Categorie archief: taal en poëzie

Jij zegt het

vanmorgen gekeken naar VPRO Boeken:
Wim Brands in gesprek met Connie Palmen

Jij zegt hetDe woorden van de titel van het nieuwste boek van Connie Palmen komen van Jezus. In Matteüs 26:24-25 lezen we: Toen zei Judas, die hem zou uitleveren: “Ik ben het toch niet, rabbi?” Jezus antwoordde: “Jij zegt het” Het verraad van Judas fascineerde Connie Palmen al lang en na Lucifer, dat volgens haar de zondebok van het Oude Testament is, wilde ze ook een boek schrijven over Judas, de zondebok van het Nieuwe Testament. Dat boek werd uiteindelijk Jij zegt het. Het is geen boek over de historische Judas maar over de dichter Ted Hughes, de echtgenoot van de dichteres Sylvia Plath die na haar zelfmoord in 1963 wereldberoemd werd met haar postuum uitgegeven bundel Ariel.

Voor Connie Palmen is de verbinding tussen Judas uit de Bijbel en Ted Hughes logisch. Ze vond geen figuur die zo uitgesproken de Judasrol (en voor Palmen is dat de rol van zondebok) heeft gekregen dan Ted Hughes. In de jaren zestig kwam de tweede feministische golf opzetten, die militanter was dan de sufragettes aan het begin van de eeuw. De feministes van de tweede golf waren strijdbaar en zochten een martelares voor hun heilige oorlog:

(…) het waren de hoogtijdagen van een intolerant radicaal feminisme en de volgelingen hadden geen goede dichter nodig maar een martelares. Zie, daar was ze: Sylvia Plath. Was zij niet het prototypische slachtoffer van de man, die vijand met wie je om te beginnen al nooit naar bed moest gaan?
 
Bron:vpro.nl

Maar ze zochten ook een zondebok. Welnu, die was onmiddellijk gevonden. Wie kwam daar meer voor in aanmerking dan Ted Hughes, de man die Sylvia door zijn overspel de dood in had gejaagd? Palmen neemt het op voor de Judas, die ze als eerder als een slachtoffer ziet dan Sylvia. Misschien komt het ook omdat ze een beetje verliefd werd op Ted Hughes toen ze aan haar boek werkte. Wim Brands liet haar blozen

Ted Hughes en Sylvia Plath vormen het beroemdste liefdespaar uit de moderne westerse literatuur. In Jij zegt het geeft Connie Palmen de in 1998 overleden Ted Hughes een stem. Ze laat hem terugkijken op zijn gepassioneerde huwelijk dat op 11 februari 1963 eindigt in de zelfmoord van zijn vrouw, en op zijn leven dat vanaf dat moment door deze dood wordt beheerst. In de talloze biografieën die van haar verschijnen krijgt zij de status van martelares, hij die van verrader en moordenaar, beschimpt door wildvreemden en aangeklaagd door mensen die hij als vriend beschouwde. Op ingetogen, scherpzinnige wijze beschrijft Palmen de gedachten, angsten en bezweringen van de bruidegom, en de diep tragische band met de vrouw die zijn leven zou bepalen. Jij zegt het is een aangrijpende roman over de liefde en de dood.(Bron: uitgeverijprometheus.nl)

ten onrechte geofferd [ vpro.nl ]

luisterend werktuig

portret van Goethe (1828) door Joseph Karl Stieler

Deze zomer zag ik in de Neue Pinakothek in München weer eens het portret dat de negentiende eeuwse Beierse portretschilder Joseph Karl Stieler (1781–1858) in 1828 van Goethe schilderde. Samen met het portret van Johann Heinrich Wilhelm Tischbein (1751-1829) is dit waarschijnlijk het meest gereproduceerde portret van Goethe. Het staat ook op de omslag van Goethe. Kunstwerk van het leven van Rüdiger Safranski.

Stieler
Joseph Karl Stieler 1828
portret van Johann Wolfgang von Goethe
In navolging van iconen waarop de profeet staat afgebeeld als luisterend werktuig van God, wordt de dichter voorgesteld als bemiddelaar tussen het goddelijke en het menselijke.

Stieler heeft Goethe afgebeeld als een genie dat in directe verbinding staat met het sublieme. In navolging van iconen waarop de profeet staat afgebeeld als luisterend werktuig van God, wordt de dichter voorgesteld als bemiddelaar tussen het goddelijke en het menselijke. Sinds de Renaissance is het genie de seculiere versie van de profeet geworden. En in de Goethezeit wordt de kunst zelfs het voornaamste substituut voor religie.

