Categorie archief: Italië

terug naar Solferino [ 2 ]

op 1 juli j.l. keerden we terug naar Solferino en San Martino della Battaglia

Wat ons vorig jaar niet gelukt was, moest dit jaar slagen. Daarom gingen we al gelijk bij aankomst in Noord-Italië naar San Martino, een paar kilometer onder het Gardameer en de autostrada van Milaan naar Venetië. Hier staat als een vuurtoren landinwaarts het nationaal monument om de Slag bij Solferino te herdenken. Ieder jaar is hier op 24 juni een re-enactment waarbij de slag tussen de Sardijnse en Oostenrijkse troepen wordt nagespeeld. Wij waren dan te laat voor dit spektakel, maar op tijd voor de toren die veel geduld heeft.

San Martino
De Torre di San Martino (1880-1893) en het standbeeld van Victor Emanuel II

In een brede rotonde onderin de toren staat in het midden een groot standbeeld van Victor Emanuel II (1820-1872), de koning van Sardinië én de eerste koning van het koninkrijk Italië dat in 1861 ontstond. Voor de Italianen is hij de Padre della Patria. Het nationaal monument is ook aan hem opgedragen.

San Martino
De twee grote Giuseppes: Giuseppe Mazzini en Giuseppe Garibaldi

In de nissen van de rotonde bevinden zich borstbeelden van andere Italianen die een grote rol hebben gespeeld in de Risorgimento, de eenwording van Italië. Giuseppe Garibaldi (1807-1882) is natuurlijk de bekendste. Op honderden Italiaanse pleinen staat zijn standbeeld. Een jaar na de Slag bij Solferino zorgde hij voor de hereniging tussen Noord en Zuid door het Koninkrijk Napels binnen te vallen. De mars van de duizend roodhemden is waarschijnlijk nog steeds de meest heroïsche episode uit de Italiaanse geschiedenis.

Minstens zo belangrijk als Garibaldi vind ik persoonlijk Giuseppe Mazzini (1805-1872). In 1831 richtte hij La Giovine Italia op, een liberale beweging die overal in Europa navolging vond. Het streven was naar de nationale eenheidsstaat, bij voorkeur in de vorm van een republiek. Ook Garibaldi wilde alle Italianen graag verenigen in een republiek. Maar rond 1860 was heel Europa nog altijd monarchistisch en een republiek was nog altijd een brug te ver. Pas in 1949 zou Italië een republiek worden.

San Martino
allegorische figuren [klik voor een vergroting]

Aan de rand van de koepel van de rotonde zijn allegorische vrouwenfiguren geschilderd. Michaela vond ze “Mucha-achtig”. Ze zijn geschilderd rond 1893 en ademen de geest van Mucha en de art nouveau.

San Martino
allegorische figuren [klik voor een vergroting]

Een van de nissen in de rotonde geeft toegang tot een treeloze trap die in een spiraal aan de binnenkant van de toren omhoog voert. Op de wanden zijn grote wandschilderingen aangebracht die scenes uit de veldslag laten zien. De Slag bij Solferino en San Martino was bijzonder bloedig. Er stond veel op het spel. Voor Oostenrijk markeerde deze slag het begin van het einde. Er was een einde gekomen aan driehonderd jaar Habsburgse hegemonie in Noord-Italië.

San Martino
Michaela in het inwendige van de toren

terug naar Solferino [1]

terug naar Solferino [ 1 ]

op 1 juli j.l. keerden we terug naar Solferino en San Martino della Battaglia

Vorig jaar bezochten we iets ten Zuiden van het Gardameer de plaatsen Lonato, Castiglione delle Stiviere, Solferino en San Martino della Battaglia. Op 24 juni 1859 werd in deze streek een verschrikkelijke veldslag geleverd tussen Fransen en Italianen enerzijds en Oostenrijkers anderzijds. Henri Dunant schreef na deze bloedige dag zijn beroemde Un souvenir de Solferino.

Deze episode uit de geschiedenis die het startsein van de Italiaanse eenwording werd, bleef mij het afgelopen jaar boeien. Omdat we dit jaar weer in Noord-Italië waren, besloten we terug te keren naar Solferino en San Martino della Battaglia die op 24 juni 1859 precies op de frontlijn lagen. Ook bezochten we Castiglione delle Stiviere opnieuw, dat achter de frontlijn lag en waar Henri Dunant diep onder de indruk raakte van de vrouwen die daar de gewonden verpleegden, ongeacht hun nationaliteit. De vrouwen van Castiglione inspireerden hem tot de oprichting van het internationale Rode Kruis, dit jaar 150 jaar geleden.

