Categorie archief: 19e eeuw

helden van het vaderland

De historische galerij van Jacob de Vos Jacobszoon (1850-1863)

In de negentiende eeuw gingen het bevorderen van historisch bewustzijn en het bevorderen van nationaal bewustzijn hand in hand. Met heldhaftige verhalen over het vaderlandse verleden werd de nationale trots onder de burgers aangewakkerd. Verwarring over de eigen identiteit was er niet in een eeuw waarin massamigratie nog niet bestond. Woonde je in Nederland, dan kwam je uit Het land van Rembrandt en was je een afstammeling van de Cananefaten, Batavieren of Friezen. Dat deze oude Germaanse volkeren ook jongens van Jan de Wit waren, moesten nationale mythen als die van de Batavier Gaius Julius Civilis bewijzen. Deze mythe werd al in de zeventiende eeuw gepropageerd. Zo ontving Rembrandt van het Amsterdamse stadsbestuur de opdracht om een imponerende voorstelling van de eed van Julius Civilis te schilderen.

eed van Julius Civilis
Claudius (Julius) Civilis spoort de Batavieren tot opstand aan (70 na Chr.) door Barend Wijnveld Jr.
Historieschilderkunst
was in de negentiende eeuw staatspropaganda

In de eerste helft van de negentiende eeuw hadden historieschilders niet te klagen over opdrachten. De opdrachtnemer werd geacht niet alleen een historische gebeurtenis uit het roemrijke verleden te illustreren. Nog belangrijker was de koppeling aan de actualiteit. Historieschilderkunst was in de negentiende eeuw staatspropaganda. In Nederland en België grepen historieschilders terug naar de helden uit hun Gouden Eeuw: Rembrandt, Rubens, Hals, Jordaens. Zo keerde na een aantal decennia neoclassicisme de barok weer terug, met dramatische lichteffecten, grote licht-donkercontrasten en reusachtige formaten. De historieschilderkunst tussen 1830 en 1870 verbindt de romantiek met het realisme. De inhoud is romantisch doordat het verleden geromantiseerd wordt. Maar de vorm is realistisch. Het naturalisme uit de zeventiende eeuw is als een koude prak opgewarmd.

Jacob de Vos door PienemanEen bijzonder, maar tamelijk onbekend document van Nederlandse historieschilderkunst uit de negentiende eeuw is de historische galerij van Jacob de Vos Jacobszoon, een reeks van 253 olieverfschetsen die tussen 1850 en 1863 geschilderd werd in opdracht van Jacob de Vos Jacobszoon (1803-1878). Net als de huidige canon van Nederland toont het een aantal vensters op onze nationale geschiedenis. De selectie van 253 historische gebeurtenissen tussen het jaar 40 en 1861 is gemaakt door de opdrachtgever die ook elke voorstelling van zijn commentaar voorzien heeft.

Canon
1 Koning Radboud weigert de doop (719)
2 Bonifatius bij Dokkum vermoord (754)
(1 en 2 door Jacobus van Dijck)
3 Graaf Willem II van Holland komt om in het ijs bij Hoogwoud (1256)
door Jacobus van Koningsveld
4 Floris V door edelen vermoord (1296)
door Johannes Hinderikus Egenberger

In de negentiende eeuw keek men veel dieper in het verleden dan in de eenentwintigste eeuw. Zijn er in de huidige canon maar zes vensters op de periode van vóór 1600, in de historische galerij uit 1850-1863 zijn er 115 historische gebeurtenissen van vóór 1600 opgenomen. De middeleeuwen zijn duidelijk geen vrolijke tijd. List en bedrog, moord en doodslag, Hoekse en Kabeljauwse Twisten bepalen het beeld.

