In juli 2010 maakte ik voor het eerst kennis met het werk van de Oostenrijkse illustrator en schilder Moritz von Schwind. In het kasteel Hohenschwangau, niet te verwarren met Schloss Neuschwannstein, zagen we fresco’s naar ontwerpen van Von Schwind. Een maand later kocht ik een dikke oeuvrecatalogus uit 1906. Waarschijnlijk het eerste en laatste volledige overzicht van zijn werk, want daarna raakte Von Schwind in de vergetelheid. Zijn geromantiseerde taferelen verdragen zich niet goed met de moderniteit en vinden waarschijnlijk alleen nog waardering bij liefhebbers van Victoriaanse koektrommelplaatjes.

Er zijn zeker nog wel meer redenen om het werk van Moritz von Schwind te waarderen. In de eerste plaats zijn vakmanschap. In de tweede plaats zijn ijver. En in de derde plaats zijn braafheid. Want ook dat laatste is een kwaliteit. Von Schwind werd in 1804 in Wenen geboren. Zijn ouders hebben tweemaal een vernederende vrede met Napoleon meegemaakt, de Vrede van Pressburg in 1805 en de Vrede van Schönbrunn in 1809. Moritz was nog te klein om zich dat later te herinneren.
Maar het Congres van Wenen (1814-1815) waarbij de rollen omgedraaid werden, zal hij als elfjarig jongetje bewust hebben meegemaakt. Deze gebeurtenis bepaalde het politieke en artistieke klimaat in Europa tot 1848 en werkte ook daarna nog een poosje door. Wenen was het centrum van de Restauratie en gold als oerconservatief. Het grootste deel van zijn leven (Von Schwind overleed in 1871) werd bepaald door de conservatieve geest van de Restauratie. Hij was “born to be brave“.
Als brave ambachtsman volgde hij het Renaissancistische schoonheidsideaal waarbij Rafael het summum is. Alles is ten dienste gesteld aan de onderlinge harmonie. Compositie, vorm en kleur zijn helder. Er is geen picturaal vuurwerk. De verf is getemd door de tekening en zit keurig binnen de lijntjes. Dat is goed te zien in een detail van Sabina von Steinbach uit 1844. Von Schwind omhelst, net als zijn tijdgenoot Peter von Cornelius (1783-1867) en de Nazarener de reactionaire kunst.

Het verhaal van Vincent van Gogh blijft zijn kracht houden. Dat komt omdat het alle elementen van een groot verhaal in zich draagt, een universeel en tragisch verhaal dat ons allemaal raakt. De film Loving Vincent voegt daar nu weer een nieuwe dimensie aan toe. Het unieke van deze film is natuurlijk in de eerste plaats dat deze helemaal geschilderd is. Loving Vincent werd trots aangekondigd als The world’s first fully painted movie. Meer dan honderd kunstenaars schilderden de beelden, 1500 per minuut en 91 minuten in totaal. Dat levert een unieke ervaring op waarbij je ondergedompeld wordt in een geschilderde wereld, de wereld van Van Gogh. Een verademing vergeleken bij alle gelikte 3D-films die er tegenwoordig gemaakt worden. Even stug en weerbarstig als de kunstenaar zelf.
Armand Roulin reist na Vincents dood af naar Auvers om erachter te komen hoe en waarom Vincent aan zijn einde gekomen is. Hij spreekt een aantal mensen die allemaal hun eigen verhaal hebben. In flashbacks komen we te weten wat voor een man Vincent was en hoe zijn laatste weken in Auvers waren. Roulin heeft gesprekken met Père Tanguy, het meisje van het pension waar Van Gogh verbleef, de kamerdame van dr. Cachet, de bootverhuurder, een oude man op een ladder, een arts, de dochter van dr. Cachet en tenslotte met dr. Cachet zelf.













