The Mill and the Cross is ontstaan uit de samenwerking tussen de Poolse multimediakunstenaar Lech Majewski en de Amerikaanse scenarioschrijver en kunstkenner Michael Gibson. De laatste publiceerde in 2000 het essay The Mill and the Cross – Peter Bruegel’s Way to Calvary. Hierin beschouwt Gibson het schilderij De kruisdraging uit 1564 van Pieter Bruegel de Oude in het licht van zijn tijd. Het schilderij ontstond twee jaar vóór de Beeldenstorm en de komst van hertog Alva naar de Nederlanden. Het lijden van Christus wordt volgens Gibson door Bruegel verweven met de onderdrukking van de Vlaamse bevolking door de Spanjaarden.

De kruisdraging, 1564
Het is veelzeggend dat juist een Poolse filmmaker het lijden in de Lage Landen 450 jaar geleden voor ons actueel maakt. Ongetwijfeld projecteert Majewski op de onderdrukte Vlaamse bevolking ook het lijden van zijn eigen volk. Toen Polen in de jaren negentig weer een soeverein land werd, had het tweehonderd jaar permanente onderdrukking achter de rug. Een christelijk volk dat gebogen gaat onder onderdrukking van een ander volk, identificeert zich met het lijden van Christus.

De kruisdraging, 1564 (detail met molen)
De molen die op een onwaarschijnlijk steile rots hoog boven de wereld uitsteekt, symboliseert in Bruegel’s schilderij het middelpunt van het rad van de tijd. De molenaar is een plaatsvervanger van God, die Heer is over de tijd en dus beslist over het lot van de mens. Telkens zien we aan de horizon de molen terug. Met Computer Generated Imagery is een poging gedaan om de wereld van de acteurs op de voorgrond naadloos in de geschilderde wereld van Bruegel op de achtergrond over te laten lopen. Meestal zie je toch “een naad” lopen, vaak veroorzaakt door het verschil in lichtval van de samengevoegde delen. Maar een enkele keer werkt het betoverend en bewegen de acteurs zich door de geschilderde wereld van Bruegel, een imaginair Vlaanderen met vale rotspartijen en onheilspellende luchten.
Maar als deze categorie bestond, zouden we daartoe ontelbare landschappen kunnen rekenen. Met name in de periode tussen De Joodse Begraafplaats (ca. 1657) van Jacob van Ruysdael en de 
Landschap en herinnering is een ongekend boek waarin historicus Simon Schama de lezer meeneemt op een ontdekkingsreis door de menselijke geest. Tijdens deze reis, die door de tijd en door de landschappen in natuur en kunst gaat, krijgen mythen en sprookjes een nieuwe opwindende betekenis. Ook wordt duidelijk hoe de mens diepgaand beïnvloed wordt door de omgeving waarin hij verkeert. Met een liefdevol oog voor detail en in een superieure stijl legt hij de vele lagen herinneringen en associaties bloot die eeuwenlang van generatie op generatie zijn doorgegeven. Zoals wij het landschap van de aarde hebben gevormd, heeft de aarde zelf onze cultuur en verbeelding gevormd. Het landschap zal nooit meer hetzelfde zijn na lezing van dit boek.













