Categorie archief: film

Boek & film [ 5 ]

aan het lezen in De stille dood (2009) van Volker Kutscher

de stille doodTwee jaar geleden las ik schaduw over Berlijn, de Nederlandse vertaling van Der nasse Fisch, de eerste thriller van Volker Kutscher met inspecteur Gereon Rath. Vorige week begon ik aan De stille dood, het tweede deel uit de Gereon Rath-cyclus dat nu ook in het Nederlands vertaald is. Kutscher verkocht de filmrechten en het resultaat van deze deal is de duurste niet-Engelstalige tv-serie ooit gemaakt: Babylon Berlin. Het eerste seizoen verscheen in 2017 het tweede in 2019 en werd in oktober door de ARD uitgezonden.

Het tweede seizoen van Babylon Berlin baseert zich op de tweede thriller uit de cyclus en is net als het eerste seizoen weer zwaar onder handen genomen door de scenaristen Tom Twyker, Achim von Borries en Henk Handloegte. Babylon Berlin II is geen verfilming van Der Stumme Tot, evenmin als Babylon Berlin I een verfilming van Der nasse Fisch was. Het is een herschepping, waar veel aan is toegevoegd. Maar er is ook veel overgenomen. Zoals de zaak en het plaats delict, een filmstudio in Neu Babelsberg waar de gevierde actrice Betty Winter verpletterd wordt onder een gloeiendhete nitraatlamp die uit de hoogte van de filmstudio naar beneden stort. Dat gegeven en de hoofdrolspelers Gereon Rath en Charlotte Ritter worden in Babylon Berlin overgenomen.

Maar veel is door Twyker, Von Borries en Handloegte veranderd. Zo begint het verhaal niet op vrijdag 28 februari 1930, als het carnaval van 1930 begint, maar in het najaar van 1929. De scenaristen hebben namelijk per se de beurskrach van 1929 in het tweede seizoen van Babylon Berlin willen opnemen. Zo is er eigenlijk nóg een verhaal met personages aan toegevoegd. En daar blijft het niet bij. Omdat Babylon Berlin gemaakt is als serie, zijn er verhaallijnen in verweven uit effectbejag. Zo is het tweede seizoen van Babylon Berlin, vergeleken met Der stumme, een explosief brouwsel geworden met net iets teveel ingrediënten, waaronder occultisme, obligate homo- en lesboscenes, seks, drugs en een snufje David Lynch.

Ik verheug me al op de vertaling van Goldstein, de derde thriller met Gereon Rath en daarna liggen er nog vijf thrillers te wachten op vertaling. Maar wie niet wachten kan, kan deze al in het Duits lezen:
 
Der nasse Fisch Kiepenheuer & Witsch, Cologne 2008
Der stumme Tod Kiepenheuer & Witsch, Cologne 2009
Goldstein Kiepenheuer & Witsch, Cologne 2010
Die Akte Vaterland Kiepenheuer & Witsch, Cologne 2012
Märzgefallene Kiepenheuer & Witsch, Cologne 2014
Lunapark Kiepenheuer & Witsch, Cologne 2016
Marlow Piper, Munich 2018
Olympia Piper, Munich 2020

Het bijzondere van de thrillers van Volker Kutscher is dat ze zich afspelen in de overgangsjaren van de Weimarrepubliek naar de nazidictatuur en ons deze periode laat herbeleven. Want de vraag hoe het allemaal heeft kunnen gebeuren, blijft fascineren. De Weimarrepubliek was de eerste democratie in Duitsland maar zou slechts 14 jaar bestaan. Het antwoord dat Kutscher geeft is niet expliciet of eenduidig, maar hij slaagt er zo goed in om de laatste jaren van de Weimarrepubliek te laten herleven, dat we ons kunnen gaan voorstellen dat de zedenloosheid en criminaliteit zoals die in Berlijn ruimschoots aanwezig waren, heel Duitsland in de afgrond hebben gestort. Daarom heet de tv-serie ook Babylon Berlin.

