Maandelijks archief: februari 2014

Caligarismus

vanavond om 23.00 op Arte: Das Cabinet des Dr. Caligari (1920)

Deze maand is het 94 jaar geleden dat in het Marmorhaus in Berlijn Das Cabinet des Dr. Caligari van Robert Wiene in première ging. Het is dé klassieker van de Duitse expressionistische film geworden. Zo kakelbont als het affiche is, zo zwart-wit is de film. Voor het eerst werd de moderne psychologie op de filmkunst toegepast. De expressiemiddelen (contrasten, diagonalen, schaduwen en vervreemdende invalshoeken) keren terug in de film noir en natuurlijk ook bij Hitchcock.

caligari_posterDas Cabinet des Dr. Caligari hatte am 27. Februar 1920 Premiere. Berühmt wurde das Werk durch den außergewöhnlichen, neuartigen Stil, der gemalte und gebaute, grotesk verzerrte Kulissen mit kontrastreicher Beleuchtung und gemaltem Licht und Schatten kombinierte, weshalb er häufig als Musterbeispiel des expressionistischen Films bezeichnet wird. Die Bauten des Films stammen von Walter Reimann, Hermann Warm und Walter Röhrig.
 
Für den durch Das Cabinet des Dr. Caligari geprägten filmischen Stil wurde gelegentlich auch der Begriff Caligarismus verwendet. Sein Erfolg verhalf dem deutschen Film nach dem Ersten Weltkrieg zur künstlerischen Weltgeltung und prägte wesentlich sein „Image“. 1933 wurde er in Deutschland verboten und 1937 zum Bestandteil der Ausstellung „entartete Kunst“ gemacht. Heute wird dem Film, wie dem deutschen Expressionismus der Zwischenkriegsjahre generell, große filmgeschichtliche Bedeutung zugesprochen. Besonders der phantastische Film wurde von ihm erheblich beeinflusst.
 
Bron: de.wikipedia.org
conradveidt_self
Conrad Veidt zag ik zondagmiddag als Jaffar in The Thief of Bagdad (1940). Vanavond als Cesare in Das Cabinet des Dr. Caligari (1920)

Das Cabinet des Dr. Caligari [ arte.tv ]

oriëntalisme

zondagmiddag gezien op Een: The Thief of Bagdad (1940)

thiefofbagdad1940The Thief of Bagdad moet in 1940 in de bioscoop dezelfde sensatie teweeg hebben gebracht als Avatar zeventig jaar later. De film verscheen in destijds betoverend Technicolor en dompelde je onder in een andere wereld. Met adembenemende speciale effecten en kamerbrede filmmuziek. Bombastisch inderdaad, maar goed voor een knock out.

Ik moet de film voor het eerst gezien hebben op oudejaarsdag 1973 (of 1974?) op een Duitse zender. The Thief of Bagdad was toen al meer dan dertig jaar oud, maar het was nog steeds een verpletterende avonturenfilm. Ik kon me als tienjarige uitstekend identificeren met het boefje Abu in de hoofdrol, gespeeld door de 16-jarige Sabu. Met zijn chocoladebruine bovenlijf is hij een exotische versie van Ciske de Rat.

Wanneer Abu zich tijdens een achtervolgingsscène in de medina van Bagdad in een grote vaas heeft verstopt, mis je het geblaf van Bobby, het hondje van Kuifje. De hele toverdoos van het oriëntalisme wordt uitgepakt en op de stoep gezet: slangenbezweerders, waterpijpen, tapijten, gesluierde vrouwen, mannen met tulbanden. Het oriëntalisme beperkt zich overigens niet tot de islamitische wereld. Ook het Indische werelddeel, vertegenwoordigd door een gigantisch hindoeïstisch afgodsbeeld, doet mee.

thiefofbagdad1940posterThe Thief of Bagdad heeft een standaard gezet voor avonturenfilms. “Gigantic! The wonder picture of all time.” staat er op de affiche bij een afbeelding van de reusachtige Djinn die op het strand uit de fles ontsnapt. In 1940 was de geest inderdaad uit de fles. Geen Djinn, maar het spook van de oorlog, die net als El Coloso van Goya zijn ketenen verbreekt.