Johannes
icoon van Johannes de Evangelist die op Patmos de Openbaringen ontvangt

De romantische ironie waarmee wij tegenwoordig zo vertrouwd zijn, kan de pose waarin Goethe door Stieler is geportretteerd overigens ook banaal interpreteren: Goethe kijkt even gauw opzij of er niemand binnenkomt terwijl hij zijn banksaldo checkt. Dit in analogie van Goethe‘s laatste woorden “Mehr Licht!” die uitnodigt tot een metafysische interpretatie. Maar volgens sommige interpretatoren waren de woorden gericht tot zijn kamenier: of deze de luiken van zijn slaapkamerraam niet wat wijder open wilde zetten…

duistere dichteres

opnieuw gezien: Sylvia (2003)
biopic over Sylvia Plath

DVD SylviaIn 2007 zag ik voor het eerst de biopic over de Amerikaanse dichteres Sylvia Plath (1931-1963). Gisteren keek ik voor de derde maal. Het tragische einde van Sylvia was een gevolg van haar verlatingsangst in combinatie met de ontrouw van haar man, de Engelse dichter Ted Hughes (1930-1998). Na haar zelfmoord in 1963 werd Sylvia Plath een icoon.

Wat is dat toch met dichters en zelfmoord? De spreekwoordelijke gevoelige ziel die niet tegen het leven is opgewassen? Meestal blijkt de gevoeligheid van ziekelijke aard: een depressie, angstneurose of onverwerkt trauma. Bij Sylvia Plath was dat trauma de dood van haar vader toen je negen jaar oud was. Toen haar man vreemd ging, stortte haar wereld in. Haar moeder had haar schoonzoon nog zo gewaarschuwd: “Wees goed voor mijn dochter.”

Wat is dat toch met dichters
en zelfmoord?

Overigens heeft Ted Hughes zijn portie wel gehad. Zijn minnares Assia Wevill imiteerde in 1969 “met succes” de zelfmoord van Sylvia Plath. Ze verstikte zichzelf met het gas van haar oven. Sylvia liet haar beide kinderen bewust in leven, maar Assia nam het dochtertje van haar en Ted mee in de dood.

Sylvia [ imdb.com ]

kunstwerk van het leven

aangekomen op blz. 400 van Goethe – kunstwerk van het leven (2015)
van Rüdiger Safranski (vertaald door Mark Wildschut)

Goethe - kunstwerk van het levenEen nieuwe gezaghebbende biografie over het natuurverschijnsel Goethe, welke biograaf durft zich daar nog aan te wagen? Biograaf én filosoof Rüdiger Safranski deed het. En hoe. Bij het verschijnen in augustus 2013, werd de biografie door de Frankfurter Allgemeine gelijk gecanoniseerd: “Het boek van Safranski zal voor lange tijd het standaardwerk over Goethe blijken te zijn.” lezen we op de flap van de Nederlandse vertaling, die twee maanden terug verscheen. FAZ- criticus Lorenz Jäger schreef:
Er hat ein Buch geschrieben, das, in seinen Vorzügen wie in seinen Schwächen, wohl auf einige Zeit das Hausbuch der Goethe-Liebhaber bleiben wird.

Safaranski‘s palmares zijn indrukwekkend: de afgelopen deritg jaar schreef hij lijvige biografieën over E.T.A. Hoffmann (1984), Schopenhauer (1988), Heidegger (1994), Nietzsche (2000) en Schiller (2004). Daarna schreef hij in 2007 een prachtig boek over de Duitse Romantiek. Sinds 2003 koop ik elk boek van hem, meestal in een voortreffelijke vertaling van Mark Wildschut.

Johann Wolfgang Goethe (1749-1832) wordt alom beschouwd als een van de grootste Duitse literaire personen: dichter, roman- en toneelschrijver, criticus, jurist, wetenschapper en politicus. Misschien wel de laatste homo universalis, even klassiek als Shakespeare en Dante. Goethe. Kunstwerk van het leven is niet de eerste biografie van Goethe maar het is zeker de meest gezaghebbende. Rüdiger Safranski is een van de grootste biografen van onze tijd en zijn ongeëvenaarde kennis van en fascinatie met zijn onderwerp zijn al gebleken uit zijn beroemde biografie van Schiller en zijn portret van de vriendschap tussen Schiller en Goethe. Hij baseert zich zo veel mogelijk op de primaire bronnen: het werk zelf, brieven en dagboeken, getuigenissen van tijdgenoten. Het uitzonderlijk rijke leven van Goethe wordt door Safranski op magistrale wijze verbeeld.
 
