Categorie archief: 19e eeuw

I will survive

aan het lezen in: Joséphine – verlangen, ambitie, Napoleon (2014)
van Kate Williams – Uitgeverij Prometheus – Bert Bakker

JosephineIn 2014 was het tweehonderd jaar geleden dat Joséphine de Beauharnais (1763-1814) stierf, de eerste vrouw van Napoleon Bonaparte. De Britse historica Kate Williams schreef een biografie over deze ooit machtigste vrouw ter wereld. Toen ik in de VPRO-gids van 18 maart 2014 het artikel des Keizers vrouw van Katja de Bruin las, wist ik al dat ik deze biografie wilde gaan lezen. Na het zien van de tentoonstelling Alexander, Napoleon & Joséphine, kocht ik het afgelopen woensdag in de museumwinkel van het Hermitage in Amsterdam.

Inmiddels heb ik van deze zeer vlot geschreven biografie ruim honderd bladzijden gelezen. Sympathie voor Joséphine heb ik nog niet en verwacht ik ook niet te krijgen. Haar belevingswereld is die van de boulevardpers en de showbusinessrubrieken uit de kranten. Na het schrikbewind van Robespierre vormde ze samen met Therésa Tallien, Juliette Récamier en Fortunée Hamelin de Merveilleuses. Joséphine werd een stijlicoon en heel Parijs wist nu wie ze was.

Les Merveilleuses
Juliette Récamier en Fortunée Hamelin, twee andere it-girls die samen met Joséphine de Beauharnais en Therésa Tallien in Parijs grote bekendheid genoten als Les Merveilleuses

Net als de Spicegirls tweehonderd jaar later, lieten Les Merveilleuses in de jaren negentig van de achttiende eeuw girl power zien en werden ze een rolmodel. Hun girl-power bestond vooral uit seksuele energie. In een maatschappij waarin mannen de dienst uitmaakten, kon de vrouw alleen delen in zijn macht wanneer ze hem wist te behagen. Wanneer ze een invloedrijke man wist te betoveren, kon ze de macht zelfs naar zich toetrekken. Dat is precies wat Joséphine deed. Ze was zes jaar ouder dan Napoleon Bonaparte (1769-1821) en had veel meer seksuele ervaring toen ze hem in 1795 voor het eerst ontmoette. Napoleon was 25, Joséphine 31. Kate Williams schrijft over haar cynische opvatting over liefde:

Romantiek en seks waren voor haar een manier om status en financiële zekerheid te verwerven; het waren transacties die een vrouw moest doen om te overleven.

Kate Williams

Voor overleven had Joséphine een groot talent. Misschien is haar wilskracht het enige dat ik na honderd bladzijden van haar biografie in haar waarderen kan. De manier waarop ze haar wil gebruikt om te overleven, door elke moraal aan de kant te schuiven, laat mijn waardering niet boven de walging uitkomen.

Josephine
Joséphine de Beauharnais liet zich in 1812 tijdens een bezoek in Genève portretteren door de Zwitserse schilder Firmin Massot. Zijn portret wordt beschouwd als de meest waarheidsgetrouwe weergave van haar karakter. Kenmerkend voor haar pose is de glimlach met de stijf opeen geknepen lippen om haar slechte gebit te verbergen. Firmin Massot kreeg opdracht om meer dan dertig kopieën van dit portret te schilderen die Joséphine als cadeautje aan haar relaties kon geven. Bovenstaand exemplaar is een van deze kopieën. Het origineel hangt op de tentoonstelling Alexander, Napoleon & Joséphine.

Joséphine de Beauharnais [ nl.wikipedia.org ]

Alexander, Napoleon & Joséphine

vooruitblik op Alexander, Napoleon & Joséphine
Hermitage Amsterdam, 28 maart tot 8 november 2015

Volgende week hoop ik de tentoonstelling Alexander, Napoleon & Joséphine in het Hermitage in Amsterdam te bezoeken. Een aantal van de tentoongestelde schilderijen en kunstwerken heb ik tien jaar geleden al eens gezien in het Hermitage in Sint Petersburg. Bijvoorbeeld het prachtige schilderij van de wolfshond van Paulus Potter.

Paulus Potter
Paulus Potter wolfshond, ca. 1650

“De wolfshond” behoorde tot Joséphine‘s privécollectie op le châteaux de Malmaison. Bij haar dood in mei 1814 telde deze verzameling zo’n vierhonderd schilderijen. Het schilderij van Paulus Potter was een van haar lievelingswerken. Tsaar Alexander I kocht het in 1814 samen met ruim dertig andere schilderijen en sindsdien hangt het in het Hermitage in Sint Petersburg. Maar voor de tentoonstelling is het weer even terug in Amsterdam.

Op de website van Vrij Nederland las ik een uitgebreid artikel over de achtergrond van deze tentoonstelling, tweehonderd jaar na de Slag bij Waterloo. Ook op de site van het Financiële Dagblad staat een lang artikel dat gewijd is aan Alexander, Napoleon & Joséphine.

Alexander, Napoleon & Joséphine [ hermitage.nl ]

patriottisch epos [ 3 ]

dinsdag de HBO het laatste deel van John Adams (2008) gezien

John Admas DVDDe negentiende eeuw was de eeuw van het historisme. Het historisme trekt een lijn vanuit het verleden naar de actualiteit, waardoor het hier-en-nu in de diepte van de geschiedenis verankerd wordt. Het historisme is vooral ingezet ten behoeve van de politieke agenda van het nationalisme. Nationale mythen werden gecreëerd om volk en vaderland aaneen te smeden. Van grote mannen (vrouwen, op de maagd Maria en Jeanne d’Arc na, speelden in de negentiende eeuw nog geen rol) verrezen standbeelden en van grote gebeurtenissen werden reusachtige doeken geschilderd. Het nationalisme bloeide overal in Europa op. In Duitsland spreekt men van “Denkmalwut” (monumentenwoede) als het gaat over nationalistische monumenten die tussen 1815 en 1914 overal verrezen.

