Categorie archief: Italië

fietsendieven

gezien: ladri di biciclette (1948) van Vittorio de Sica

fietsendievenDit is een van de films die mijn vader zestig jaar geleden in de bioscoop zag en waar ik al mijn hele leven van gehoord heb. Gisteren zag ik ‘m voor het eerst. Het verhaal van Fietsendieven is doodsimpel maar wordt filmisch briljant verteld: Een arme werkloze man krijgt een baan als plakker aangeboden maar moet daarbij wel over een fiets beschikken. Die heeft hij niet meer. Zijn vrouw helpt hem door alle lakens in huis te verzamelen en die te verpanden zodat hij de fiets terug kan krijgen die hij eerder al had moeten verpanden. Daarna gaat hij zich bij zijn nieuwe baas melden, trots met zijn fiets in de hand. Het is zijn grootste materiële bezit. De volgende dag brengt hij op de fiets zijn zoontje weg en gaat daarna affiches plakken. Terwijl hij op de ladder staat, ziet hij hoe een jongen zijn fiets grijpt en er snel mee wegrijdt. Hij zet een achtervolging in maar loopt vast in het drukke verkeer. Wanneer hij aangifte doet bij de politie, laat deze hem weten dat hij zelf zijn fiets moet gaan zoeken.

fietsendieven
scene uit ladri di biciclette met Lamberto Maggiorani als de vader die zijn fiets zoekt.

Het mooiste deel van de film begint wanneer hij met zijn zoontje de dagen daarop de stad afloopt, op zoek naar zijn fiets. De beelden van de vader en zijn zoontje die ontredderd door het naoorlogse Rome lopen, zijn onvergetelijk. De vader die stug doorloopt en het jongetje dat achter zijn vader aandartelt, maar overal dapper volgt, leveren ontroerende maar soms ook grappige beelden op; het is bijna een soort dans. Ladri di biciclette is een hartverscheurend drama over een man die door zijn fiets alles kwijtraakt, zijn wanhoop en paniek voor zijn zoontje verborgen probeert te houden. Tenslotte breekt hij toch wanneer hij de schande op zich laadt door uit wanhoop zelf een fiets te stelen.

Ladri di Biciclette is een hartverscheurend drama over
een man die door zijn fiets alles kwijtraakt en zijn wanhoop en paniek voor zijn zoontje
verborgen probeert te houden.

De melancholieke score van Alessandro Cicognini bereikt voor mij in de slotscene het hoogtepunt, waarin we vader en zoontje in de massa zien verdwijnen bij het langzaam wegstervende geluid van een hoorn. Fietsendieven is een klassieker uit het Italiaanse neorealisme en heeft veel invloed gehad. Zo zie ik achteraf in het sombere naturalisme van cineasten als Claude Goretta (La dentellière, 1977) en Eric Zonca (La vie rêvée des anges, 1998) duidelijk de invloed van Vittorio de Sica die de naamloze massa binnendringt en een droge maar betrokken registratie geeft van een uitzichtsloos bestaan. Aan het einde van de film wordt het ene golfje dat we gevolgd hebben weer door de zee verzwolgen. Vrolijk word je hier niet van, maar aangrijpend is het wel.

Eigen aan het neorealisme was de behoefte die de filmmakers voelden om vaarwel te zeggen aan de fantasiewereld die de Italiaanse cinema van voor de oorlog vaak domineerde. Na WO II zat het land in een depressie, er was enorm veel armoede en de kunstenaars van die tijd wilden die toestanden spiegelen in hun werk – zeker mensen als De Sica, die zelf uit een straatarme familie afkomstig was. Die mentaliteit dicteerde dat de plots vaak zeer simpel werden gehouden, gebeurtenissen die letterlijk uit het leven gegrepen waren, zonder grote, dramatische wendingen of geforceerde, louterende climaxen op het einde.
 
