Rembrandts tegenpool

Jacob Backer in het Rembrandthuis t/m 22 februari 2009
daarna in Suermondt-Ludwig Museum Aken van 11 maart t/m 7 juni 2009
De Amsterdamse kunstenaar Jacob Adriaensz. Backer (1608/9-1651) was een van de meest succesvolle schilders van de Gouden Eeuw. Precies 400 jaar na zijn geboorte wordt hij nu geëerd met een omvangrijk overzicht van zijn mooiste werken. De expositie maakt duidelijk waarom deze schildervirtuoos door zijn tijdgenoten zo hoog werd gewaardeerd: zijn heldere kleurgebruik en trefzekere toets gaven zijn schilderijen een ongekende allure.
 
Bron: rembrandthuis.nl
Jacob backer
Venus and Adonis
de invloed van Rubens is hier duidelijk te zien met een sterke nadruk op de diagonalen en overdreven gebaren
Jacob Backer zelfportretDe doopsgezinde Jacob Adriaensz Backer, zoon van de bakker Adriaen Tjerks. Na de dood van zijn moeder verhuisde de familie naar Amsterdam, waar zijn vader hertrouwde met een weduwe. Samen met Govert Flinck werd hij leerling van de Leeuwarder schilder Lambert Jacobsz, een doopsgezinde leraar en gespecialiseerd in bijbelse voorstellingen. Niet aangetoond kan worden, dat hij evenals Govert Flinck leerling is geweest van Rembrandt. Backer is wel beinvloed door schilders als Wybrand de Geest, Rubens en Abraham Bloemaert.
 
Over het leven van Jacob Backer is weinig te melden. Hij is nooit getrouwd, kocht nooit een huis en er zijn geen schandalen bekend. Backer werkte extreem snel, er zijn ongeveer 140 schilderijen bekend, waarvan 70 portretten. Hij was een knap schilder in het uitdrukken van plooien en kostbare stoffen en in het weergeven van handen en voeten. Zijn verflagen zijn transparant.
 
Aan de hand van zijn portret van Johannes Uytenbogaert kon ook de zitter op het schilderij van Rembrandt worden vastgesteld. Verder maakte hij ook een portret van de schilder Bartholomeus Breenbergh. Backer schilderde nooit een landschap, hetzij als achtergrond op zijn pastorale werken. Zijn tekeningen, mannelijk en vrouwelijk naakt, zijn van uitzonderlijke kwaliteit. Backer was leermeester van Jan de Baen, Jan van Noordt en Abraham van den Tempel, de zoon van zijn leermeester.
 
Een bekend portret geschilderd door Backer Portret van een jongen in het grijs bevindt zich in de collectie van het Mauritshuis te Den Haag. Het Amsterdams Historisch Museum bezit een regentenstuk, waarmee Backer beroemd werd op nog jonge leeftijd. In het Rembrandthuis is een monumentale tentoonstelling aan hem gewijd, met drieëndertig schilderijen en twintig tekeningen.
 
Bron: nl.wikipedia.org

Jacob Backer uit de schaduw dor Cees Straus [ trouw.nl ]

Changing New York

vanavond om 18.25 op Nederland 2: De wereld van Abbott en Atget

Alice Austen (1866 -1952) was een van de eerste fotografen die in 1896 het straatbeeld van New York vastlegde. Berenice Abbott (1898 -1991) zou zo’n veertig jaar later hetzelfde doen met het fotoproject Changing New York. Manhattan was sinds 1896 bijna onherkenbaar veranderd. In de serie hoog, hoger hoogst op deze blog heb ik al iets laten zien over de evolutie van de skyline van Manhattan. De hoogste gebouwen ter wereld stonden tachtig jaar lang (van 1894 tot 1974) in The Big Apple en mede door de wedloop om het hoogste gebouw ter wereld was Manhattan tussen 1896 en 1936 de hoogte ingejaagd. Toen Berenice Abbott werkte aan dit omvangrijke fotoproject, was het hoogste gebouw ter wereld de Empire State Building net gereed gekomen en werd in midtown gewerkt aan het grootste bouwproject uit de jaren dertig: het Rockefeller Center. Op de website mcny.org van het Museum of the City of New York is met plattegronden een prachtig overzicht te zien van Changing New York.

Henry Street 1935 en 1998
Henry Street 1935 en 1998
Inmiddels lijkt het straatbeeld weer een beetje op dat van 1935 nu de Twin Towers verdwenen zijn.
[ meer retrografie ]
The paired images produce a remarkable commentary on the evolution of New York City over several decades and encourage the viewer to consider the rate and meaning of progress. This juxtaposition of the past and present comes with obvious changes: the brownstone becomes a housing project, the neighborhood store becomes a skyscraper. Often, however, the encounter results in a more subtle reflection of the changing tides of our culture.
 