In Der Stille Tot lopen we zelf rond in Berlijn van 1930. De eerste zaak van Gereon Rath (der nasse Fisch) ging over het rode gevaar en de connecties met Moskou. Zijn tweede zaak (der stumme Tot) gaat over de connecties tussen de filmproducenten en de onderwereld van Berlijn. Deze onderwereld, die Fritz Lang in zijn legendarische film noir M – Eine Stadt sucht einen Mörder uit 1931 koppelde aan de opkomst van het nationaal socialisme, speelt in de thrillers van Kutscher een soortgelijke rol. Eigenlijk neemt de machtige onderwereld de stad over en in 1933 het hele land.

Boek & Film [ 1 ]

De Franse “North & South”

gezien op Arte: Chouans! (1988)

chouans!Aan de vooravond van het Bicentenaire de la Révolution werd de film Chouans! uitgebracht. Eerst als bioscoopfilm (145 minuten) en daarna als miniserie op televisie (4 afleveringen van ieder 52 minuten). Arte.tv zond zondagavond de bioscoopversie uit.

De film is losjes gebaseerd op Les Chouans uit 1829 van Honoré de Balzac. Het is niet de eerste keer dat deze roman van Balzac verfilmd werd. In 1947 verscheen al een adaptie onder de titel Les Chouans. De volledige titel die Balzac in 1829 aan zijn roman gaf, was Les Chouans ou La Bretagne in 1799. Het verhaal speelt zich dus af in 1799 in Bretagne. Hier brak een opstand uit zoals zes jaar eerder in de Vendée. Victor Hugo schreef hier (pas) in 1874 een roman over. De opstanden in de Vendée en in Bretagne leidden tot een zeer bloedige burgeroorlog. Het was een boerenopstand en een contrarevolutie van royalisten ineen. De opstandelingen werden chouans genoemd.

Chouans! werd gemaakt voor het grote publiek en het romantische verhaal van twee jongemannen die op hetzelfde meisje verliefd zijn maar elkaars tegenstander worden dringt zich erg naar de voorgrond waardoor de burgeroorlog gedegradeerd wordt tot dramatisch decor. Dit kennen we natuurlijk ook van de tv-serie North and South (1985).

Hoofdrolspelers Lambert Wilson, Stéphane Freiss en Sophie Marceau zijn een Franse versie van het trio James Read, Patrick Swayze en Lesley-Anne Down uit de Amerikaanse tv-serie North and South. Maar ook Novecento (1976) komt in de herinnering op. De twee zonen van de Comte de Kerfadec (Philippe Noiret), de adellijke zoon Aurèle de Kerfadec (Lambert Wilson) en de geadopteerde Tarquin (Lambert Wilson) doen uiteraard onmiddellijk denken aan Alfredo (Robert de Niro) en Olmo (Gérard Depardieu).

De sterke romantisering is niet de enige knieval voor het grote publiek. De scenes waarin gevochten worden passen meer in een luchtige swashbuckler dan in een historische film over een van de zwartste bladzijden van de Franse Revolutie, de burgeroorlog in de Vendée en in Bretagne. Zo wordt een wrede burgeroorlog lichtvoetig in beeld gebracht en de Fransen zijn daar goed in. Al hangen de soldaten nog net niet met zwart geblakerde gezichten en gescheurde uniformen over een tak heen zoals in Fanfan la tulipe, regisseur Philippe de Broca zoekt het grensgebied van de burlesque regelmatig op.

Chouans! geeft dus een vertekend beeld van de historische werkelijkheid. Maar het doel was een romantische en onderhoudende film over de revolutie en daar is Philippe de Broca in geslaagd. De rol van Philippe Noiret, een icoon van de Franse cinema, voegt genoeg amusementswaarde toe. Hij speelt een Bretonse graaf die ervan droomt te kunnen vliegen en experimenteert niet alleen met een luchtballon maar zelfs met een vliegtuigje. De gebroeders Montgolfier en Louis Blériot verenigd in één persoon.

Chouans! [arte.tv]

Beethoven in Bonn

op Eerste Kerstdag gezien op ARD: Louis von Beethoven (2020)

Op 17 december was het precies 250 jaar geleden dat Ludwig von Beethoven in Bonn geboren werd. Het Beethovenjaar begon al in januari met een herdenkingspostzegel en werd vrijdagavond voor mij min of meer afgesloten op de ARD met de uitzending van Louis van Beethoven.

