Maandelijks archief: mei 2015

“schieven architek”

het Paleis van Justitie (1883) in Brussel van Joseph Poelaert

In 1958 werd in Brussel de eerste naoorlogse wereldtentoonstelling gehouden. Na de wereldbrand van twee wereldoorlogen en met de intrede van het atomaire tijdperk, leek de internationale gemeenschap ervan overtuigd dat moderniteit en internationalisme de weg zouden wijzen naar een menswaardige(re) wereld. De historische bouwkunst, besmet door het nationalisme en kolonialisme van 1815-1914, had zich definitief gediskwalificeerd. Vooruitgang, humanisme en modernisme werden aan elkaar geklonken in een utopie.

Het oude Europa richtte na 1950 zijn blik niet alleen op de toekomst maar ook op Amerika. De Amerikaanse massacultuur en de Amerikaanse kunst werden maatgevend. Europese architecten die voor de oorlog al naar de Verenigde Staten waren uitgeweken, hadden daar aan de wieg gestaan van de internationale stijl, een functionele en zakelijke bouwstijl.

Architecten als Ludwig Mies Van der Rohe, Le Corbusier, Philip Johnson en Oscar Niemeyer representeerden het utopisch modernisme, dat de mensheid door een open en moderne leefomgeving naar een betere wereld zou leiden. In de jaren vijftig voelde het als een enorme bevrijding wanneer gebouwen teruggebracht werden tot hun essentie: eenvoudig en strak. Abstractie werd nog als sereen en vernieuwend ervaren en niet als monotoon.

Het utopisch modernisme zou de mensheid door een open en moderne leefomgeving naar een betere wereld leiden.

Met de Expo ’58 in Brussel bereikte het utopisch modernisme een hoogtepunt. In het volgende decennium zouden planologen en stedenbouwkundigen zich met grootscheepse stadsvernieuwing gaan bezighouden. Het gevolg was de verwoesting van historische stadskernen. Brede “stadssnelwegen” geflankeerd door betonnen en glazen “dozen” kwamen in de plaats voor de organische “stadsweefsels” uit het verleden. Al in 1961 had Jane Jacobs in haar veel geprezen boek The Death and Life of Great American Cities gesignaleerd welke negatieve effecten stadsvernieuwing op onze leefomgeving kan hebben.

Als stadsvernieuwing ergens gewelddadig geweest is, dan is het wel in Brussel. Het meest beruchte voorbeeld is de Noord-Zuidverbinding die tussen 1920 en 1950 een spoor van vernieling had getrokken door het historische centrum van Brussel. In de jaren zestig van de negentiende eeuw vond er een vergelijkbare stadsvernieling plaats. Voor de bouw van het megalomane Paleis van Justitie werd een complete wijk (Bovendael) afgebroken. Misschien is het woord “architect” toen al een Brussels scheldwoord geworden. In ieder geval kreeg Joseph Poelaert, de architect van dit monsterlijk grote gebouw, de bijnaam “schieven architek”.

palais de justice
gravure van het Paleis van Justitie
Als prent a la Piranesi ziet zo’n architectonisch delirium er best leuk uit. Je moet er echter niet aan denken dat zoiets wordt uitgevoerd. Maar in Brussel werd de fantasie van Joseph Poelaert werkelijkheid.
Op 31 oktober 1866 werd de eerste steen gelegd en in 1867 moesten de bewoners van de wijk Bovendael plaats ruimen voor het monumentale gerechtsgebouw. Om aan hun boosheid lucht te geven, wezen ze de architect Joseph Poelaert aan als verantwoordelijke voor hun ongeluk. Zo ontstond de spotnaam “schieven architek”, een van de ergste scheldwoorden in het dialect van de Marollen. Het paleis werd op 15 oktober 1883 uiteindelijk in gebruik genomen. Architect Poelaert, in 1879 overleden, zag dus de voleinding van zijn levenswerk nooit. Uiteindelijk kostte het hele project 45 miljoen BEF, inclusief het meubilair. Architect Victor Horta was hard in zijn kritiek: “Cyclopische architectuur ontsproten aan de verbeelding van een dwerg, zonder kennis van de menselijke schaal.”
 