Bron: newyorkchanging.com
Columbus Circle 1938
[ ID: 482580 ]
In addition to introducing Abbott to photography and Paris, Man Ray also introduced her to the photography of Eugène Atget. Abbott was so astounded with the photographs Atget had taken of the architecture, streets and gardens of Paris during 1899 that she felt compelled to show his work to the world. Just days before he died, Abbott made the only existing portraits of this now celebrated photographer made famous by the dedication of Abbott to promote his work, largely after his death in 1927. She helped to publish many books commemorating his work including The World of Atget in 1964.
 
Abbott & Atget [ jessica.teicher.googlepages.com ]

avro.nl/tv/programmas_a-z/close_up

kluizenaar komt tot inzicht

gisteren met Michaela gezien: Into the Wild (2007)

DVD into the wildRoadmovies zonder sex, drugs en rock ‘n roll zijn dun gezaaid, maar Into the Wild kan helemaal zonder. Of beter gezegd, hoofdpersoon Christopher McCandless kan helemaal zonder en blijft tijdens zijn trip van bijna twee jaar door de VS en Alaska als een monnik die zich volledig aan de authenticiteit van de natuur heeft toegewijd. ‘Terug naar de natuur’ is een Amerikaanse traditie die loopt van Rousseau, via Thoreau, Emerson en Whitman naar de hippies. En je kunt die lijn in de eenentwintigste eeuw misschien wel doortrekken naar de anti- en anders-globalisten. Drijvende kracht achter deze beweging is de aantrekkingskracht van de geïdealiseerde natuur. Daar staat tegenover de afstotelijkheid van de materialistische maatschappij. De natuur als grote vriend en de cultuur als grote vijand.

Christopher McCandless heeft een gevoelige ziel, die radicaal tegen het hebben en vóór het zijn kiest. Symbolisch in de film is de scene dat zijn auto het niet meer doet. Hij besluit daarop maar gelijk zijn dollarbiljetten te verbranden en beschouwt dat als zijn geestelijke geboorte: nu is hij ‘alleen nog maar’ en laat zich bijna als een blad in de wind door Amerika waaien. Maar wéll westwaarts, want the west is the best. Regisseur Sean Penn maakt met into the wild bewust knipogen naar Easy Rider (1969) en Woodstock (1970) en laat zien dat de hippie even tijdloos is als op blote voeten rond het kampvuur lopen of naakt zwemmen in zee.

Into the Wild
tijdloze hippieromantiek
Geluk is alleen wezenlijk
wanneer het gedeeld wordt

Into the Wild is een aantrekkelijke film om thuis op de bank te kijken. Door de trip van Christopher McCandless kan ik mij weer eens de jonge straathond voelen. Ik reisde al voor mijn twintigste heel Zuid-Europa af van Marokko tot aan Turkije en trok op mijn 23e voor drie maanden met twee kameraden naar Peru. Ik hoopte mij daar in de onbedorven natuur van de Andes en het Amazonewoud beter thuis te voelen dan in de yuppieworld. In de rugzak reisde Het Trieste der Tropen van Claude Levy-Strauss met ons mee en al reizend en lezend, verloor ik mijn onschuld: de zuivere natuurlijke staat van het Paradijs waarover Rousseau zo lyrisch kon schrijven, bestond helemaal niet. In de natuur of in afzondering van de Westerse wereld hoefde ik deze niet meer te zoeken. Met deze gezonde desillusie kon en kan ik voortaan mijn nuchterheid bewaren. Ook Christopher McCandless wordt tenslotte nuchter. Doodeenzaam in de natuur, die tenslotte zijn vijand is geworden, krabbelt hij op: “Happiness only real when shared”

Zonder afscheid te nemen van wie dan ook, doopt hij zichzelf om tot „Alexander Supertramp’ en trekt hij al liftend weg uit Atlanta. Gedreven door het filosofische gedachtengoed van zijn favoriete schrijvers Jack London, Leon Tolstoy en Henry Thoreau, wil hij kost wat kost naar Alaska, in de overtuiging dat dat zijn enige kans op geluk is. Een kluizenaarsbestaan leiden in de natuur, in een wereld zonder ouders, hypocrieten, politici en klootzakken, waar hij spirituele verlossing zal vinden. Na een rondreis van twee jaar door de Verenigde Staten en Mexico, waarop hij tal van lotgenoten ontmoet en vriendschappen sluit, komt hij uiteindelijk in putje winter aan in Alaska, waar hij, gezeten in zijn magisch schoolbusje, zijn idyllisch beeld van éénwording met de natuur toch een pak moet bijschaven: nee, de natuur is niet altijd je vriend.
 
Bron: Barbara Van Ransbeeck [ digg.be ]

intothewild.com | Walden or Life in the Woods by Henry David Thoreau