San Martino della Battaglia
uitzicht vanaf de Rocca di Solferino op het Noorden. Op de achtergrond het Gardameer en de zuidelijke uitlopers van de Alpen. In het midden de Torre di San Martino [klik voor vergroting]

Vorig jaar bezochten we de Rocca di Solferino maar voor de nabijgelegen Torre di San Martino waren we net te laat. Bijna een jaar later keerden we, ditmaal ruim op tijd, terug. De 64 meter hoge toren werd gebouwd tussen 1880 en 1893 als een nationaal monument. Vanaf de toren heb je een schitterend uitzicht over het gebied waar op 24 juni 1859 gevochten werd en waar de Oostenrijkers tenslotte werden teruggeslagen over de Mincio, de grensrivier tussen Lombardije en Veneto.

San Martino della Battaglia
uitzicht in omgekeerde richting: van de Torre di San Martino op de Rocca di Solferino [klik voor vergroting]

Het is moeilijk voor te stellen dat dit vruchtbare gebied met vele wijngaarden ooit een van de bloedigste slagvelden uit de Europese geschiedenis is geweest. In een klein museum achter de toren is een simulatie van de slag te zien in een multimediapresentatie. De Fransen onder Napoleon III vielen de Oostenrijkers aan bij Solferino en de Italianen onder Vittorio Emmanuel I vochten ten Zuiden van het Gardameer rond het plaatsje San Martino.

Slag bij Solferino
de posities van de Sardijnse, Franse en Oostenrijkse divisies tijdens de Slag van Solferino en San Martino op 24 juni 1859 (klik voor vergroting)

Het is dus logisch dat het nationale monument in San Martino moest komen omdat hier het Italiaanse bloed gevloeid heeft. Toch heerst ook hier de geest van het Rode Kruis, want of het nu Italiaans, Frans of Oostenrijks bloed is, uiteindelijk gaat het om de humaniteit. De Slag van Solferino confronteert mij met tegenstrijdige gevoelens van eng nationalisme en universele menselijkheid.

San Martino della Battaglia
uitzicht vanaf de Torre di San Martino op het Noorden [klik voor vergroting]

Souvenir de Solferino [4]

een Rus in Italië [ 2 ]

gezien op VHS: Nostalghia (1983) van Andrei Tarkovski

NostalghiaOnbetwiste meesters van de filmkunst leveren per definitie auteursfilms af. Of ze nu een boek verfilmen of zelf een script schrijven, het publiek herkent de hand van de meester onmiddellijk. Dat geldt voor Silence van Martin Scorcese, misschien wel zijn meest persoonlijke film waarin religie een centrale rol speelt. Bij Tarkovski stond religie al vanaf zijn eerste meesterwerk Andrei Rublev (1966) in het middelpunt en in zijn laatste film Offret (1986) ging het nog steeds over religie.

Nostalghia is Tarkovski‘s voorlaatste film en misschien wel zijn meest persoonlijke film. Samen met scenarist Tonino Guerra (1920-2012) schreef hij aan het begin van de jaren tachtig het script. De hoofdpersoon is de Russische schrijver Andrei Gorchakov in wie we een alter ego kunnen zien van Tarkovski. Gorchakov werkt aan een studie over een Russische componist uit de achttiende eeuw in Italië en verblijft daarom zelf ook in dat land. Net als zijn studieobject lijdt hij in Italië aan heimwee naar zijn vaderland. Tarkovski leefde de laatste jaren van zijn leven in ballingschap in Europa. Heimwee naar het vaderland was voor hem dan ook een actueel onderwerp.Tarkovski verbindt het specifieke heimwee naar Rusland met het verlangen naar huis als universeel religieus thema.

Tarkovski verbindt het specifieke heimwee naar Rusland met het verlangen naar huis als universeel religieus thema.

Gorchakov leeft in Italië samen met zijn vrouwelijke tolk Eugenia. Hun relatie lijkt zuiver platonisch. Ze noemt hem een heilige, een zonderlinge man die iets zoekt wat de meeste mannen niet zoeken. Bij het kuuroord waar ze verblijven ontmoet hij Domenico, een geestverwant die net als hij op zoek is naar iets dat alle grenzen overstijgt. Domenico is een dorpsgek maar ook een roepende in de woestijn. Tegen Gorchakov zegt hij dat hij zijn gezin wilde redden en ze daarom zeven jaar lang in een kelder heeft opgesloten. Daarna zag hij dat dit niet genoeg was. Hij wil nu alle mensen redden. Daarvoor moet iemand met een kaars door het bad van de heilige Catharina lopen.

Nostalghia
still uit Nostalghia (1983)

De rol van Domenico wordt gespeeld door de Zweedse acteur Erland Josephson die drie jaar later in Offret de hoofdrol zal spelen. Ook daar speelt hij een man die een offer brengt. Wie goed oplet merkt dat er tussen Nostalghia en Offret allerlei parallellen lopen. Zo spreekt Domenico al over het in brand steken van je huis. Het huis is een telkens terugkerende metafoor in het werk van Tarkovski. Het staat voor onze bestemming maar ook voor onze gebondenheid aan bezit. In het laatste beeld uit Nostalghia versmelten Rusland en Italië in één beeld: Italië als het land van ruïnes en Rusland als het land van herinnering.

Een Rus in Italië [ 1 ]