de man met de zilveren ster 1969
Na de eerste vijf albums van Fort Navajo die samen een aaneengesloten verhaal vormen, maken Charlier en Giraud de man met de zilveren ster dat een op zichzelf staand verhaal is. Charlier baseert zich op het scenario van Howard Hawks‘ western Rio Bravo uit 1959. McClure die in De lange weg naar Cochise geïntroduceerd werd, speelt een belangrijke bijrol. En we zien dat Giraud zich heeft losgemaakt van de stijl van zijn leermeester Jijé en zijn eigen stijl gevonden heeft.

met een zingende Jimmy McClure
De man met de zilveren ster verscheen in 1970 in Pep. In totaal verschenen er 12 verhalen in dit legendarische stripblad.
jeugdsentiment: Blueberry op de omslag van PEP 1970-1974Blueberry in Pep
Storm over ‘t westen [1967-36] – [1968-06]
De Eenzame Adelaar [1968-10] – [1968-21]
De lange weg naar Cochise [1968-30] – [1968-51]
Oorlog of vrede [1969-19] – [1969-41]
De man met de zilveren ster [1970-21] – [1970-33]
Het ijzeren paard [1970-52] – [1971-12]
De man met de ijzeren vuist [1971-27] – [1971-38]
De nederlaag van Steelfingers [1972-10] – [1972-22]
Generaal Geelkop [1972-52] – [1973-21]
De mijn van “Prosit” [1973-31] – [1973-51]
Het spook van de goudmijn [1974-13] – [1974-29]
Fort Navajo [1975-05] – [1975-06] (Peptoe)

in de gouachetechniek
voorgaande posts | Blueberry [ official website ] | Blueberry [ moorsmagazine.nl ]

Vlak voordat Giraud in 1958 voor een reis naar Mexico vertrok, ontdekte hij dat de Belgische meester Jijé bij hem in de buurt van Parijs woonde. Toen hij in 1960 zijn trip naar Mexico en zijn militaire dienst (die hij min of meer kon ontlopen door voor de militaire krant Cinq sus cinq te gaan tekenen) achter de rug had, werd het contact met Jijé omgezet in een samenwerking. Giraud kon voor de 24 jaar oudere nestor van Spirou (Robbedoes) meewerken aan de westernstrip Jerry Spring, die Jijé in 1955 begonnen was. Voor het verhaal De Weg naar Coronado mocht Giraud de platen gaan inkten die door Jijé in potlood getekend waren. Zo groeide hij in de stijl van zijn leermeester, die hij pas in 1969 zou loslaten.

Joseph Gillain – Jijé (1914-1980)
Ik maakte voor het eerst kennis met Blueberry als negenjarig jongetje begin 1973 toen het verhaal Generaal Geelkop in PEP verscheen voordat het in albumvorm werd uitgebracht. Lezen deed ik nog niet, teveel tekst en een te ingewikkeld verhaal voor een negenjarige, die zich liever beperkte tot één pagina Flippie Flink of Peanuts . Eind jaren zeventig was ik geestelijk rijp geworden voor deze anti-held en kon ik de ruigheid van de western waarderen. Met de strip Blueberry word je net als in de western ondergedompeld in een wereld van slechterikken en corrupte braverikken. Niemand deugt. Behalve dan de anti-held een beetje. Mike S. Blueberry is aan de buitenkant gemodeleerd naar de Franse filmster 












