Categorie archief: schilderkunst

capriccio

vandaag is het de 211e sterfdag van Hubert Robert

Hubert Robert door Elisabeth Vigee-LebrunWanneer je in Nederland vraagt een Franse schilder uit de achttiende eeuw te noemen, zal het antwoord meestal luiden: Jacques-Louis David, de grote classicistische schilder aan het einde van de achttiende en het begin van de negentiende eeuw die zo ernstig brak met het kokette rococo. Of men noemt Watteau, de Noord-Franse schilder helemaal aan het begin van de achttiende eeuw die Rubens weer tot leven wekte in een heel nieuwe en lichte vorm van barok die bekend zou worden onder de naam rococo, de stijl die de achttiende eeuw tussen 1730 en 1770 in zijn greep zou krijgen. Chardin, Boucher en Fragonard zouden eventueel nog genoemd kunnen worden. Maar de naam van Hubert Robert (1733-1808) hoor je in Nederland niet zo gauw. Toch behoort hij tot de grote Franse schilders van de achttiende eeuw.

Hubert Robert had een specialisme waar hij zijn bijnaam Robert des ruines aan te danken had: het schilderen van ruïnes. Halverwege de achttiende eeuw had hij dit geleerd in Rome waar hij van zijn 21e tot zijn 33e woonde (1754-1765). De eeuwige stad was toen naast Florence en Venetië de hoofdbestemming van de Grand Tour, de Italiaanse reis die rijke Engelsen graag maakten. De wieg van het moderne toerisme lag in de achttiende eeuw in Italië. Hier ontwikkelde zich toen al een toeristenindustrie, voornamelijk gericht op schatrijke Engelsen. Omdat er nog geen fotografische ansichtkaarten waren, was er veel vraag naar gravures van antieke ruïnes.

In Rome en Venetië ontstond een aparte bedrijfstak die zich bezighield met het tekenen en schilderen van ‘toeristenkiekjes’ de zogenaamde vedute. De allerberoemdste veduteschilder uit de achttiende eeuw is ongetwijfeld Canaletto. Hij was een van de honderden en waarschijnlijk duizenden veduteschilders die rond het midden van de achttiende eeuw werkzaam waren in Rome of Venetië.

Pannini
capriccio van Giovanni Paolo Pannini uit 1758

De jonge Hubert Robert heeft het schilderen van vedute afgekeken bij Giovanni Paolo Pannini (1691-1765). Oorspronkelijk was Pannini decoratieschilder. Door de toenemende vraag naar Romeinse stadsgezichten door Engelse toeristen stapte hij over op de lucratieve handel in vedute. Vanuit zijn ervaring als decoratieschilder nam Panini het niet zo nauw met de werkelijkheid. Hij gebruikte de ruïnes van het antieke Rome voor gefantaseerde taferelen, zogenaamde capricci.

Hubert Robert
capriccio van Hubert Robert

Capriccio of veduta?
Een capriccio is een gefantaseerde voorstelling met architectonische elementen die aan de werkelijkheid zijn ontleend. Een veduta is een stadsgezicht dat topografisch vaak correct is. De fantastische etsen van Piranesi zijn een schoolvoorbeeld van capricci terwijl de heldere en topografisch nauwkeurige stadsgezichten van Canaletto een goed voorbeeld zijn van vedute.

sublieme landschappen

vrijdag in Rotterdam gekocht: Groots en meeslepend
Sublieme landschappen uit de Nederlandse romantiek

Groots en meeslependTien jaar geleden was in het Frans Hals Museum in Haarlem de tentoonstelling Groots en meeslepend te zien. Ik heb deze tentoonstelling helaas niet gezien, maar als bij zoveel tentoonstellingen koop ik jaren later de catalogus in de ramsj. Antoon Erftemeijer heeft in samenwerking met vormgever Willem Morelis een schitterende catalogus gemaakt die uit twee delen bestaat. In het eerste deel worden zestien landschapsschilders uit de eerste helft van de negentiende eeuw besproken. De oudste is Gerard van Nijmegen (1735-1804) en de jongste Gerard Bilders (1838-1865). Daartussen de bekende namen uit de romantische school: Andreas Schelfhout (1787-1870) en Barend Cornelis Koekkoek (1803-1862) en iets minder bekende schilders als Hendrik Voogd, Abraham Teirlink, Jacob Cremer.

Van Gerard van Nijmegen
tot Gerard Bilders

In een lichtgroen katern worden in vijf intermezzo’s verkenningen gedaan rond de landschapsschilderkunst van de romantiek. De religieuze diepte van de landschapsschilderkunst wordt gepeild, het verhevene in de literatuur en filosofie in de eerste helft van de negentiende eeuw komt aan bod, er wordt gekeken naar de voorlopers van de romantische landschapsschilderkunst in de Hollandse schilderkunst van de zeventiende eeuw en tenslotte is er ook aandacht voor de werkwijze van de landschapsschilders. In het tweede deel worden thema’s behandeld die kenmerkend zijn voor het zogenaamde sublieme landschap: schipbreuk en stormzee, noodweer, watervallen, wouden, bergen, de nacht, enz…

De romantische landschapsschilderkunst was in de eerste helft van de negentiende eeuw een internationaal fenomeen. Het werd vooral in Duitsland beoefend, maar ook in Oostenrijk, Scandinavië en in de Verenigde Staten. Iedere lokale romantische school voegde een karakteristiek toe aan het sublieme landschap: Alpenreuzen (Thomas Ender), fjorden en watervallen (Johan Christian Dahl) en prairies (Hudson River School). De catalogus legt geen link naar de romantische landschapsschilderkunst buiten Nederland, maar dat ervaar ik niet als een gebrek.

