Categorie archief: boeken

Slaughterhouse Aspern-Eßling

gelezen: De Slag (2018) van Ivan Gil en Frédéric Richaud
naar de gelijknamige roman uit 1997 van Patrick Rambaud

La BatailleGisteren kocht ik de graphic novel De Slag (150 pagina’s in drie delen) gebaseerd op de gelijknamige roman uit 1997 van Patrick Rambaud en getekend door de Madrileen Ivan Gil naar een scenario van Frédéric Richaud. In 1997 werd La Bataille bekroond met de Prix Goncourt, een van de belangrijkste Franse literatuurprijzen. En in de wereld van de graphic novel oogstte de bewerking van Richaud en Gil veel lof.

Vorig jaar verscheen de Nederlandse vertaling in een fraaie uitgave van de Vlaamse uitgever Microbe. De drie delen bevatten naast het verhaal ook veel aardige achtergrondinformatie. Patrick Rambaud vertelt achterin deel 1 in historische aantekeningen hoe zijn roman, naar een nooit uitgewerkt idee van Honoré de Balzac (1799-1850), tot stand kwam. Hij schotelt ons een literatuurlijst voor en een overzichtje met de leeftijd van historische personages in 1809, het jaar van de Slag bij Aspern-Eßling. Zo komen we bijvoorbeeld te weten dat Napoleon in 1809 zijn veertigste verjaardag vierde, Charles Darwin op 12 februari geboren werd en Joseph Haydn 77 was.

De Slag
de drie delen van De Slag verschenen vorige jaar bij de Vlaamse uitgeverij Microbe die graphic novels van hoge kwaliteit uit het Frans en Engels naar het Nederlands laat vertalen en uitgeeft.

Voor de meeste mensen staat de Slag bij Aspern-Eßling zelfs niet in de schaduw van de veldslagen bij Austerlitz of Waterloo, maar is deze veldslag in de Vijfde Coalitieoorlog op 21-22 mei 1809 geheel onbekend. Maar iedereen met een bovengemiddelde kennis van Napoleon en zijn tijd, zal beslist van deze grote veldslag bij Wenen gehoord hebben. Het was een keerpunt in de Napoleontische oorlogen. Niet alleen omdat het de eerste veldslag was die Napoleon verloor. (Aan de Slag bij Bailén in 1808 nam hij zelf geen deel). Het was ook de eerste vernietigingsoorlog. Dat werd zes weken later nog eens bevestigd met de Slag bij Wagram op 5-6 juli 1809. De Fransen hadden hierbij een batterij van 112 kanonnen ingezet. Voor het eerst in de geschiedenis werd duidelijk dat de artillerie de cavalerie overvleugeld had. Het zou nog decennia duren voordat dit door zou dringen, maar de twee verschrikkelijke slachtingen bij Aspern-Eßling en Wagram zouden de oorlogsvoering voorgoed veranderen.

Le JeuneDe hoofdpersoon in de roman (en in de graphic novel) is Louis-François Lejeune (1775-1848), een historische figuur. Hij had een indrukwekkende staat van verdienste. Al in 1792 nam hij als 17-jarige deel aan de kanonade van Valmy. In 1800 vocht hij onder Napoleon bij Marengo waar hij bevorderd werd tot kapitein en vijf jaar later werd hij nog eens bevorderd na zijn deelname aan de Slag bij Austerliz. Tijdens het Beleg van Zaragossa (1808-1809) werd hij kolonel. In deze rang zou hij deelnemen aan de Slag bij Aspern-Eßling.

Het verhaal opent op 16 mei 1809 met een bezoek van kolonel Louis-François Lejeune aan generaal André Masséna (1758-1817). Masséna is op dat moment druk bezig om voor zichzelf een Oostenrijks paleis leeg te laten roven. Napoleon zou in zijn memoires van Sint-Héléna opmerken: Masséna a bien volé. Lejeune is verbindingsofficier en brengt Masséna het nieuws dat Napoleon wil dat er een 800 meter lange brug over de Donau wordt gebouwd. Het is de opmaat voor de veldslag van vijf dagen later.

Le JeuneVoor een verhaallijn die zich buiten het slagveld afspeelt, in het centrum van Wenen, gebruikt Rambaud een andere historische figuur: Henri Beyle, die na 1830 bekend zou worden onder de naam Stendhal. Beyle werkt in 1809 als administrateur bij het leger, maar in zijn hart is hij romanschrijver. “Een roman is een spiegel die men langs een weg laat glijden. Soms weerspiegelt het de azuurblauwe lucht. soms de modder uit de poelen in de weg”, noteert hij in zijn dagboek terwijl vijftien kilometer verderop de duizenden gewonden liggen te kreperen. Voor de inwoners van Wenen blijft de oorlog een abstractie, al horen ze in het centrum van de stad het kanongebulder en proberen ze vanaf de kades aan de rechter (zuidelijke) oever van de Donau met toneelkijkers het schouwspel gade te slaan. Maar meer dan een voorstelling wordt het niet. Eigenlijk ook niet zo vreemd, want de militaire uniformen uit die tijd wekken buiten het slagveld de indruk dat oorlog een vorm van theater is.

Maar meer dan een toneelvoorstelling wordt de oorlog voor de inwoners in Wenen niet. Eigenlijk ook niet zo vreemd, want de militaire uniformen uit die tijd wekken buiten het slagveld de indruk dat oorlog een vorm van theater is.