De jonge Verenigde Staten van Amerika werden ook aangestoken door het nationalisme. Het waren de native Americans geweest die zich bevrijd hadden van de Engelse monarchie en zich in een republiek met een voorzitter hadden verenigd volgens het Verlichtingsideaal van de volkssoevereiniteit. Het gevoel een Amerikaan te zijn, voedde het Amerikaanse patriottisme. De kolonist in New-England of Virginia had in de achttiende eeuw bijna altijd een voorouder die afkomstig was uit Engeland, maar voelde zich in de eerste plaats Amerikaan en dan pas een onderdaan van de koning van Engeland. De Amerikaan was immers geboren op Amerikaanse bodem en kende Engeland meestal alleen van horen zeggen.

Toen de dertien Engelse kolonies zich onder leiding van de founding fathers in 1776 losmaakten van Engeland, werd een nieuwe natie geboren. Het was de eerste moderne natie die gegrondvest werd op de idealen van de Verlichting. Iedere Amerikaan is zich ervan bewust dat dit een heel nieuw moment in de geschiedenis is. Om dit moment te actualiseren, maakte de Amerikaanse schilder John Trumbull in 1786 een schilderij van de ondertekening van de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring op 4 juli 1776. De tekst van deze verklaring wordt gezien als een gewijde tekst, niet alleen voor de Amerikaan, maar voor de hele mensheid.

Declaration of Independence
The Declaration of Independence
een eerste versie van het schilderij begon Trumbull al in 1786. Het hangt tegenwoordig in de Yale University Art Gallery
Misleid onze nakomelingen niet met verzinselen die zijn aangekleed als poëtische of grafische vrijheid.

John Adams over het schilderij van John Trumbull

In het laatste deel van John Adams zien we de stokoude founding father samen met John Trumbull voor een XXXL-versie van dit schilderij staan. Het is bestemd voor de koepel van het Capitol (waar het zich overigens nog altijd bevindt). Adams vindt het maar niets. Hij noemt het een “schenenstuk”. Historicus en blogger Pieter Serrien geeft op zijn blog de transcriptie van de dialoog tussen Adams en Trumbull.

John Adams ziet zichzelf (van de staande mannen, de meest linkse) en breekt het schilderij meteen af: ‘Allemaal dood. De hele groep, behalve ik en Jefferson.
Trumbull: ‘Doet het schilderij u eer aan?’
Waarop Adams antwoordt: ‘Een schenenstuk. Er staan veel benen en enkels op. Men zegt dat een van de grootste talenten van een schilder het vermogen is om een grote ruimte te bevatten. Rubens, wiens schilderijen ik in de Nederlanden altijd bewonderde, was daar een meester in. U, Mr. Trumbull, bent geen Rubens.’
De aangevallen schilder repliceert: ‘Ik pretendeer niet een Rubens te zijn. Ik wil echter er aan herinneren dat Rubens nooit zo een uniek Amerikaans onderwerp schilderde.’
John Adams: ‘Over de uniekheid van dit werk kan ik niet oordelen. Maar ik zeg wel dit: de geschiedenis klopt niet. Deze scène die u heeft geschilderd heeft nooit plaats gevonden. Er is nooit een moment geweest, geen dag dat het hele congres bij elkaar kwam om handtekeningen te zetten.’
‘Dat is maar een klein detail’, antwoordt Trumbull
waarop Adams zegt: ‘Mag ik u er aan herinneren dat het al oorlog was? In tegenstelling tot uw kalme scène haastten deze mensen zich de hele zomer lang Philadelphia in en uit om hun naam te schrijven op Mr. Jefferson zijn gewijde perkament, als ze toevallig in de stad waren.’
Trumbull verdedigt zich: ‘U ontzegt een artiest toch niet een bepaalde mate van vrijheid?’
Waarop John Adams besluit: ‘Misleid onze nakomelingen niet met verzinselen die zijn aangekleed als poëtische of grafische vrijheid. Een wijd verspreide wijsheid in Europa is, Mr. Trumbull, dat niks zo vol fouten staat als de moderne geschiedschrijving. Daar wil ik aan toevoegen dat niks zo vol fouten staat als de Europese geschiedschrijving, behalve dan de Amerikaanse geschiedschrijving. Kortom, beschouw ik de ware geschiedenis van de Amerikaanse Revolutie als verloren. Voorgoed.’
 
Bron: pieterserrien.be

Deze dialoog is door de scenaristen van de tv-serie John Adams verzonnen en komt in de biografie van David McCullough niet voor. Toen John Adams het schilderij inspecteerde, zou zijn enige opmerking zijn geweest: When I nominated George Washington of Virginia for Commander-in-Chief of the Continental Army, he took his hat and rushed out that door. (David McCullough, John Adams, Simon & Schuster, 2001, pg. 627.)

Declaration of Independence
vlnr. John Adams, Roger Sherman, Robert R. Livingston, Thomas Jefferson en Benjamin Franklin

Toch neemt het schilderij van John Trumbull een loopje met de feiten, zoals bijna alle schilderijen van historische gebeurtenissen. Geschiedvervalsing werd niet zelden afgedwongen omdat de schilder in opdracht werkte. De opdrachtgever bepaalde dus hoe de voorstelling eruit moest zien. Daarom kunnen we nationalistische historieschilderkunst bijna altijd beschouwen als staatspropaganda.

patriottisch epos [1] | patriottisch epos [2]