Maandelijks archief: juni 2015

200 jaar na Waterloo [ 3 ]

Wenen en Brussel als centrum van een nieuw Europa

In Wenen, de hoofdstad van het voormalige Habsburgse Rijk, staat het herdenkingsjaar 2015 niet in het teken van de Slag bij Waterloo maar, hoe kan het ook anders, van het Congres van Wenen, dat vlak vóór de laatste krachtmeting met Napoleon, op 9 juni 1815 werd afgesloten met de Wener Slotacte. In het Belvedere is de tentoonstelling Europe in Vienna te zien. De titel van deze tentoonstelling vat eenvoudig samen welke rol Wenen in 1814-1815 speelde, niet alleen voor de negentiende eeuw, maar voor het hele verdere verloop van de Europese geschiedenis.

Wener Slotacte
de ondertekening van de Wiener Schlußakte op 9 juni 1815, slechts negen dagen voor de Slag bij Waterloo

In de inleiding van zijn boek De ondergang van Napoleon en het Congres van Wenen noemt de historicus Adam Zamoyski het Congres van Wenen misschien wel de grootste Europese politieke gebeurtenis uit de moderne tijd. Er kwam een nieuwe orde in Europa die weliswaar door de Eerste Wereldoorlog in elkaar stortte, maar die nog altijd bepalend is voor het Verenigde Europa van de eenentwintigste eeuw. Die orde kreeg verschillende namen zoals het Metternichse Systeem, de Grote Alliantie of het Concert der Mogendheden. Meestal wordt de naam Restauratie gebruikt om aan te geven dat men Europa wilde terugbrengen naar de staat van vóór de Franse Revolutie van 1789.

Dat uiteindelijk niet Wenen, maar Brussel de hoofdstad van Europa geworden is, heeft alles te maken met de geopolitiek. In 1815 was men rond de onderhandelingstafel zich er van bewust dat er een buffer moest komen tussen de grootmachten op het continent op de plaats waar de grootmachten Engeland, Frankrijk en Pruisen elkaar ontmoetten. Dat werd het Koninkrijk der Nederlanden. Napoleon trok vanuit Parijs naar het noorden omdat in Brussel het geallieerde leger gestationeerd was. Er wordt nog wel eens vergeten dat Napoleon niet op weg was naar (zijn) Waterloo, maar naar Brussel.

Congres van Wenen
Congres van Wenen 1814-1815

Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd opnieuw de strategische positie van de Zuidelijke Nederlanden (die zich als het Koninkrijk België in 1830 onafhankelijk hadden verklaard.) binnen Europa duidelijk. Het geslachtofferde België maakte zich na 1918 sterk voor duurzame vrede en na de Tweede Wereldoorlog werd Brussel steeds meer de stad die de weg wees naar het naoorlogse moderne en verenigde Europa. De wereldtentoonstelling van 1958 vormde de opmaat naar de huidige hoofdstad van de Europese Unie.

The Congress of Vienna is one of the most important international mega events in European history. Two hundred years ago, Vienna became Europe’s political, cultural, and social hub for a period of several months. The Congress was hosted by Emperor Francis I of Austria. All of the major European powers sent their delegates in order to confer about how to reorganise the continent, which had lost its stability during the Napoleonic Wars. Austria was represented by the Prince of Metternich, who also functioned as the president of the Congress. The declared goal was to achieve peace in Europe through a balance of powers and thus secure order on a long-term basis.
 
The diplomatic negotiations were accompanied by a number of social events and entertainments, the enormous splendour of which has been captured in numerous written and pictorial documents. In those days, Vienna was flourishing as a centre of cultural life, with many artists coming to the imperial city and inspiring all genres of domestic art production. Europe in Vienna – The Congress of Vienna 1814/15 will be on view at the Lower Belvedere and the Orangery from 20 February to 21 June 2015. The comprehensive exhibition will highlight both the political and social aspects of this extraordinary event, which kept all Europe on tenterhooks over several months.
 
Bron: belvedere.at

Fritz Lang goes Bollywood

gezien op Arte: Der Tiger von Eschnapur (1959)
Das Indische Grabmal (1959) van Fritz Lang

Der Tiger von EschnapurNa een verblijf van twintig jaar in de Verenigde Staten, keerde Fritz Lang (1890-1976) eind jaren vijftig weer terug naar Europa. Daar zou hij zijn loopbaan afsluiten met Der Tiger von Eschnapur, Das Indische Grabmal en Die 1000 Augen des Dr. Mabuse. Gisteren keek ik op Arte naar het tweeluik uit 1959, naar een scenario dat Lang in 1921 al eens verfilmd had. Net als Cecil B. DeMillle haalde hij eind jaren vijftig oud werk van de plank om het nog eens over te doen in Technicolor.

Der Tiger von Eschnapur en Das Indische Grabmal zijn een zak vol oogsnoep. Het flinterdunne verhaal dient als kapstok waar exotische scènes met tijgers, olifanten, danseressen, fakirs, slangenbezweerders en maharadja’s aan opgehangen worden. Het tweeluik is een avonturenfilm in de traditie van Thief of Bagdad, dus dat betekent een kraam vol oriëntalisme, waarbij westerse hoofdrolspelers met schoensmeer in hun gezicht de rol van oosterling spelen.

Na de films van Indiana Jones in ons geheugen komen deze twee avonturenfilms van Fritz Lang statisch over. Er zitten ook al geen spektakelscènes in, zoals de wagenrennen in Ben Hur (ook uit 1959). Maar de dans van de bijna naakte tempeldanseres (Debra Paget) moet voor de gemiddelde man uit 1959 ook heel spannend geweest zijn.

Der Tiger von Eschnapur
de tempeldanseres (Debra Paget)
Een Duitse ingenieur die naar Eschnapur is afgereisd om het paleis van maharadja Chandra te moderniseren, wordt verliefd op tempeldanseres Seetha, op wie Chandra eveneens een oogje heeft. Tweede remake van de gelijknamige films uit 1921 en 1938 waarvoor Lang en zijn (latere) echtgenote Thea von Harbou het scenario schreven. Lang probeerde het na een verblijf in Hollywood weer eens in Duitsland maar echt gelukkig werd hij er niet van. De drie films die hij er maakte (waaronder het tweeluik Der Tiger von Eschnapur en Das Indische Grabmal) brachten niet de ‘financiële doorbraak’ waarop hij hoopte en artistiek werd het naar zijn oordeel ook al geen succes.
 
Bron: cinema.nl

Der Tiger von Eschnapur [ imdb.com ] | Der Tiger von Eschnapur [ de.wikipedia.org ]

volg de meester [ 81 ]

kopie van een zelfportret van Johann Zoffany als David (1756)

In december 2014 maakte ik al eens een olieverfschets van Zoffany‘s zelfportret als David uit 1756. In januari 2015 maakte ik een detailstudie van zijn rechteroog en een eerste kopie van de kop. Afgelopen weekend begon ik aan een kopie van het portret op geprepareerd papier in dunne transparante olieverf (rauwe omber) over een withoging van tempera.

Johann Zoffany kopie
rauwe omber op tempera withoging als basis voor een kopie in olieverf

volg de meester [ 1-81 ] | van oude meesters en dingen die niet voorbijgaan