Categorie archief: taal en poëzie

de redenaar en zijn tekstschrijver

vanavond om 20.55 op Nederland 2 bij Tegenlicht
documentaire over Jon Favreau de speechwriter van Barack Obama

Deze documentaire over Jon Favreau die de toespraken schrijft voor Barack Obama wil ik vanavond niet missen. Dinsdag 10 maart om 15.05 wordt deze uitzending herhaald op dezelfde zender.

Wat maakt een politieke toespraak historisch? Hoe kan een president zich via woorden onsterfelijk maken? En welke invloed had zijn retoriek op de massale jongerenbeweging die Barack Obama hielp om president te worden? Achter de historische speeches van Barack Obama schuilt een piepjonge speechschrijver. Tijdens de verkiezingen schreef Jon Favreau de toespraken waarmee Obama als totale nieuwkomer de harten van miljoenen Amerikaanse kiezers wist te veroveren. Jon is net zevenentwintig en nu al benoemd tot hoofd speechschrijver van Obama in het Witte Huis. Hij wordt daarmee het jongste lid van president Obama’s inner circle in de West Wing. Wie is Jon Favreau? Waar komt hij vandaan? Wat bracht hem zó snel, zó dicht bij het hart van de Amerikaanse politieke macht?
 
Bron: vpro.nl
Obama

QuintillianusQuintillianus
De kunst van het spreken werd al 25 eeuwen geleden gezien als een hoeksteen van de staat. In het oude Griekenland verwoordde Aristoteles de eisen voor een goede toespraak. In de eerste eeuw na Christus werkte Quintillianus dit uit in een lijvig boek, dat in het Nederlands de titel De opleiding tot redenaar kreeg.
Bron: refdag.nl

Tegenlicht [ vpro.nl ]

Ein Wintermärchen

voorgelezen aan Michaela: de eerste duizend versregels van
Deutschland. Ein Wintermärchen van Heinrich Heine

Het woord Heimat is eigenlijk onvertaalbaar. Je kunt het zeker niet vertalen met ‘vaderland’ want dat is mannelijk, terwijl Heimat vrouwelijk is en onmiddellijk verbonden is met de aarde, die behalve vrouwelijk ook moederlijk is. ‘Moederland’ zou eerder in aanmerking komen, of ‘thuisland’ omdat het woord ‘Heim’ erin zit. Wanneer je de Duitse filmreeks Heimat in zijn geheel ziet, dan blijkt Heimat niet alleen een lokatie maar ook een tijd te omvatten. Heimat gaat dus dieper dan het horizontale Boden, het is ook de verticale lijn van het Blut. Kortom, Heimat is de tijdloze verbondenheid met de moederschoot, de oorspronkelijke Lebensraum. Zo, de hoge woorden zijn eruit. Al zijn ze door de nazi’s nog zo misbruikt, ik geloof niet dat er in het Nederlands woorden bestaan die deze mystieke betekenis zo krachtig uitdrukken. Als onze taal ‘het huis van het Zijn’ is, zoals Heidegger eens heeft opgemerkt, dan voel ik mij thuis in een huis met Duitse fundamenten: Die Sprache ist das Haus des Seins. In Heimat komt het allemaal aan bod, inclusief de studenten die staan te ‘heideggeren‘ aan de zijlijn van het voetbalveld.

Michaela
Deutschland. Ein Wintermärchen

Maar nu naar Heinrich Heine. Hij leefde honderd jaar vóór de eeuw van Heimat en verliet net als Paul Simon zijn geboortegrond. Reden: de censuur die in Pruisen was afgekondigd na de julirevolutie van 1831. Heine vluchtte naar Frankrijk, zoog zich daar vol met liberale opvattingen en bekritiseerde de Restauratie en het opkomende nationalisme. Als jongen van dertien had hij in Düsseldorf de troepen van Napoleon binnen zien trekken en was hij onder de indruk geraakt van de idealen van de Franse Revolutie. Voor Pruisen werd hij zo een landverrader. Nadat hij in 1843 nog eenmaal voor een paar weken naar zijn Heimat was teruggekeerd voor een bezoek aan zijn uitgever en aan zijn moeder in Hamburg , schreef hij in Parijs zijn satirische epos, waarin hij oprechte vaderlandsliefde en kritiek op datzelfde Pruisische vaderland fijnzinnig met elkaar verenigde. Na publicatie in 1844 werd Deutschland. Ein Wintermärchen in Pruisen verboden en koning Friedrich Wilhelm IV van Pruisen kondigde zelfs een arrestatiebevel af waardoor Heine geen tweede keer kon terugkeren. De hele negentiende eeuw zou het epische gedicht als een schandschrift beschouwd worden, ook toen de censuur werd opgeheven. Maar de eeuw daarop zouden de nazi’s zijn boeken zelfs gaan verbranden en bleek dat Heine profetische woorden had gesproken.

Wo man Bücher verbrennt,
verbrennt man am Ende
auch Menschen.