De film werd in Engeland begonnen, maar vanwege het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog werd deze in 1940 in de Verenigde Staten afgemaakt. Zo werd het typisch een product uit de droomfabriek Hollywood. Miklós Rósza (1907-1995) componeerde de score en kreeg zijn eerste nominatie voor een Academy Award. (voor de suite “The Love of the Princess”.) Rósza’s rijk georkestreerde programmamuziek beweegt zich tussen de zoete betovering van Rimsky-Korsakov’s Sheherazade en de gezwollen pathetiek van Tsjaikovsky’s Zesde Symfonie.

The Thief of Bagdad etaleert een schaamteloos oriëntalisme. De (midden-)oosterlingen zijn figuranten uit Hollywood met schoensmeer en opgeplakte baarden en djellaba’s aan. Veel clichés uit Duizend-en-één-Nacht komen voorbij. Deze oriëntalistische visie is even volwassen als een jongetje van tien dat met rode oortjes Kuifje leest.

The Thief of Bagdad [ imdb.com ]

guilty pleasure

vrijdag gekeken naar de openingsceremonie in Sochi

Het openingsritueel van een mondiaal sportevenement, met minstens een miljard televisiekijkers, heeft meestal weinig met sport te maken, maar alles met de promotie van een land. Het organiserende land heeft miljarden geïnvesteerd en mag in ruil daarvoor zichzelf in het zonnetje zetten.

Als zo’n land autoritair geregeerd wordt, weten we bij voorbaat dat het evenement door de leider gebruikt wordt om de nationale trots onder de bevolking op te stuwen. Goed voor zijn eigen prestige. We zagen het in China (Olympisch Zomerspelen 2008) en in Azerbeidzjan (Eurovisie Songfestival 2012): het zelfbeeld van die landen lijkt op het zelfbeeld van hun leiders.

De massale openingsshows van de Olympische Spelen kan ik verafschuwen als een bombastisch en nationalistisch Cirque Du Soleil, maar tegelijkertijd kijk ik er ook graag naar. Zoals ik ook kan genieten van goed gemaakte propaganda. Mijn guilty pleasure.

Het is boeiend om te zien hoe een organiserend land in de openingsshow naar zijn eigen geschiedenis kijkt. In de show in Athene (OS 2004) zagen we 25 eeuwen Griekse geschiedenis aan ons voorbij trekken. Het is begrijpelijk dat de Grieken trots zijn op hun rijke historie. In de show in Londen (OS 2012) lieten de Engelsen zien hoe zij naar zichzelf kijken. Met een stevig accent op hun populairste exportartikel: de popmuziek.

Hoe zou Rusland zich in Sochi aan de wereld gaan presenteren? Hoe zouden de creative directors clichés als trojka, samovar en matroesjka gaan vormgeven? Voor welk ballet en muziek zou er gekozen worden? Maar vooral: hoe zou er worden teruggekeken op de Russische geschiedenis, met name die van de vorige eeuw, die getekend is door de USSR.

Vrijdag konden we het zien.

Sochi
De terreur in de Sovjet-Unie onder Stalin wordt nog wel eens vergeleken met die in het Derde Rijk onder Hitler. De hamer en sikkel zouden even besmette symbolen zijn als het hakenkruis. Maar niet in Sochi.

Na de decadente pracht en praal van de negentiende eeuw, verbeeld in een wonderschoon kostuumballet, viel de lange Russische winter in. De revolutie van 1917 werd verbeeld door avant-gardistische pionnen in een constructivistische biotoop onder rode weerlichten. Boven het gekrioel van de arbeidersklasse trok een machinerie van suprematistische vormen het spoor van de industriële Sovjet-Unie.

En daar waren zij: de kolossale hoofden van een kameraad en zijn heldhaftige vrouw met een even kolossale hamer en sikkel.