dus in een indrukwekkende schilderkunstige traditie. De Venetiaanse schilderkunst zou na de zestiende eeuw in de achttiende eeuw opnieuw een bloeiperiode meemaken met de frescoschilder Giovanni Battista Tiepolo (1696-1770), de veduteschilders Canaletto (1697-1768) en Fransesco Guardi(1712-1793) en de graficus Giovanni Battista Piranesi (1720-1778).

Marco Ricci
De Franse graveur François Vivares (1709-1780) maakte een ets naar een schilderij van Marco Ricci die je zo voor een Piranesi zou kunnen aanzien.

De Ricci‘s zijn wat minder bekend maar hadden toch veel invloed, met name Marco Ricci die met zijn capricci vooruit zou lopen op Piranesi. Zijn schilderijen tonen qua coloriet verwantschap met Tiepolo. Na 1720 zou de barok in twee opzichten lichter worden: lichtzinniger maar ook lichter van kleur. Bij Marco Ricci is deze overgang duidelijk te zien. Dat komt mede doordat hij vaak met gouache (op geprepareerde geitenhuid als drager) werkte, een verf die vergelijkbaar is met tempera. Het is niet voor niets dat hij in zijn kleurgebruik dezelfde helderheid wist te bereiken als Tiepolo, want met gouache kun je geen vloeiende overgangen maken zoals in olieverf, maar de frisheid van gouache is uniek.

Marco Ricci
capriccio van Marco Ricci (gouache)
Marco Ricci
capriccio van Marco Ricci (gouache)
Marco Ricci is known to have begun painting ruins quite early in his career and it has been argued that his conception of ruins depends upon direct experience of Rome and its monuments. No trip to Rome is documented, although Marco may have gone there during his youth or less likely around 1720. Like his uncle’s in history painting, Marco’s accomplishments were important in the subsequent development of eighteenth-century Venetian landscape and capriccio painting. Painters such as Canaletto (1697-1768) and the Guardi drew upon his subtle and varied light effects and his masterful combination of real and imaginary elements.
 
Bron: nga.gov
Marco Ricci
De poëzie van zijn grote en mysterieuze stadgenoot Giorgioni is zichtbaar in dit landschap van Marco Ricci met twee monniken (detail van een gouache)
Marco Ricci
In ander detail uit hetzelfde landschap is zijn virtuoze beheersing van gouache goed zichtbaar.

Marco Ricci [ en.wikipedia.org ]

de ideale fabriek, 1779

op 12 juli j.l. bezochten we Saline Royale in Arc-et-Senans
van Claude Nicolas Ledoux

In 1985 maakte ik voor het eerst kennis met de utopische architectuur van Claude Nicolas Ledoux in het boek Het idee van de stad onder redactie van onze gewaardeerde kunstacademiedocent Han Janselijn (1940-2005). Ledoux was een man van de Verlichting. Een transparantiefreak. Rationalisering stond voor hem boven alles. Je zou hem net als Charles Fourier (1772-1837) als proto-socialist kunnen zien. Helemaal aan het begin van de industriële revolutie wees hij al op het belang van een mensvriendelijke werkomgeving. Daarom hadden de arbeiders in zijn ideale fabriek, de koninklijke zoutziederij Saline Royale, ieder een eigen moestuin. Sinds 1982 staat het complex in Arc-et-Senans op de UNESCO-lijst van werelderfgoed en is het een van de grootste toeristische attracties in de Franche-Comté.

Saline Royale
impressies van Saline Royale op 12 juli 2018.
Boven: berniers (arbeiderswoningen)
Midden: bernes (kookplaatsen)
Linksonder: directeurswoning

De zoutziederij werd in opdracht van Lodewijk XVI tussen 1775 en 1779 gebouwd. De koning die in 1793 onthoofd zou worden, was allerminst een despoot. Simon Schama neemt in Citizens, zijn studie over de Franse Revolutie, een aantal vooroordelen weg over het ancien régime. Toen Lodewijk XVI zijn grootvader Lodewijk XV in 1775 opvolgde, voerde hij gelijk economische hervormingen door. Door de verbeterde stoommachine van James Watt begon omstreeks 1770 de moderne industrialisatie. De zoutziederij Saline Royale maakte onderdeel uit van een reeks economische hervormingen waarmee Lodewijk XVI zijn land een concurrentiepositie wilde geven ten opzicht van Engeland waar de industriële revolutie al letterlijk op stoom gekomen was.