Bron: nl.wikipedia.org
palais de justice
Michaela probeert zich te verhouden met het Paleis van Justitie van Joseph Poelaert
Cyclopische architectuur ontsproten aan de verbeelding van een dwerg, zonder kennis van de menselijke schaal.

Victor Horta over het Justitiepaleis

Het Paleis van Justitie in Brussel is groter dan de Sint Pieter in Rome. Net als de Rijksdag in Berlijn is deze monstrueuze kolos gebouwd op het hoogtepunt van het nationalisme en imperialisme. Door zijn symmetrie, frontaliteit en kolossale afmetingen is het schaamteloos machtsvertoon. Hitler vond het dan ook een erg mooi gebouw en mogelijk heeft het ook Ceaucescu aangesproken.

palais de justice
Michaela is nog niet klaar met het Paleis van Justitie Misschien eens de andere kant proberen?

Na de Eerste Wereldoorlog, waarin Europa zichzelf bijna om zeep had gebracht, werd dergelijke architectuur gelukkig taboe. Het modernisme kwam ervoor in de plaats en dat werd als een bevrijding ervaren. De geest van de macht, die zich in de bouwkunst van het imperialisme en nationalisme zo had thuis gevoeld, zou zich nu gaan nestelen in de betonnen en glazen dozen van de internationale stijl.

Paleis van Justitie – Architecturaal huzarenstukje of puur wangedrocht? [ historiek.net ]

verloren utopie

gezien op DVD: Histoire(s) d’une utopie à vendre (2006) van Yves Cantraine
documentaire over het Rijksadministratief Centrum in Brussel

het Rijksadministratief CentrumVoormalige ambtenaren en ander personeel vertellen in de documentaire Histoire(s) d’une utopie à vendre van Yves Cantraine hoe het is om in een gigantisch complex te werken. Het Rijksadministratief Centrum, dat tussen 1958 en 1985 gebouwd werd, moest onderdak bieden aan 14.000 ambtenaren. Het was de belichaming van het naoorlogse België. Een verloren utopie, zo blijkt achteraf. In 2003 besloot de federale overheid dat de ambtenaren het RAC moesten verlaten omdat er asbest was aangetroffen in de gebouwen. Projectontwikkelaars namen de zaak over en er volgde een grondige renovatie en gedeeltelijke afbraak. De documentaire vertelt niet alleen het verhaal van mensen, maar ook dat van de teloorgang van het utopisch modernisme. En, hoe kan het ook anders, hier en daar sijpelt ook het verdriet van België door.

Histoire d'une utopie à vendre
Histoire(s) d’une utopie à vendre
van Yves Cantraine (2006)
In 2004 werd het Rijksadministratief Centrum te Brussel ontruimd. In dit reusachtige kantoorcomplex dat na de Expo 58 gebouwd werd werkten duizenden ambtenaren, zowel Vlamingen als Walen. Het RAC werd opgevat als een futuristische utopie, een heuse stad-in-de-stad. Maar hoe heeft men geleefd en gewerkt in deze futuristische ambtenarenstad? Kaderleden, bedienden, arbeiders, keukenpersoneel vertellen… En vandaag blijven hun herinneringen nazinderen in de verlaten kantoren en gangen van het RAC.
 
Bron: cinenews.be
Rijksadministratief Centrum Brussel
in het oorspronkelijke ontwerp stond de financiëntoren (links) niet loodrecht op het langwerpige arcadengebouw, waardoor er een doorgang was naar de Boulevard du Jardin Botanique aan de noordzijde van het complex. Doordat later de financiëntoren loodrecht op het arcadengebouw kwam te staan, werd de opening afgesloten en voelden de ambtenaren zich opgesloten.
Rijksadministratief Centrum Brussel
nadat de Belgische staat de financiëntoren aan een projectontwikkelaar verkocht had, werd de vliesgevel van spiegelglas (onder) vervangen door een eigentijdse facade. (boven)

Rijksadministratief Centrum Brussel [ nl.wikipedia.org ]