Hermitage Amsterdam, 28 maart tot 8 november 2015
Volgende week hoop ik de tentoonstelling Alexander, Napoleon & Joséphine in het Hermitage in Amsterdam te bezoeken. Een aantal van de tentoongestelde schilderijen en kunstwerken heb ik tien jaar geleden al eens gezien in het Hermitage in Sint Petersburg. Bijvoorbeeld het prachtige schilderij van de wolfshond van Paulus Potter.

“De wolfshond” behoorde tot Joséphine‘s privécollectie op le châteaux de Malmaison. Bij haar dood in mei 1814 telde deze verzameling zo’n vierhonderd schilderijen. Het schilderij van Paulus Potter was een van haar lievelingswerken. Tsaar Alexander I kocht het in 1814 samen met ruim dertig andere schilderijen en sindsdien hangt het in het Hermitage in Sint Petersburg. Maar voor de tentoonstelling is het weer even terug in Amsterdam.
Op de website van Vrij Nederland las ik een uitgebreid artikel over de achtergrond van deze tentoonstelling, tweehonderd jaar na de Slag bij Waterloo. Ook op de site van het Financiële Dagblad staat een lang artikel dat gewijd is aan Alexander, Napoleon & Joséphine.
De negentiende eeuw was de eeuw van het historisme. Het historisme trekt een lijn vanuit het verleden naar de actualiteit, waardoor het hier-en-nu in de diepte van de geschiedenis verankerd wordt. Het historisme is vooral ingezet ten behoeve van de politieke agenda van het nationalisme. Nationale mythen werden gecreëerd om volk en vaderland aaneen te smeden. Van grote mannen (vrouwen, op de maagd Maria en Jeanne d’Arc na, speelden in de negentiende eeuw nog geen rol) verrezen standbeelden en van grote gebeurtenissen werden reusachtige doeken geschilderd. Het nationalisme bloeide overal in Europa op. In Duitsland spreekt men van “Denkmalwut” (monumentenwoede) als het gaat over nationalistische monumenten die tussen 1815 en 1914 overal verrezen. 