Opvallend bij deze titel is de Franse voornaam. Geen Ludwig, maar Louis. Deze biopic concentreert zich namelijk vooral op Beethovens jeugd in Bonn tot 1792. De eerste 21 jaar van zijn leven speelden zich voornamelijk af aan het hof van de keurvorst van Keulen op de linker Rijnoever. Dat stond sterk onder Franse invloed en het was heel gewoon dat er aan het hof in Bonn Frans gesproken werd. Kort nadat Beethoven in december 1792 zijn vaderstad voorgoed verlaat om in Wenen te gaan studeren bij Haydn, wordt Bonn door de revolutionaire Franse troepen bezet.

Regisseur Niki Stein noemt zijn film een Coming of Genius story. Hij laat Beethovens jeugd zien in het perspectief van een terugblik door Beethoven aan het einde van zijn leven in 1827. Er zijn drie acteurs die Beethoven spelen: Colin Pütz als jongetje, Anselm Bressgott als jongeling en Tobias Moretti als de stokdove Beethoven aan het einde van zijn leven op 57-jarige leeftijd.

louis_DVD2Louis von Beethoven is een dure productie geweest. De tijd waarin Beethoven opgroeide, met name de jaren tussen 1778 en 1793 komen weer helemaal tot leven. We volgen hem aan het hof in Bonn van de keurvorst van Keulen, Maximiliaan Frederik (1708-1784) en zijn liberalere opvolger Maximiliaan Franz (1756-1801), de jongere broer van Marie Antoinette, de koningin van Frankrijk. Zijn grootvader Lodewijck naar wie Louis/Ludwig genoemd is, was vanuit Vlaanderen als kapelmeester bij de aartsbisschop in dienst gekomen. Ook vader Johann von Beethoven komt in dienst van het hof. Maar door zijn drankprobleem verliest hij zijn aanstelling en het gezin glijdt af in armoede. De jonge Louis wordt door zijn vader gedrild om een wonderkind te worden, net als de toen al zo beroemde Mozart. Daarna krijgt hij muziekonderwijs van Tobias Pfeiffer en Christian Gottlob Neefe.

Tobias Friedrich Pfeiffer (1751-1805) Beethovens eerste leraar in Bonn
 
Tobias Pfeiffer is acteur, zanger, hoboïst en lid van de “Großmannschen Theaterkompanie”, een soort rondreizend theater ook voorstellingen geeft aan het hof. Hij werd korte tijd de leraar van de kleine Beethoven. Pfeiffer maakte de jonge Beethoven enthousiast voor de ideeën van de revolutie en activeerde daarmee zijn opstandige geest. Zijn lot is vrij representatief voor de kunstenaars van deze tijd want hij werd herhaaldelijk vervolgd en gevangengezet. De Amerikaanse onafhankelijkheidsverklaring van 1776, die Pfeiffer voorleest, was rond 1780 wijdverbreid en werd in het Duits als pamflet in een oplage van meer dan 300.000 exemplaren verspreid.

Beethoven zou zijn hele leven ongetrouwd blijven. Toen hij huisleraar was bij de familie Breuning, werd de 1 jaar jongere Eleonore Breuning op hem verliefd. Maar haar moeder laat de jonge Beethoven weten dat een huwelijk tussen hem en haar dochter onmogelijk is vanwege het standsverschil. Het zou Beethoven verbitterd hebben en zijn enthousiasme voor de idealen van de Verlichting en de geest van de Revolutie werden in de jaren daarna alleen maar sterker. In 1794 kon hij niet meer naar zijn vaderstad terugkeren omdat de Fransen de keurvorst van Keulen gevangen hadden genomen. Hij zou de rest van zijn leven in Wenen blijven.

Christian Gottlob NeefeChristian Gottlob Neefe (1748-1798) Beethovens tweede leraar in Bonn
 
Christian Neefe is, na Tobias Pfeiffer en Beethovens vader, de eerste serieuze leraar van de componist. De relatie tussen de leraar en leerling is meestal gespannen en tenslotte moet Neefe toegeven dat zijn talent niet meer voldoende is om de jonge Beethoven vooruit te kunnen helpen. De 15-jarige Beethoven gaat naar Wenen om Mozart te kunnen ontmoeten maar dat loopt uit in een teleurstelling.