Bron: athenaeum.nl

Goethe, der urbanisierte Olympier [ faz.net ]

Poëziepad Immerloo

zaterdagmorgen werd het Poëziepad Immerloo geopend
in Park Immerloo, Arnhem-Zuid

Parken en poëzie hebben wat met elkaar. Vaak worden parken dan ook naar dichters genoemd. Het Vondelpark natuurlijk. Of Gorkypark in Moskou. Maar niet altijd is er een verband, zoals in de combinatie MacArthur ParkDonna Summer. Toch is de queen of disco nog nooit zo poëtisch uit de hoek gekomen als in MacArthur Park. Ze zong daar zomaar “MacArthur Park is melting in the dark“, dat ik bij voorkeur vertaal als “het park smelt (lost op) in de schemering.” Het zit dus wel goed met de relatie tussen park en poëzie.

Dat moeten de initatiefnemers van Poëziepad Immerloo ook gedacht hebben. Een onafhankelijke jury heeft 12 gedichten gekozen van Arnhemse dichters die gedichten hadden ingestuurd met als thema ‘Het Park’. Op 12 locaties worden de gedichten gepresenteerd in een vorm die ontworpen en uitgevoerd is door het kunstenaarsduo vGtO (Terry van Gurp en René Oudenhoven) uit Arnhem.

opening Poëziepad Immerloo
wethouder Ine van Burgsteden (linksboven) opent het Poëziepad Immerloo

De opening van het Poëziepad Immerloo vond plaats in het natte gras en de kleverige rivierklei onder de paraplu’s. Weinig wees er dat moment op dat het de voorjaar haar intrede gedaan had. Na de toespraak van wethouder Ine van Burgsteden en de onthulling van het eerste gedicht, begon het gezelschap door de regen het poëziepad te volgen. De gedichten zijn door vGtO naadloos ingebed in de natuur en hun presentatie komt wat mij betreft in aanmerking voor de Gelderse duurzaamheidsprijs voor kunstwerken in de openbare ruimte. (Bestaat deze prijs nog niet, mevrouw Van Burgsteden?)

opening Poëziepad Immerloo
iedereen onder de paraplu. in het midden kunstenaarsduo (Terry) van Gurp tot (René) Oudenhoven.

Het gezelschap vervolgde onder de paraplu en begeleid door een Amélie-achtig accordeonmuziekje de druilerige Dapperstraat van het Immerloopark. Aangekomen bij de haiku van Sjef Welling werden we gesterkt in onze collectieve in-het-park-in-de-regen-ervaring. Was natuur niet iets voor de tevredenen of legen?

gedicht van Sjef Welling
haiku van Sjef Welling
Als we wandelen
plukt men onkruid uit het hoofd
het park zegt welkom
 
Sjef Welling
haiku van Sjef Welling
Sjef Welling
gedicht van Jesse Laport
gedicht van Jesse Laport
Menno Wieringa
Menno Wieringa (verwart u hem alstublieft niet met Friso Wiegersma, die van “laaangs het tuinpad van mijn vader”.)

de dichters van het Poëziepad Immerloo
 
Ed Bruinvis (1950), Joep Everts (1960), Loek Klinkhamer (1941), Jesse Laport (1991), Piet Taal (1938-2013), Anne Takens (1938-2013), Louis Verhaar (1950), Sjef Welling (1958), Menno Wieringa (1956), Jibbe Willems (1977), Marlies Wouters (1980), Hilde Wijnen (1977)

Wieringa
dichter Menno Wieringa en beeldend kunstenaar René Oudenhoven
gedicht van Piet Taal
gedicht van Piet Taal (1938-2013), de Arnhemse Kees Stip (1913-2001).
gedicht van Hilde Wijnen
gedicht van Hilde Wijnen
Hilde Wijnen
Hilde Wijnen
manifest om het even
 
Doe een riem om je ziel
en je hebt een hond
voor het park
 
laat haar uit
laat je haar los
laat je gaan
 
laat de hemel je ogen blauw kussen de wolken je dauwdieren rauw lusten
doe een dans in rimpels
laat je armen groeien tot het gras
vertel me hoe vandaag de zon naar vroeger ruikt
bewaar een bocht voor later
 