In het najaar van 2015 draaide in het Museum de Fundatie in Zwolle en het Rijksmuseum Twenthe in Enschede: de dubbeltentoonstelling Gevaar & Schoonheid – Turner en de traditie van het sublieme. De catalogus van deze tentoonstelling vormt, zeker om de romantische landschapsschilderkunst in internationaal en eigentijds perspectief te plaatsen, een prima aanvulling op Groots en meeslepend.

Siciliaanse dromer

De Italiaanse schilder, beeldhouwer, architect, schrijver en decorontwerper
Salvatore Fiume (1915-1997)

In het Stedelijk Museum Schiedam loopt op dit moment de tentoonstelling Manzoni in Holland. Fijn dat er belangstelling is voor een Italiaanse kunstenaar uit de twintigste eeuw, maar jammer dat er voor Manzoni gekozen is. Vanuit het museum gezien is het begrijpelijk. Met Piero -Merda d’Artista -Manzoni krijg je de media gemakkelijk achter je aan. Bovendien wil je op zondagmiddag graag gezinnen naar het museum trekken. En een blikje poep is leuk en spannend (dat wist Ome Willem al) voor de kinderen. Net als pindakaasvloeren.

Salvatore Fiume
Salvatore Fiume
Isola di statue, 1950
[credits: fiume.org]

Van mij hadden ze in Schiedam beter een retrospectief kunnen organiseren van de Italiaanse schilder, beeldhouwer, architect, schrijver en decorontwerper Salvatore Fiume (1915-1997). Maar Fiume is in Nederland weinig bekend. Toch is hij een belangrijke Italiaanse kunstenaar van de twintigste eeuw en liet hij een veelzijdig oeuvre na. Hij werd duidelijk beïnvloed door de pittura metafisica van zijn landgenoten Carlo Carrà (1881-1966) en Giorgio de Chirico (1888-1978). Deze richting in de moderne kunst die maar van korte duur was (1917-1918), vormde een soort prelude op het surrealisme.

Salvatore Fiume
Isola di statue detail van linker luik
[credits: fiume.org]

Pittura metafisica was een reactie op het Italiaanse futurisme (1909-1914). De futuristen hadden het verleden definitief de rug toegekeerd en verkozen een Bugatti boven de Mona Lisa. De van oorsprong Griekse Giorgio de Chirico wilde het verleden niet loslaten maar ook niet eindeloos blijven herhalen zoals in het classicisme. Hij zocht naar een heel persoonlijke relatie met het verleden en combineerde beelden uit zijn jeugd met beelden uit het collectieve geheugen zoals klassieke beelden en architectuur. Zijn broer Alberto Savinio (geboren als Andrea de Chirico) was ook kunstenaar maar schreef ook cultuur-filosofische beschouwingen, o.a. primi saggi di filosofia delle arti (1921). Hierin verbindt hij cultuur met herinnering.

Salvatore Fiume
Isola di statue detail van rechter luik
[credits: fiume.org]

Alberto Savinio trad in 1950 op als promotor van Salvatore Fiume tijdens de Biënnale van Venetië. Fiume exposeerde hier zijn drieluik Isola di statue. Het was een variatie op Città di statue dat in 1949 door het Museum of Modern Art in New York was aangekocht. Hiermee had de 34-jarige kunstenaar internationaal zijn naam gevestigd. Sinds 1977 maakt het drieluik Isola di statue samen met dertig andere werken van Fiume deel uit van de collecties van de Musei Vaticano.

Niet alleen beelden, maar ook gebouwen kijken ons aan. We wonen in onze beelden op een eiland. Een krachtige metafoor van de menselijke conditie.

Als geboren Siciliaan was Salvatore Fiume (1915-1997) vertrouwd met de restanten van uiteenlopende culturen die zich over een periode van ruim 2500 jaar op Sicilië hadden gevestigd. Door het verleden kreeg zijn identiteit de geheimzinnige diepte van een droom. De reeks schilderijen met de naam Isola di statue zijn een soort zelfportretten. Niet alleen beelden, maar ook gebouwen kijken ons aan. We wonen in onze beelden op een eiland. Een krachtige metafoor van de menselijke conditie.

Salvatore Fiume
L’isola volante 1950′s
[credits: fiume.org]

…When Fiume talks to you of an island of statues, gigantic inhabitable statues, which he would want someone to let him build, you shouldn’t be amazed or smile as if you thought this was only fantasy. In fact, if no one will not build it for him, he will build it for himself. He is his own patron and he bleeds himself for Fiume and his ideas. What matters to him is that things be done, and quickly. In a sense his painting is an abstraction, more filtered and precious, but the dimensions of his imagination are in the scale of construction. Fiume paints what he would build. You can even walk within his world; islands, heads, domes are all alike. And the analogy originates from the fantastic stories, regal and comic, of his hometown. He is a Sicilian Gaudì…
(Bron: Lisa Ponti in Domus Magazine, oktober 1954)

Salvatore Fiume
Salvatore Fiume maakte de omslag van het gerenommeerde architectuurmagazine Domus #247 (juni 1950)

schilderijen van Salvatore Fiume [ fiume.org ]