Terwijl de storm van de Revolutie over Frankrijk en het Rijnland raast, woont Beethoven in Wenen. In 1805 zal de progressieve geest van de revolutie in de persoon van Napoleon ook aan de poorten van Wenen staan. Beethoven is zijn bewondering voor Napoleon dan al verloren. Zijn Derde Symfonie, de Eroïca, had hij aanvankelijk aan Napoleon opgedragen. Maar toen deze zichzelf op 2 december 1804 tot keizer van Frankrijk kroonde, was Beethoven diep teleurgesteld en verscheurde hij het titelblad waarop de naam van Napoleon stond.

Eleonore BreuningEleonore Breuning (1771-1841) misschien wel Beethovens eerste grote liefde
 
Eleonore Breuning is een jaar jonger dan Ludwig en groeit op in het adellijke paleis van haar familie op de Münsterplatz in Bonn. De jonge componist wordt de pianoleraar van Eleonore en haar jongere broer Lorenz. Ze hadden ongetwijfeld gevoelens voor elkaar opgevat want het volgende citaat uit een brief van Beethoven die hij in 1793 vanuit Wenen naar haar stuurde, liegt er niet om: “Verehrungswürdige Eleonore, meine theuerste Freundin! Erst nach dem ich nun hier in der Hauptstadt bald ein ganzes Jahr verlebt habe, erhalten sie von mir einen Brief … oh, wie viel gäbe ich dafür, wäre ich im Stande meine damalige mich so sehr entehrende, sonst meinem Charakter zuwider laufende Art zu handeln ganz aus meinem Leben tilgen zu können … .” Eleonore wordt door velen beschouwd als de eerste liefde van Beethoven.

Technicolor-feestje

gezien op Eerste Kerstdag op BBC 2: Singing in the rain (1952)
en Some like it hot (1959)

Twee van de leukste Amerikaanse films uit de vorige eeuw waren op Eerste Kerstdag bij de BBC te zien: Singing in the rain en Some like it hot. Beide meesterwerken zijn gemaakt in de jaren vijftig maar spelen zich af in de jaren twintig. Naast deze overeenkomst is er ook een belangrijk verschil. Singing in the rain werd in 1952 in Technicolor opgenomen en is een zeer kleurrijk musicalfilm. Some like it hot werd in 1959 in zwartwit opgenomen, ook al bestond de kleurenfilm in Amerika toen al twintig jaar. Maar Billy Wilder had voor zijn comedy van de eeuw helemaal geen Technicolor nodig. De grote komieken van de stomme film hadden immers allang bewezen dat je zonder kleur ook heel hard kan lachen. Wat voegt kleur eigenlijk toe aan een goede grap? Overigens was 1959 ook het jaar van Ben Hur eveneens geschoten in overdonderend Technicolor en eergisteren nog op Arte te zien.

poster
Ruim zestig jaar na dato zijn Singing in the rain (1952) en Some like it hot (1959) nog altijd even sprankelend en grappig.

Singing in the rain is net als Some like it hot een heel vrolijke film maar hier is de kleur juist wel een essentieel onderdeel. Het verhaal speelt zich af in de overgangsjaren rond 1930 van de movie naar de talkie maar werd geproduceerd in de overgangsjaren van de zwart-wit naar de kleur. Deze musical is een Technicolor-feestje geworden.

singing in the rain
Alle kleurenregisters worden vrolijk opengetrokken

Het aardige is dat het beeld van de jaren twintig duidelijk aanwezig blijft in de scenes die zich afspelen in de bioscoopzaal. Daar kijkt het publiek naar films in zwart-wit wat erg mooi contrasteert in deze kleurrijke film. De jaren twintig moeten juist erg kleurrijk zijn geweest, maar onze collectieve beeldvorming wordt sterk bepaald door de zwart-wit film en fotografie uit deze periode. In Singing in the rain zien we eindelijk eens wat de kleur was van de pothoedjes, boa’s, Buicks en Fords. De rokkostuums en slobkousen bleven in kleur overigens gewoon zwart-wit.