Het verhaal van „Ladri di Biciclette„ is weinig meer dan een onopmerkelijke anekdote uit een land in crisis, maar dat was dan ook de bedoeling. Om het realisme nog meer voelbaar te maken, gebruikte De Sica ook geen professionele acteurs – Lamberto Maggiorani werd bij wijze van spreken van straat geplukt om Antonio te spelen. Vaak kunnen dat soort van castingtechnieken rampzalig aflopen. Echte mensen, geen acteurs, om échte situaties na te spelen, zoals ze in het échte leven voorvallen – het klinkt logisch, maar zodra je zo iemand voor een camera zet, wordt het toch allemaal anders en vallen die echte mensen vaak pijnlijk door de mand. Hier niet – lag het aan De Sica’s regie op de set zelf, zijn gebruik van de camera of was het simpelweg een kwestie van aangeboren talent van de kant van de acteurs? Hoe het ook zij, je ziét de personages nergens acteren, alles lijkt volstrekt natuurlijk te komen.
 
Bron: ladri di biciclette [digg.be]
bekijk de eerste tien minuten van de film
[ 39 andere fragmenten op youtube ]

andere films van het Italiaanse neorealisme

Ossessione (Luchino Visconti, 1943)
Roma, città aperta (Roberto Rossellini, 1945)
Sciuscià (Vittorio De Sica, 1946)
Paisà (Roberto Rossellini, 1946)
Germania anno zero (Roberto Rossellini, 1948)
Ladri di biciclette (Vittorio De Sica, 1948)
La Terra trema (Luchino Visconti, 1948)
Stromboli (Roberto Rossellini, 1950)
Umberto D. (Vittorio De Sica, 1952)

The Bicycle Thief [ moviediva.com ] | commentaren op de film

kunsthistorische ramp

The Basilica of St. Francis of Assisi: Glory and Destruction
door Ghigo Roli (fotografie) en Giorgio Bonsanti (tekst)

heilige Rufinus door GiottoDe Italiaanse fotograaf Ghigo Roli werkte in 1997 aan een complete inventarisering van de wereldberoemde fresco’s van Giotto in de dertiende eeuwse basiliek van de heilige Francisus in Assisi. Maandenlang was hij bezig geweest met detailopnamen die hij o.a. voor een boek zou gaan gebruiken. In de nacht van 26 september 1997 maakte hij de laatste opnamen. Toen hij even naar buiten was gegaan, begon de aarde te plotseling te schudden en kort daarop stortte een deel van het eeuwenoude gewelf met donderend geraas naar beneden. [ zie filmopname ] Na de grote schok rende Roli naar binnen om zijn camera te redden. De schade was enorm. Tweehonderd vierkante meter van het gewelf was beschadigd en na eindeloos gepuzzel zouden resterende fragmenten van de gewelfschilderingen precies vijf jaar later weer op hun oorspronkelijke plaats zijn gebracht. De Italiaanse kunsthistoricus Giorgio Bonsanti schreef de tekst bij de unieke foto’s vlak voor en na deze kunsthistorische ramp.

The Basilica of St. Francis of Assisi: Glory and Destruction

The Basilica of St. Francis of Assisi: Glory and DestructionAfter several seismic tremors in Umbria and the Marche in the preceding days, the strongest earthquake occurred on the morning of September 26, 1997. The earthquake not only tragically killed four people, but also caused severe damage and destruction in the upper church of San Francesco. Serious static damage was found in the walls and the vault. The morning earthquake destroyed around 200 square metres of vault frescoes. In the front bay arch above the entrance, four of the eight pairs of saints by Giotto were affected, and in the adjoining vault of the Doctors of the Church, the field containing St. Hieronymus, also a work by Giotto and his workers, collapsed and left a huge hole in the first bay. In contrast, the vault of the second bay and the vault of the third bay, containing the large deesis portraying Christ as the redeemer together with the advocates Mary and John on either side of St. Francis, remained intact. However, the western part of the fourth bay with a starry sky and the adjoining evangelists„ vault with frescoes by Cimabue above the cross-vault collapsed. The field containing St. Matthew was almost completely destroyed.

Bron: expo.khi.fi.it

virtuele rondleiding door de kapel in Assisi
met de fresco’s van Giotto

interview met Padre Ruf tien jaar na de aardbeving | de basilica van Assisi

Italiëgangers [ 3 ]

Thomas Cole (1801-1848) en de Hudson River School

De reis naar Italië was in de negentiende eeuw niet alleen voor veel Europese schilders een (bijna) verplicht nummer, ook in de Verenigde Staten maakten veel schilders de reis naar het oude Europa. Een van hen was de van origine Engelse Thomas Cole die tussen 1829 en 1831 o.a. in Italië verbleef. Bij zijn terugkeer in de Verenigde Staten zou hij aan het begin staan van de zgn. Hudson River School. De schilders van deze school keerden bewust Italië en het oude Europa de rug toe en verheerlijkten de imponerende Amerikaanse wildernis met schilderijen in even imponerende formaten.