Saline Royale
Het huis van de wacht, de ingang van Saline Royale …een fabriek die eruit ziet als een Dorische tempel…

Sinds mensheugenis werd er al zout gewonnen in het twintig kilometer oostelijker gelegen Salins-les-Bains. Voor de zoutwinning werd pekelwater in grote bassins verwarmd, zodat het water kon verdampen en het zout overbleef. Maar omdat er gebrek aan hout kwam, werd besloten het procedé van zoutwinning te verplaatsen naar Arc-et-Senans, aan de rand van een groot bos. Het pekelwater werd vanuit Salins-les-Bains aangevoerd door een twintig kilometer lange houten pijpleiding.

Saline Royale
Saline Royale woning van de directeur

Na 1779 begon de zoutziederij in werking te treden maar de Franse Revolutie zou tien jaar later alweer een einde maken aan de productie van zout. Een van de eerste maatregelen van het revolutionaire Frankrijk was in 1790 het afschaffen van de gabelle, de zo gehate belasting op zout. Daardoor verviel het zoutmonopolie. In de negentiende eeuw bleef de fabriek wel draaien maar in 1895 kwam er definitief een einde aan de zoutwinning van de Saline Royale.

Saline Royale
Saline Royale huis van de ‘Ferme Génerale’, de belastingadministratie

Zouttaks
De Gabelle was een zeer impopulaire belasting op zout in Frankrijk vóór 1790. De term gabelle is afgeleid van het Italiaanse Gabella. In Frankrijk werd Gabelle oorspronkelijk toegepast op de belastingen op alle grondstoffen, maar werd geleidelijk beperkt tot de belasting op zout. Na verloop van tijd werd het een van de meest gehate en meest grove ongelijke belastingen in het land. Het werd afgeschaft in 1790, toen hersteld door Napoleon in 1806; afgeschaft kort door de Franse Tweede Republiek, en dan eindelijk definitief afgeschaft in 1945.
Bron: zidolider.com

Saline Royale
Saline Royale de kookplaats (berne) en arbeiderswoningen (berniers) ten oosten van de woning van de directeur
Saline Royale
Saline Royale Dorische zuilen met afwisselend ronde en rechthoekige tamboeren en grote ornamenten die het pekelwater uitbeelden als geld dat stroomt uit een hoorn van overvloed. Vanwege de gabelle werd zout in de achttiende eeuw ‘het witte goud’ genoemd.
Saline Royale
Saline Royale de stallen liggen achter de woning van de directeur
Saline Royale
Saline Royale de woning van de directeur gezien door een venster van de kuiperij waarin tegenwoordig het Ledouxmuseum gevestigd is

salineroyale.com

juweel in de Jura

vandaag bezochten we de Église Saint-Antoine in Cernay l’Église

Op onze eerste dag in de Jura bezochten we het kleine kerkje van Cernay l’Église, iets ten noordoosten van Maîche, dicht bij de Zwitserse grens. De Église Saint-Antoine is een van de vele kerkjes in de ontelbare dorpjes van nog geen 300 inwoners waar je gemakkelijk aan voorbijrijdt. Er zijn gehuchten met fraaiere kerkjes. Althans aan de buitenkant. Maar aan de binnenkant van dit onopvallende kerkje ligt een parel te wachten. De Saint-Antoine is een klein “kerkmuseum” met retabels, beelden, schilderijen en meubilair uit alle periodes tussen de 16e en 19e eeuw.