Als je dit meesterwerk hebt gezien, dan zou je graag willen dat alle grote musicalfilms uit de jaren dertig al in Technicolor waren opgenomen. Het had misschien ook gekund want de techniek was een heel eind en de eerste lange speelfilms in kleur verschenen al aan het einde van dat decennium: the Wizard of Oz en Gone with te wind werden beiden uitgebracht in 1939, tien jaar na de introductie van de geluidsfilm.

In Singing in the rain worden dus alle verfblikken opengetrokken. Net zoals Chroucho Marx niet meer ophield met praten toen de talkie er eenmaal was, zo kon het voor de set decorators niet bont genoeg in deze spetterende musicalfilm. Maar over de kleur was wel goed nagedacht. Functioneel kleurgebruik heet dat dan. Samen met de muziek en de close up (gelaatsuitdrukking) van de acteurs is kleur hét element dat een stemming kan overbrengen. En zo kun je spreken over de “regie” of “choreografie” van kleur. Door de belichting verandert de kleur van het decor en de personages om een bepaalde stemming op te roepen.

magicaldreamworldDeze musicalfilm is een film over film en geeft ons een kijkje in de keuken van de droomfabriek. Een van de fraaiste scenes is die waarin Gene Kelly en Debbie Reynolds op de filmset een donkere loods binnenglippen. “This is an empty stage!” zegt Reynolds maar dan tovert Kelly met de trukendoos van spotlights en atmosferische lichteffecten en decors een droomwereld tevoorschijn. Het paar staat dan ineens niet meer op een lege filmset maar op het strand bij een betoverende zonsondergang. Zwijmelende strijkers doen de rest om het hart te laten smelten.

Een ander zwijmelmoment is the magical dreamworld, een scene die zich afspeelt in de verbeelding van de hoofdpersoon. Ook hier zien we weer de virtuele droomwereld van Hollywood. De vrouw wordt als object van verlangen geprojecteerd en door een extreem lange sleep van witte tule die door de windmachine wordt aangeblazen, lijkt ze zich te bewegen in een onderwaterwereld terwijl de dunne stof van haar sleep allerlei fantastische vormen aanneemt.

Het wilde Oosten

gisterenavond gezien op Arte: Black Robe (1991)

black robeDe meeste westerns spelen zich af in de periode 1850-1890 en dus in de tijd dat de territoria in de Far West aan het Amerikaanse grondgebied werden toegevoegd. Eerst trokken de pioniers van Saint Louis via de trails naar het Westen; vlak na de Civil War kwam de eerste transcontinentale spoorweg tot stand. Daarna ging het hard met de kolonisatie van de Far West. Rond 1890 bestond het Wilde Westen niet meer, maar bleef tot in de jaren zeventig van de twintigste eeuw voortleven in de western.

De exploratie van het Westen in de tweede helft de eeuw is waarschijnlijk de meest belichte episode in de Amerikaanse geschiedenis. Een enkele keer wordt er iets verder teruggegrepen in die eeuw, bijvoorbeeld in The Revenant (2015) een film die zich afspeelt in 1823. Films die nog verder de geschiedenis induiken en zich afspelen in de koloniale tijd, zijn er natuurlijk ook. Maar dan zijn het geen westerns meer. Eigenlijk zouden die films easterns moeten heten, omdat ze zich afspelen aan de Amerikaanse oostkust. De achttiende eeuw, en uiteraard de Amerikaanse Onafhankelijkheidsstrijd krijgen hier de meeste aandacht. Maar er zijn ook films die zich afspelen in de zeventiende eeuw. Het Amerikaanse continent was toen nog een uitgestrekte wildernis met alleen aan de kust een enkele koloniale nederzetting, handelspost of militaire versterking.

Een film die een poëtisch beeld geeft van de eerste encounters tussen westerlingen en natives is The New World (2005) van Terrence Malick. Deze film speelt zich af in en rond Jamestown, de eerste permanente nederzetting van de Engelsen (en de kiem van de staat Virginia), die al in 1607 werd gesticht. De ongerepte Amerikaanse wildernis moet voor de eerste kolonisten op een aards paradijs hebben geleken. Betoverend mooi. Maar intussen levensgevaarlijk.

De ongerepte Amerikaanse wildernis moet voor de eerste kolonisten op een aards paradijs hebben geleken. Betoverend mooi. Maar intussen levensgevaarlijk.