Helden van het vaderland [ dbnl.org ]

wereldverbeteraars [ 3 ]

gelezen in: Aardse Machten van Michael Burleigh (2005)
over utopisten uit de 19e eeuw: Fourier (1772-1837)
 

Utopisten in de negentiende eeuw waren idealisten die meenden dat de volmaakte maatschappij bestond. Hun ideeën hoefden “alleen maar“ in praktijk gebracht te worden! Twijfel aan zichzelf leken ze niet te kennen. Bescheidenheid evenmin. De nieuwe mens, de nieuwe religie en de nieuwe wereld begon voor utopisten in hun eigen hoofd. Verblind door een naïef geloof in de vooruitgang en de goedheid van de mens, zagen ze aan de horizon hun schitterende visioen. En alles wat hun utopie in de weg stond, werd gezien als kwaad. Dat kwaad projecteerden ze buiten zichzelf in de oude maatschappij, die tot een nieuwe wereld omgevormd moest worden. Utopisten werden zo de wegbereiders van de totalitaire ideologieën uit de twintigste eeuw.

Aardse MachtenUtopisten geloven dat een harmonieuze wereld mogelijk is. Eén les uit de geschiedenis lijken ze niet te willen trekken, namelijk de les dat de menselijke wil tot macht altijd weer tot chaos, strijd, waanzin en vernietiging leidt. Charles Fourier die in 1772 geboren werd, groeide op in de jaren voor en na de Franse Revolutie. Als jongeman maakte hij al genoeg mee om voor de rest van zijn leven ontgoocheld te zijn over de goede bedoelingen van de mens. Zo moest hij van zijn baas uit commerciële overwegingen eens een grote voorraad rijst vernietigen, terwijl er in het land honger werd geleden. Hij zou er een levenslange afkeer van handel aan over houden. Maar de onrechtvaardigheid en chaos in de wereld ontmoedigden hem niet, maar wakkerden zijn idealisme juist aan.

Charles Fourier werkte een ideale samenleving uit op basis van de menselijke hartstochten. Hij onderscheidde twaalf verschillende hartstochten en leidde daar 810 verschillende karaktertypen uit af. De ideale maatschappij was voor hem georganiseerd in gemeenschappen die hij phalanstères noemde. Dit waren grote gebouwen met meerdere verdiepingen waar in het ideale geval 2000 mensen woonden. Het waren geen communes of pseudo-kloosters waarin iedereen gelijk was, want Fourier geloofde in meritocratie. Niet de ongelijkheid, maar de armoede was voor hem de oorzaak van alle ellende in de wereld.

Ledoux
La Saline royale d’Arc-et-Senans uit 1778 van de utopische architect Claude-Nicolas Ledoux toont verwantschap met de woon- en werkgemeenschappen die Fourier phalanstères noemde.

In de phalanstères zou er nog steeds verschil zijn in positie en inkomen, maar degenen die niet konden werken, zouden een basisinkomen krijgen zodat er geen armoede meer was. De rijken zouden in de bovenste luxe verdiepingen wonen en de minder rijken op de begane grond. Joden werden echter uitgesloten en moesten op aparte boerderijen buiten de phalanstères wonen. Maar Fourier discrimineerde geen vrouwen en homoseksuelen. Hij zag hen als volwaardige individuen, wat voor zijn tijd heel opmerkelijk was. Er is nog nooit één phalanstère echt gerealiseerd. Toch werd er na zijn dood in 1837 wel geëxperimenteerd met zijn gedachtegoed, met name in de Verenigde Staten. Het bekendste project dat gebaseerd was op het utopisme van Fourier, was de Familistère van de Franse industrieel Jean-Baptiste André Godin.

Charles Fourier
Charles Fourier
Goed, het is niet de eerste keer dat God een kleine man heeft gebruikt om de groten te vernederen en een onbekende man heeft gekozen om de wereld de belangrijkste boodschap te brengen.

Charles Fourier over zichzelf

Tijdens zijn leven had Charles Fourier slechts enkele aanhangers. Just Muiron was de belangrijkste; Victor Prosper Considérant heeft een belangrijke rol gespeeld bij het verspreiden van het gedachtegoed van Fourier, met het uitbrengen van het tijdschrift La Phalanstere (vanaf 1832). Na Fouriers dood groeide zijn beweging, het fouriérisme. Vooral in de Verenigde Staten werden gemeenschappen gesticht, die gebaseerd waren op het gedachtegoed van Fourier. Ze waren echter meestal geen lang leven beschoren.
 