Cernay l'Eglise
het koor met het centrale altaar
L’église de Cernay est incontestablement l’une des merveilles de l’art sacré du haut-Doubs. Cette église du XVIème siècle a la particularité d’offrir au visiteur curieux, à l’amateur d’art et d’histoire, une belle continuité du décor du XVIème au XIXème siècle. Chaque époque y a laissé sa marque. Chemin faisant, nous évoquerons les éléments remarquables du mobilier et de l’architecture de cet édifice.
J.M. Blanchot
 
Bron: cernayleglise.nexgate.ch
Cernay l'Eglise
links van het koor staat een altaar met een schilderij van de Heilige Maagd met de rozenkrans (18e eeuw)
Cernay l'Eglise
de draak is een detail van de preekstoel uit 1807
Cernay l'Eglise
een ongebruikelijke zinnebeeldige voorstelling van de heilige Sophia met haar drie dochters: geloof, hoop en liefde (16e eeuw)
Cernay l'Eglise
De Heilige Maagd met bloemen op het altaar rechts naast het koor
Surtout, cette église a la particularité de présenter une belle continuité du décor du XVIème au XIXème siècle. Chaque époque y a laissé sa marque de la statuaire exceptionnelle du XVIème siècle, un ensemble d’une grande rareté dans la région, à la chaire du XIXème siècle, en passant par un décor baroque impressionnant du XVIIIème siècle. On peut lire aussi la révolution dans l’aménagement intérieur du décor dans les années 1720 avec un réaménagement liturgique complet de l’église Saint Antoine. L’ancien décor du XVIème siècle, avec le magnifique retable de pierre, est alors déplacé au profit d’un nouveau décor baroque sous la forme de ces magnifiques autels à la si riche polychromie.
J.M. Blanchot
 
Bron: cernayleglise.nexgate.ch

Cernay l’Église [ cernayleglise.nexgate.ch ]

messidor architectuur

gelezen in 1793 van Victor Hugo

Toen Victor Hugo de zeventig gepasseerd was, schreef hij zijn laatste roman 1793. Zijn hele leven had hij al een roman willen schrijven waarin hij zijn gedachten over de Franse Revolutie kon uitwerken. Hij koos voor het jaar 1793, het annus horribilis van de Franse Revolutie, waarin een verschrikkelijke burgeroorlog woedde in Bretagne en de Vendée en het jaar waarin de beruchte Loi des suspects van kracht werd, waardoor het schrikbewind op een dieptepunt kwam.

1793 is een roman én geschiedenisboek. Het tweede deel is een soort intermezzo met o.a. een uitgebreide beschrijving van de Convention Nationale. Hugo geeft een lange opsomming van namen die hij vaak van voetnoten heeft voorzien. Na 180 bladzijden zijn er al 375 voetnoten voorbijgekomen. Voor de romanlezer kan dat storend zijn, maar voor degene met interesse voor geschiedenis van de Franse Revolutie, is het een bonus.

Convention Nationale
het kale interieur van de Convention Nationale
c’était quelque chose comme Boucher guillotiné par David.
Het was alsof Boucher door David was geguillotineerd.

Hugo over het interieur

Vooral de beschrijving die Hugo geeft van het interieur van de Nationale Conventie vind ik boeiend. De sobere, uitgeklede variant van het classicisme, wordt in Frankrijk l’architecture messidor genoemd. Hugo schrijft: “Na de overweldigende orgiën van vorm en kleur in de achttiende eeuw, ging de kunst op dieet, en alleen nog de rechte lijn was toegestaan. Een dergelijke ontwikkeling mondt uit in lelijkheid. Je krijgt een kunst die gereduceerd is tot skelet. Dat is het nadeel van een dergelijke zedigheid en onthouding; de stijl is zo sober dat hij schraal wordt.”