Dit beeld van het pre-koloniale Amerika komt ook naar voren in de film Black Robe (1991). Het verhaal speelt zich iets later af dan dat van The New World en het toneel ligt een stuk noordelijker, namelijk in Quebec. Dit gebied werd zoals bekend niet door de Engelsen gekoloniseerd maar door de Fransen. Een veel gehoorde kritiek is dat er in de film Engels gesproken wordt (naast het Algonkisch). Ik zag de film op Arte met Franse nasynchronisatie dus het kwam voor mij gelukkig authentiek over.

black robe
de verafgelegen missiepost in het gebied van de Huron

Black robe is gebaseerd op de gelijknamige roman van Brian Moore uit 1985. Het verhaal gaat over een jezuïet die afreist naar een verafgelegen missiepost in het gebied van de Huron. Hij wordt daarbij begeleid door een groep Algonkin.

Net als in The Revenant wordt het harde bestaan in de uitgestrekte besneeuwde wildernis heel concreet gemaakt. Vanuit de luie stoel zijn de landschappen schitterend om naar te kijken, maar je zou voor geen goud in de schoenen willen staan van de pioniers en missionarissen die de wildernis moesten doorkruisen. De natuur was niet de enige vijand. Als je in handen van de Irokezen viel, dan belandde je rechtstreeks in de hel. De reden waarom westerlingen toch voor deze levensgevaarlijk wildernis kozen, was divers. Meestal ging het om winstbejag. Avontuurlijke pelsjagers die zaken deden met de plaatselijke indianenstammen werden gedreven door hebzucht, terwijl de meeste missionarissen die het evangelie aan de inheemse Amerikaanse volkeren wilden verkondigen juist uit idealisme handelden.

Het mooie van Black Robe (zwartrok) is dat er nergens geoordeeld wordt over de missiedrang van de westerlingen. Het huidige standpunt is dat we vreemde culturen vooral zichzelf moeten laten zijn en niemand onze eigen cultuur en religie en al helemaal niet het eigen gelijk moeten opdringen. Vanuit dit standpunt ligt een oordeel snel klaar. De westerlingen zouden hun cultuur en christelijke geloof aan de vreemde volken hebben opgedrongen. Dat was natuurlijk ook regelmatig het geval, maar het was zeker niet altijd zo zwart-wit. Deze film laat zien dat missionering niet synoniem is met het opdringen van het geloof of het dwingen tot bekering

black robe
stills uit Black Robe (1991)

Ook laat Black Robe een veel genuanceerder beeld zien van de relatie tussen de westerlingen en de inheemse bevolking. Vaak worden we verleid tot een zwart-wit beeld: de Europeanen en de indianen. Daarbij wordt dan vergeten dat DE indianen, overigens de Europese benaming van de oorspronkelijke bewoners van Amerika, eigenlijk nooit bestaan hebben. In werkelijkheid ging het om honderden veelal nomadische volkeren die over het hele continent verspreid leefden in ontelbare stammen. Deze stammen stonden soms op voet van oorlog met elkaar, net als de kolonisators overigens. De tegenstelling Europeanen vs. Indianen geeft dus helemaal geen goed beeld. Daarbij stimuleert het een denken in termen van “wij-zij”, waarbij “wij” de agressors zijn en “zij” de slachtoffers. Natuurlijk kwam dit nogal eens voor, maar in werkelijkheid is het verhaal van de kolonisatie van Amerika veel genuanceerder.

In Black Robe zien we dat er in 1634 al innige vriendschappen bestonden tussen de Europeanen en inheemse bewoners van Amerika. Soms werd er zelfs samen gestreden tegen vijandige stammen. Wanneer er oorlogen waren tussen de stammen, ging het bijna altijd om jachtgronden. Europeanen waren dus niet de enigen die om territorium vochten. Ook stonden inheemse volken ook open voor het christelijk geloof en namen ze dit vrijwillig aan. Daarbij versmolt het vaak met elementen uit hun eigen natuurreligie. Black Robe laat uiteraard maar één episode zien in de koloniale geschiedenis van Amerika, en in deze periode waren de Europeanen nog erg zwak waren en sterk afhankelijk van een symbiose met de oorspronkelijke bewoners. De wederzijdse afhankelijkheid van autochtone Amerikanen en allochtonen (westerlingen) laat zien dat de symbiose tussen volkeren met een volstrekt andere cultuur vaak vreedzamer is geweest dan het eenzijdige “wij-zij” verhaal ons vertelt.