Naast deze twee historische figuren, die niet toevallig allebei kunstenaar zijn (Lejeune was een getalenteerd schilder en introduceerde in Frankrijk de lithografie die hij tijdens de campagne in Beieren bij Louis Senefelder (1771-1834) had leren kennen), introduceert Rambaud twee fictieve personages: de cynische en gewelddadige kurassier Fayolle en Anna Krauss, het Oostenrijkse liefje van Lejeune. In de roman zullen deze personages veel meer reliëf krijgen dan in de graphic novel, maar gezien de beperkingen van een beeldverhaal (150 pagina’s met voornamelijk beeld) is dat ook niet zo vreemd. Scenarist Frédéric Richaud maakte een bewerking die vooral het filmische karakter van de roman goed overbrengt.

De zomer van 1823

begonnen in: Lopen met Van Lennep (2000)
Dagboek van zijn voetreis door Nederland
bezorgd door Geert Mak en Marita Mathijsen

Lopen met Van Lennep<Vanavond wordt alweer het laatste deel van Napoleon in Holland uitgezonden. Het is een prachtige reeks met een aardig draaiboek, goed gepresenteerd en mooi vormgegeven. Wel jammer is dat de rondreis van Napoleon in het najaar van 1811 op een actuele kaart van Nederland getoond wordt. Vanaf 1850 is er stevig gepolderd en daardoor is de kaart van Nederland ingrijpend veranderd. Zo krijgen we geen goed beeld van de reis van Napoleon. De Haarlemmermeer was in 1811 nog een binnenzee, de Zuiderzeewerken zouden nog zeker 115-150 jaar op zich laten wachten en de Deltawerken nog wel 145-175 jaar.

Dan heeft de vormgever van Lopen met Van Lennep het beter gedaan. Op de flappen van het boek zien we de Carte generale de la Hollande (avec les routes des postes) uit 1810, de kaart die de vormgevers van Napoleon in Holland hadden moeten gebruiken. Op de prachtige website topotijdreis.nl is deze kaart tot in detail te bekijken als we de schuif op de tijdbalk helemaal terugdraaien naar 1815. Jacob van Lennep en Dirk van Hogendorp reisden twaalf jaar na Napoleon door het piepjonge Koninkrijk der Nederlanden, een pre-industrieel land met een gebrekkige infrastructuur. In Drenthe en Oost-Brabant en Limburg bevonden zich nog woeste gronden. Pas na de komst van de spoorwegen in 1839 zou ons land beter begaanbaar worden.

Lopen met Van Lennep is voortreffelijk in- en uitgeleid door twee kenners van het negentiende-eeuwse Nederland bij uitstek, Geert Mak en Marita Mathijsen. Ze karakteriseren het voor-industriële vaderland met zijn dichtgetimmerde standenmaatschappij, zijn allesdoordringende godsdienstigheid, zijn bekrompen regionalisme en zijn reusachtig pauperprobleem voorbeeldig: de lezer krijgt alle achtergrondinformatie die hij nodig heeft om het verslag geboeid en geamuseerd te kunnen blijven lezen.
Bron: Anton Korteweg in Ons Erfdeel [dbnl.org]

Spree-Chicago

begonnen in Schaduw over Berlijn van Volker Kutscher

Schaduw over BerlijnGisteren kocht ik de Nederlandse vertaling van Der nasse Fisch van de Duitse auteur Volker Kutscher. Vorige week zag ik de eerste en tweede serie van Babylon Berlin en was zo onder de indruk dat ik besloot om het boek te gaan lezen waar deze serie op gebaseerd is.

Spree-Athen ist tot, Spree-Chicago wächst heran

Walter Rathenau in Die schönste Stadt der Welt (1899)

Hoofdpersoon is de Keulse inspecteur Gereon Rath, die zich in 1929 als Mordermittler am Alexanderplatz vestigt. Berlijn is op dat moment de op twee na grootste metropool ter wereld. In 1899 had de Duitse industrieel (en later politicus in de Weimar Republiek) Walther Rathenau in zijn essay Die schönste Stadt der Welt geschreven: “Spree-Athen ist tot, Spree-Chicago wächst heran”. Hij bedoelde dat positief. Berlijn was als hoofdstad van het Keizerrijk booming en zou net als een Amerikaanse stad voor de moderniteit kiezen.

Maar zijn uitspraak kun je ook anders interpreteren. In de roaring twenties zouden Chicago en Berlijn wedijveren om de twijfelachtige eer wie zich de meest criminele stad ter wereld mocht noemen. De vraag is of Rathenau dat in 1899 al voorzien had. Op 24 juni 1922 zou hij op de Königsallee in Berlin-Grunewald vermoord worden.

Berlijn, 1929. Als het lichaam van een bruut gemartelde Rus uit de rivier de Spree wordt getrokken, ziet rechercheur van de zedenpolitie Gereon Rath zijn kans schoon om terug te keren bij de afdeling moordzaken. Hij duikt op eigen houtje de Berlijnse onderwereld in op zoek naar de moordenaar en legt een samenzwering bloot die van de Russische bendes voert naar de allerhoogste politieke kringen, waar achter de schermen een staatsgreep wordt beraamd. Waar hij echter niet op had gerekend is dat hij zelf als verdachte gezien zou gaan worden. (Bron: thehouseofbooks.com)