Hilde Wijnen

De route werd afgesloten bij de zonnepoort van de Oosterbeekse beeldhouwer Marius van Beek (1921-2003). Loek Klinkhamer gedenkt Marius in de laatste regel van zijn gedicht.

gedicht van Loek Klinkhamer
gedicht van Loek Klinkhamer
Valiezen met gras staan
nog op precies dezelfde plaats
de zeis is opnieuw ingevet
geluid van overwerkte vogels
dat is wat de blinde schilder ziet
 
Het park in bad geweest
schapen nieuwe wollen trui
Horas non numero nisi serenas
ik tel slechts de zonnige uren, Marius
 
Loek Klinkhamer

Ook al telden wij geen zonnige uren, de zonnewende werd uitgebreid gevierd. Want schreef de Arnhemse dichter Louis Verhaar niet: “Niet kunst, maar het versieren. Niet het leven, maar het vieren”?

gedicht van Louis Verhaar
gedicht van Louis Verhaar
Louis Verhaar
gedicht van Louis Verhaar

Ga naar het Immerloo Park en maak er een spannende middag (of avond) van: “Niet de afspraak, maar het begroeten. Niet het gebaar, maar het ontmoeten.”

Het Immerloopark en het Poëziepad zijn erg goed toegankelijk voor rolstoel en scootmobiel. De bedoeling is dat in de toekomst nieuwe gedichten aan het Poëziepad Immerloo worden geïnstalleerd. Donaties zijn welkom, te storten op rekening NL88RABO0130996971 t.n.v. G.E.M. van Schoonderwalt o.v.v. Poëziepad.

immerloopark.nl | Poëziepad Immerloo [ PDF ]

Hyperion [ 2 ]

aan het lezen in: Hyperion oder Der Eremit in Griechenland (1797)
van Friedrich Hölderlin

Hölderlin briefmark 1993Friedrich Hölderlin kwam voor het eerst op het idee om een roman over de vrijheidslievende Grieken te schrijven toen hij nog aan het Tübinger Stift studeerde. In een brief aan Neuffer, daterend uit juli 1793, staat voor het eerst een kort fragment. In het voorjaar van 1794 begint hij in Tühringen aan het eerste boek van Hyperion. Hij is dan net 23. Zoals in die tijd gebruikelijk is, kiest hij voor een roman in briefvorm. De hoofdpersoon Hyperion richt zijn brieven uit Griekenland aan zijn vriend Bellarmin in Duitsland. Zo richt Hölderlin zich vanuit zijn geïdealiseerde Griekenland tot zijn publiek in Duitsland. In 1793 verschijnt in de Neue Thalia een fragment uit Hyperion.

O wenn sie eines Vaters Tochter ist, die herrliche Natur, ist das Herz der Tochter nicht sein Herz? Ihr Innerstes, ists nicht Er? Aber hab ichs denn? kenn ich es denn?

Hyperion I Erstes Buch Kapitel 5

Hyperion is niet alleen een brievenroman uit de late achttiende eeuw, maar ook een zogenaamde Bildungsroman. De Bildungsroman is een echte Duitse uitvinding. Andere bekende Bildungsromane zijn Wilhelm Meisters Lehrjahre van Goethe en Heinrich von Ofterdingen van Novalis die net als Hyperion rond 1800 geschreven zijn.

Een Bildungsroman is een psychologische roman die verhaalt over de emotionele, morele en intellectuele groei van het (meestal jonge) hoofdpersonage. Het hoofdpersonage wordt vaak gevormd door de mensen die hij ontmoet en waar hij mee omgaat. Zijn levensverhaal wordt gekenmerkt door de zoektocht naar zingeving en harmonie. Heel vaak staat het conflict tussen de protagonist en de maatschappij centraal, waarbij de protagonist de hem omringende normen en waarden stukje bij beetje leert accepteren, waardoor hij uiteindelijk toch in de maatschappij wordt opgenomen. In sommige verhalen is de protagonist pas na het bereiken van een zekere rijpheid in staat zich om anderen te bekommeren en te helpen. (Bron: nl.wikipedia.org)

Een van de kwalen die Hölderlin in zijn tijd zag, is dat de mens gereduceerd dreigde te worden tot zijn maatschappelijke functie. Het geestelijke aspect van werk verdween en het woord “beroep” verloor zijn binding met het woord “roeping”. Hölderlin moet dit aan den lijve gevoeld hebben. Als dichter had hij zijn roeping gevonden, maar om in zijn levensonderhoud te voorzien, was hij veroordeeld tot Hofmeister. Zoals zovelen dichters en denkers was hij bij rijke burgers huisleraar tegen wil en dank.