Black Robe [ imdb.com ]

1929 als spannend amusement

gisteren gezien op ARD: Babylon Berlin (derde reeks)
en de documentatie Herbst 1929 – Schatten über Babylon

Gisterenavond opende op de ARD de derde reeks van de serie Babylon Berlin. De eerste twee reeksen waren gebaseerd op Volker Kutscher’s historische thriller Der nasse Fisch en speelde zich af in het voorjaar van 1929. In de derde reeks zijn we in het najaar van 1929 beland. Net als bij de start van de eerste serie trakteerde de ARD haar kijkers op een documentaire over Berlijn in de jaren twintig. In januari 2019 was dat Das Jahr Babylon. De documentaire van gisteren heette Herbst 1929 – Schatten über Babylon.

Berlin 1929
Een Zeppelin boven Berlijn met links de Brandenburger Tor en rechts de Reichstag. In het midden de Siegessäule die tijdens het interbellum nog op het plein voor de Reichstag stond.

1929 is in de twintigste eeuw misschien wel hét kanteljaar geweest. Waarschijnlijk was het nog invloedrijker dan de Wende in 1989. In beide jaren stond Berlijn centraal. In 1989 kwam er een einde aan de DDR en het ijzeren gordijn en in 1929 begon de ondergang van de Weimarrepubliek. Dat was overigens pas in het laatste kwartaal van dat jaar, om precies te zijn op 24 oktober, met de Beurskrach op Wallstreet.

Berlin 1929
Amerikaanse invloeden in de jaren twintig in Berlijn

Deze gebeurtenis zou de wereld in een diepe crisis dompelen. De instorting van de aandelenkoersen in New York had rampzalige gevolgen voor Duitsland. Amerikaanse investeerders trokken zich massaal terug. Het draagvlak voor het Young-plan brokkelde af ten gunste van de opkomende NSDAP. De Weimarepubliek zou in de vrije val van de aandelenkoersen meegesleurd worden.

Desalnietemin zou Berlijn tot aan deze rampzalige Black Tuesdag een tijd van culturele bloei beleven. In Duitsland spreekt men zelfs van de Goldene Zwanziger. De gouden jaren twintig van de Weimarrepubliek begonnen echter pas in 1924 toen de hyperinflatie was bezworen en eindigden op 24 oktober 1929.

Berlin 1929
straatbeelden uit Berlijn in de jaren twintig

Berlijn werd in die zes jaar de hipste metropool op aarde met 4,3 miljoen inwoners. (In 2019 waren dat er 700.000 minder) Die Goldene Zwanziger werken nog altijd op onze verbeeldingskracht. Het leek alsof de moderniteit Berlijn had uitgekozen om er open te barsten. De oude wereld van de 19e eeuw ging in een bruisende feeststemming ten onder. Voor iedereen die graag modern wilde zijn, had Berlijn als de meest progressieve stad van Europa, een voorbeeldfunctie.

Voor een deel was deze moderniteit made in Germany, zoals de Zeppelin, het Bauhaus en de expressionistische film. Voor een ander deel bestond deze vooral uit Amerikaanse invloeden, dit tot groot ongenoegen van de nationaalsocialisten. De Amerikaanse muziek (jazz), dans (Charleston) en film (Hollywood) stonden hen tegen.

Berlin 1929
ARD website bij de serie Babylon Berlin
Als je de Duitsers massaal voor de buis wilt voor een geschiedenisles, dan moet je er veel Krimi in kruimelen.

De serie Babylon Berlin is een zeer ambitieus en kostbaar project dat werkt als een tijdcapsule. De reconstructie van het tijdsbeeld is vrij nauwkeurig en de filmsets zijn groots, ook in de buitenopnamen zodat we ons werkelijk op straat wanen in het Berlijn van 1929. Door ruim 90 jaar terug te spoelen in de tijd, lijkt Babylon Berlin het Duitse volk vooral te confronteren met de vraag hoe het ooit zover heeft kunnen komen. Tussen 1945 en 1990 stond in Duitsland vrijwel altijd de periode 1933-1945 op het programma. De Duitsers hebben de zwarte bladzijden uit hun geschiedenis stuk gelezen. Maar over de oorzaken van de opkomst van Hitler aan het einde van de jaren twintig, werd relatief minder aandacht besteed.

