Maandelijks archief: mei 2014

feelgood-boeddhisme

Biedt Boeddha troost, als we zijn leer serieus nemen?

Vanmorgen waren we heel even in de giftshop van het ziekenhuis. Wat ons direct opviel, was de hoeveelheid Boeddha’s die uitgestald stonden. De trend, Boeddha’s in allerlei soorten en maten, die je bij Xenos en Intratuin al jaren ziet, is blijkbaar ook al in het ziekenhuis doorgedrongen. Boeddha moet naast menig ziekbed staan. Is de Boeddha een eigentijds substituut geworden van het kruisje of de Madonna die vroeger in katholieke ziekenhuizen te vinden waren? Het lijkt erop. Maar kan Boeddha ons eigenlijk wel diep troost geven?

BoeddhaIn het Nederlandse Dagblad stond dit weekend een ingezonden brief van een lezer. Deze ging over de overal opduikende Boeddhabeelden in het post-christelijke Nederland. Is dat een teken dat we boeddhistisch geworden zijn? “Veel mensen met een Boeddhabeeld hebben er wel een vage gedachte bij, maar het echte gedachtegoed van Boeddha (afsterven aan onze verlangens om te ontsnappen aan reïncarnatie, opgaan in het niets als ultiem doel) kennen ze vaak nauwelijks”, is in deze ingezonden brief te lezen.

De schrijver van deze brief heeft beslist een punt. Boeddhabeelden in de Libelle of bij Blokker vertegenwoordigen meestal een life style die haaks staat op de leer van Boeddha die leert dat alle leven lijden is. Het westerse feelgood-boeddhisme heeft niets met de ontsnapping uit het lijden door naar het ultieme zwarte gat te verlangen, zoals Boeddha voorstelt.

Hoe kan het Boeddhabeeldje dan zo populair zijn, niet alleen bij de elite maar ook bij de massa? Blijkbaar projecteert iedereen zijn eigen behoeften op Boeddha . Rust is een heel belangrijke behoefte, net als de behoefte om ergens bij te horen. Maar diep lijkt het allemaal niet te gaan. Wie verlangt er ook naar om verlost te worden uit het leven door het absolute niets te prefereren?

Met andere woorden: wie haat het leven zo als Boeddha?

“dartele penceeltoetzen”

de Italiaanse landschappen van Nicolaes Berchem

Berchem - in het licht van ItaliëZeven jaar geleden was er in het Frans Hals Museum in Haarlem een grote tentoonstelling over de Haarlemse landschapsschilder Nicolaes Pietersz. Berchem (1620-1683). Gisteren las ik in de catalogus van deze tentoonstelling die ook in Zürich, Schwerin en Gent te zien was.

Nicolaas Berchem was de zoon van Pieter Claeszn (1596-1661). Hoewel zijn vader veel succes had met pronkstillevens, bekwaamde Nicolaes zich in het landschap. Hij staat bekend als een zogenaamde “Italianiserende” landschapsschilder. Samen met Jan Both, Karel Dujardin, Adam Pijnacker en Jan-Baptist Weenix behoorde hij tot de tweede generatie Italianisanten. Waarschijnlijk is hij zelf nooit in Italië geweest. Maar in zijn landschappen wist hij het zuidelijke licht wel precies te treffen.

Waarschijnlijk is Nicolaes Berchem zelf nooit in Italië geweest. Maar in zijn landschappen wist hij het zuidelijke licht wel precies te treffen.

Kunsthistoricus Luuk Pijl schrijft in zijn bijdrage “invloeden en ontwikkeling” hoe Nicolaes Berchem door een hele reeks van leraren en collega’s beïnvloed werd, maar deze invloeden allemaal in een eigen stijl wist te integreren. We zien bij hem geen eclecticisme maar een consistente stijl die gekenmerkt wordt door een zeer vloeiende penseelvoering. Arnold Houbraken schreef in De groote schouburgh der Neder­lantsche konstschilders en schilderessen (1718–1721) over Berchems “dartele penceeltoetzen”. Niet alleen de vlotte werkwijze, maar ook de composities maken de landschappen van Berchem zeer levendig. Hij groepeerde dieren en mensen op een natuurlijke manier. Het vee werd vaak driekwart weergegeven en niet frontaal of van opzij, zodat een levendig beeld ontstaat.

Nicolaes Berchem
Dit Italiaanse landschap is representatief voor Berchems landschappen. Zijn palet wordt vaak gedomineerd door goudbruine en groene tinten voor het landschap, terwijl de figuren met pittige kleuraccenten zijn geschilderd. Vaak is er op het zgn. “middenplan” een enorme weidsheid. Dat had hij afgekeken van Jan Asselijn. Deze landschapsschilder was in Italië geweest en wist uit ervaring hoe het zuidelijke licht zich over het landschap verspreidt en hoe de bergen in de verte door het atmosferisch perspectief lijken te worden opgeslokt.