The Oxbow
Thomas Cole
The Oxbow, 1836

Voor de identiteit van de jonge Verenigde Staten hadden deze majestueuze natuurtaferelen bijzondere betekenis. Zo wilde men graag geloven dat de ongerepte natuur die men aan de overzijde van de oceaan aantrof, zonder sporen van beschaving, laat staan van verwoestende industrialisering, een aards Paradijs was dat de Schepper persoonlijk aan de Amerikanen geschonken had. Het was voor de jonge Verenigde Staten de compensatie van het gebrek aan verleden en cultuur. God had de Amerikanen bevoorrecht door hen te laten delen in de ongereptheid van Zijn Schepping.

“The new world has something better than ruins and history,” it has natural beauty through which “God had writ the immensity of his plan right here in America.”

Arthur Danto

Thomas ColeThomas Cole was born in 1801 at Bolton, Lancashire in Northwestern England and emigrated with his family to the United States in 1818. During the early years Cole lived for short periods in Philadelphia, Ohio, and Pittsburgh where he worked as an itinerant portrait artist. Although primarily self-taught, Cole worked with members of the Philadelphia Academy, and his canvases were included in the Academy’s exhibitions. In 1825, Cole discovered the haunting beauty of the Catskill wilderness. His exhibition of small paintings of Catskill landscapes came to the attention of prominent figures on the New York City art scene including Asher B. Durand, who became a life-long friend, and his fame spread. While he was still in his twenties, Cole was made a fellow of the National Academy.

In 1829-1831, Cole returned to Britain for study and to attend to family business and to travel to France and Italy. These years were among the most happy and productive of his life. Cole met a large number of wealthy Americans traveling abroad and received numerous commissions from them, increasing his reputation and stature. Cole returned to New York City in November of 1832 and mounted an exhibition of his European paintings, which aroused considerable public interest. Shortly thereafter, Cole first established his rural studio in Catskill, New York, when he rented a small outbuilding at Cedar Grove.
( Bron: thomascole.org )

“The great cultural project of the 19th century was to explore the relations between man and nature, to learn to see nature as the fingerprint of God’s creation . . . No previous age had brought such passionate scrutiny to nature, from the highest Alp to the smallest pollen of grain . . .”

Robert Hughes

Niagara Falls
Frederick Edwin Church, Niagara Falls 1857

Na Cole’s vroegtijdige dood in 1848 had hij nog geen opvolger als leider van de Hudson River School gevonden. Maar in 1857 maakte Frederick Edwin Church (1826-1900) in Amerika én Europa verpletterende indruk met zijn panorama van de Niagara Falls en bracht hij de Hudson River School tot een nieuw hoogtepunt.

Robert Hughes: Well, the idea that you redeem yourself from the sins of Europe; that you can leave the past behind, while at the same time bringing elements of culture, its cultural baggage with you, is very important to Americans. I mean, the Puritans thought that they could do it by, you know, by means of the religious revolution. Then when it became apparent that the–there was this immense field outside of the coastal settlement into which Americans, into which new Americans could move, which they could conquer, dominate, appropriate, and displace the original inhabitants of, there was this almost religious search for the image of landscape, you know, for the discovery of the image of God in the landscape, and, as it were, the appropriation of divine will into human will.
fragment uit American Visions (1997)
van Robert Hughes, episode 3:
The Wilderness and the West
This echoes through and through the paintings of the 19th century, and, you know, you might say that landscape painting is the great religious art form of America. And it became so really as early as the 1820′s with Thomas Cole. The reason why the wilderness has always played such a vast part in the American imagination is not just because it was there. It’s because the constructions that European Americans made of it.
 
Bron: youtube.com

Hudson River School
Asher B. Durand (1796-1886)
Thomas Cole (1801-1848)
John F. Kensett (1816-1872)
Martin Johnson Heade (1819-1904)
George Inness (1825-1894)
Frederick Church (1826-1900)
Albert Bierstadt (1830-1902)

thomascole.org | Hudson River School [ artchive.com]