Als je de Duitsers massaal voor de buis wilt voor een geschiedenisles, dan moet je er veel Krimi in kruimelen. Precies dat is wat Volker Kutscher met zijn historische thrillers heeft gedaan. Geschiedenis en criminaliteit gaan hand in hand. Als één volk daarvan doordrongen is dan zijn het wel de Duitsers.

Beeld van het Wilde Westen [ 6 ]

gisteren gezien op BBC 2: The Searchers (1956)

Eindelijk zag ik gisteren The Searchers, het meesterwerk van John Ford (1894-1973) uit 1956 en een van de beste westerns ooit gemaakt. Ik keek vooral voor de fotografie van Winton C.Hoch (1905-1979) met de weergaloze landschappen van Monument Valley. Regisseur David Lean bestudeerde deze voor zijn Lawrence of Arabia (1962) waarin desolate woestijnlandschappen naast de acteurs ook een belangrijke rol spelen.

The Searchers
still uit The Searchers 1956

Zoals ik al eens eerder opmerkte in Beeld van het Wilde Westen zie ik de western als een voortzetting uit de 20e eeuw van het landschap in de Amerikaanse schilderkunst van de 19e eeuw, met name die van de Hudson River School. De schilders van deze school wilden het majestueuze van de Amerikaanse wildernis tot uitdrukking brengen. Dit deden ze op reusachtige doeken en daarmee liepen ze al vooruit op het witte doek van de 19e eeuw. Hun landschappen waren letterlijk exhibitionistisch en maakten zelfs tournees (ook naar Europa) waar het publiek ze tegen betaling kon bewonderen. Hun enorme schilderijen waarbij alle registers werden opengetrokken, waren een voorloper van de “levende beelden” op het witte doek.

The Searchers
still uit The Searchers 1956

De pioniers die westwaarts trokken, kwamen in contact met een ongerepte wildernis. Daar was weinig tot niets romantisch aan. Maar voor de romantische kunstenaars in de negentiende eeuw was het een heerlijk thema: de gecultiveerde Europese mens die werd teruggeworpen in de schoot van de natuur. Het Amerikaanse Transcendentalisme pakte dit onderwerp dankbaar op. In het Oosten droomden Ralph Waldo Emerson (1803-1882) en Henry David Thoreau (1817-1862) erover, in het Westen bracht men het in de praktijk. In de rauwe werkelijkheid moest de pen ingeruild worden voor de colt revolver.

The Searchers
still uit The Searchers 1956
Voor de romantische kunstenaars in de negentiende eeuw was het een heerlijk thema: de gecultiveerde Europese mens die werd teruggeworpen in de schoot van de natuur.

Het Wilde Westen is een verdichting van mythen. Het beeld dat we van het Wilde Westen hebben, bestaat uit mythische beelden. De cowboyfilm of western heeft daar heel veel in bijgedragen. Mogelijk bijna alles. En de westerns van John Ford steken boven alles uit. Voordat de spaghettiwestern in de jaren zestig geboren werd, had Ford de meeste stereotypen al gedefinieerd.

The Searchers
still uit The Searchers 1956

Een van de sterkste stereotypen van het Wilde Westen is Monument Valley. Het is aan John Ford te danken dat dit iconische landschap op de grens van Utah, Arizona, Colorado en New Mexico ongeveer hét decor van de western werd. Ook Sergio Leone (1929-1989) wilde of kon niet om Monument Valley heen. Hoewel Once Upon a Time in the West (1968) in La Calahorra in Zuid-Spanje werd opgenomen, werd er ook gefilmd in Monument Valley. De scenes met de engelachtige muziek van Ennio Morricone waarbij we Claudia Cardinale volgen op haar reis naar de ranch in Sweetwater zijn hier gefilmd.

The Searchers
still uit The Searchers 1956

Beeld van het Wilde Westen [ 5 ]