Dit is een van de films die mijn vader zestig jaar geleden in de bioscoop zag en waar ik al mijn hele leven van gehoord heb. Gisteren zag ik ‘m voor het eerst. Het verhaal van Fietsendieven is doodsimpel maar wordt filmisch briljant verteld: Een arme werkloze man krijgt een baan als plakker aangeboden maar moet daarbij wel over een fiets beschikken. Die heeft hij niet meer. Zijn vrouw helpt hem door alle lakens in huis te verzamelen en die te verpanden zodat hij de fiets terug kan krijgen die hij eerder al had moeten verpanden. Daarna gaat hij zich bij zijn nieuwe baas melden, trots met zijn fiets in de hand. Het is zijn grootste materiële bezit. De volgende dag brengt hij op de fiets zijn zoontje weg en gaat daarna affiches plakken. Terwijl hij op de ladder staat, ziet hij hoe een jongen zijn fiets grijpt en er snel mee wegrijdt. Hij zet een achtervolging in maar loopt vast in het drukke verkeer. Wanneer hij aangifte doet bij de politie, laat deze hem weten dat hij zelf zijn fiets moet gaan zoeken.

Het mooiste deel van de film begint wanneer hij met zijn zoontje de dagen daarop de stad afloopt, op zoek naar zijn fiets. De beelden van de vader en zijn zoontje die ontredderd door het naoorlogse Rome lopen, zijn onvergetelijk. De vader die stug doorloopt en het jongetje dat achter zijn vader aandartelt, maar overal dapper volgt, leveren ontroerende maar soms ook grappige beelden op; het is bijna een soort dans. Ladri di biciclette is een hartverscheurend drama over een man die door zijn fiets alles kwijtraakt, zijn wanhoop en paniek voor zijn zoontje verborgen probeert te houden. Tenslotte breekt hij toch wanneer hij de schande op zich laadt door uit wanhoop zelf een fiets te stelen.
een man die door zijn fiets alles kwijtraakt en zijn wanhoop en paniek voor zijn zoontje
verborgen probeert te houden.
De melancholieke score van Alessandro Cicognini bereikt voor mij in de slotscene het hoogtepunt, waarin we vader en zoontje in de massa zien verdwijnen bij het langzaam wegstervende geluid van een hoorn. Fietsendieven is een klassieker uit het Italiaanse neorealisme en heeft veel invloed gehad. Zo zie ik achteraf in het sombere naturalisme van cineasten als Claude Goretta (La dentellière, 1977) en Eric Zonca (La vie rêvée des anges, 1998) duidelijk de invloed van Vittorio de Sica die de naamloze massa binnendringt en een droge maar betrokken registratie geeft van een uitzichtsloos bestaan. Aan het einde van de film wordt het ene golfje dat we gevolgd hebben weer door de zee verzwolgen. Vrolijk word je hier niet van, maar aangrijpend is het wel.
Het verhaal van „Ladri di Biciclette„ is weinig meer dan een onopmerkelijke anekdote uit een land in crisis, maar dat was dan ook de bedoeling. Om het realisme nog meer voelbaar te maken, gebruikte De Sica ook geen professionele acteurs – Lamberto Maggiorani werd bij wijze van spreken van straat geplukt om Antonio te spelen. Vaak kunnen dat soort van castingtechnieken rampzalig aflopen. Echte mensen, geen acteurs, om échte situaties na te spelen, zoals ze in het échte leven voorvallen – het klinkt logisch, maar zodra je zo iemand voor een camera zet, wordt het toch allemaal anders en vallen die echte mensen vaak pijnlijk door de mand. Hier niet – lag het aan De Sica’s regie op de set zelf, zijn gebruik van de camera of was het simpelweg een kwestie van aangeboren talent van de kant van de acteurs? Hoe het ook zij, je ziét de personages nergens acteren, alles lijkt volstrekt natuurlijk te komen.
Bron: ladri di biciclette [digg.be]
[ 39 andere fragmenten op youtube ]
andere films van het Italiaanse neorealisme
Ossessione (Luchino Visconti, 1943)
Roma, città aperta (Roberto Rossellini, 1945)
Sciuscià (Vittorio De Sica, 1946)
Paisà (Roberto Rossellini, 1946)
Germania anno zero (Roberto Rossellini, 1948)
Ladri di biciclette (Vittorio De Sica, 1948)
La Terra trema (Luchino Visconti, 1948)
Stromboli (Roberto Rossellini, 1950)
Umberto D. (Vittorio De Sica, 1952)
The Bicycle Thief [ moviediva.com ] | commentaren op de film
De Italiaanse fotograaf Ghigo Roli werkte in 1997 aan een complete inventarisering van de wereldberoemde fresco’s van 
After several seismic tremors in Umbria and the Marche in the preceding days, the strongest earthquake occurred on the morning of September 26, 1997. The earthquake not only tragically killed four people, but also caused severe damage and destruction in the upper church of San Francesco. Serious static damage was found in the walls and the vault. The morning earthquake destroyed around 200 square metres of vault frescoes. In the front bay arch above the entrance, four of the eight pairs of saints by Giotto were affected, and in the adjoining vault of the Doctors of the Church, the field containing St. Hieronymus, also a work by Giotto and his workers, collapsed and left a huge hole in the first bay. In contrast, the vault of the second bay and the vault of the third bay, containing the large deesis portraying Christ as the redeemer together with the advocates Mary and John on either side of St. Francis, remained intact. However, the western part of the fourth bay with a starry sky and the adjoining evangelists„ vault with frescoes by Cimabue above the cross-vault collapsed. The field containing St. Matthew was almost completely destroyed.
Thomas Cole was born in 1801 at Bolton, Lancashire in Northwestern England and emigrated with his family to the United States in 1818. During the early years Cole lived for short periods in Philadelphia, Ohio, and Pittsburgh where he worked as an itinerant portrait artist. Although primarily self-taught, Cole worked with members of the Philadelphia Academy, and his canvases were included in the Academy’s exhibitions. In 1825, Cole discovered the haunting beauty of the Catskill wilderness. His exhibition of small paintings of Catskill landscapes came to the attention of prominent figures on the New York City art scene including Asher B. Durand, who became a life-long friend, and his fame spread. While he was still in his twenties, Cole was made a fellow of the National Academy.













