Categorie archief: comics

Blueberry [ 10 ]

vijftig jaar Luitenant Blueberry (1963-2013)
herlezen: Blueberry Fort Navajo (1965) van Jean Giraud

Fort NavajoVorige week zag ik Fort Apache, het eerste deel uit de cavalry trilogy van regisseur John Ford. Fort Navajo. Daarna besloot ik de eerste albums van Blueberry weer eens te gaan lezen. Dit vijfluik verscheen vanaf 1965 in het Franse stripblad Pilote. Scenarist Jean-Michel Charlier (1924-1989) en tekenaar Jean Giraud (1938-2012) waren er in 1963 mee begonnen. Helaas overleed Giraud vorig jaar dus maakt hij het 50-jarige jubileum van Blueberry net niet meer mee. Overigens geniet het duo Charlier/Giraud in Frankrijk bijna dezelfde bekendheid als het duo Goscinny/Uderzo van Asterix.

Halverwege de jaren zeventig was Giraud de cowboyverhalen moe geworden en begon hij onder de naam Moebius Scifi-verhalen te maken. Begin jaren tachtig hervatte hij de Blueberryreeks en met lange tussenpozen bleven in de jaren tachtig en negentig nieuwe albums verschijnen. Omdat de 29 verhalen van Blueberry in een periode van zo’n veertig jaar gemaakt zijn, zie je niet alleen de tekenstijl van Giraud, maar ook het genre evolueren.

Fort Navajo
het allereerste plaatje uit Blueberry lijkt op de beginscene van de western Fort Apache (1948) van John Ford

Giraud ging in 1963 in de leer bij Jijé (pseudoniem van Joseph Gillain, 1914-1980), de legendarische eerste tekenaar van Spirou (Robbedoes). Sinds 1955 werkte deze aan de westernstrip Jerry Spring. Giraud‘s leermeester schilderde ook de omslag van Fort Navajo (rechtsboven). Jijé herkende de meesterhand van Giraud en al snel stond zijn leerling op eigen benen. Scenarist Charlier baseerde de eerste vijf verhalen van Blueberry op de cavalry trilogy van John Ford. Er wordt met indianen gevochten en Monument Valley vormt vaak het decor. Ook Giraud heeft goed naar deze westerns gekeken. Sommige plaatjes zijn duidelijk schatplichtig aan de cinematografie van Archie Stout (1886-1973) en Winton C. Hoch (1905-1979) en indirect aan de schilderijen van Frederic Remmington (1861-1909). Deze drie waren zeer bepalend voor het klassieke beeld van het Wilde Westen.

Maar in de jaren zestig werd er over de western een Italiaans sausje gegoten. De stinkende Mexicaan, de priemende oogjes van de premiejager en de roofdierenblik van de antiheld deden hun intrede. Zo heeft Charlier het verhaal van de dollars-trilogie (Chihuahua Pearl – De man die $500.000 waard was – Ballade voor een doodskist) duidelijk gebaseerd op de spaghettiwesterns van Sergio Leone (1929-1989)

alle posts over Blueberry [ Woest & Vredig ]

Spielberg & Kuifje

gisterenavond gezien: The Adventures of Tintin (2011)

TinTin DVDVlak voordat Hergé, de geestelijke vader van Kuifje, in 1983 overleed, had Steven Spielberg contact met hem opgenomen. Het was kort na Raiders of the lost Ark (1981) de eerste film van Indiana Jones-film, een avonturenfilm met een hoog Kuifjegehalte. Zo werd Spielberg onvermijdelijk met de wereldberoemde Belgische reporter geconfronteerd. Tot onderhandelingen met Hergé over een verfilming zou het niet meer komen, maar de weduwe van Hergé verkocht Spielberg later wel de rechten. Het duurde bijna dertig jaar voordat de film The Adventures of Tintin verscheen. Volgens Spielberg duurde het zolang omdat hij geen speelfilm, maar ook geen tekenfilm wilde want die waren al eens eerder gemaakt. De ‘motion capture‘, een techniek waarbij de bewegingen van echte acteurs worden omgezet naar digitale personages, maakte een verfilming zoals Spielberg voor ogen stond mogelijk.

The Secret of the Unicorn voegt drie Kuifjeverhalen samen: De Krab met de Gulden Scharen, Het Geheim van de Eenhoorn en De Schat van Scharlaken Rackham. Hergé tekende deze verhalen tijdens de Tweede Wereldoorlog. De jaren dertig en veertig is een periode waar Spielberg verknocht aan is, zoals hij met de komedie 1941 (1979) en de avonturenfilms met Indiana Jones liet zien. Comics, het klassieke Hollywood, oriëntalisme en het tijdsbeeld zijn vaste ingrediënten die hij deelt met Hergé.

Nostalgie is een belangrijk bestanddeel van avonturenfilms als Indiana Jones en Kuifje. In The Adventures of Tintin is het straatbeeld van de jaren dertig nauwkeurig gereconstrueerd waarbij het stripachtige karakter bewaard is gebleven. De auto’s zijn zo realistisch dat Internet Movie Car Database enkele modellen vermeldt, waaronder de rode 1935 Citroën 7UB Camionnette 500, de 1938 Peugeot 402 Légère en de 1955 Triumph TR2.

Een tweede Kuifjeverfilming verschijnt mogelijk met Kerst 2015, maar Spielberg geeft geen garanties. Het verhaal zou gebaseerd zijn op Kuifje en de Zonnetempel. Er zouden ook elementen uit De Zaak Zonnebloem in verwerkt zijn. Spielberg liet er zelf weinig over los: “We weten welke boeken we gaan verfilmen, maar dat kan ik nog niet bekendmaken. We zullen twee boeken samenvoegen die Hergé altijd al wilde combineren.”

The Lady Vanishes 1938
scene uit The Lady Vanishes (1938) die mij doet denken aan een scene uit Kuifje en de Scepter van Ottokar (1939)

Overigens liet Hergé zich ook door films inspireren. Zo zitten er in De Zwarte Rotsen (1938) verhaalelementen uit The 39 Steps (1935) van Hitchcock en in De Scepter van Ottokar (1939) ontdekte ik elementen uit een andere Hitchcockfilm, The Lady Vanishes (1938), en een grapje uit de Hollywoodkomedie Bringing up baby (1938).

The Adventures of Tintin [ imdb.com ]

bezielde belettering

Richard Pakker ontvangt vandaag de Bulletje en Boonestaak Schaal
Met de Bulletje en Boonestaak Schaal 2013 brengt Het Stripschap dan weer een eerbetoon aan de meest legendarische letterstudio die Nederland ooit heeft gekend en die in Nederland tot een revolutie in het handletteren van strips heeft geleid, Richard’s Studio in Amsterdam, beter bekend als Studio Pakker. Op het hoogtepunt van hun vijfenveertigjarig bestaan telde de studio zo„n twintig medewerkers en leverde de studio meer dan honderd pagina’s per week voor onder andere de stripbladen Donald Duck, Tina en Eppo. En dat alles onder de bezielende leiding van de oprichter van de studio, Richard Pakker, die van het handletteren een kunstvorm had gemaakt.
 
Bron: stripelmagazine.be
Pakker in PEP
Veertig jaar geleden was Richard Pakker een van de vaste medewerkers van stripweekblad PEP. Voor elke PEP (toen nog 48 pagina’s) werden ongeveer zes marterharen penselen versleten voor handmatige belettering.
digitale lettertypen
enkele digitale lettertypen voor “ontzielde belettering” van strips, alle letters zijn precies gelijk.