Wie sein Ziehvater Schiller, wie sein Studiengefährte Hegel, so sah Hölderlin das Grundübel der neuen Zeit in der Reduzierung des Menschen auf eine bestimmte Tätigkeit, einen nützlichen Zweck, ein Funktionsteil im seelenlosen Räderwerk der Staatsmaschinerie. Heute würden wir das mit einem Wort bezeichnen: Arbeitsteilung. Deren Effizienz ist unbestritten, deren Seelenlosigkeit bewirkt aber tiefes Leid, welches den Menschen selbst nur selten bewusst ist. Einzig der Dichter, ausgestattet mit jenem empfindsamen Gemüt, das Hölderlin den Genius nennt, weiß um den Verlust jener Ganzheitlichkeit, die einst den Menschen des klassischen Griechenlands ausgezeichnet haben soll. Die Dichter jedoch, namentlich jene in Deutschland, werden behandelt “wie Fremdlinge im eigenen Hause”.
 
Bron: zum.de

Hyperion [ gutenberg.spiegel.de ]

Hyperion [ 1 ]

aan het lezen in: Hyperion oder Der Eremit in Griechenland (1797)
van Friedrich Hölderlin

hyperion1796Dat Hölderlin de tweede helft van zijn leven werd opgevangen door de meubelmaker Ernst Zimmer uit Tübingen, had hij indirect te danken aan zijn brievenroman Hyperion waarvan hij het eerste deel in 1796 had geschreven. Zimmer was een bewonderaar van dat werk. Toen hij in 1806 hoorde dat Hölderlin uit de psychiatrische inrichting ontslagen was, bood hij hem een verblijf aan in zijn woontoren aan de Neckar. De krankzinnige dichter zou er tot aan zijn dood in 1843 wonen. Meestal lag bij hem een gedrukte versie van Hyperion opengeslagen op tafel. Net als zijn alter ego Hyperion verlangde Hölderlin intens terug naar de Griekse goden.

In Romantiek. Een Duitse Affaire schrijft Rüdiger Safranski daarover: “Uiteindelijk is Hölderlin met zijn goden alleen gebleven, Maar goden die niet meer worden gedeeld, verdwijnen. Hij kon ze in zijn eentje niet vasthouden, en dus is hij ze achternagegaan.”

O ein Gott ist der Mensch, wenn er träumt, ein Bettler, wenn er nachdenkt, und wenn die Begeisterung hin ist, steht er da, wie ein mißratener Sohn, den der Vater aus dem Hause stieß, und betrachtet die ärmlichen Pfennige, die ihm das Mitleid auf den Weg gab.

Hyperion, Erstes Buch

Schinkel
Karl Friedrich Schinkel
De bouw van het Parthenon (1836)
Hyperion, der rückschauend seinem deutschen Freund Bellarmin von seinem Leben berichtet, wächst in der Mitte des 18. Jahrhunderts in Südgriechenland im Frieden der Natur auf. Sein weiser Lehrer Adamas führt ihn in die Heroenwelt des Plutarch, dann in das Zauberland der griechischen Götter und begeistert ihn für die griechische Vergangenheit. Sein tatkräftiger Freund Alabanda weiht ihn in die Pläne zur Befreiung Griechenlands ein. In Kalaurea lernt er Diotima kennen. Sie gibt ihm die Kraft zur Tat. Er nimmt im Jahre 1770 am Befreiungskrieg der Griechen gegen die Türken teil, dem Osmanischen Krieg. Die Rohheit des Krieges stößt ihn jedoch ab. Er wird schwer verwundet, Alabanda muss fliehen und Diotima stirbt. Hyperion geht nach Deutschland, aber das Leben dort wird ihm unerträglich. Deshalb kehrt er nach Griechenland zurück und lebt dort als Eremit. In seiner Einsamkeit findet er in der Schönheit der Landschaft und Natur zu sich selbst und überwindet die Tragik, die in diesem Alleinsein liegt.
 
Bron: de.wikpedia.org
Ja! ein göttlich Wesen ist das Kind, solang es nicht in die Chamäleonsfarbe der Menschen getaucht ist.Es ist ganz, was es ist, und darum ist es so schön. Der Zwang des Gesetzes und des Schicksals betastet es nicht; im Kind ist Freiheit allein.

Hyperion, Erstes Buch

Hyperion [ gutenberg.spiegel.de ]