Convention Nationale
Hugo geeft een beschrijving van het spreekgestoelte. Links de Déclaration des droits de l’homme uit 1789 en rechts de grondwet.
Tout cet ensemble était violent, sauvage, régulier. Le correct dans le farouche; c’est un peu toute la révolution. La salle de la Convention offrait le plus complet spécimen de ce que les artistes ont appelé depuis ‘l’architecture messidor’ c’était massif et grêle. Les bâtisseurs de ce temps-là prenaient le symétrique pour le beau. Le dernier’ mot de la Renaissance avait été dit sous Louis XV, et une réaction s’était faite. On avait poussé le noble jusqu’au fade, et la pureté jusqu’à l’ennui. La pruderie existe en architecture. Après les éblouissantes orgies de forme et de couleur du dix-huitième siècle, l’art s’était mis à la diète, et ne se permettait plus que la ligne droite. Ce genre de progrès aboutit à la laideur. L’art réduit au squelette, tel est le phénomène. C’est l’inconvénient de ces sortes de sagesses et d’abstinences; le style est si sobre qu’il devient maigre. En dehors de toute émotion politique, et à ne voir que l’architecture, un certain frisson se dégageait de cette salle. On se rappelait confusément l’ancien théâtre, les loges enguirlandées, le plaforid d’azur et dé pourpre, le lustre à facettes, les girandoles à reflets de diamants, les tentures gorge de pigeon, la profusion d’amours et de nymphes sur le rideau et sur les draperies,toute l’idylle royale et galante, peinte, sculptée et dorée, qui avait empli de son sourire ce lieu, sévère, et l’on regardait partout autour de soi ces durs angles rectilignes, froids et tranchants comme l’acier; c’était quelque chose comme Boucher guillotiné par David.
 
Bron: Quatre-vingt-treize, deuxième partie, livre troisième: la convention
Convention Nationale
een bladzijde met een illustratie van de Conventie uit de oorspronkelijke uitgave van Quarte-vingt-treize (1874)

Nationale Conventie [ nl.wikipedia.org ]

Pastels aan de Keizergracht

vandaag bezocht: Museum Van Loon aan de Keizersgracht
en de kleine tentoonstelling Pastels: Het pastelportret in Nederland

Woensdag ging weer een wens van mij in vervulling: een bezoek aan het Museum van Loon aan de Keizersgracht. Ik hou van stijlkamers, het liefst niet in een museum maar in de oorspronkelijke omgeving, bij voorkeur woonhuizen. Het Museum Van Loon voldoet daaraan, evenals het museum Willet-Holthuysen aan de Herengracht dat ik in 2015 samen met Michaela bezocht.

Museum Van Loon
achterzijde en trappenhuis van Museum Van Loon
In het voorjaar van 2018 zal Museum Van Loon de tentoonstelling Pastels: Het pastelportret in Nederland presenteren. Voor het eerst sinds 1948 zal een overzicht gegeven worden van het werk van de belangrijkste pastelportrettisten in Nederland in de 18e en 19e eeuw. In de stijlkamers van het huis worden werken getoond van zowel Nederlandse als buitenlandse meesters in deze techniek. De bloei van het pastelportret in de achttiende eeuw zorgde voor een komen en gaan van getalenteerde buitenlandse portrettisten in ons land, waaronder Jean-Etienne Liotard (1702-1789), Jean-Baptiste Perronneau (1715-1783) en Charles Howard Hodges (1764-1837). De portrettisten hadden een Nederlandse clièntele bestaande uit bankiers, politici, de adel en het Koninklijk Huis.
 
Bron: museumvanloon.nl
Museum Van Loon
een deel van de tentoonstelling op de eerste etage
Museum Van Loon
Biedermeier met familieportret van Charles Howard Hodges

Charles Howard Hodges woonde aan de Keizersgracht en was in Amsterdam een veelgevraagd portrettist en pastellist. Hodges maakte rond 700 portretten; de meeste zijn uit de 19e eeuw. De vroegste zijn met pastel, de latere met olieverf. Zijn portretten zijn te vinden in het Rijksmuseum in Amsterdam, in musea en talloze kastelen en in koninklijke en particuliere verzamelingen.

Museum Van Loon
een portret van een van de grootste pastellisten uit de geschiedenis: Jean-Etienne Liotard (1702-1789)

museumvanloon.nl