Acht jaar geleden zag ik Russian Ark voor de eerste maal. Ik was onmiddellijk onder de indruk. Een half jaar later bezocht ik het Hermitage en herkende ik de zalen en kunstwerken waarlangs de film zijn spoor trekt. Russian Ark is een gelaagde film en elke keer als ik de film zie, vallen mij nieuwe dingen op.
De hoofdrolspeler, “de Europeaan”, blijkt een historische figuur en stelt de Franse markies Astolphe de Custine (1790-1857) voor. Hij is in West-Europa bekend geworden door zijn reisverslag Lettres de Russie uit 1843. Dit boek heeft in de negentiende eeuw de toon gezet voor ons westerse beeld van Rusland. Overigens verscheen er in het tsaristische Rusland van de negentiende eeuw nooit een Russische vertaling van.
In zijn gesprekken met de onzichtbare Russische bezoeker, geeft de Fransman ongezouten commentaar op de geschiedenis van Rusland en alle westerse vooroordelen horen we daarin terug. De Russische volksgeest zou het beste gedijen onder despoten. De Russische kunst zou bij gebrek aan ideeën en uit luiheid de Italiaanse kunst imiteren. Waarom doen de Russen Europa toch overal in na, ook in de fouten die Europa maakt? Wanneer de Fransman en de onzichtbare Russische geest in de kleine Italiaanse zaal van het Hermitage komen, begint hij op de empirestijl te schelden. Hij vindt het maar een domme stijl, door Napoleon naar Rusland geëxporteerd. En de Russen hebben er daarna hun nationale stijl van gemaakt. “We vochten tegen Napoleon, niet tegen het empire”, antwoordt de onzichtbare Rus droogjes.

We komen soms ook wat over het persoonlijke leven van “de Europeaan” te weten. Als Franse diplomaat was hij aanwezig tijdens het Congres in Wenen. Bij het beeld van de drie gratiën van Antonio Canova (1757-1822) vertelt hij dat de beroemde beeldhouwer bijna zijn moeder Delphine de Sabran (1770-1826) getrouwd had.
Tsaar Alexander I (1777-1825) had het beeld “gekregen” uit de collectie van Josephine de Beauharnais (1763-1814) , de voormalige echtgenote van Napoleon. “Op het Congres van Wenen is daar nog een hoop gedoe om geweest”, herinnert de markies zich.

De Russisch-Oekraïense schilder Dmitry Grigoryevich Levitzky (1735-1822) werd geboren in Kiev als zoon van een geestelijke en graveur. Nadat hij eerst van zijn vader tekenonderwijs had gekregen, werd hij een leerling van Aleksey Antropov die naar Kiev was gekomen om de kathedraal van de heilige apostel Andreas te beschilderen. In 1770 brak Levitzky door als portretschilder nadat er zes portretten van zijn hand in de Keizerlijke Academie van Beeldende Kunsten in Sint-Petersburg tentoongesteld waren. Daarna werd hij leraar aan de Academie van Beeldende Kunsten en bleef tot 1788 in Sint Petersburg lesgeven. Levitzky had altijd veel opdrachten, maar liet zich slecht betalen. Hij stierf armoedig in 1822.
Na bijna twintig jaar las ik afgelopen week weer het verhaal van een Russische pelgrim. Het is een klein en eenvoudig boekje dat ergens tussen 1853 en 1863 geschreven moet zijn. Het manuscript werd jarenlang in een klooster bewaard voordat het in 1884 in Kazan gepubliceerd werd. Buiten Rusland bleef het onbekend. Pas in 1930 verscheen een Engelse vertaling. Na de oorlog kwam er ook een Nederlandse vertaling. 













