Het prentenkabinet van de Leidse Universiteitsbibliotheek bezit een groot aantal prenten van de beroemde Italiaanse graficus Giovanni Battista Piranesi (1720-1778). Bijna al deze prenten behoren tot de serie Vedute di Roma. Dit is een verzameling prenten in groot formaat van oude en moderne (1700-1750) gebouwen in Rome en Tivoli . In de tweede helft van de achttiende eeuw waren deze prenten bijzonder in trek, met name onder Engelse toeristen die een Grand Tour door Italië maakten.

Piranesi begon rond 1745 aan zijn vedute toen hij vijfentwintig was. Aanvankelijk stond hij onder invloed van Giovanni Paolo Panini die op dat moment in Rome een gevierd schilder van stadsgezichten was. Toen eind jaren veertig Herculanuem, Pompeï en Paestum werden opgegraven, raakte de oudheid in de mode. De Duitse archeoloog en kunsthistoricus Johann Winckelmann was een belangrijk theoreticus en formuleerde het beroemde stijlprincipe van het neo-classicisme: edele eenvoud, stille grootsheid. Men kreeg ontzag voor de oudheid. Piranesi bleef tot aan zijn dood in 1778 prenten vervaardigen, want de vraag bleef onverminderd groot.
Tot in de achttiende eeuw waren overblijfselen van antieke tempels soms nog omgebouwd tot stal of boerderij. Vaak staken dan de bovenzijde van de zuilen en de kapitelen nog boven de grond uit. Op sommige prenten van Piransi is dat mooi te zien. Maar met de komst van het toerisme uit Engeland werden ruïnes bezienswaardigheden. De tempels op het forum romanum werden nu volledig uitgegraven en voor zover als mogelijk vrijstaand gemaakt. Er kwam monumentenzorg op gang. Piranesi‘s prenten droegen ertoe bij dat het enthousiasme voor het antieke Rome zich door heel Europa kon verspreiden.

In 1756 werden ruim 250 platen gebundeld in het vierdelige Le Antichità Romane de’ tempo della prima Repubblica e dei primi imperatori. Naast vedute bevatte deze verzameling prenten ook technische tekeningen en platen van ornamenten en archeologische reconstructies. Meestal stonden er informatieve bijschriften onder en in de prent. In de jaren vijftig van de achttiende eeuw verschenen ook de eerste delen van de Encyclopédie, ou dictionnaire raisonné des sciences, des arts et des métiers en veel van Piransi‘s archeologische prenten hebben dezelfde uitstraling als de wetenschappelijke gravures uit de Franse Encyclopédie.
Het aantrekkelijke van deze prentkunst is voor mij de combinatie van wetenschap en poëzie. Dit is een verschijnsel dat je in de jaren 1750-1770 vaker tegenkomt. Het dromerige en “vloeibare” van het rococo loopt in deze periode over in het strakke en rationele neo-classicisme. In het werk van Piranesi kom je deze uitersten ook tegen: van de Grotteschi (of Capricci) in zijn vroege werk uit de late jaren veertig (waarin Piranesi nog duidelijk onder de invloed van rococo en Tiepolo staat) tot de objectiverende, technische tekeningen uit zijn laatste werk Vasi, candelabri, cippi, sarcofagi, tripodi, lucerne, ed ornamenti antichi disegnati ed incisi (1778).
In 1981 werd voor het eerst in Nederland de wetenschappelijke serie Cosmos uitgezonden. Deze werd gepresenteerd door Carl Sagan, de Amerikaanse Robert Dijkgraaf. Nog nooit was er zo’n dure documentaire gemaakt en ik vergaapte mij aan de magie van CGI (computer generated imagery), in die tijd nog nooit vertoond. Zo herinner ik mij het indrukwekkende interieur van de legendarische bibliotheek van Alexandrië waar Carl Sagan gewoon doorheen kon slenteren.
Zo zal Carl Sagan de film
Giordano Bruno brak in zijn visioenen door deze beperking heen en keek in de afgrond van het oneindige. Deze duizelingwekkende ervaring was voor hem niet beangstigend. Voor hem werd de grootsheid van de Schepper er juist door versterkt. Maar de katholieke kerk beschouwde zijn visionaire inzichten als ketterse opvattingen. Bruno werd veroordeeld tot de brandstapel.