In de achttiende eeuw was er met name in Frankrijk een grote vraag naar de schilderijen van Berchem. Tijdens het rococo was er veel waardering voor zijn idyllische Italiaanse landschappen die losjes geschilderd waren. Zijn werk raakte zo gewild bij de Franse verzamelaars dat in de jaren vlak vóór de Franse Revolutie er in Frankrijk gemiddeld wel tien keer zoveel voor een schilderij van Berchem werd betaald dan in Nederland. Daarom hangt veel van zijn werk tegenwoordig in Frankrijk of heeft daar ooit gehangen. Maar aan het eind van de achttiende eeuw raakte het classicisme in de mode en werd er gladder geschilderd. De belangstelling voor Berchems schilderijen werd toen snel minder omdat men zijn dartele penceeltoetzen niet meer zo waarderen kon. Het ontbrak naar classicistische maatstaven aan vérité.

Nicolaes Berchem [ nl.wikipedia.org ]

“ter overtuiginge van ongodisten”

de fysicotheologie van Bernard Nieuwentijt (1654-1718)

Bernard NieuwentijtDe naam van Bernard Nieuwentijt zal buiten het Bernard Nieuwentijt College in Monnickendam nauwelijks bekend zijn in ons land. Toch schreef deze arts, filosoof, wiskundige en burgemeester van Purmerend in de eerste helft van de achttiende eeuw de bestseller Het regt gebruik der wereldbeschouwingen (ter overtuiginge van ongodisten en ongelovigen) die in het Engels, Frans en Duits vertaald werd. Het maakte hem ook buiten de landgrenzen bekend.

Het Spinoza blog besteedde drie jaar geleden aandacht aan Bernard Nieuwentijt. Aanvankelijk was hij een volgeling van Descartes en Spinoza, maar later ging hij ze bestrijden. Vooral het pantheïsme van Spinoza moest het ontgelden. Nieuwentijt noemde hem een “ongodist”. Net als zijn tijdgenoot Leibniz verdedigde Nieuwentijt het bestaan van God. In die zin was hij nog niet “radicaal verlicht” zoals de Franse filosofen die meestal atheïst waren.

Nieuwentijt
De twee boeken waarmee Bernard Nieuwentijt ook buiten Nederland in de eerste helft van de achttiende eeuw een beroemdheid werd. Als wiskundige legde hij de nadruk op “Regt gebruik” en “Regte betoogwyse” al is zijn theologie onorthodox.
Natuur-kunde onbeschroomt door ‘t onbetwist’lyk waar
Der Ondervinding, pronkt hier veiligh op ‘t Altaar.
Sy ligt den Philosooph, die door sigh selfs bedrogen
Op syn Verbeelding rust, den blind-doek van syn oogen.
‘t Veelvuldigh konst-tuigh, dat beneden haar omringt,
Leert, hoe ‘t regt ondersoek der dingen dieper dringt
In ware wond’ren van Natuurs verborgentheden;
Dan’t vleyende Verstant, ‘t bloot Denkbeelt of de Reden
Die als Ervarentheit ontbreekt, hoe trots, alleen
Ryk in gedagten syn en arm in saak’lyk heên.
Sy wyst met d’andre hand; waar ymand met vertrouwen
En eerbied ‘t heerlyk ligt der Waarheit kan beschouwen.
Ter wyl een Sterke Geest, die ‘t ondersoek veragt,
Op desen glans vergrimt, in ‘t duist’re van syn nagt.
Een straal der Godheit vergeselschapt dese kennis
Der schepselen, in spyt der stoutste Heilig-schennis;
En toont in ‘t groot Heel-al, ‘t onloochenbare merk
Des Sprekers in syn Woort, des Makers in syn Werk.
 
verklaring bij de titelprent uit Het regt gebruik der wereldbeschouwingen

Zijn wetenschappelijke thuishaven had hij gevonden bij de Engelse empiristen Newton en Boyle. Met natuurkundige proeven konden ze bewijzen dat de natuur aan wetten gehoorzaamt. Nieuwentijt meende langs dezelfde empirische weg het Woord en de Wet die God door de Bijbel aan de mens had gegeven, te kunnen bewijzen. Zijn theologie wordt fysicotheologie genoemd.

Het 39e hoofdstuk van Het regt gebruik der wereldbeschouwingen is getiteld Beschouwinge, Van de Mogelykheit der opstandinge. Hier toont Nieuwentijt zich onorthodox, omdat hij wonderen probeert te bewijzen. Zijn fysicotheologie bewandelt in wezen dezelfde weg als de wetenschap maar is bevooroordeeld. De uitkomst ligt namelijk al vast. Ware theologie is een heel andere weg. De kerkvaders zijn er duidelijk over: “een god die je met het verstand begrijpen kunt, is God niet.”

Bernard Nieuwentijt, criticus van Spinoza, schreef Europese bestseller [ spinoza.blogse.nl ]