
Bron: artrevisited.com

William Bouguereau, de held van het fundamentalistische artrenewal.org, is dé negentiende eeuwse salonschilder bij uitstek. Na tachtig jaar lang uitgekotst te zijn door het establishment van het modernisme, is hij sinds een jaar of tien weer volledig gerehabiliteerd. En doen zijn schilderijen het weer voor prijzen die in de buurt komen van wat hij er ooit zelf voor ving. Afnemers vond hij vooral onder de Amerikaanse nouveau riche uit de gilded age (1865 -1901) en nu zijn het weer de miljonairs die gretig honderdduizenden voor zijn doeken neerleggen. Je kunt er veel kritiek op hebben, maar ik betaal liever een miljoen voor een Bouguereau dan voor een Koons, want het is en blijft ongeloofelijk knap vakmanschap.

In zijn eigen tijd werd William Bouguereau algemeen beschouwd als een van de grootste schilders op aarde en zijn werken werden gretig gekocht door onder meer Amerikaanse miljonairs, doorgaans tegen hoge prijzen. Na 1920 is hij op merkwaardige wijze in diskrediet geraakt, mogelijk als gevolg van een bewuste lastercampagne van de kant van het nieuwe “establishment van kunstcritici”, dat hem zijn verzet tegen de nieuwe richtingen in de schilderkunst niet kon vergeven. Waarschijnlijker is evenwel dat diepere maatschappelijke krachten ten grondslag liggen aan deze opmerkelijke omslag in smaak en gevoeligheid. Tientallen jaren lang werd zijn naam niet eens in encyclopedieën vermeld!
Bron: nl.wikipedia.org
Het oudste geschrift dat in de Philokalia is opgenomen, staat op naam van een zekere Hesaias de kluizenaar Men is het er nog steeds niet over eens wie deze Hesaias moet zijn geweest. Sinds 1899 gaat men er over het algemeen van uit dat hij een kluizenaar uit Gaza was die in 488 stierf. Volgens een andere opvatting gaat het hier om een andere Hesaias, namelijk die van de Sketis en dat zijn werkje (27 paragrafen) dateert van omstreeks 400.
15. Ik smeek u, laat uw hart zolang u in uw lichaam verblijft, toch niet onbewaakt. De boer kan er nooit zeker van zijn dat zijn akker enige vrucht zal dragen, want hij weet niet wat hem nog boven het hoofd hangt voordat hij alles in zijn schuur heeft opgeslagen. Zo mag ook de mens zijn hart niet onbewaakt laten zolang hij adem in zijn neus heeft. De mens weet niet met welke geestelijke hartstocht hij nog te maken zal krijgen voor zijn laatste ademtocht. Daarom mag hij zijn hart niet onbewaakt laten zolang hij ademt. Neen, hij moet altijd tot God roepen om hulp en om Zijn barmhartigheid. ( … )
vertaling: Christofoor Wagenaar ocso (reeks monastieke cahiers nr. 22)
In de voetsporen van Heidegger
Voetnoten bij de 19e eeuw
Amerikaanse Burgeroorlog
Napoleon en zijn schilders
Landschapsschilders uit de Goethezeit
Schilders in Italië
De schilder en zijn broodheer
De waakzaamheid van het hart
Ovidius’ Metamorphosen
Dantes Divina Commedia
Wolkenkrabbers
Op zoek naar de atoomstijl
Een avontuur van luitenant Blueberry
My favourite things