Heinrich Heine

Het aardige van Deutschland. Ein Wintermärchen is dat je met dit epische gedicht niet alleen een reis door de geschiedenis maakt, maar ook een reis door Duitsland. Heine komt bij Aken de grens over, reist dan via Keulen, Hagen, Paderborn naar Hamburg. De spoorwegen bestonden in 1843 nog net niet en de reis gaat nog per koets. In Keulen ziet Heine de beroemde dom die dan al bijna zes eeuwen bestaat, maar nog steeds niet voltooid is. In 1842 heeft koning Friedrich Wilhelm IV van Pruisen echter besloten om de dom te laten voltooien. Niet zozeer vanuit religieuze maar vooral vanuit prestigieuze overwegingen, want de Keulse dom zou in 1880 met 157 meter het hoogste gebouw van Europa worden en met name dat feit telde. Maar Heine is juist blij dat hij de torens van de dom in 1843 nog impotent aantreft en bezingt ze satirisch als een monument van Duitsland’s kracht. Zo streek hij de trotse nationalisten tegen de haren in en dat werd hem dus niet bepaald in dank afgenomen: hij werd gestraft met een leven in ballingschap.

Da kam der Luther, und er hat
Sein großes »Halt!« gesprochen -
Seit jenem Tage blieb der Bau
Des Domes unterbrochen.
 
Er ward nicht vollendet – und das ist gut.
Denn eben die Nichtvollendung
Macht ihn zum Denkmal von Deutschlands Kraft
Und protestantischer Sendung.
 
Bron: gutenberg.spiegel.de

Niet alleen zijn vaderland, maar ook het katholieke geloof kregen van Heine een satirische behandeling. Ook hier gaf hij weer blijk van zijn vrijheidsliefde en afkeer van censuur. We zien ook dat Heine zijn beroemde uitspraak over boekverbranding baseerde op de Middeleeuwse ketterverbrandingen. Hij keek achterom en wist dat het verbranden van het woord tenslotte weer tot het verbranden van het vlees zou leiden.

Die Flamme des Scheiterhaufens
hat hier Bücher und Menschen
verschlungen;
Die Glocken wurden geläutet dabei
Und Kyrie eleison gesungen.

Heinrich Heine

Dom van Keulen tijdens voltooiingKönig Friedrich Wilhelm IV. will mit seiner Teilnahme am Dombaufest zu Köln am 14.August 1842 die Aussöhnung zwischen Staat und Kirche demonstrieren. Gemeinsam mit Erzbischof von Geisel legt er den Grundstein zum Weiterbau. Zugleich ist der Dom ein nationales Symbol: Seine Vollendung bedeutet auch, dass sich der Traum von einem neuen Heiligen Römischen Reich deutscher Nation erfüllen könnte. Nun soll es künftig einen vollendeten Dom geben, eine Stein gewordene Verklärung des Mittelalters, für einen Herrscher von Gottes Gnaden. Gemeint ist der König von Preußen. Ein zweites Dombaufest findet am 14.August 1848 statt. An ihm nehmen 300 Abgeordnete der Frankfurter Nationalversammlung, Johann, Erzherzog von Österreich und der preußische König, Friedrich Wilhelm IV. teil. Das Volk jubelt wenige Monate nach der Revolution dem Monarchen zu. Die Veranstaltung scheint wie ein Vorgriff auf ein neues Deutsches Reich. Bereits 1248 war der Grundstein gelegt worden. Nach 250 Jahren Bauzeit wurden die Arbeiten eingestellt und werden jetzt unter der Schutzherrschaft des Königs wieder aufgenommen. Erst am 15.10.1880 wird der mit 157 Metern höchste Bau Europas nach 623 Jahren vollendet.

Bron: preussen-chronik.de

integrale tekst [ Project Gutenberg ]

Luilekkerland

gekocht bij De Slegte voor tweeënhalve euro:
Dromen van Cocagne van Herman Pleij

Prima lectuur voor een luie strandvakantie. Cocagne is het land waar niet gewerkt mag worden, waar beekjes van bier en wijn stromen en worstjes aan de bomen hangen. Cocagne is het luilekkerland uit de middeleeuwen dat inmiddels eigentijdse varianten heeft gekregen in de reis- en filmindustrie.

Cocagne in de ogen van Breughel
Pieter Breughel, Cocagne
Cocagne Hoe lijvig zijn studie ‘Dromen van Cocagne‘ ook is, bijna vijfhonderd bladzijden, men hoeft zich geen ogenblik te vervelen, want er blijken telkens nieuwe, onverwachte kanten te zitten aan Cocagne. De voorstelling van een droomland, een paradijs waar niemand zelfs ook maar iets mag uitvoeren en waar de gebraden duifjes de bewoners vanzelf de geopende mond in vliegen, waar de muren gemaakt zijn van worsten, de huizen bedekt zijn met vlaaien, de rivier van heerlijke wijn is en waar men in een verjongingsbron drieëndertig jaar kan worden – zo’n voorstelling is al oud en heeft een lange orale geschiedenis. Ook in andere landen, zoals Frankrijk, Duitsland, Ierland. Zelfs de antieken hadden vergelijkbare voorstellingen.
 
Eten, of liever gezegd vreten, en luieren, dat zijn de belangrijkste aspecten van Cocagne. Pleij legt overtuigend het verband met de angst van de middeleeuwse boer, want de Cocagne-droom moet in het plattelandsmilieu zijn ontstaan, voor hongersnoden, de vrees voor gebrek aan voedsel. Het zal een ware obsessie in die tijd geweest zijn. De Cocagne-droom heeft aanvankelijk als een soort uitlaatklep gewerkt, waardoor men zich van die angst kon bevrijden. De dagelijkse, harde strijd om het bestaan, het werken om te kunnen eten, de voedselschaarste, dit alles werd opgeheven in de paradijselijke tegenwereld van Cocagne, die een wensdroom is, een compensatie voor het aardse ongemak.
 
Ton van Deel in Trouw