Pierre-Henri de Valenciennes is vooral bekend geworden door een theoretisch werk over het „historische landschap„. Nadat hij jarenlang geijverd had voor een Prix de Rome in de categorie van het historische landschap, ging zijn wens twee jaar voor zijn dood in vervulling. In 1817 werd voor het eerst een Prix de Rome voor het historische landschap uitgereikt. Dit betekende een officiële herwaardering van de landschapsschilderkunst, die met de School van Barbizon en de impressionisten in de negentiende eeuw zo belangrijk zou worden. De Valenciennes schilderde heldere composities met een nadruk op de grote vorm en deze doen soms denken aan het werk van Edward Hopper.


Ook zijn zelfportret doet door een grote mate van abstractie modern aan. De Valenciennes hanteert een duidelijk schema en belichting, waardoor zijn gezicht iets maskerachtigs krijgt. Naar aanleiding van zijn portret maakte ik verschillende ballpointtekeningen waarbij ik varieerde op zijn schema.


volg de meester [ 1-9 ]
van oude meesters en dingen die niet voorbijgaan [ PDF ]

Doordat Vermeer niet alle details gelijke aandacht geeft en speelt met de scherptediepte, beantwoordt hij meer aan onze zienswijze dan de Vlaamse Primitieven. Onze blik is altijd ergens op gevestigd en in het brandpunt van de aandacht stelt de lens zich op scherp. In de illusionistische schilderkunst wordt veel van dit principe gebruik gemaakt en door het spelen met de focus wordt ook de spiegeling overtuigender. Aan het begin van de 19e eeuw heeft de schilderkunst zich zodanig ontwikkeld dat ze rond 1840 in de fotografie lijkt over te vloeien. In de twintiger jaren van de 19e eeuw heeft Niepcé de projectie van de camera obscura eindelijk op een gevoelige plaat weten vast te leggen en in 1839 heeft Daguerre het chemische procedé zodanig ontwikkeld dat er gedetailleerde afdrukken mogelijk zijn.





Hyacinthe Rigaud was the most important portrait painter during the reign of King Louis XIV. His instinct for impressive poses and grand presentations precisely suited the tastes of the royal personages, ambassadors, clerics, courtiers, and financiers who sat for him. Rigaud owes his celebrity to the faithful support he received from the four generations of Bourbons whose portraits he painted. He garnered the core of his clientele among the richest circles as well as among the bourgeois, financiers, nobles, industrialists and government ministers, also courting all the major ambassadors of his time and several European monarchs. His œuvre reads as a near-complete portrait gallery of the chief movers in France from 1680 to 1740. Some of that œuvre (albeit a minority) also includes those of more humble origins – Rigaud’s friends, fellow artists or simple businessmen.












