Maandelijks archief: juli 2025

abstractie van vroeger

postzegels met geabstraheerde landschappen uit de periode 1962-1973

Een postzegel die mij in mijn jonge jaren op de achterkant van menige ansichtkaart achtervolgde, was een kleine frankeerpostzegel van 10 cent met een onduidelijke voorstelling. Als kleuter zat ik er op te turen alsof er iets stond geschreven in een vreemd schrift, in een prikkeldraad van tekens, vol weerhaken zoals bij een ondoordringbare tekst in gotische letters. Ik heb het nooit kunnen ontcijferen…

Nederland 1962
Nederland 1962

Maar er stond niets geschreven. Jaren later kwam de postzegelcatalogus onverwacht met de oplossing: de deltawerken. Natuurlijk! Waarom had ik dat als kind nooit gezien? Had ik zo slecht gekeken? Mijn voorlopige conclusie: De abstractie was te moeilijk voor mij als vijfjarige.

De abstractie van Dick Bruna kon ik volgen, maar de abstractie van A. van der Vossen (de ontwerper van deze postzegel) dus niet. Het was meerduidig. Waar Dick Bruna je met de rug tegen de muur zet, kun je bij Van der Vossen juist alle kanten op. En ik wist niet welke. Het kwam niet tot “een betekenisvol beeld”, het kwam niet tot de deltawerken. Terwijl het bij Nijntje direct tot een konijn kwam.

Later ontdekte ik meer van dergelijke postzegels. Ze verschenen in de periode 1962-1973, de eerste tien jaar van mijn leven. Postmodernisme moest nog komen. Het modernisme beleefde zijn heyday. Abstraheren was mode. Niet het oprakelen van beelden uit het verleden, wel het verwijzen naar het verleden maar dan in een nieuwe taal. Het modernisme pretendeerde universeel te zijn, tijdloos.

Duitsland 1969
Duitsland 1969

Als ik nu naar de abstractie uit die periode kijk en mij de vraag stel of het toen gelukt is om tijdloos te zijn, kom ik niet tot een sluitend antwoord. Ik kan deze postzegels nu ouderwets vinden. Het modernisme is ingehaald door “iets” dat we gemakshalve maar postmodernisme zijn gaan noemen, maar is het modernisme dan ook achterhaald? Omdat abstraheren geen mainstream meer is en ons tijdsbeeld na zestig jaar veranderd is, zijn deze ontwerpen dan ouderwets geworden?

Duitsland 1969
Duitsland 1969

Je zou ook kunnen vaststellen dat “we” in 1965 moderner waren dan in 2025. Ontwerpers streefden naar een universeel visueel idioom waarin je alles kunt uitdrukken. Kijk naar de boekomslagen, de affiches uit die periode 1962-1973. Het is niet toevallig dat de White Album van de Beatles midden in die periode verscheen. Er was een groot verlangen om los te laten van het tijdelijke, van de vorm en op te gaan in iets universeels. Altijd en overal.

Liechtenstein 1972
Liechtenstein 1972

Met het postmodernisme zijn we weer terug midden in de geschiedenis. Het verleden braakt zich in elke toekomstige seconde opnieuw uit. Dat gebeurde natuurlijk altijd al, ook in de genoemde periode. Om bij de Beatles te blijven, de twee albums die vooraf gingen aan de leegte van het White Album (Sgt Pepper’s Lonely Hearts Club Band en the Magical Mystery Tour uit 1967) waren druk en kleurrijk en liepen dus al vooruit op de bonte kermis van het postmodernisme.

Zwitserland 1973
Zwitserland 1973

Als het allemaal even te druk wordt met de beelden om mij heen, dan trek ik mij in gedachten even terug in het oog van de orkaan, in het modernisme uit mijn jonge jaren dat mij het gevoel geeft dat minder meer kan zijn. En dat abstractie mij de ruimte geeft.