Bron: nl.wikipedia.org

charlesfourier.fr | familistere.com

wereldverbeteraars [ 2 ]

gelezen in: Aardse Machten van Michael Burleigh (2005)
over utopisten uit de 19e eeuw: Comte (1798-1757)
 

Utopisten in de negentiende eeuw waren idealisten die meenden dat de volmaakte maatschappij bestond. Hun ideeën hoefden “alleen maar” in praktijk gebracht te worden! Twijfel aan zichzelf leken ze niet te kennen. Bescheidenheid evenmin. De nieuwe mens, de nieuwe religie en de nieuwe wereld begon voor utopisten in hun eigen hoofd. Verblind door een naïef geloof in de vooruitgang en de goedheid van de mens, zagen ze aan de horizon hun schitterende visioen. En alles wat hun utopie in de weg stond, werd gezien als kwaad. Dat kwaad projecteerden ze buiten zichzelf in de oude maatschappij, die tot een nieuwe wereld omgevormd moest worden. Utopisten werden zo de wegbereiders van de totalitaire ideologieën uit de twintigste eeuw.

Auguste Comte“Als jullie nu allemaal even naar mij luisteren en doen wat ik zeg, dan zal alle ellende uit de wereld verdwijnen!” Dit is waarschijnlijk de kortste samenvatting van het evangelie van de utopist. Voorzien van een blinde vlek voor het kwaad in zichzelf kan de utopist compleet overtuigd zijn van de oorspronkelijke goedheid van de mens. De wereldverbeteraar is een idealist, geen realist. Vaak heeft hij daarom iets met wiskunde, het terrein van het ideële bij uitstek. En met organisatie en planning. Zo ook Auguste Comte (1798-1857). Tussen zijn 19e en 26e (1817-1824) was hij de secretaris van Claude Henri de Saint-Simon (1760-1825) en werd hij gevormd door het utopische socialisme van zijn leermeester. Elke tekst die Comte schreef, moest hij ondertekenen met de naam van zijn meester. In 1824 sloeg hij zijn vleugels uit en brak hij met Saint-Simon. Vanaf dat moment noemde hij zijn leermeester “een ontaarde charlatan”.

Evenals Saint-Simon zou zijn leerling eindigen met het stichten van een pseudo-religie. Tussen 1851 en 1854 publiceerde hij een vierdelig sociologisch werk waarmee hij de basis legde voor zijn Religie van de Mensheid. Volgens Comte vormde deze een derde weg tussen christelijke theologie en abstract rationalisme. De betekenis van Auguste Comte ligt vooral in zijn rol als grondlegger van het positivisme en als munter van het begrip “sociologie”. Het motto van zijn positivisme L’amour pour principe et l’ordre pour base; le progrès pour but” (“Liefde als principe en orde als basis; vooruitgang als doel”) leeft voort in de vlag van Brazilië met het opschrift Ordem e Progresso.

de vlag van Brazilië
het utopisme van Comte is nog altijd springlevend in de vlag van Brazilië:
Ordem e Progresso
Uiteindelijk is Comtes ideaal van maatschappelijke orde zijn werk zo sterk gaan beheersen dat het religieuze trekken kreeg. Hij ontwierp een Religie der Mensheid en kroonde zichzelf tot hogepriester. De Religie der Mensheid kaderde zijn streven in naar maatschappelijke orde, dat op treffende wijze uitgedrukt wordt in zijn devies “Orde en vooruitgang”. Volgens Comte ligt de grondslag van iedere maatschappelijke orde immers in een gemeenschappelijk stelsel van opvattingen en ideeën. Hij beschouwt dat stelsel als de “lijm” waarmee afzonderlijke delen van de maatschappij (gezin, kerk, staat) door consensus aan elkaar vastplakken.
 
Bron: nl.wikipedia.org

Aardse Machten [ debezigebij.nl ]